Zondag 10 februari 2002

We staan in Ethiopie, in Shashemene. Een plaatsje op ongeveer 250 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba. Veel gebeurd afgelopen tijd en dus veel te vertellen.
Ik heb mijn e-mail bekeken in Khartoum en helaas mis ik een aantal berichten. Ik heb ze gezien in Tsjaad maar niet allemaal geopend. Voor zover ik me nog kan herinneren mis ik er een van Lia, van Marcol en heb ik niet kunnen antwoorden op de kerstgroet van Jan B. te Breukelen. Helaas, hoe het kan weet ik niet.
Ik heb eindelijk een SMS-bericht ontvangen van Ted. Het heeft lang geduurd en ik vroeg me al af wat er aan de hand was. Verkeerd nummer. Foutje.
We waren gebleven in Khartoum, Soedan. Aldaar naar de Ethiopische ambassade gegaan voor het visum. De ambassade stelt van binnen niets voor, er is een zwart loket met twee kijkgaten waar net geen hoofd doorheen kan, en dat op borsthoogte. Niet wachten op je beurt, nee gelijk naar zo'n gat lopen en vragen wat je wilt (natuurlijk eerst wat mensen wegduwen). Dit hebben we niet zelf uitgevonden, dit is de manier van doen. Helaas, geen visum zonder een aanbevelingsbrief van ons consulaat. Met de taxi naar het consulaat (moeilijk als de chauffeur geen Engels spreekt, hetgeen in Soedan toch moeilijk is). Daar krijgen we voor omgerekend 32 gulden een brief mee. De dame van het consulaat zegt nog wel even dat we geen visum zullen krijgen als we geen vliegticket hebben want dat is noodzakelijk voor het verkrijgen van het visum. Wij weer naar de ambassade van Ethiopie. Gelukkig geen vliegticket nodig. Morgen terugkomen, ze hebben de autopapieren nodig. Om twee uur. Wij de volgende dag weer terug. Wachten. Kopieen willen ze hebben van het carnet, rijbewijs en het kentekenbewijs. Volgende dag weer terug. Wachten, alles in orde, kom morgen maar weer terug. Wel eerst 63 dollar per persoon betaald. De volgende dag, na lang wachten, krijgen we inderdaad het visum. We kunnen op weg. We rijden samen met drie Engelsen in een Toyota Landcruiser, Mitch, Allan en Lance, en een jonge Duitser in een Magirus, Jonas. We hebben ze ontmoet op de ambassade en hebben de laatste nacht bij hun doorgebracht. Onze camping was achteraf nogal duur, 11 dollar per nacht! Dus, de laatste nacht geslapen op het terrein van "National Conference campground" of zoiets. Het is een conferentie-oord waar je mag staan. We zien het Olympisch atletiekteam oefenen; gewichten met betonblokken!! We overnachten er gratis, ze willen de volgende ochtend geen geld hebben.
Dan, in konvooi naar de grens met Ethiopie. We rijden rustig over een redelijke weg. Overnachten in de bush met heel veel wind. Nog even voltanken in Soedan, het is hier goedkoper dan in Ethiopie.
De grensovergang bij Gallabat bereiken we tegen de middag. De weg is ondertussen al lang geen asfalt meer maar hobbelig en bobbelig. Bij de grens regelen we de formaliteiten bij de immigratie (even registreren en weg) en de douane. Bij de douane moeten we even wachten, het is vrijdag en ze moeten eerst even bidden. Ondertussen worden we al lastig gevallen door vooral jonge jongetjes die roepen "You, you, give me……". Het zijn kinderen uit Ethiopie.
De security, de belangrijkste mannen hier, is niet aanwezig en daar wachten we maar niet op, we hebben tenslotte de stempels voor het carnet en het paspoort. De grens met Ethiopie ligt vlakbij. Het "You,you,you" hangt me nu al de keel uit. Het is eisend, niet vriendelijk vragend. Ze willen geld of pennen, T-shirts of eten, het maakt niet uit wat. Meer Engels dan die woorden kennen ze niet.
De politie in Ethiopie is correct en het paspoort is snel en zonder geld gestempeld. Het douanekantoor ligt 40 kilometer verder. De weg is beroerd, we worden aangeroepen door heel veel kinderen, het is echt niet leuk meer.
Ondanks eerdere berichten van overlanders is de douane nog open. Ze stempelen het carnet niet af, dat gebruiken ze niet hier. Voor de prijs van $ 1 vullen ze allemaal papieren in ter vervanging van het carnet. We hebben bij de douane onze eerste kennismaking met local food; een enorme pannekoek in een kleur van een jarenlang gebruikte en niet gewassen dweil. De smaak is een beetje zuur, je eet het met een soort peper. Desondanks gaat het om het gebaar.
Weg bij de douane, nu een overnachtingsplek gaan zoeken. Van overlanders hebben we gehoord dat wildkamperen in Ethiopie vrijwel onmogelijk is omdat je direct lastig gevallen wordt door kinderen en volwassenen. Ach, als je dat hoort haal je je schouders een beetje op en denkt dat het wel meevalt. Nu, na een aantal nachten wildkamperen weet ik wel beter; het is een drama. Wij hebben nog een beetje geluk dat we met drie wagens zijn zodat je een beetje afgeschermd kunt zitten. We hebben zelf touwen gespannen om een beetje prive te kunnen zitten. Helaas laten de volwassenen en kinderen zich niet snel verjagen, ze zijn de hele dag aanwezig. Van 's morgensvroeg (06.00 uur) tot 's avondslaat (22.00 uur). En niet van een afstandje, nee als je niets doet staan ze binnen no time op 10 centimeter afstand. En niet 1, 2 of 10, nee 40 of 50 is het gemiddelde. Het is eigenlijk niet goed te beschrijven, je moet het meemaken. Het voelt heel ongemakkelijk als er 100 ogen op je gericht zijn terwijl je gewoon zit. Het is niet alleen als je stopt om te gaan overnachten, het is overal waar je stopt al is het maar voor twee minuten om de honden te laten plassen. Waar ze allemaal vandaan komen, Joost mag het weten. We zien onderweg wel overal mensen lopen, je kunt geen kant op kijken zonder dat je mensen of kinderen ziet. En dan nog al die mensen en kinderen die je op het eerste gezicht niet ziet. Het is mij bekend dat er in Ethiopie veel mensen wonen maar het lijkt erop dat al die mensen zich op straat bewegen. Veel mannen die op een stok hangen en de dag aankijken, vrouwen zwaarbeladen met gedroogde koeienvlaaien op hun rug, kinderen met hout aan het slepen. Het leven is voor veel vrouwen en kinderen zwaar; het is ze af te zien. Kinderen van nog geen 5 jaar oud aan het zeulen met stapels hout, nog kleinere hummeltjes met vee. Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld.
Enerzijds ben je begaan met de mensen, echter het is heel vervelend dat overal waar je komt, gaat of staat het eerste wat ze zeggen is; "you,you, give me money!". Hoe het komt dat het hier zo erg is (in Soedan is er niets aan de hand, bij de grens begint het gelijk) weten we niet. Misschien de enorme hulpacties in de tachtiger jaren waarbij enkel directe benodigdheden gegeven werden in plaats van projecten op te zetten. Het is heel anders dan in West Afrika waar ze ook wel wat willen, maar hier is het eisend en vaak schreeuwend. Nee, voor de mensen hoef je niet naar Ethiopie.
Waar je wel voor naar Ethiopie moet is de natuur. Ook die verandering begint gelijk bij de grens; meer heuvels en bergen, veel meer groen en veel grote, oude bomen. Frappant dat zo'n verandering opeens daar is.
We rijden in een paar dagen naar Addis Abeba. Het rijden met elkaar gaat niet helemaal goed, de Engelsen zijn dominanter en het lijkt erop alsof wij er achteraan komen. Zij bepalen ook een beetje hoe of wat. Voor ons maakt dat even niet zo veel uit, we vinden het al gauw goed en weten dat we geen weken samen hoeven te reizen. Op een middag rijden we naar de Blauwe Nijl. Daar willen we proberen te overnachten. Het is een lange en vermoeiende rit, we dalen van ongeveer 3000 meter naar 1400 meter. Natuurlijk rijden wij met de vrachtwagens veel langzamer en als we dan bij de rivier aankomen zijn er geen Engelsen. Er is ook geen enkele mogelijkheid om te parkeren. Dan maar weer de bergen in. We gaan als slakken en al snel zijn we ook Jonas kwijt. Geeft voor ons niets, we komen wel. Maar dan begint het donker te worden en besluiten we te stoppen. Het is voor ons onverantwoord om in het donker in de bergen te rijden. We snappen ook niet helemaal dat de Engelsen daar geen rekening mee houden. Na een overnachting op een prachtige plek met uitzicht op de bergen en de rivierbedding zien we elkaar weer de volgende ochtend. We reizen weer verder. Het geeft wat problemen bij een hotel onderweg; de Engelsen willen wassen en aan de auto klussen. Zij kunnen er staan met hun Toyota, onze vrachtwagens geven problemen, ze zijn te groot. Uiteindelijk rijden we weg met de Engelsen op kop. We hebben ze niet meer teruggezien.
Van ons hebben ze nog boeken, van Jonas hebben ze meer spullen. Het valt me zo tegen dat men niet als volwassenen met elkaar om kan gaan. Als het niet gaat, gaat het niet. Maar wees dan wel eerlijk, geef het aan en neem normaal afscheid. Voor ons is het niet zo erg, we zijn gewend alleen te reizen. Helaas is Jonas nog jong en heeft een Magirus met veel problemen en weinig geld. Hij blijft bij ons, misschien wel noodgedwongen.
In Addis Abeba staan we bij het Bel Air Hotel. Niet slecht, een vrij rustige plek waar de mannen aan de auto's kunnen knutselen. Het kost per wagen 30 Bir (10,00). We blijven er twee nachten en vertrekken dan naar het zuiden.
De Engelsen komen we niet meer tegen. Op aanraden van een overlandtrip-begeleider stoppen we in Shashemene, een plek waar hot springs zijn. Het hotel is luxe voor de begrippen hier, de prijzen zijn navenant. Voor een parkeerovernachting moeten we 37 Bir per persoon betalen (terwijl een maaltijd met drank ongeveer 20 is). Dat is te veel. Wim praat met de manager, zegt dat we voor toeristenbureaus werken en laat een zelfgemaakte brief zien van het ministerie van Tourisme in Nederland, samen met de camera en computer. Het lukt, we mogen voor niets staan. Ook de volgende ochtend kunnen we gratis naar de nabijgelegen hot springs. En die zijn echt hot. Je kunt er bijna niet onder staan, maar na verloop van tijd wen je er een beetje aan. Helemaal verschrompeld komen we terug, dat was eindelijk iets dat de moeite waard is om voor om te rijden.
We blijven hier twee nachten. De plek is prachtig en je wordt niet lastig gevallen. We kunnen genieten van het mooie uitzicht; groene bergen en in de verte een meer.
En de dieren hier! Het enige wild wat we tot nu toe gezien hebben waren de nijlpaarden in de Niger, een dood aardvarken op de weg, een geplette hyena, een opgezette hyena en een luipaardenvel wat langs de weg te koop werd aangeboden.
Hier zijn 's morgens de aapjes actief. Kleine groenige aapjes en prachtige zwarte aapjes met lange witte haren over hun rug en een mooie witte pluimstaart. Ze zitten vlakbij, in de bomen, op de auto, op het hek, in het gras op nog geen twee meter afstand. Ze reageren op de honden en kijken nieuwsgierig vanuit de bomen. De zwart/witte apen brullen luidruchtig, de groene aapjes krijsen. Gieren zitten in het gras, te kluiven op een stuk vlees. Je kunt ze bijna aanraken. Over je hoofd scheren de roofvogels, je voelt de wind door je haren gaan. Het geluid dat de toekans (je weet wel, de Van der Valk-vogel) maken als ze vliegen is meer dan onze zwanen maken. Het is hier werkelijk prachtig en we genieten enorm. Echt even een dag echt rust, geen werk aan de auto of schoonmaken maar genieten van de hot springs, biertje en een boek. Natuurlijk uitkijken in de zon want we zitten hier op grote hoogte (ik weet het niet precies) en voor je het weet ben ik zo rood als een kreeft.

Dinsdag 19 februari 2002

We zijn in Kenia!
Na de prachtige ervaring in Shasemene, Ethiopie zijn we samen met Jonas naar het zuiden gereden. Gelukkig over een goede geasfalteerde weg. Echter kunnen we de eerste 120 kilometer nergens stoppen, overal langs de weg staan huisjes en zijn er mensen. Zoals wij dorpen met lintbebouwing kennen, kennen ze hier gewoon 120 kilometer lintbebouwing. Er lijkt geen einde aan te komen. Dus ook niet even stoppen om te plassen of de honden uit te laten. Wel stoppen we nog even voor houtskool, bananen en ananas. Wim koopt een hele tros, een echte tros voor ongeveer 3 gulden. Helaas krijgen we na drie dagen genoeg van bananen en moeten we er een heleboel achterlaten voor apen. De tien ananassen kosten ook slechts 3 gulden. Veel fruit gegeten, maar nu heb ik eerst genoeg bananen en ananas gegeten voor de komende 2 jaar.
Het lukt ons om 's avonds een plek te vinden tussen de dennenbomen. Het ruikt ook als een echt dennenbos. We zien bijna geen mensen, en de mensen die we zien bekijken ons van een grote afstand. Dan op weg naar de grens met Kenia. Het wordt ondertussen steeds rustiger met bebouwing en mensen. De omgeving verandert ook, het wordt droger, kaler en minder heuvelachtig. Ook de temperatuur verandert, het wordt gewoon heet.
Voordat we de grens bij Moyale bereiken tanken we de auto's nog even vol; Kenia is veel duurder wat betreft de diesel (en niet alleen wat betreft de diesel). Bij de grens zitten de douane en immigratie in 1 kantoor. Lekker gemakkelijk. Het is snel geregeld, de douane wil nog even rondkijken maar dat levert verder geen problemen op. Dan is daar de verbazing; de Engelsen staan hier bij de grens op ons (Jonas) te wachten. Ze gaven toe kwaad doorgereden te zijn maar dat ze toch op Jonas moesten wachten omdat ze beloofd hadden om hem onder hun hoede te nemen. Valt alweer mee. Jonas sluit zich gelijk weer bij hun aan. Wij gaan dezelfde middag nog de grens over, dan is alles maar geregeld en kunnen we morgen rustig aan om 9 uur in konvooi wegrijden. De Engelsen en Jonas blijven nog een nachtje in Ethiopie maar zullen ook morgen in konvooi meegaan.
De formaliteiten is Kenia zijn redelijk snel geregeld. Het visum voor 3 maanden kost 50 dollar per persoon, geen kattepis. De douane geeft helemaal geen problemen, het carnet is snel afgestempeld. We overnachten op een camping, althans wat daar voor door moet gaan. Er is niets, behalve water op 50 meter afstand uit een kraantje. Maar voor ons is dat genoeg, we hebben tenslotte ons eigen toilet en onze eigen warme douche. Die warme douche hebben we niet echt nodig, de temperatuur blijft lang in de avond boven de 30 graden.
's Morgens vertrekken we in konvooi naar Marsabit. Het is een afstand van 250 kilometer over een verharde weg. Het konvooi is verplicht omdat er nog wel eens (wanneer voor het laatst?) overvallen op wagens zouden plaatsvinden. Onder begeleiding van militairen vindt het konvooi plaats. Er wordt ons, als toeristen zelfs aangeraden een militair te huren die voor persoonlijke bewaking zorgt. Wat het precies kost weet ik niet, we vinden het niet nodig. Het hele konvooi is een beetje een lachertje. We registreren ons bij vertrek, onderweg komen we een aantal posten tegen waar we ons weer moeten registreren, maar verder rijden we alleen en zien niets of niemand. De Engelsen en Jonas staan ook klaar voor konvooi. We spreken niets af en rijden ook niet samen op.
Onderweg zien we een struisvogelmannetje, helemaal alleen over de kale vlakte. Het is een droog gebied met weinig of geen bomen, alleen wat lage en dorre struiken. De bodem is bezaaid met stenen en rotsen, geen uitnodigende omgeving om te wonen. En er woont dan ook bijna niemand. De weg valt mee, hij is slecht met veel wasbord maar we hadden het ons slechter voorgesteld. Tegen 15.00 uur komen we in Marsabit aan, de plaats waar het konvooi stopt. We vinden een campingplek bij het nationale park van Marsabit. Niet in het park want de toegang kost 15 dollar per persoon en nog eens 2000 Ksh (Kenian Shilling, ongeveer 65 gulden) voor 24 uur in het park vertoeven. De camping ligt net buiten het park, naast de toegangspoort. We staan daar voor 2 dollar pp en 3 dollar voor de auto. Niet echt goedkoop hier, zeker niet als je weet dat er niets is op die camping. Het water kun je tappen bij de toegangspoort. De campingplaats is een groene weide, omringd door grote groene bomen. We zijn de enige gasten. Het lijkt wel een beetje op een plek in de Ardennen, alleen zonder beekje.
We blijven hier uiteindelijk 4 nachten staan. De rust is overweldigend, de koelte door de bomen is verfrissend en de honden hebben er weer even een goede plek. Elke dag krijgen we een apenshow; een grote troep bavianen komt dagelijks langs. We vragen ons af wie nou naar wie kijkt. De eerste avond ziet Wim, als hij in het donker de honden gaat uitlaten, twee reflecterende ogen. Snel naar binnen. Was het een hyena? We weten het niet zeker maar dat is wel het meest waarschijnlijke.
De auto moest ook nog in het dorp gerepareerd worden, voor de derde keer zijn de luchtketels bijna los van de auto. Weer lassen. Gelukkig zijn ze nooit helemaal afgescheurd en merkt Wim het als we in de mogelijkheid zijn om te laten lassen.
Dan moeten we weer verder. Nu richting Isiolo. De afstand is ongeveer 265 kilometer. Er is een konvooi dat 's morgens om 6 uur vertrekt. Verplicht is het niet. Dus doen we het niet. Het lijkt mij een beetje op het in stand houden van arbeid en inkomsten van militairen. We vertrekken om half tien. Eerst mogen we niet door, dan moeten we vooral niet onderweg blijven overnachten etc. We gaan gewoon lekker rijden. Van dat lekkere rijden komt helemaal niets. We leggen 180 kilometer af over wasbord, wasbord en nog eens wasbord. Mijn nieren doen pijn, de honden lijken op van die hondjes die mensen vroeger in de auto hadden, met zo'n bewegend kopje, en Wim is wat kwijt in zijn broek. Het is een drama deze weg. 's Morgens vertrokken we met goede moed, het was bewolkt en het leek een eitje te worden. Om half vijf stoppen we, helemaal afgebrand en kapot. Wim en ik zijn het erover eens dat dit tot nu toe de meest slechte weg is die we gehad hebben. Het gaat niet om de snelheid, het gaat om het constante door elkaar schudden van alles, het lawaai dat het geeft en het gevoel dat alles overal los trilt. We overnachten zonder problemen in de bush.
De volgende ochtend gaan we weer met vernieuwd enthousiasme op weg. We komen het konvooi vanaf de andere kant tegen en zien op elke vrachtwagen wel een gewapende militair zitten. Een overlander met een Unimog-zebra is ook in gezelschap van een militair. Wat een werkverschaffing.
Bij Arthur's Post, na ongeveer twee uur slechte weg, stoppen we voor brood. Er is een camping, voor het Samburu National Park.Kosten? Ongeveer 30 gulden voor de overnachting en dan nog eens 18 gulden voor bewaking (???), over de auto is nog niet gesproken. Voorzieningen zijn er niet. Dan eerst maar eens naar de ingang van het park. Daar gaan we ook niet in, de prijzen zijn afschrikwekkend; toegang per persoon voor 24 uur is 27 dollar, de auto kost nog eens 130 gulden, en dan nog de overnachtingskosten voor de camping in het park. Dan maar verder op kijken.
Dan raakt Wim aan de praat met Catherine, een dokter uit Amerika die hier onderzoek doet naar geneeskrachtige planten. Ze is met haar assistent, een Samburu-man. We kunnen aan de rivier staan, bij de plek waar zij haar onderzoek doet. Voor 500 Ksh (ongeveer 18 gulden per nacht). We rijden achter haar aan, om het Samburu park heen en komen na 1,5 uur aan. Nee, geen onderzoeksplek met goede behuizing, ze kampeert hier in een tentje en wordt bijgestaan door Samburu-mannen. We hebben een mooie plek en zullen wel wat wild zien hier. De rivier is bijna opgedroogd maar we kunnen er nog steeds de was in uitspoelen en de honden erin laten spelen.
Samburu. Een volk in Kenia. Niet zo bekend als de Masai, maar wel net zo traditioneel. De Samburu lopen ook nog veel in traditionele kleding. Dagelijks. Rode, veelal geruite (uit de Britse tijd) doeken. Veel gekleurde kralen, verwerkt in armbanden, horlogebanden, oorhangers, kettingen en hoofdversieringen. Grote gaten in de oren met soms daarin stukken ivoor. Het haar is veelal in kleine vlechtjes, gekleurd met oker, verstopt onder een doek. Het is prachtig om te zien, kleurrijk en echt. Want deze mensen hier lopen hier niet voor toeristen er zo bij, ze zijn echt, ze houden vast aan de tradities.
We staan rustig, een beetje in de schaduw van grote bomen. Bij een aantal is kippengaas om de stam gedaan, dit om te verhinderen dat olifanten de bast opeten waarna de boom sterft. En dat doen hier in de omgeving een aantal bomen. Met veel gekraak horen we er een paar omgaan. Gelukkig niet op ons hoofd.
We zien 's morgens vroeg aan de overkant van de rivier (ongeveer 50 meter breed en gewoon over te steken door mens en dier) een olifant!!!!!!!!! Helaas zien we het niet zo goed omdat we tegen de zon in kijken. Maar wel even een olifant gescoord bij een bakje koffie. We zien maraboe's, visarenden, ijsvogeltjes, aapjes en bavianen. Het is een prachtige plek.

Maandag 4 maart 2002

We staan sinds een paar dagen in Nairobi. In tussentijd is er weer genoeg gebeurd om over te vertellen.
We zijn 5 dagen gebleven bij het Samburupark. Dan richting Nairobi, Pier ontmoeten. Het duurt nog een paar dagen voordat hij arriveert zodat we de tijd hebben om naar Nairobi te rijden. Vanaf Isiolo, ongeveer 50 kilometer zuidelijk, begint de asfaltweg. Jippie!!!
We rijden op een zondag en zien onderweg veel Kenianen gekleed in hun zondagse pak. Heel erg netjes, ook de kleine kinderen. Natuurlijk niet allemaal, er lopen ook nog genoeg sloddervosjes rond. Het valt ons op dat er overal schooltjes en kerkjes zijn. Vanaf de weg wordt alles aangegeven middels borden. Er staan echter zoveel borden dat je, als je echt iets zoekt, er geen wijs meer uit kunt worden.
Dan zien we, terwijl het landschap verandert in open, heuvelachtig gebied met enorme graanvelden tot zover het oog reikt, in de verte de besneeuwde toppen van Mount Kenya. Een vreemde gewaarwording. We zijn net aan de andere kant van de evenaar gereden, we zitten midden in donker Afrika, het is gewoon lekker warm en dan zie je opeens sneeuw!
Het is hier prachtig, het goudgele graan waait in de wind.
We kunnen zowel aan de west- als aan de oostkant om Mount Kenya rijden. We beginnen aan de westkant omdat die route op de kaart korter is en een betere weg zou zijn. Dan komen we na 3 kilometer een Engelsman op de motor tegen. Hij weet een mooie plek om te overnachten en zegt dat we vooral de andere route, de oostkant, moeten nemen omdat de weg beter zou zijn en de route veel mooier. De overnachtingsplek is niet eenvoudig te vinden, zonder zijn aanwijzingen zouden we er nooit gekomen zijn. Even een stukje terug, dan een zandweg in, doorrijden en uiteindelijk kom je dan een houten paal tegen. Zelf even openen, niet letten op de borden, en verder rijden. We rijden omhoog, het bos in. Onderweg komen we wel Kenianen tegen, maar die wonen in de bergen. Uiteindelijk volgen we een pad totdat we niet verder kunnen, de wagen is te breed en te hoog tussen de bomen. Oeps, daar valt een koeienhoorn. Dan maar stoppen en een plekje vinden. We vinden een plek op een open plek, omringd door bomen. Het bos is net een oerbos, donker, begroeide bodem en veel, heel veel oude bomen. We staan er voor twee nachten en zien niemand. We horen slechts twee auto's.
Het is overdag lekker warm en de zon brandt lekker. Tegen een uurtje of vier begint het af te koelen en moeten we ons echt weer aankleden; lange broek, sokken en een trui. Met het uitlaten van de honden doe ik zelfs een sjaal om. De nachten zijn koud, ongeveer 7 graden en er valt wat regen. Het begin van het regenseizoen?
Kim en Brown hebben weer even de tijd van hun leven; eindelijk rennen en snuffelen zonder prikkels en stekels. Kim, een oude tut van 12 jaar lijkt wel een jonge pup die voor het eerst naar buiten mag. Brown kan weer tijden in holletjes kijken en snuffelen, vrolijk zwaaiend met haar staart.
Het is een van de mooiste plekken waar we gestaan hebben. De rust en stilte overvalt je, het prachtige groen in verschillende tinten blijft indrukwekkend. Jammer dat we weer weg moeten. Als we ooit nog terugkomen dan zoeken we deze plek weer op.
Dan weer onderweg. De route over de oostelijke weg is prachtig. Erg heuvelachtig (ojee, de rechter voorrem rookt en stinkt een beetje) en slingerend. We zien nog even de graanvelden, dan komen de theeplantages, de ananasplantages van Del Monte en rijstvelden. We overnachten nog een keer halverwege omdat we nog even de tijd hebben want Pier komt iets later. De overnachtingsplek is niet meer in de bush. Dat is langs deze route niet mogelijk. Helaas want het wordt een onrustige nacht bij een restaurant. Als we 's middags aankomen zijn er al diverse Kenianen die zo dronken als een lor (van de eigengemaakte alcohol) rondlopen en omvallen. Vanaf 7 uur 's avonds gaat er een dieselaggregaat aan de gang die tot 10 uur blijft loeien. We moeten de auto verzetten want we kunnen niet meer normaal tegen elkaar praten. Ach, wat was die plek in het bos toch prachtig.
Nairobi, we komen er op tijd aan. De weg wordt opeens tweebaans, de eerste die we zien sinds Marokko. We rijden gladjes, de muziek kan weer aan. De camping, Upper Hill Campside, is redelijk eenvoudig te vinden. Het is druk in de stad, we staan even in de file. Uithangborden met bekende merken, mooie reclameposters, het is of we weer terug in Europa zijn (alleen zijn er dan wel veel buitenlanders).
De camping wordt gerund door een Nederlandse, Melia. Redelijk dicht bij het centrum gelegen in een rustige straat. Geen grote camping, wel genoeg ruimte voor vrachtwagens. Pier is er nog niet. Bij iedere vrachtwagen die we horen gaat het hart sneller kloppen. Helaas wordt deze straat (omdat het natuurlijk zo rustig is) gebruikt door lesvrachtauto's en zitten we erg onrustig. We bellen Pier en die staat nog in Arusha maar komt de volgende dag.
Weer het spannende wachten,het duurt uren. Maar dan, dan is hij er. Het voelt zo goed, maar ook zo vreemd. Pier, zonder Jaquelien, Suus en Fanny (de honden) maar gelukkig met Berber (de derde hond). Helaas moet Pier gelijk naar het plitiebureau omdat hij met een voorwiel een personenauto een tikje gegeven heeft. Gelukkig verzekerd en na een paar uurtjes kunnen we aan het bier.
We gaan met elkaar naar de stad om te pinnen en te internetten. Ach, dat hebben we niet meer gehad sinds Europa; even snel pinnen en nog sneller internetten. Dan boodschappen doen bij de Cash en Carry, een groothandel. Maar geen probleem voor Mezunga (blanke), geef de naam van een bedrijf op en je krijgt een pasje. We kopen in het groot in; bier, frisdrank, jam, toiletpapier enz. De prijzen liggen op Nederlands niveau, maar we zijn blij dat we kunnen kopen, veel produkten hebben we in maanden niet gezien.
De ijskast wordt gemaakt, kost een paar centen (f 300,--) maar je hebt er weer wat voor. Een band wordt meegenomen om geplakt te worden. Gemakkelijk, ze halen het op (ook de ijskast) en brengen het gerepareerd weer terug.
De volgende dag komen ook Niels en Jelle. Niels rijdt met Pier mee terug naar Nederland, Jelle moet 's avonds op het vliegtuig naar huis. Lekker met elkaar gegeten, een oude Telegraaf en een nieuw 10 eurocentmuntje gekregen.
Gisteren zijn Wim en Niels naar de film geweest: Lord of the rings. Alle twee enorm genoten.
Helaas regent het 's nachts iedere keer flink. Grote plassen en baggerschoenen en de container lekt bij een raam. Getver, na maanden zonder regen ben je het toch al weer na 1 dag zat. Vandaag heb ik, voor het eerst, de zon nog niet gezien. Maar dat komt wel weer.
Nou, lieverds alles dus goed hier. We hopen ook met jullie. Als er roddels, spannende verhalen of leuke gebeurtenissen zijn geweest, laat het ons weten.

XXXX Wim, Kim, Brown en Monique