Maandag 3 december 2001
Het is half zes in de middag en we staan een stuk van de weg af, tussen wat
struiken, in de schaduw. De een met een Fanta, de ander met een biertje. Hier
blijven we de nacht staan.
We zijn vrijdag vertrokken vanaf de Zebrabar richting Mali. De weg is geasfalteerd,
de kuilen vallen mee. De zon laat zich niet zien vandaag, we hebben zelfs een
paar spatjes regen, te weinig om de truck af te spoelen. Wel ruik je direct
de regen op het droge oppervlak. Ik kan de geur niet beschrijven maar het is
zo herkenbaar, zo bekend. Al met al een goede dag om te rijden. Dan de zaterdag.
Tegen de middag arriveren we bij de grens. Eerst de Senegaleze grens; even teruggestuurd
voor een stempel in het paspoort (je moet het net even weten) en het aftekenen
van het carnet bij de douane; de televisie blijft aanstaan maar de stempels
worden gezet. En dat voor helemaal niks, nada, rien.
Direct door naar de Malinese politie (2000 CFA=f7,00) en een pasfoto. Er wordt
helemaal niet gekeken naar de datum op het visum, ik vraag me af of de jongen,
weliswaar in mooi uniform, wel goed kan lezen. De douane gaat eenvoudig, het
carnet is overbekend. De man moet wel van zijn buitenbed opstaan en stempelen,
maar dat is dan ook alles. Binnen het uur zijn we over de grens, een makkie.
Oei, nog een stop. Waarvan? Waarvoor? Kentekenbewijs en de verzekering. Tja,
en dan het mooie verhaal dat men zich in Senegal (terwijl we de verzekering
in Mauretanië hebben afgesloten) vergist heeft. Er mist een zgn. carte
brun bij de verzekeringspapieren. Ik herken het van de vorige keer maar nu hebben
we het er niet bij gekregen en in Senegal hebben we er ook helemaal geen problemen
om gehad.
Maar, het is vooral niet onze fout, tja, het is vervelend. We kunnen kiezen,
of terug naar Senegal om het nog even te regelen of een boete betalen van 9000
CFA (ongeveer 30 gulden). Het is een gelikt verhaal. Tja, terug gaan we niet
meer en betalen maar. Alletwee weten we dat ons een oor wordt aangenaaid, maar
wat doe je? Dreigen, boos worden? Achteraf hadden we gewoon moeten zeggen dat
we terug zouden gaan naar Senegal en in plaats daarvan gas geven. Achteraf tja,
maar het geeft wel een rotgevoel.
Dan Mali in. De weg is niet meer geasfalteerd, het is een verharde weg. We zien
steeds meer Baobab-bomen, het lijkt wel een Baobab-bos. Dan naar Kayes. Hier
is de weg naar Noiro moeilijk te vinden, men stuurt ons ook alle kanten op.
We belanden met die grote truck in winkelsteegjes waar we met moeite doorheen
kunnen. Dan de brug over, over de rivier de Senegal, en verder. De weg wordt
steeds slechter, we rijden met een snelheid van gemiddeld 30 km per uur. Op
tijd gestopt op een prachtig plekje naast een Baobab; 's nachts zie ik door
het dakraam de grillige takken van de boom tegen het maanlicht. Ook weer een
beetje regen, het loont de moeite haast niet. De zon heeft zich weer niet laten
zien, dat is geluk hebben!
De zondag geeft weer geen zon. De route wordt steeds slechter. Had ik gehoopt
met een gemiddelde van 30 km te kunnen gaan, dat wordt ongeveer 10 tot 15 km
per uur. Echt slecht. Zand, stenen, builen, kuilen, hobbels en bobbels. We rijden
rustig, heel rustig en gestaag komen wij voort.
Het landschap wordt heuvelachtiger. Soms is het groener met veel bomen, dan
weer kaal en steenachtig. We overnachten op een stille plek waar we denken 's
nachts apen gehoord te hebben.
Maandag staan we weer met goede moed op. 's Morgens doen we het rustig aan,
dan is het nog koel en het maakt allemaal niets uit; we hebben de tijd. De zon
staat te lachen aan de hemel, dat wordt zweten vandaag. Uiteindelijk valt het
nog mee want er staat een lekker windje. De weg wordt wat beter en nu zitten
we op ongeveer 20 kilometer van Nioro vandaan.
De weg wordt weinig bereden; we komen af en toe wat vrachtwagens tegen. Van
de 4 vrachtwagens staan er 3 met pech, lekke banden, gebroken assen enz. Dat
is ook niet verwonderlijk als je ziet hoe hard ze rijden. Enorme stofwolken
doen ze opwaaien en denderen over de weg waar wij met 20 km per uur rijden.
Verder zien we in het land natuurlijk geitenherders en koeienherders. Slanke
geitjes, veelal zwart en wit met hoeders in mooie blauwe doeken. De koeien zijn
groot en met een extra bult op de rug. De horens zijn enorm. Gestaag loopt de
kudde in de warme zon. Hier zijn geen sappige groene weiden voor de dieren,
slechts verdorde grasjes en sprietjes. Af en toe zien we waterplassen die nog
overgebleven zijn van het regenseizoen en elke dag kleiner worden. Daar staan
honderden koeien, geiten en ezels.
Onderweg komen we ook families tegen, gepakt en gezakt op ezels. Het lijken
nomadenfamilies. Een oudere man met veel vrouwen en nog veel meer kinderen.
Alles gaat mee; kleden, tentstokken, potten en pannen. Prachtig om te zien.
Ook de kleuren van de kleding zijn Robijn-goedgekeurd. Ondanks alles hier; het
stof, het tekort aan water, de omstandigheden, overal blijf je toch die mooi
gekleurde kleding zien. Felroze, diepblauw, gifgroen, knalgeel, allemaal heldere
kleuren.
De dorpjes die we passeren of waar we dwars doorheen rijden zijn overbevolkt
met kinderen; ze roepen allemaal iets (de meeste natuurlijk cadeau, cadeau).
Het zijn lemen hutten met rieten dakbedekking. Om het erf is een afscheiding.
Binnen de afscheiding vindt alles plaats; eten, was drogen, ezels en geiten,
kinderen enz. Het is terug in de tijd. Het zijn beelden die we allemaal kennen
van de televisie. Maar hier is het echt. Voor ons verbazingwekkend, voor hen
heel gewoon. De mensen lijken aardig; ze zwaaien en glimlachen enthousiast.
Mooi om te zien, van die zwarte mensen met een grote rij glimmende witte tanden,
een rij van oor tot oor. Er lijkt een soort van verbazing op de gezichten te
staan als ze ons zien. Vooral de honden maken indruk, ze wijzen allemaal naar
Kim en Brown die in het midden van de cabine zitten. Ze zijn onder de indruk,
maar houden vooral veel afstand. Als ik de deur opendoe dan rennen ze allemaal
achteruit.
Het voelt prettig hier. We rijden rustig, lekker met elkaar. Kim en Brown vinden
het nog wel een beetje leuk, het is alleen jammer van al die kleine prikkeldingen
die aan de haren blijft kleven en tussen de poten gaan zitten. Maar verder gaat
het prima met ze.
Donderdag 6 december 2001
Sinterklaas niet gezien, wel heeeeeeeeeel veeeeeeeeeeeeel Zwarte Pieten!
Vandaag rijden we naar Bamako, de hoofdstad van Mali. Of we het in 1 dag halen
weten we nog niet. Het is nog 130 kilometer en de weg lijkt te bestaan uit hobbels,
bobbels en wasbord.
Gisteren een flinke afstand afgelegd. Door de EU is een weg gefinancierd over
een afstand van 180 kilometer. We hebben ongeveer 30 kilometer over die weg
kunnen rijden, de rest was allemaal al kapot gereden. Het zag er goed uit; opgehoogd,
verbreed en met steentjes. Nu nog het asfalt. Van dichtbij zag je en voelde
je het wasbord. Er was niet over te rijden. Tja, natuurlijk wel de vrachtauto's
van hier, met alle gevolgen van dien (meer wagens met pech dan vrachtwagens
die rijden). Ondanks het wasbord toch een flink stuk gereden omdat de naastgelegen
onverharde weg heel goed was. Tja, soms is een onverharde weg of piste veel
beter te berijden dan een verharde weg. Zo kun je je verkijken op de kaart als
je uitgaat van de afstand en de soort weg.
Oja, ondanks dat het hier op de dag warm is (gisteren zo'n 35 graden) hebben
we het twee nachten koud gehad. De temperatuur daalde naar 17 graden en toen
hadden we echt het donzen dekbed nodig om te kunnen slapen.
Gisteren water getankt bij een handpomp. Er was niemand te zien, lekker rustig.
Het water lijkt goed te zijn en met de pomp water in de tank gelaten. Dat is
pas zweten! Maar wel fijn dat we weer volgetankt zijn. Water is hier het belangrijkste.
Eten doen we niet zo veel, het is te warm en we drinken veel water. Het waterfilter
maakt overuren. Een fles leeg; direct weer vullen en in de ijskast. Tja, je
moet er niet aan denken dat je flessen water moet kopen om mee te nemen. We
drinken samen ongeveer 6 liter per dag. Dat is sjouwen en stouwen.
Nou, verder niets. Alles goed op deze prachtige donderdagochtend in Mali. We
hebben een iets ander ritme. 's Avonds vroeg naar bed, ongeveer 19.30 uur omdat
het dan al pikdonker is en we geen licht willen maken voor de omgeving. Maar
om alles dicht te doen, daarvoor is het te warm. 's Morgens om 06.30 uur wakker
als het net licht is. Rustig bakje koffie,lezen, was uitspoelen, rommelen, verhaaltje
maken enz.
Vrijdag 7 december 2001
Gisteren redelijk kunnen rijden naar de hoofdstad Bamako. Niet dat de weg geasfalteerd
was of glad, maar het is wel eens erger geweest. Om ongeveer 14.00 uur aangekomen
in de drukte van een hoofdstad. Dat is even schrikken na een week in verlaten
gebied met alle rust en stilte. Al snel zien we twee Fransen lopen en die brengen
ons naar Hotel des Jeunes (niet dat zij jong zijn maar dat is niet nodig). Het
is een stoffige en drukke plek maar we kunnen de truck neerzetten. Kost weinig
(1500 CFA, ongeveer 5,= per persoon), maar je hebt ook niet echt veel. Er is
veel drukte, veel mensen aan het werk en aan het rondhangen. Onrustig in vergelijking
met de afgelopen week. We eten bij het hotel, gehaktballetjes met spaghetti.
Samen met bier en cola kost dat slechts 8 gulden, nou daar kan ik niet voor
koken. Het blijft 's avonds onrustig, muziek uit boxen en tv's. Toch wel lekker
geslapen.
Er is hier een internetkantoortje bij het hotel, dat is gemakkelijk. Nu nog
afwachten of het lukt om hiervandaan een berichtje naar jullie te sturen.
We willen straks verderop kijken, we hebben gehoord van Hotel des Arbres, daar
zou je rustiger staan. Hier kunnen we niet buiten zitten want er zijn teveel
Malinezen om ons heen die allemaal met je willen praten. De mensen zijn niet
onaardig maar ze laten je niet echt met rust. Het zijn gelukkig geen Gambiaanse
Beachbums. Ze vragen ook niet om geld of giften, dat is al mooi meegenomen.
Van de ramadan merken we weinig. De hele tijd overigens. Overal is eten te krijgen
op elk moment van de dag. Hier in Bamako lijkt het alsof er weinig mensen aan
de ramadan deelnemen, iedereen rookt en drinkt hier.
Ook van de toestand met Bin Laden merken we weinig. We houden ons op de hoogte
via de wereldomroep, vandaag hoorden we dat Kabul overgenomen is. Of de mensen
hier weten weinig van het wereldnieuws (ondanks de vele transistorradiootjes
die we hier en onderweg gezien hebben) of het doet ze niet zoveel. Wel onderweg
een jonge man op een mooie glimmende brommer (zoals we veel zien) met stofbril
en een T-shirt met een afbeelding van Bin Laden erop. Hij zwaaide vol enthousiasme
en gaf ons een grote glimlach. Wij merken er in ieder geval helemaal niets van,
de mensen spreken ons er niet over aan.
Straks internetten en boodschappen doen en wat mij betreft vandaag weg van hier. Ik vind het hier veel te druk en te onrustig.
Zaterdag 8 december 2001
Gisteren is het dus niet gelukt om te internetten, er was geen verbinding.
We zijn vertrokken vanuit het centrum naar Hotel des Arbres, 10 kilometer verderop
aan de andere kant van de rivier de Niger. Tot onze verbazing zien we daar drie
Nederlandse trucks staan en een rode Landrover. Wat is de wereld toch klein!
De vrachtwagens horen bij Cor Zeegers en consorten. Dat is nog eens een verrassing!
Wim had in Nederland nog wel contact gehad maar zij zijn eerder vertrokken en
zouden een andere route nemen. En dan zie we ze hier! Daar moet op gedronken
worden. Ook de rode Landrover hadden we eerder gezien; ze hoorden bij de groep
van 3 Landrovers waarvan er eentje zich bij het strand van Nouadhibou vreselijk
had vastgereden.
We staan hier rustig en veilig. 's Avonds een hapje buiten de deur gegeten voor
weinig, je kunt voor dat geld niet zelf koken in de warmte. Helaas zijn hier
veel muskieten, noodzakelijke bescherming is geboden.
Vandaag de truck verplaatst en een eigen plekje gemaakt. Zelfs net nog even
in het zwembad, ja echt waar, gelegen.
Het is allemaal niet zo luxe als in de reisfolders staat maar voor ons is dit
het einde; een blauw zwembadje.
Zo meteen gaan we weer proberen om te internetten, misschien lukt het zo maar
op een mooie en warme (meer dan 35 graden) zaterdagmiddag.
Dit jaar sturen we geen kaarten maar doen het via de e-mail (ben ik eerder
dit jaar Martina?):
Fijne kerstdagen en een gezond, spannend, avontuurlijk 2002!!!!!!!
Veel liefs, Wim, Monique, Kim & Brown.