Dinsdag 13 november 2001

Daar staan we weer, in Senegal op de Zebrabar! De rit door de Sahara is goed verlopen en nu rusten we uit.
Vanuit Dahkla zijn we op dinsdag 6 november in convooi gegaan naar de grens met Mauretanie. In Dahkla is nu een camping waar we de nacht voorafgaand aan het convooi gestaan hebben. Aldaar Nederlanders en Engelsen ontmoet me wie we de tocht door de woestijn maken. Het zijn Karin en Leon met hun groene Daihatsu Rocky, Ron en Luuk met een Toyota Landcruiser en de Engelse Matt en Louise met een overbeladen Range Rover. Allemaal 4X4, dat is mooi.
Het convooi vertrekt pas om half drie, na uren wachten. Onderweg wordt er niet gestopt om de groep te laten aansluiten. Het is een groot convooi, zo'n 80 buitenlandse wagens. Veel Fransen en ook wat Spanjaarden. Erg weinig Duitsers dit keer. De rit naar de grens rijdt snel, desondanks komen we in het donker op de zogenaamde camping Poubelle aan. Onderweg zien we prachtige zandduinen die in de ondergaande zon een warme, oranje-rode kleur hebben. Het lijkt alsof de zandduinen van fluweel zijn.
Na overnachting op die afgrijselijke plek waar niets is, geen water, geen licht en ook geen afvalbakken, krijgen we 's morgens al redelijk snel de paspoorten terug. Dan in een rij naar de Mauretaanse grensovergang. Het is een groot en onoverzichtelijk geheel. Je weet niet welk loket (die tent, die auto of dat kot gemaakt van stalen balken) eerst en wat welk loket vertegenwoordigt. Uiteindelijk lukt het ons om als laatste weg te rijden. Zijn we niet gehaaid genoeg om voor te dringen, zijn we niet brutaal genoeg? Ik weet het niet, maar iets klopt er niet. Het kost ons 150 Ffr om de stempels te krijgen, de politie en douane. Bij de douanecontrole zien we een oude bekende, de man die vorige keer onze rijdende slijterij ontdekte. Nu kopen we hem af met 3 blikjes vis en een pot jam. Snel en goedkoper.
Karin en Leon hebben geen visum of carnet de passage. Dat is ook niet nodig. Het visum kopen ze hier aan de grens voor ongeveer 250 gulden (1100 Dirham) voor 2 personen. Het carnet is ook niet nodig en wij gebruiken het dan ook niet. Toch vreemd dat we in Nederland het carnet aangetekend hebben moeten versturen omdat het gevraagd werd door de Mauretaanse autoriteiten, terwijl hier aan de grens er geen haan naar kraait.
Na uren in de brandende zon vertrekken we zo tegen 14.00 uur richting een gids die ons direct naar Nouakchott moet brengen. Nouadibou willen we niet aandoen. De koppelbaas van de gidsen brengt ons naar de gidsenverzamelplaats. Daar zien we de gids die ons vorige keer gebracht heeft van Nouakchott naar de Marokkaanse grens. Voor 1100 Dirham (200 per auto, 300 voor de vrachtwagen) wordt de verbintenis aangegaan. We rijden goed in het zand. Wel zijn wij de eersten die een beetje vast komen te zitten. Extra gewicht eruit (de honden en ik), in de achteruit en gas geven. Dat lukt. Al met al kunnen we goed doorrijden met name omdat we allen 4X4 rijden. Plek voor de gids, Abdelrahim (of zoiets) is er niet en er wordt een zitplaats gecreeerd bij ons op het dak van de cabine. Eerst is het Ron die van het uitzicht mag genieten en de zon onder ziet gaan. We overnachten op de plek waar Wim en ik al twee keer gestaan hebben, tegen een grote zandduin. Daar is ook plaats voor de gids om te eten en slapen.
De volgende ochtend zien we een prachtige zonsopgang. De stilte is enorm, het uitzicht overweldigend. We rijden goed door en tegen 13.00 uur komen we aan in Nouamghar. Dit is het plaatsje waar de rit wijzigt van rijden door het zand van de woestijn naar het rijden over het harde zand van het strand. Natuurlijk wel nog even betalen voor het nationale park waar we doorheen gereden hebben. Wim probeert nog even met volle overtuiging het kaartje van de vorige keer te laten zien, maar er ontbreekt een stempel. De parkwachters zijn er zeker van dat er een oplichter in Nouadibou zit die valse kaartjes voor het park verkoopt. Toch gewoon betalen, maar gelukkig geen boete. Het kost 3200 Ougyia, zo'n 32 gulden.
Dan richting het strand. Het tij is niet gunstig, we zullen moeten wachten. Een mooi plekje aan het strand. Wel heeft ook Luuk zich een keertje vastgereden. Het duurde even, maar ook hij kan het! Zwemmen in de frisse zee. Brown gaat gelijk mee, Kim blijft op de vloedlijn ronddolen. Verderop zien we een Nederlandse landrover zich vast rijden. En niet zo'n klein beetje ook; het zand blijft alle kanten op spuiten. Zelfs een kind kan begrijpen dat dit niet de manier is.
We zijn hulpvaardig en gaan met biggenplaten (van de Brabo's Luuk en Ron) erop af. Misschien kunnen we de platen nog wel aan hen verkopen. Onze komst wordt niet echt op prijs gesteld; ze hebben al 1 jaar ervaring, geen problemen en spullen hebben ze in de andere auto's. Getver, wat een arrogante mensen. Tja, het is niet altijd hartelijkheid en vriendelijkheid onderweg.
Wij blijven de nacht aan het strand staan omdat het water niet snel af loopt. 's Morgens om 7 uur vertrekken we over het strand naar Nouakchott. Het is 4 uur rijden over het strand. Het eerste stuk is niet zo breed en het lijkt er op dat het een zware dag gaat worden. (Zullen we het wel halen denken we, met onze gedachten aan de vorige keer.)
Het strand is niet helemaal vlak, er zitten veel hobbels in waardoor je gelanceerd wordt als je er te hard overheen gaat. Naarmate we dichterbij Nouakchott komen wordt het beter. Nog wel even een heel rul stuk zand alwaar een kudde Fransen staat te wachten en af te wachten. Wij kunnen er snel door heen. Dan Nouakchott. We moeten van het strand af en doen dat niet bij de camping maar even verder, bij de vismarkt/afslag/verzamelplaats/stinkbende. Het lukt gelukkig in een keer want het is niet leuk om in de problemen te komen als er honderden mensen bij staan te kijken en je door de onmenselijke stank tegen de vlakte gaat.
In Nouakchott proberen we eerst de verzekering voor de auto te regelen. Dat gaat niet want het is vrijdag en dat is hier een zondag. Het lukt wel om de auto te laten wassen; even al het zoute water en het zand eraf.
Dan naar de camping waar we voor 2400 Ougyia (Um) kunnen staan. Helaas zijn er meer toeristen die daar overnachten, zo ook die groep Nederlanders in drie Landrovers. Nog steeds kunnen deze mensen hun mond niet open doen, het lijkt erop alsof ze zich meer en beter voelen.
's Avonds gaan we met twee taxi's naar de stad om wat te eten bij "Le Prince". Wim kende deze shoarmatent nog van de eerste keer. Inderdaad, een zalig bord shoarma met frietjes en sla (700 Um, en cola 100 Um). (Natuurlijk niet helemaal zoals thuis, maar het smaakt er niet minder om.) Dan nog een biertje scoren in dit Islamitische land. Met de taxi's worden we naar een restaurant gebracht waar de ijskoude blikjes bier geserveerd worden. Deze versnapering kost wel 800 Um, net zoveel als de shoarma met een cola. Toch erg lekker en ja, dat in een islamitisch land.
Terug met de taxi en nog weer onderhandelen over de prijs. Uiteindelijk voor zo'n 700 Um per persoon heen en terug. Het duurt allemaal wel lang, al dat gemekker over de prijs en puntje bij paaltje willen ze altijd net iets meer.
Op de camping is het ondertussen gezellig druk geworden, vooral met Mauretaniers. Er staat een grote tent op het terrein. Het is vijf voor tien als we in bed stappen en om 22.00 uur begint er een bandje live te spelen met een zanger die een stem heeft welke door merg en been gaat. Het duurt tot half drie! Maar dan is het ook gelijk helemaal stil, het publiek klapt niet, roept geen "bis, bis" en bralt niet na.
De volgende dag gaan we de verzekering regelen. Het duurt allemaal even maar het lukt ons om om 11.00 uur weg te rijden met een verzekering voor 3 dagen in Mauretanie (2420 Um) en voor West-Afrika voor 3 maanden (29600Um). De verzekering voor West-Afrika (exclusief Mauretanie) hebben we de vorige keer aan de grens gekocht in Senegal maar dat duurde ook weer een tijd omdat het verzekeringskantoortje zich in een nabijgelegen dorpje bevond. Nu kan het al in Mauretanie en is het dus veel gemakkelijker.
Hier nemen we afscheid van Matt en Louise die een andere reisroute hebben. Matt werkt in Kenia en Louise komt via omzwervingen ook weer die kant op. Misschien zien we ze als wij in Kenia of Tanzania zijn. Ook laten we Ron en Luuk achter, die hebben een kapotte bladveer. Die wordt vandaag gemaakt, maar daar wachten wij niet op. We zullen elkaar in de Zebrabar in Senegal weer ontmoeten.
Samen met de Daihatsu Rocky rijden we naar het zuiden. Onderweg worden we slechts twee keer aangehouden en kunnen we weer heel snel door, zonder te betalen of cadeaus uit te delen. Natuurlijk vragen ze wel om cadeaus maar Wim weet er altijd wel een leuk verhaaltje van te maken. Naarmate we verder naar het zuiden komen wordt het allemaal ook wat groener. Eerst is het zand nog wit, verderop wordt het roder. We zien de eerste Baobab-boompjes.
Langs de weg liggen weer de kadavers van ezels, kamelen en geitjes. De kadavers bevinden zich in verschillende fases van vergaan. Eerst nog gewoon, dan opgeblazen door de warmte, gesprongen door de warmte, opengereten door de gieren en als laatste een hoopje botten met een velletje.
De weg begint goed maar wordt slechter; gaten, holen, bobbels in de weg. Dan, net voor Rosso gaan we de barrage op; een dam die leidt naar een grensovergang tussen Mauretanie en Senegal.
De dam is weer anders dan de vorige keren;veel natter en op sommige stukken staat het water nog zo hoog dat Wim moet opletten dat de truck niet vastrijdt in de zwarte modder. Ook moeten we steeds zo scheef de dijk op rijden dat we zelfs kans maken om te kantelen, maar gelukkig heeft Wim genoeg ervaring om dit te voorkomen.
Het lukt ons om in twee uur over de barrage bij de grens te komen. Dan weer het spel; douane, politie, donatie voor het dorp. Het gaat redelijk snel, ik weet nog wat we vorige keren betaald hebben en daardoor kun je nu sneller akkoord gaan. Aan de Mauretaanse grens betalen we voor de politie 3000 Um (vorige keren 1000 Um en 3300Um).
De douane kost ons nu 1000 Um (tegen 1500 en 1500 Um), de onvrijwillige donatie 500 Um met 2 aanstekers (1500 Um en 1500 Um).
Dan de brug. Daarvoor moeten we weer onderhandelen. Nu betalen we 3000 Um tegen 3300 en 1500 Um de voorafgaande keren. Zo zie je, je weet het maar nooit. Wel vond ik het handig om nog te weten wat er de vorige keren betaald is. Dan heb je tenminste niet altijd het gevoel dat je een oor aangenaaid wordt.
Yes, we verlaten Mauretanie en gaan Senegal binnen. We lijken te worden achtervolgd door die Nederlanders met de drie Landrovers; al vanaf de barrage zitten ze achter ons. Inhalen lukt nergens dus ze blijven ons zand happen.
De douane in Senegal kost nu 50 Ffr (tegen 100 en 25 Ffr), de politie 100 Ffr (150 en 50 Ffr).
Eerst de politie. Dan de douane die, als ik vraag hoeveel het is, zegt dat het net zoveel kost als de politie. Gelukkig is Wim snel en zegt dat we daar 50 Ffr betaald hebben. Komen we goed weg met de halve prijs!
Al met al duurt het grapje aan de grens 5 kwartier. Nu snel naar de Zebrabar!!!! Het begint schemerig te worden als we de weg St.Louis/Dakar verlaten om naar de Zebrabar te rijden. Hotsenknotsen, hubbelbubbel, boinkboink gaan we het laatste stuk rijden. De duisternis valt hier snel, dat gaat in een kwartiertje tijd. Martin en Ursula hebben wat meer borden neergezet zodat het makkelijker te vinden is. De omgeving is ten opzichte van de vorige keren veranderd; het is nu veel groener en natter vanwege de regentijd. Dan zie ik in het donker de uitkijktoren van de Zebrabar. Echter geen licht en dan… een brede strook met water. Daar moeten we doorheen. We stappen de auto uit en het water in. Zoet water, tot aan de enkels. Dit zijn toch echt de laatste meters naar de Zebrabar. In het pikkedonker valt het niet mee. Maar dan komt de redding; Martin komt met zijn Landrover van de overkant en leidt ons naar de goedgevulde ijskast met flessen Gazellebier. 63 cl ijskoud bier. De moeite waard.
Het is ondertussen 19 uur als we aangekomen zijn op de Zebrabar. Snel gedaan vanaf Nouakchott. Zelf vinden we dat alles meegezeten heeft; de controles onderweg, de toestand van de barrage zelf (bijna geen wasbord), de snelheid van de grensovergangen. En dan nu uitrusten op de Zebrabar. Het is alsof je in een paradijs belandt; rust, ruimte, warme douches, koud bier, vers brood, strand. Het is het waard om om te rijden. In plaats van Nouakchott direct naar Mali, nu via Senegal naar Mali. Deze plek is een oase van rust. Hier rusten we dan ook een paar dagen uit.
We willen komend weekend weer verder reizen. Eerst Mali, dan Burkina Faso en vervolgens Niger. We zullen wel zien wanneer en hoe snel.
Veel liefs en tot de volgende mail.
De telefoon is afgelopen zaterdag niet aangeweest en we hebben dus geen sms'jes ontvangen. Volgende keer beter.

      Wim, Monique, Kim en Brown