Daar zijn we weer! Gezond, veilig en wel in Namibië.
We zijn de vorige keer gestopt bij het Antilope Park in Gweru, Zimbabwe. Nu
staan we in het noordoosten van Namibië, Katima Mulilo. Veel gezien en
gedaan ondertussen.
Nadat we uit Gweru vertrokken zijn was Bulawayo de volgende stop. De tweede
stad van Zimbabwe, maar redelijk rustig en relaxed. Daar hebben we gestaan op
de plaatselijke gemeentecamping. Veel voor weinig; schaduw en zon, hete douches
en een bad, schoon sanitair, mogelijkheid tot internetten, dichtbij het stadscentrum
en vriendelijke mensen.En dat voor nog geen halve Euro per dag.
Zijn we daar net aangekomen, Wim aan het internetten, komt er opeens een witte
Toyota Landcruiser aanrijden bij de truck. En kijken die blanken. Ik zie dat
er een vreemd kenteken op zit, klein. En dan komen ze ook nog naar me toe rijden.
Zegt die man; Hoi Monique, bij jou kunnen we bier halen! Dat is de eerste kennismaking
met Eric en Mirella, Nederlanders en rijdend op een Zwitsers kenteken. Ze zijn
al drie jaar geleden uit Nederland vertrokken en hebben langere tijd in Mozambique
gewoond en gewerkt. Nu weer onderweg. Gezellig, weer echte Nederlandse overlanders
zonder rugzak.
Dan vertellen ze ons dat ze ook een hond hebben maar dat Diezel terug is naar
Nederland omdat een hond zonder een quarantaineperiode van ongeveer 1 maand
niet in Botswana, Namibië of Zuid Afrika mag. Oeps, dat hadden we nog niet
gehoord. Als dat inderdaad zo is zal onze route geheel wijzigen want we willen
Brown hier houden.
Volgende dag naar de dierenarts. Gelukkig is het geen probleem; gewoon de hond
hier laten keuren en dan binnen 7 dagen de grens over. Brown laten we ook nog
maar weer inenten tegen onder andere rabiës. Fluitje van een cent en kost
nog geen 9 Euro.
Samen met Eric en Mirella blijven we ongeveer 6 dagen staan in Bulawayo. We
gaan uit eten, maken vuurtjes en drinken Amarulla en bier. Wim en ik zijn nog
naar het Nationale museum geweest; opgezette dieren en veel stenen. Eric is
vooral bezig met de remmen van de auto, maar na dagen zwoegen, ploeteren en
zweten lukt dat allemaal.
In Bulawayo is geen diesel te krijgen, de supermarkt heeft nog voldoende maar
het gewone brood is gelimiteerd verkrijgbaar. Nog steeds merken we niet veel
van de verslechterende situatie hier in Zimbabwe, alhoewel Eric en Mirella,
die later uit Harare vertrokken zijn, toch onder de indruk waren van de situatie
daar tijdens Heroes Days en Defence Forces Day. Veel aanhangers van Mugabe op
straat en onaardige leuzen tegenover blanken en buitenlanders.
Dan vertrekken we uit Bulawayo. Eerst nog naar de dierenarts voor de keuring
en dan richting de Victoria Watervallen in het noordwesten van Zimbabwe. We
nemen afscheid van Eric en Mirella, die nog even blijven. Ze zullen wel dezelfde
route ongeveer rijden en we zullen zien of en wanneer we ze weer tegenkomen.
Dezelfde dag zijn we in Victoria Falls. Weer op een camping. De watervallen
zien we niet, we horen ze wel en ook zien we damp in de verte. Als we ’s
avonds van het eten terugkomen zien we die witte Toyota Landcruiser weer staan.
Eric en Mirella zijn er weer!
We blijven 5 dagen in Victoria Falls en doen van alles, samen met Eric en Mirella.
Eerst een halve dag raften op de Mighty Zambezi! Goed georganiseerd gaan we,
samen met nog 60 anderen naar de rivier. Zeven personen in een boot, geleid
door een gids. Het is heftig.
Echt heel heftig. Het water in de rivier staat redelijk laag waardoor de stroomversnellingen
wild zijn. Tijdens de stroomversnelling nr. 9, Commercial Suicide (grade 6),
wordt Mirella uit de boot gelanceerd. Gelukkig wordt ze snel opgepikt door een
ambulance-kano en voordat we het weten zit ze weer bij ons in de boot. De hele
ochtend varen we met diverse boten, bijgestaan door kano’s waarin mannen
zitten die snel kunnen reageren op situaties. Het geeft een veilig gevoel. We
zien diverse boten omslaan en veel mensen in het water liggen. Nee, het is geen
spelevaren, dit is echt het ruige werk. Als we ’s avonds de video en foto’s
zien van de ochtend schrikken we wel; het lijkt wel een promotiefilm voor heldhaftige,
ervaren en stoere rafters. We komen er heelhuids vanaf; een zere knie voor Mirella
en ik zit onder de blauwe plekken. Maar, we hebben het wel even gedaan!
Dan op een andere manier het water op; een sunset cruise op de Zambezi. In een
terrasboot varen we zo’n twee uur rond. Gratis drinken en een hapje, toilet
aan boord. Prima personeel en nog heel aardig ook. We hebben geluk; er steekt
een kudde olifanten over. Ze gaan helemaal onder water, komen weer boven, lopen
in rij, bewegen hun slurf alle kanten op, kortom indrukwekkend. Als we teruggebracht
worden naar de camping wordt Erik wagenziek en ligt uiteindelijk in het gras
op een kleedje. Wim is ook een beetje moe, misschien van de roze bubbelwijn....
We zijn ondertussen al een paar dagen in de Vic Falls, maar de watervallen hebben
we nog niet gezien. Wim regelt een tour; een wandeling door het park. Ook dit
is weer een moment waarop je ademloos staat te kijken. Een wereldwonder. Enorme
watervallen met veel regenbogen in prachtige kleuren. Goede uitkijkpunten en
weinig toeristen.
Mirella en ik gaan ook nog naar een traditionele dansavond; dat is voor mij
helemaal niks. Maskers, getrommel en wat gestamp. Er vallen zelfs mensen bij
in slaap. Dat is dus geen aanrader hier in Victoria Falls.
Dan vertrekken we richting Botswana. Met zijn vieren. Eerst nog geld opmaken
want die Zimbabwaanse dollars moeten op. Diesel is niet te krijgen, dan nog
maar wat bier, frisdrank en sigaretten. Wel wat verstoppen want we moeten zo
de grens over. En wat voor een! Volgens verhalen wordt de auto helemaal doorzocht
en mag je bepaalde produkten niet invoeren in Botswana, zoals vers vlees, melk
en eieren. Net voor de grens dus alles uit de ijskast en vriezer en verstoppen.
En dan ook maar hopen dat alles in orde is voor Brown.
De grensformaliteiten zowel in Zimbabwe als Botswana duren nog geen uur. Er
wordt helemaal nergens naar gekeken, het papier voor Brown wordt huppetee afgestempeld.
Het enige probleem is het carnet. Zowel ons als het carnet van Erik en Mirella
loopt medio september af. We worden nu binnengestempeld in het douanegebied
van Botswana, Namibië en Zuid Afrika. Dit houdt in dat pas als we dit gebied
verlaten het carnet weer uitgestempeld wordt. Maar we willen nog wel even in
dit gebied blijven en zullen dus pas na half september de grens van dit douanegebied
over gaan. Maar dan is het carnet verlopen…….. We moeten nog maar
even zien hoe we dit moeten doen; verlengen? Een nieuwe aanvragen gaat moeilijk
want dan moet eerst de oude afgestempeld worden……Helaas kunnen we
geen tijdelijk invoerdocument voor de auto’s krijgen, het moet op carnet.
We zullen wel zien en informeren.
In Botswana rijden we naar het Chobe National park. Over een gravelroad en later
een zandweg. We overnachten sinds lange tijd weer eens in de bush, midden op
de weg. Gezellig een vuurtje, backgammon en in de nacht (volgens Erik) een bulderende
leeuw. De volgend dag komen we bij de ingang van het park, Brown zit verstopt
bij mijn voeten. We willen door het park heenrijden richting Maun. Daar komen
we nooit; toegang per persoon voor het park is ongeveer 20 Euro, maar voor de
vrachtwagen moet 250 Euro neergelegd worden. Voor een personenauto is het veel
minder, nog geen 10 Euro. Dat is ons teveel, we gaan terug.
Binnen korte tijd staan we voor de grens met Namibië, daar gaan we dan
ook maar naar toe. Weer een snelle grensovergang waar ze ons helaas niet kunnen
helpen met het carnet. Binnen twee dagen van Zimbabwe via Botswana in Namibië.
Misschien jammer van Botswana maar we weten dat het een duur land is voor toeristen.
Ze willen graag de toeristen die in korte tijd veel geld uitgeven en dat zijn
wij nou net niet.
In Namibië staan we nu op een camping in Katima Mulilo, op het gras en
aan het water. Aapjes en veel vogels. Brown begint weer wat meer conditie te
krijgen en is wat minder teruggetrokken. Komt natuurlijk ook door Erik en Mirella.
Het is hier wel bloedheet, ook ’s nachts koelt het niet of nauwelijks
af. Morgen willen we naar een park in de buurt vertrekken, waarvan we gehoord
hebben dat het heel rustig is, maar vol met wild.
Dinsdag 10 september 2002
Veel gebeurd, te weinig bijgehouden.
Na Katima Mulilo zijn we vertrokken naar een Nationaal Park Mamili. Een klein
park waar we ons niet kunnen melden omdat er niemand is. Geen ranger te bekennen,
niemand bij het museum. We laten een briefje achter en rijden het park in. Wat
we tegenkomen is water; geen grote of diepe rivieren, maar stromen. Je kunt
niet zien hoe diep of hoe het spoor loopt; we laten Eric en Mirella voorop gaan,
soms vast aan onze lier voor de zekerheid. Alles gaat goed en we staan uiteindelijk
op een mooi campingplekje (tenminste, we denken dat dit het is omdat we vuurplekken
zien) nabij het water. Aan de overkant is Botswana, je kunt er bijna naar toe
lopen. Hier zien we krokodillen liggen en horen we nijlpaarden. Het indrukwekkendste
zijn de olifanten. Zo’n 50 stuks, groot en klein, gaan aan het eind van
de middag badderen, drinken, zich onderstoffen en spelen. We kunnen het goed
zien, die lieve vredige olifanten die zich en ons vermaken.
Na twee nachten, zonder ook maar iemand gezien te hebben, rijden we naar een
andere plek. Weer zien we olifanten, deze keer helaas niet zo lief. E &
M voorop in de Toyota, wij er achter. Staat daar zo’n olifant tussen de
bomen en struiken die direct in de aanval overgaat. Omkeren dus en snel ook!
Tja, dat maakt indruk; een grote olifant die wapperend met de oren, stampend
met de poten en zwiepend met de slurf op je af gerend komt.
De nieuwe plek kunnen we niet zo gauw vinden. Er staat ook niets aangegeven.
Dan een watertje door. Er liggen wel wat takken, maar dat deert ons niet, we
steken er twee meter naast over. Het is zo smal. We kunnen er op flipflaps (slippers)
overheen springen. Helaas zitten we verkeerd, we moeten weer terug. Weer over
dat geultje. Daar staat een grote mannetjesolifant ons op te wachten. Ojee,
wat gaat die nou weer doen. E & M eerst het geultje over. Ze moeten heen
en terug, het gaat niet in een keer. Dan wij. Heen en weer, heen en weer. Het
lukt niet, de wielen slippen vol modder. Het tussen de 50 en 80 centimeter diep,
snelheid is geen optie want het gaat bonk, bonk. We moeten terug. Dan maar een
paar meter verderop proberen waar het net zo smal is. We rijden er langzaam
in en merken dat het dieper maar steviger is. Met de voorwielen er door, nu
de achterwielen nog. Het is echter zo diep dat we op de achterkant van de truck
blijven hangen. Het water stroomt er toch nog zo snel (zonder dat je het eigenlijk
ziet) dat alles volslipt. Voor we het weten zitten we tot over de assen in de
blubber. Een half uur graven Eric en Wim, bijgestaan door twee charmante assistentes,
resulteert in enkel dieper vast komen te zitten. Geen boom in zicht voor de
lier, de olifant is ondertussen verdwenen, de Toyota te licht om ons te trekken,
wat nu!!
Weer graven. De mannen werken zich in het zweet, het is warm en het werk is
zwaar. De zandplaten gaan eronder. Na diverse keren proberen lukt het om in
zijn achteruit de achterwielen er uit te krijgen. Dan de platen onder de voorwielen
en met veel geweld rijden we eruit. We hebben weer vaste grond onder de voeten,
maar staan nog steeds niet aan de goede kant van de geul……. Nu weer
terug naar de plek waar we als eerste overgestoken zijn, waar het iets minder
diep was. Nu leggen we boomstammen, zand en platen en rijden we er in 2 seconden
overheen. Gelukt, de blijdschap is enorm. Achteraf, als we de zandplaten gelijk
neergelegd hadden, had het 3 uur werk gescheeld.
Dan naar de campingplek. Weer moeten we door water. Ik merk dat bij mij de schrik
er goed in zit. Wim blijft rustig, alles gaat goed. Op de campingplek blijven
we twee nachten, dan vertrekken we weer. Tijdens deze vier dagen in het park
hebben we geen mensen gezien, wel veel olifanten, nijlpaarden, wrattenzwijntjes,
hertjes en krokodillen. Als E & M ons afmelden bij de ranger (wij blijven
op afstand want Brown mag nog steeds geen park in) horen ze dat de afwezigheid
van de ranger bij aankomst veroorzaakt werd door de laatste betaaldag en het
daarbij horende nuttigen van alcohol en dat we tijdens ons verblijf geen ranger
gezien hebben te wijten was aan een kapotte auto.
Dan naar het volgende park. Het staan op geen enkele kaart, het is ook niet
zo bekend. Gelegen aan de rivier Kwando in de Caprivi. We moeten ons melden,
maar het kost niets. E & M zien hier in het kantoortje foto’s van
boze olifanten die een auto omver geduwd hebben. We zijn gewaarschuwd.
In dit park zijn overblijfselen uit de oorlog tegen Angola. Hier hebben Zuid
Afrikaanse legereenheden gezeten. De omgeving is prachtig; zandgele grassen,
groene bomen, kale bomen, heuvels, zand, water, alles is er. De campingplek
is op een heuvel, omringd door bomen, gelegen aan het water. We zien nu wel
wat mensen en rangers, maar Brown blijft onopgemerkt. Dan stellen E & M
voor om een tourtje te maken met de Toyota. Volgens het kaartje van het park
is er een stuk waar veel wild komt drinken aan het eind van de middag.
De bewuste plek loopt langs de rivier die hier een bocht maakt. Op de heenweg
zien we niets, geen enkel dier. Rustig aan verder, dan maken we weer kennis
met een boze olifant die ons tot twee keer toe (we moeten weer terug) aanvalt.
We rijden er enkel langs en dan begint de olifant zich weer agressief te gedragen.
Oh, wat voel je je klein en kwetsbaar als er een tientonner op je af komt. De
schrik zit er weer goed in, we moeten maar terug naar de camping waar Wim wacht
op ons met een kampvuur en babi pangang. Echter we moeten nog langs de plek
waar de rivier de bocht maakt. En nu zien we olifanten. Overal waar je kijkt
zijn olifanten, grote en kleine, minimaal 60 stuks en dan nog degenen die nog
moeten komen of tussen de struiken staan. Ze badderen, spelen, drinken en vechten
met elkaar. Ze staan allemaal in de weg, we kunnen er met geen mogelijkheid
langs. En we durven er ook niet langs want de vorige aanval van 1 olifant zit
nog vers in het geheugen. We wachten, het is nog licht alhoewel het bijna 6
uur is. We durven niet terug via een andere route want dan moeten we weer langs
die ene boze olifant. We wachten en zien dan opeens verderop onze route een
game-auto aankomen. Ze rijden niet naar ons toe, maar zetten een tafeltje uit,
halen koelboxen te voorschijn en gaan genieten van het mooie uitzicht op de
olifanten. We zwaaien maar ze reageren niet. Tja, wat doen wij? We kunnen hier
overnachten, maar Wim weet van niets en wordt natuurlijk ongerust. Uiteindelijk
komt Eric op het briljante idee om een vuurpijl af te schieten, zo’n ding
dat je in nood afsteekt. Het helpt, een paar olifanten trekken zich terug en
de game-auto komt onze kant op. Verbazing; een open auto met bankjes. Achterop
de bankjes zit een bejaard Duits echtpaar dat onverschrokken blijft zitten terwijl
ze door de olifantenkudde naar ons toekomen. Als ze bij ons zijn, kunnen we
alleen maar zeggen dat we bang zijn en niet door de kudde durven te rijden.
Oh, wat voelen we ons stom, maar we durven echt niet. De game-auto voorop, met
nog steeds het Duitse echtpaar in de open bak en wij er achter aan, de ramen
en alles dicht. Heel rustig rijden we door de kudde heen, het lijkt een fluitje
van een cent. Eenmaal veilig aangekomen bij de picknick tafel vertelt de ranger
ons dat het komt door het lawaai dat de Toyota maakt. Omdat hier vroeger legereenheden
gezeten hebben met zware wagens die behalve op Angolezen ook op olifanten jaagden,
hebben die olifanten nog steeds agressief gedrag. Zelf heeft de game-auto een
extra demper, waardoor ze bijna stil zijn. Weer wat geleerd. Dan in de schemer,
bijna donker, terug naar de camping. Nog even komt Eric bijna in aanraking met
een olifant die rustig in de bosjes staat. Oh, wat zijn we blij als we veilig
bij Wim zijn. Die heeft ondertussen ook bezoek gehad van een kudde olifanten
die over de camping liepen. Nou, met elkaar hebben we even genoeg van olifanten,
we kunnen ze niet meer zien of horen.
Na dit park rijden we verder richting het westen. Door de saaie Caprivi. Nog
een nachtje wild kamperen, dan naar een enorme Boabab-boom en weer op een boerencamping.
Stoffig en zanderig, wel heel rustig en mooi. Na 2 nachten nemen we hier afscheid
van E & M, die gaan naar Etosha National Park. Wij niet, ondanks het lieve
voorstel van E & M dat wij een dagje met hun auto door het park mogen rijden
terwijl zij op Brown en de truck passen. Wim en ik blijven nog een nachtje op
de camping en vertrekken naar het noordwesten. Het is weer even anders om alleen
te rijden, even wennen. Maar ook wel weer fijn en ik hoop dat Eric en Mirella
dat ook zo ervaren. Zij zullen ook naar het noordwesten komen, dus misschien
komen we ze weer tegen.
In Ondangwa, een grotere stad kunnen we geld pinnen. We staan op een prachtige
parkeerplaats bij een winkelcentrum. Schoon en netjes. Veel mensen in de buurt,
gewone nette mensen, niets aan de hand. Wim blijft in de cabine zitten terwijl
ik achter een bankpasje zoek. Als ik het gevonden heb ga ik naar de bank. De
deur van de cabine dicht met de hendel omhoog. Niet op slot en de trap nog naar
beneden. Als ik binnen 30 seconden terug ben van de bank roept Wim dat ze achterin
geweest zijn……..
En inderdaad, ze zijn met 5 grote kerels in de container geweest zonder dat
er ook maar iemand om ons heen iets gedaan heeft. Niemand heeft geroepen of
ingegrepen. Wim voelde opeens dat er wat in de container gebeurde en zag alleen
nog maar de kerels wegrennen. We hebben nog geluk gehad; ze hebben enkel een
doos meegenomen waarin software, hardware en kabels zaten. Het meest vervelende
zijn de oplaadkabels voor de camera en de maglite en de kleine mobiele telefoon
(niet de satelliet telefoon!). En het stomste is dat die lui er niets mee kunnen.
Snel weg van deze plek, we kunnen toch niets doen.
In Oshakati doen we boodschappen en overnachten bij de Country Lodge. Nu lezen
en horen we dat je hier in deze omgeving alles in de gaten moet houden. Helaas,
te laat voor ons.
In de Country Lodge hebben we toch maar lekker gegeten en gedronken. Nu gaan
we zo nog even internetten want het is al te lang geleden dat jullie wat van
ons gehoord hebben en het ziet er naar uit dat het nog wel even kan duren.
Het carnet is geregeld; het nieuwe wordt opgestuurd door de ANWB naar de Nederlandse
ambassade in Windhoek. Dat ging gemakkelijker dan verwacht.
Verder hier alles goed; warm weer (meer dan 30 graden) en volop zon. Brown vindt
het nog steeds leuk, net als wij.
Nu gaan we eerst naar het noordwesten en dan zakken we af naar het zuiden richting
Windhoek.
Veel liefs, kusjes en tot de volgende mail.
XXXXXXXXXXX Wim, Monique en Brown.