Woensdag 26 juni 2002

Nu in Zambia op een van de mooiste campings die we gehad hebben. Maar daarover later meer, nu eerst terug naar waar we gebleven waren.
Lilongwe, de hoofdstad van Malawi. Boodschappen gedaan in een grote supermarkt; gerookte zalm, winegums, Lays chips en nog meer waarvan ik heb gedroomd. Lekker is dat om weer eens door een winkel te lopen waar ze zoveel hebben. Nee, hier in Afrika is niet in elk gehucht een AH. Na de boodschappen op zoek naar de bibliotheek van The British Council. Even zoeken maar dan toch gevonden. In de bibliotheek kunnen we internetten. En dat gaat als een trein. Ik kan mijn hotmail schonen; 257 nieuwe berichten, er zijn er zelfs al een aantal overschreven. Slechts 3 berichten waren persoonlijk voor mij, de rest was allemaal shit. Mijn filter aangepast zodat nu slechts mij bekende afzenders kunnen mailen. Ook het versturen van het verhaal gaat snel, de foto’s lukken ook. We sturen ook nog het vorige verhaal mee want dat staat nog niet op de site; misschien niet doorgekomen vanaf Tembo.
Tjeetje, dat was een lekkere zaterdagochtend in Lilongwe. De stad is niet groot of druk. Ook al rijden we er slechts doorheen, het lijkt een “easy going”stad.
Dan naar de grens met Zambia. Na twee uurtjes bereiken we de grens. Geen probleem aan de kant van Malawi, nu nog afwachten voor Zambia. Eigenlijk ook geen probleem, behalve dat we moeten betalen; $25 pp voor het visum en dan nog eens $47 voor de roadtax (eerst wilden ze ons meer dan $60 rekenen omdat de vrachtwagen gezien wordt als commercieel voertuig!).
Zo ben je al bijna 110 Euro kwijt zonder dat je iets hebt. Het hakt er elke keer weer lekker in.
Maar, verder dus geen enkel probleem. Ook hier kijken ze niet in of zelfs naar de vrachtwagen, laat staan naar de honden. Wel bemerken we hier dat ons carnet niet geldig is voor Zambia. Gewoon, staat er niet op gedrukt. Foutje van de ANWB? Dan maar een gratis tijdelijk invoerdocumentje wat we bij uitgang weer moeten inleveren. De totale grensformaliteiten nemen ongeveer 1,5 uur in beslag. Een vluggertje.
We rijden een stukje verder en gaan naar “The yellow Chicken campsite”, net voor Chipata.
Gelegen aan een poel, in het gras met uitzicht op bergen. Helaas is dat uitzicht niet zo ver op dit moment omdat er velden met droog en hoog gras in de fik staan. De wind staat precies de kant van de camping op, maar ze zijn al bezig het vuur te doven en er is dus geen gevaar…..
Het knetterende geluid van het vuur en gras is overweldigend, een verschijnsel dat hier vaker voorkomt. De verkoolde grassprieten dwarrelen door de lucht.
Eén nachtje is voldoende, ondanks het leuke uitzicht en de rust. Via een dirt road gaan we naar het “South Luangwa National Park” en belanden we op “Flat Dogs”, een camping gelegen aan de rivier Luangwa. De rivier vormt de grens met het park.
Het is een ruime camping ($5 pppn) met hete douches, elektriciteit (pizza uit de grill!), grote bomen, geen grote honden (zoals we die de laatste campings zijn tegen gekomen; ridgeback, boerenbul enz. Dat zijn grote kalven met enorme spieren, Kim en Brown vallen er bij in het niet) en een prachtig uitzicht op de rivier en het tegenover gelegen park. We staan hier nu drie nachten en het is in een woord fantastisch.
We hebben game-drives gemaakt. Vanaf de camping in een open Landcruiser door het nationale park. Normaal kunnen er 9 personen ruim zitten, nu zijn we met 8. Eentje van 16.00 uur tot 20.00 uur en een van 06.00 uur tot 10.00 uur, ideaal met de honden die dan in de container kunnen blijven. Zonsondergang en zonsopgang dus. En koud dat het was! Gewapend met truien en mutsen moesten we de barre tocht doorstaan. Als de zon er niet is, is het verrekte koud in zo’n open wagen. Maar je ziet wel van alles. Een opsomming van het wild wat we in het park gezien hebben; olifanten, hyena, wrattenzwijn, nijlpaarden, zebra’s, genet, giraffes, gazellen, buffels, impala’s, puku’s, krokodillen, honingdas, waterbok, mongoose, killerbees in een honingraat aan een baobab en bushbucks. Helaas geen leeuwen, cheetah’s, aardvarkens enz, maar toch veel in korte tijd. Het kost wel weer een paar centen, $65 pp in totaal, maar het was zeker de moeite waard. De meeste indruk maakten de buffels; die zijn echt groot, massief en gespierd. Geen ruzie mee maken dus.
En dan nog alles wat we zien op de camping, bavianen en vervet monkeys lopen rond. In de rivier drijven krokodillen en liggen tientallen nijlpaarden. ’s Middags om ongeveer 16.30 uur gaan we aan de oever van de rivier zitten tot zonsondergang (18.00 u), net als ’s morgens om 06.30 uur, koffie bij zonsopgang. Het is net of je een natuurserie op tv zit te kijken in je luie stoel. Het mooiste was gisterenmiddag; een groep bavianen om me heen (deze zijn al groter dan Kim en Brown), nijlpaarden en een krokodil in de rivier en een kudde olifanten aan de overkant op de oever. Na enige tijd kwam er nog een kudde olifanten bij, in totaal meer dan 30 olifanten. Geen hele grote, maar wel veel kleintjes. Ach, die zijn toch wel schattig. De rivier is ongeveer 75 meter breed dus we kunnen ze goed zien. Maar, de hele kudde wil beter bekeken worden; ze gaan te water en komen naar ons toe. Even actie ondernemen; tafel en stoelen weg en de honden naar binnen. Want wat een kudde van 31 olifanten doet, weten we niet. Het is indrukwekkend, je mond staat open van verbazing. Rustig aan komen ze over, de grote lopend en de kleintjes moeten zwemmen, maar ze houden elkaar vast, slurf aan staart. Eenmaal op de kant lopen ze de begroeiing in naast de camping. Er is geen omheining maar ze blijven in de begroeiing lopen. Stel je eens voor; een olifant op 10 meter naast de truck, die daar eens rustig staat te eten en zichzelf ondergooit met stof. Om het allemaal compleet te maken trompettert er nog eentje. Dit is Afrika. Maar er kan nog meer. Als we later als het al donker is, binnen zitten zie ik opeens bij de vuilnisbak iets bewegen. Eerst denk ik aan een varken, zo’n aparte die wit is met bruine vlekken. Door het licht wat er is van een lamp en de volle maan zie ik dat het een hyena is. En geen kleintje ook. Nog voordat Wim kan kijken is hij al weer verdwenen. Tjeetje, dat was een grote. Mooi gevlekt (spotted hyena) en leuke ronde oortjes. En of het niet genoeg is horen we later nog van alles door het struikgewas. Het zijn nijlpaarden die komen grazen. Door de heldere lucht en de volle maan hebben we er een goed zicht op. Trouwens de maan hier is anders dan bij ons. Omdat we aan de andere kant van de evenaar zitten, “ligt”de maan als hij opkomt, net als de Grote Beer.
Vanmorgen weer nijlpaarden en krokodillen gezien. Visarenden en ooievaars vliegen af en aan. Het is hier een paradijs. Ook weer elke dag een onbewolkte lucht, in de zon warm maar in de schaduw aangenaam.
Morgen willen we weer verderop gaan kijken. We zullen zien of we kunnen vertrekken van dit paradijs.

Zondag 30 juni 2002

Nee, we zijn nog maar een nachtje gebleven. Ondanks dat er een overlandtruck met ongeveer 18 personen bij komt, blijft het rustig. Als we de camping uiteindelijk verlaten zien we op de valreep nog een giraffe en een puku. Een puku is een soort hert, iets groter, steviger en hariger dan een impala. Ook de haarkleur is anders; meer een kleur, een beetje bruin/rood.
Dan weer op weg naar Chipata, terug naar de Yellow Chicken campsite. De weg is gedeeltelijk mooi geteerd, de rest hobbelig en bobbelig. Dat er een stuk geasfalteerd is, is enkel en alleen omdat de president in de buurt een optrekje heeft; de weg tussen het optrekje en het nabijgelegen vliegveld is geteerd! Weer een voorbeeld van het achterlijke gedrag van de leidende figuren hier in Afrika. Zelfverrijking en zelfbevoordeling is overal aanwezig. Dat er elektriciteit op de camping is; alleen vanwege dat optrekje van de president. In de wijde omtrek is er niets, geen stromend water laat staan elektriciteit.
Onderweg zien we in het zachte zonlicht dat de bomen in herfstkleuren zijn. Zoals het bij jullie zomer is, is het hier winter. Ook zijn er kale bomen en mooi groene bomen, maar de meeste hebben droge, herfstgekleurde bladeren. Het gras wat er tussen groeit is hoog en droog en is op veel plaatsen verbrand of aan het smeulen. De komende dagen zullen we onderweg iedere keer die prachtige herfstkleuren zien, zeker in het middaglicht wat tegen de bergen schijnt.
Langs de weg zien we, zoals sinds Kenia, overals stoelen en tafels staan waarop de verkoopwaar ligt. Het zijn bananen, een soort oliebollen, zoete aardappelen, tomaten, uien, kool enz. Het ligt uitgestald per “hoopje”, je koopt hier geen pond of kilo tomaten, nee je koopt reeds uitgestalde hoopjes voor een vaste prijs. Vijf rood glanzende tomaten op een hoopje, moeilijk te stapelen zoete aardappels, een torentje uien.
Men maakt hier veel gebruik van een fiets, is Nederland wel het fietsland bij uitstek? Het leukste zijn de jonge moeders, gehuld in doeken als rok, met op hun rug een baby gebonden, achterop in een rieten mandje een ander kind, op een herenfiets. Of mannen met allerlei handel op de fiets; manden, jerrycans, levende geiten, kratten limonade, manden met broden, kippen hangend aan het stuur. Het is druk op de weg. Ook veel mensen aan de wandel, maar het lijkt wel of ze hier ook nog iets doen; ze dragen allemaal wat. Op het hoofd (waar de vrouwen erg goed in zijn), op de rug, over de schouder of in hun handen. Een bezig volkje lijkt het. En dat allemaal langs of op de weg. De weg waarover wij rijden en tijdens het rijden veroorzaken we enorme stofwolken, maar die schijnen niemand te deren.
Dan weer op de camping. Nu een beter uitzicht dan de vorige keer met de rook van het verbrande gras. Een rustige nacht en dan op richting Lusaka, de hoofdstad van Zambia.
Halverwege, als we net over de rivier de Luangwa zijn, is een camping. Het is weer genoeg geweest voor vandaag, eerst 200 km teerweg met enorme gaten, heuvels en bergen, vervolgens goede teerweg. Totaal ongeveer 320 km. Dat is echt genoeg, we zijn het alweer zat. De camping stelt niets voor, wel warme douches (prijs is navenant, $3 pp). We zullen hier twee nachten blijven alvorens naar Lusaka te rijden.
Ik was nog wat vergeten over Lake Malawi (geloof ik). Dat we in de lucht boven het meer hele wolken zagen met vliegen, enorme grijze wolken. Zolang ze boven het water blijven heb je er geen last van, het is de wind die ze meevoert naar het land. Als dat zo is, is de bevolking blij; ze vangen de kleine vliegjes en bakken ze door de cake; “fly-cake”. Nee, ik heb even geen trek.

Dinsdag 9 juli 2002

We zijn in Zimbabwe, in het mooie natuurpark “Mana Pools”. Gezeten aan de rivier Zambezi met het geluid van vele vogels om me heen ben ik bezig jullie te informeren. Maar ik moet wel oppassen voor van alles hier, maar daarover straks.
In Lusaka (de hoofdstad van Zambia) hebben we op een camping gestaan, ongeveer 10 kilometer van de stad. Bij het binnenrijden van de stad zien we al snel een soort winkelcentrum, met een enorme supermarkt. Stoppen dus. Het is een enorme “mall” zoals in Amerika en zoals we die in Nederland nog niet echt kennen. Het is vrij nieuw en het ziet er allemaal gelikt uit. Veel mensen hier, ondanks dat het een maandag is. Bij navraag blijkt dat het een nationale feestdag is, morgen ook nog. In de mall kopen we echt lekker brood een kaiserbolletjes zoals ze thuis smaken. Op de camping gaan we eerst smullen van het brood belegt met kaas en ham, weggespoeld met verse melk! Hier zien we een Duits echtpaar met een zwarte Unimog, al jaren aan het reizen in Afrika.
Zo warm als het vorige nacht was, zo koud is het hier ’s nachts. Het koelt af tot 4 graden en dat is niet echt warm. We slapen er niet minder door want het dekbedje is aanwezig. Op de dag is het bewolkt en blijft de temperatuur steken op de 15 graden. Brrrrrr… lange broeken, sokken en truien aan.
We blijven hier 3 nachten omdat we zgn. travel permits voor Kim en Brown moeten regelen. Aangezien het nationale feestdagen zijn kunnen we pas op woensdagochtend gaan informeren. Iemand in Zambia, een blanke, zei dat je zoiets nodig hebt om Zimbabwe in te komen. Dus eerst naar de Zimbabwaanse ambassade. Lusaka is een eenvoudige en redelijk rustige stad en we vinden vrij gemakkelijk de ambassade. Daar weten ze ons niets te vertellen want de persoon in kwestie is even weg om zijn auto te wassen!?! Voor hoe lang? Schouders worden opgehaald. Komt hij vandaag nog terug? Weten we niet. Daar schiet je dus geen donder mee op. Dan maar naar een dierenarts van wie we naam en adres hebben. Zij weet ons te vertellen dat er een verklaring afgegeven dient te worden door de regeringsdierenarts. Dan maar daar naar toe. Oh, ja, een verklaring. We moeten kopieën maken van een formulier maar Wim kan dat delegeren aan de secretaresse. Dan betalen voor de verklaring. Het kost in totaal nog geen 5 gulden. Tja, we moeten nog wel even naar de gewone dierenarts want die moet de honden onderzoeken. Wim, die kan liegen dat ie barst, zegt dat we daar al geweest zijn en dat de honden bekeken zijn. Oh, nou, dan hoeft dat niet meer. Helaas kunnen we niet wachten op de verklaring want er moet ’s morgens getekend worden. De volgende ochtend terug en we zijn binnen 5 minuten op weg naar Zimbabwe, met de getekende en gestempelde formulieren zonder dat er iemand ooit de honden gezien heeft.
We nemen niet de meest gangbare grensovergang, Chirundu, maar een rustigere overgang, Kariba. Kariba ligt aan het Lake Kariba, een groot meer dat ontstaan is door een stuwdam in de Zambezi. Geen problemen aan de kant van Zambia. Dan over de dam, met aan de linkerzijde het Lake Karibu en aan de rechterzijde de schlemielige Zambezi. Dat valt even tegen, maar het zal wel zijn omdat de dam er is.
De autoriteiten aan Zimbabwaanse kant geven ook geen problemen. Een visum voor 60 dagen (zegt u maar wat) kost $30 per persoon, goedkoper en sneller dan op de ambassade in Lusaka ($42 en twee weken verwerkingstijd). Voor de honden wil er nog wel eentje even de formulieren zien en ook de nieuwsgierigheid moet bevredigd worden door in de container te kijken. Al met al geen enkel probleem deze grensovergang.
Dan zoeken we een camping in Karibu. Nou, dat heeft een paar uur geduurd. Het dorpje heeft enkel kronkelwegen en geen goede aanwijzingsborden. Dus toeren we meer dan 1,5 uur en 25 kilometer in de omgeving voordat we de MOTH-camping vinden (Member of the Tin Hats, een camping voor en door oudgedienden in een vrijheidsstrijd). De camping is schaduwrijk, met elektra, warm water en ……….een bad! Daar ga ik dus eerst een tijdje in liggen weken.
We kunnen nog niet betalen want ze willen geen buitenlandse valuta (omdat het een stichting is of zo). Wij dan maar wachten op al die lui die geld willen wisselen. De officiële koers is 55 Zimbabwaanse dollars voor $1, maar er is een zwarte wisselkoers, 400 tot 700 tegen een dollar (hebben we gehoord). Maar er komt helemaal niemand, ook niet de volgende dag als we met huurfietsen naar het geldwisselkantoor rijden (en lopen want het is heuvelachtig en die beweging zijn we niet meer gewend). Dan maar wisselen bij het wisselkantoor, dan krijgen we in ieder geval ook nog een bewijs dat we gewisseld hebben. We wisselen tegen een koers van 400, op het bewijs staat netjes de officiële koers van 55. De volgende dag lukt het om geniepiger te wisselen, nu tegen 500, zonder bewijs. De koers schijnt een beetje om laag gegaan te zijn, misschien omdat de regering (zoals we met grote koppen lezen in de krant) de zwart geldhandel hard gaat aanpakken. Maar, voor ons wordt het allemaal heel erg leuk met zo’n wisselkoers. We hebben $300 gewisseld en daarvoor hebben we nu al 750 liter diesel getankt en hebben twee volle karren met boodschappen gehaald in de buurtsuper. Er is vooralsnog genoeg diesel en een redelijk aanbod in de supermarkt. In ieder geval genoeg bier, wijn, port en limonade. De camping kost ons nu slechts 40 cent (oude centen) per persoon per nacht, dat is nog eens iets anders dan f 12,50 pppn.
Volgetankt en volgeladen gaan we richting “Mana Pools”, een nationaal park gelegen aan de Zambezi. Er zijn echter wat problemen die we nu al weten; de vrachtwagen is eigenlijk te groot voor het park om toegelaten te worden (meer dan 3 ton is niet toegestaan), honden (of welk ander levend dier dan ook) zijn niet toegestaan en er moet in Amerikaanse Dollars betaald worden door buitenlanders.
Maar, laat dat maar aan Wim over. Terwijl ik zorg dat de honden onder een kleedje liggen en blijven liggen gaat Wim het kantoor binnen. We hebben dan al 65 kilometer over wasbordweg gereden en zijn twee slagbomen gepasseerd. Wim heeft de prachtige onofficiële brief van het Nederlandse ministerie van Tourisme waarin staat dat we ambassadeurs zijn. Hij is goed in dit soort dingen want na 20 minuten komt hij weer buiten; de vrachtwagen is geen probleem en na een lulverhaal over betaald worden door de Nederlandse ambassade in Harare en gesproken te hebben met de Zimbabwaanse ambassadeur in Lusaka kunnen we gewoon in Zim-dollars betalen. Voor de toegang en 1 week in het park op de gemeenschappelijke camping (er is momenteel geen bushcamp vrij, maar kom morgen maar even terug) betalen we, omgerekend, f 40,00. Lachen dus. Alleen zitten we met de honden. Op de gemeenschappelijke camping kunnen we redelijk ver verwijderd staan van de vele Zuid-Afrikanen die hier net hun wintervakantie vieren. Toch is het niet echt fijn; de honden moeten binnen blijven en we zijn alert op geïnteresseerden die naar de vrachtwagen willen kijken. Het stiekem uitlaten is ook niet helemaal je van het, want je moet niet vergeten dat iedereen hier wel een verrekijker heeft. En in het donker moet je zelf uitkijken want het stikt hier van de hyena’s. Tja, dit houden we geen week vol, ondanks dat we hier mooi staan aan de Zambezi en wild zien. Om de honden uit te laten gaan we maar een stukje rijden. We zien redelijk veel wild, veel soorten herten, wrattenzwijnen en olifanten.
De volgende dag terug naar het kantoor. De, volgens Wim, heeeeel aardige dame is er een bushcamp voor twee nachten vrij, daarna moeten we maar weer terug komen naar het kantoor. Eerst bijbetalen, $1 omdat we nu op een vrijstaande campsite gaan staan. Ach, dat kunnen we nog wel missen. Dan op zoek naar de plek. Het kaartje wat we meekrijgen is flut en net het aanwijzingsbord voor onze campingplek is verscholen tussen de takken. Het duurt dus nog wel even voordat we er zijn. Ondertussen natuurlijk Kim en Brown onder de deken verstoppen als er een auto komt en als we iemand de weg vragen vooral niet uitstappen. Maar, ondanks deze stress zien we nog wel een leeuwensetje; een leeuw en leeuwin onder de struiken. Yes, een echte leeuw, de koning der dieren!!! En dan gaan ze het ook nog even doen voor onze ogen, op ongeveer 50 meter afstand. Wel snel klaar, in nog geen 20 seconden liggen ze weer zoals ze lagen. Tjeetje, wat zie ik nou? Heeft die koning der dieren, die prachtige leeuw met zijn gouden manen een halsbandje om! En niet een gewone, nee een fel oranje welke reflecteert in het donker, met zelfs nog een antenne er boven op! Nou dat valt me vies tegen, dat is geen echte koning der dieren zoals ik die ken uit de verhalen van Tarzan en het Junglebook.
Wat wel weer echt is, is de olifant die opeens voor ons op de weg staat. Die is dan toch wel groot. We wachten vol spanning om te kijken wat hij doet. Kijkt naar ons, komt iets naar ons toe maar steekt dan gelukkig verder over en verdwijnt een beetje. Wij snel er voorbij, oh wat zijn wij toch een helden.
Op onze privé campsite staan we redelijk beschut. De honden kunnen er regelmatig uit en zelfs enige tijd gewoon buiten liggen. Maar nog is het niet helemaal zonder stress; we horen auto’s (komen ze het privé pad op, waar Wim boomstammen heeft neergelegd?) en zien in de verte mensen staan en lopen. Allemaal gewapend met een verrekijker natuurlijk. Maar tot nu toe gaat het goed.
Vanmorgen vroeg zagen we twee buffels op 50 meter afstand tussen de struiken. We staan hier aan de oever en er is eerst een grote zandbank voordat het water begint. Het hoogteverschil tussen de oever en de zandbank is ongeveer 2 meter. Zie ik opeens horens bewegen en hoor ik geklepper. Ieeeeeeks. Een enorme “Cape Eland” staat daar even te grazen aan de takjes van de bomen. Langzaam komt hij de oever op en blijft rustig peuzelen. Een groot en zwaar beest met een bontje op zijn voorhoofd.
Ondertussen ben ik hier lek geprikt hier in het park. Niet door muskieten, maar door een soort horzels. Op mijn been een enorme schijf met een diameter van minstens 15 centimeter, nog diverse kleine op mijn rug en benen. De lelijkste is die op mijn linkeroog; volgens Wim kan ik zo meespelen in “The elephant man”.. Inderdaad, ik heb zo’n hangzak boven mijn oog welke een beetje over mijn oog hangt. Doet geen pijn en ik heb er (behalve als ik wil kijken met de verrekijker, dan zit er wat in de weg) geen last van. Maar, knapper word ik er niet op.

Donderdag 18 juli 2002

Jarig!!! Bedankt voor alle brieven, kaarten en telefoontjes. We gaan zo naar het vliegveld in Harare om de pakjes op te halen.
We waren gebleven in Mana Pools, het nationale park aan de Zambezi. Na twee nachten op een bush camp konden we ons verblijf met nog 3 nachten verlengen op een naastgelegen bush camp. Het blijft mooi, alle dieren die je hoort en ziet; ’s nachts de hyena’s en andere katachtigen, het rondscharrelen van de nijlpaarden, in de ochtend het grazen van buffels, de olifanten die vlakbij water komen drinken. Vanaf het dak van de container hebben we een prachtig uitzicht. Mooie zonsopgang en zonsondergang, stilte en geheimzinnigheid (hoor jij daar ook wat?).
Het lukt ons uiteindelijk dus om 6 nachten in het park te blijven. We kunnen nog wel 1 nachtje langer blijven, maar het is genoeg. De spanning die het verbergen van de honden ons kost is toch zwaarder dan je zou denken. Maar, die twee meiden hebben zich voorbeeldig gedragen, slechts 1 keer heeft Brown geblaft en dat was uit enthousiasme.
Tijdens het verlaten van het park zien we nog een zestal gevlekte hyena’s lopen en een grote kudde met elanden. Mooi park, rustig en voor weinig geld.
Dan richting Harare. Natuurlijk niet in 1 dag, dat is veel te ver voor ons. We stoppen halverwege bij een campsite. Hete douches, elektra, ruimte en een goed restaurant. En dat voor bijna niets. We staan voor omgerekend $1 per nacht en eten ons buik vol aan een zondagmiddagbuffet voor $1,5 per persoon.
Dan naar Harare. Geen hele grote stad, wel met mooie, brede straten, hoge gebouwen en luxe winkels. Na even zoeken vinden we de camping, The Rocks. Niet onaardig, in ieder geval de ruimte voor de honden en warme douches. Hier zijn ze zo slim om de overnachtingprijs in US Dollars te rekenen; 2 per persoon per nacht. De barrekening kan gewoon in Zim-dollars, neem nog maar een biertje! Eindelijk komen hier weer toeristen op de camping, nadat ze 5 maanden niemand gezien hebben.
We wisselen hier weer geld tegen een koers van 600 voor een US Dollar, de officiële bankkoers staat op 56 of zo. Hierdoor is het allemaal spotgoedkoop voor ons, maar ik denk voor de gewone man (of de stomme toerist die $1000 wisselt bij de bank) hier is het allemaal onbetaalbaar. De verhouding is zoek, de bankkoers is veel te laag. Bij de normale bankkoers betaal je 3 Euro voor een blikje bier, 1,5 Euro voor 1 liter diesel. Alles is idioot duur met die normale koers. Door de zwarte markt is het voor ons aantrekkelijk om hier, en niet in Zuid Afrika, wat aan de truck te laten doen. Er moeten nieuwe schokbrekers onder, het verenpakket moet aangepast worden en de remtrommels moeten worden gladgemaakt. Dat kan niet direct, maar over een week. Dus dan eerst maar boodschappen doen, plaats maken voor nog meer boodschappen en opruimen.
Voor wat betreft het zwarte geld; het zijn de blanke boeren die US Dollars nodig hebben. Ze willen harde valuta in contanten hebben voor het geval dat Mugabe ze hun land afschopt. Droevig eigenlijk, jaren hard gewerkt, iets goeds opgebouwd en dan de reële kans lopen om zonder pardon van je eigendom verjaagd te worden. We merken er verder niets van. In de stad rondlopen is rustiger dan in Utrecht, er is niemand die bedelt of zich opdringt. Easy going! Iedereen spreekt hier goed Engels, in tegenstelling tot Kenia en Tanzania.
Van de Amerikaanse journalist die in beroep is gegaan tegen zijn uitwijzing horen we enkel iets op de Nederlandse radio, die we elke avond proberen te beluisteren. Luns dood, verbrande kinderen in Limburg, nieuwe ministers, de US Dollar net zoveel waard als de Euro en de beurs natuurlijk……. Tja, laat ik bij dat laatste maar niet te veel stilstaan.

Maandag 29 juli 2002

We staan nu sinds vorige week maandag bij een garage op een groot industrieterrein. Het lukt allemaal wel, maar niet zo snel als we zouden willen. Er gaat veel mis; verkeerde onderdelen, geen juist staal, enz. Maar het lijkt erop dat het uiteindelijk wel gaat lukken, we hopen hier morgenmiddag weg te zijn.
We staan hier, gezien de omstandigheden, niet echt slecht. Het kan erger. We hebben elektra, er is water en het terrein wordt dag en nacht bewaakt. Echter, 8 dagen op een betonplaats met enkel grote vieze gebouwen in de omtrek, vieze lucht en alles is vies en zwart. Ook voor de honden is het niet alles, naast de omgeving natuurlijk ook dat gebonk aan de truck.
Met Kim gaat het niet zo goed. Ze is oud, 13 jaar ondertussen. Maar het lijkt alsof ze de controle kwijt is over haar achterbenen. Ze zakt regelmatig door haar achterbenen. Gisteren was het echt even erg. Aan het begin van de dag ging het gewoon goed. Binnen twee uur was ze zo slap als een vaatdoek en moest Wim haar ondersteunen met het uitlaten. Vanmorgen ging het weer wat beter, ze kon gewoon zelf lopen alhoewel het nogal stuntelig was. Eten doet ze de afgelopen dagen ook niet veel, gelukkig heb ik veel lekkers gekocht afgelopen tijd en kan haar dus verwennen met kaas, ham en Frolic. Helaas hebben we geen biltong meer. Biltong is gedroogd rundvlees in repen, onderweg vooral te koop bij boerderijen. Je eet het als een snack, zoals wij een zak chips wegvreten. In winkels in de stad zie je van die zakjes, maar op het platteland koop je hele repen die je dan afscheurt met je tanden. Nou, en dat afscheuren gaat Kim en Brown beter af dan ons. Vooral Brown, die hing gewoon aan een stuk biltong, voetjes van de vloer…… En Kim kreeg ook een aanval van felheid; vastpakken en vooral niet loslaten.
Laten we maar hopen dat we hier niet te lang meer staan. Eenmaal op de camping terug moeten we nog wel wat doen hier in Harare (notaris, Botswaanse ambassade, dierenarts), maar dan zijn we in ieder geval van deze saaie, vieze en gehorige plek af.

Vrijdag 2 augustus 2002

Verdriet........ Gisteren hebben we Kim in laten slapen............................. Op woensdagochtend is ze naar de dierenarts gegaan. Volgens heeft ze, enige tijd terug al, een hersenbloeding gehad. Het zal zo’n twee weken geleden zijn, achteraf zien we wel tekenen; vreemd lopen en onrustig. Van de dierenarts medicijnen meegekregen, die zouden de druk in de hersenen kunnen verminderen. Helaas, de nacht van woensdag op donderdag is verschrikkelijk, ze ligt apatisch, het ene moment zo slap als een vaatdoek en het volgende moment is het net of ze een epileptische aanval krijgt. Ze blaft en kreunt. Het is afgrijselijk. We bellen om drie uur ’s nachts de dierenarts maar er is niemand die kan komen. De volgende uren zijn zwaar, vooral voor Kim. Gelukkig is de dierenarts er om half negen en is Kim niet meer. Het is een enorm verdriet en gemis maar Wim en ik weten dat we het beste gedaan hebben wat we konden doen. Hier op de camping, The Rocks, mogen we een graf maken voor Kim, ze ligt mooi tussen enorme rotsen in, onder de bomen.
Tja, en dan nu met ons drieën verder in plaats van vier. Het is zo vreemd, alhoewel we er vrede mee hebben. Brown was er niet bij toen Kim een spuitje kreeg, ze heeft haar niet meer gezien. Wat het Brown precies doet weten we niet. Al onze aandacht is nu op haar gericht, dat is hetgeen we nu kunnen doen. Helaas heeft ze nu al een paar keer overgegeven, het kan een reactie zijn maar het zou ook kunnen dat we haar teveel lekkers gegeven hebben.
Vandaag is het weer mooi weer. Gisteren was het echt winters hier; 16 graden en geen zon te zien, het leek wel of ook de hemel verdrietig was.
Vanmiddag gaan we de stad in, internetten en ik moet wat regelen bij een notaris. Dan vanavond een barbecue. Hier op de camping eten we elke avond met de pot mee. Het is eenvoudig, lekker en goedkoop.
Aankomende maandag moet de vrachtwagen nog weer een dagje weg, omdat de tussenbak lekt (tja, ik kan niet vertellen wat dat precies is, kenners weten het wel, niet-kenners zijn niet geïnteresseerd). Dan zal het in de loop van de volgende week zijn dat we verder gaan. Dat mag dan ook wel, we zijn dan al meer dan 3 weken in Harare. Het plan is om dan iets naar het zuidwesten te rijden, naar Gweru. Daar schijnt een mooie camping te zijn waar je leeuwen kunt zien en puppies aaien?!? We zullen zien. Dan richting Bulawayo en dan de Victoria-falls. Daarna Botswana. We zullen zien.
Het zal misschien langer duren eer jullie dit kunnen lezen maar dat is omdat onze webmaster Sander een lekker tijdje met vakantie is. Ja, iedereen die gaat maar en gaat maar op vakantie! [Nee hoor, ik ben alweer terug..., red.]

Tot de volgende mail,
Heel veel liefs, Wim, Monique en Brown......