Woensdag 28 augustus 2002

Daar zijn we weer! Gezond, veilig en wel in Namibië.
We zijn de vorige keer gestopt bij het Antilope Park in Gweru, Zimbabwe. Nu staan we in het noordoosten van Namibië, Katima Mulilo. Veel gezien en gedaan ondertussen.
Nadat we uit Gweru vertrokken zijn was Bulawayo de volgende stop. De tweede stad van Zimbabwe, maar redelijk rustig en relaxed. Daar hebben we gestaan op de plaatselijke gemeentecamping. Veel voor weinig; schaduw en zon, hete douches en een bad, schoon sanitair, mogelijkheid tot internetten, dichtbij het stadscentrum en vriendelijke mensen.En dat voor nog geen halve Euro per dag.
Zijn we daar net aangekomen, Wim aan het internetten, komt er opeens een witte Toyota Landcruiser aanrijden bij de truck. En kijken die blanken. Ik zie dat er een vreemd kenteken op zit, klein. En dan komen ze ook nog naar me toe rijden. Zegt die man; Hoi Monique, bij jou kunnen we bier halen! Dat is de eerste kennismaking met Eric en Mirella, Nederlanders en rijdend op een Zwitsers kenteken. Ze zijn al drie jaar geleden uit Nederland vertrokken en hebben langere tijd in Mozambique gewoond en gewerkt. Nu weer onderweg. Gezellig, weer echte Nederlandse overlanders zonder rugzak.
Dan vertellen ze ons dat ze ook een hond hebben maar dat Diezel terug is naar Nederland omdat een hond zonder een quarantaineperiode van ongeveer 1 maand niet in Botswana, Namibië of Zuid Afrika mag. Oeps, dat hadden we nog niet gehoord. Als dat inderdaad zo is zal onze route geheel wijzigen want we willen Brown hier houden.
Volgende dag naar de dierenarts. Gelukkig is het geen probleem; gewoon de hond hier laten keuren en dan binnen 7 dagen de grens over. Brown laten we ook nog maar weer inenten tegen onder andere rabiës. Fluitje van een cent en kost nog geen 9 Euro.
Samen met Eric en Mirella blijven we ongeveer 6 dagen staan in Bulawayo. We gaan uit eten, maken vuurtjes en drinken Amarulla en bier. Wim en ik zijn nog naar het Nationale museum geweest; opgezette dieren en veel stenen. Eric is vooral bezig met de remmen van de auto, maar na dagen zwoegen, ploeteren en zweten lukt dat allemaal.
In Bulawayo is geen diesel te krijgen, de supermarkt heeft nog voldoende maar het gewone brood is gelimiteerd verkrijgbaar. Nog steeds merken we niet veel van de verslechterende situatie hier in Zimbabwe, alhoewel Eric en Mirella, die later uit Harare vertrokken zijn, toch onder de indruk waren van de situatie daar tijdens Heroes Days en Defence Forces Day. Veel aanhangers van Mugabe op straat en onaardige leuzen tegenover blanken en buitenlanders.
Dan vertrekken we uit Bulawayo. Eerst nog naar de dierenarts voor de keuring en dan richting de Victoria Watervallen in het noordwesten van Zimbabwe. We nemen afscheid van Eric en Mirella, die nog even blijven. Ze zullen wel dezelfde route ongeveer rijden en we zullen zien of en wanneer we ze weer tegenkomen.
Dezelfde dag zijn we in Victoria Falls. Weer op een camping. De watervallen zien we niet, we horen ze wel en ook zien we damp in de verte. Als we ’s avonds van het eten terugkomen zien we die witte Toyota Landcruiser weer staan. Eric en Mirella zijn er weer!
We blijven 5 dagen in Victoria Falls en doen van alles, samen met Eric en Mirella.
Eerst een halve dag raften op de Mighty Zambezi! Goed georganiseerd gaan we, samen met nog 60 anderen naar de rivier. Zeven personen in een boot, geleid door een gids. Het is heftig.
Echt heel heftig. Het water in de rivier staat redelijk laag waardoor de stroomversnellingen wild zijn. Tijdens de stroomversnelling nr. 9, Commercial Suicide (grade 6), wordt Mirella uit de boot gelanceerd. Gelukkig wordt ze snel opgepikt door een ambulance-kano en voordat we het weten zit ze weer bij ons in de boot. De hele ochtend varen we met diverse boten, bijgestaan door kano’s waarin mannen zitten die snel kunnen reageren op situaties. Het geeft een veilig gevoel. We zien diverse boten omslaan en veel mensen in het water liggen. Nee, het is geen spelevaren, dit is echt het ruige werk. Als we ’s avonds de video en foto’s zien van de ochtend schrikken we wel; het lijkt wel een promotiefilm voor heldhaftige, ervaren en stoere rafters. We komen er heelhuids vanaf; een zere knie voor Mirella en ik zit onder de blauwe plekken. Maar, we hebben het wel even gedaan!
Dan op een andere manier het water op; een sunset cruise op de Zambezi. In een terrasboot varen we zo’n twee uur rond. Gratis drinken en een hapje, toilet aan boord. Prima personeel en nog heel aardig ook. We hebben geluk; er steekt een kudde olifanten over. Ze gaan helemaal onder water, komen weer boven, lopen in rij, bewegen hun slurf alle kanten op, kortom indrukwekkend. Als we teruggebracht worden naar de camping wordt Erik wagenziek en ligt uiteindelijk in het gras op een kleedje. Wim is ook een beetje moe, misschien van de roze bubbelwijn....
We zijn ondertussen al een paar dagen in de Vic Falls, maar de watervallen hebben we nog niet gezien. Wim regelt een tour; een wandeling door het park. Ook dit is weer een moment waarop je ademloos staat te kijken. Een wereldwonder. Enorme watervallen met veel regenbogen in prachtige kleuren. Goede uitkijkpunten en weinig toeristen.
Mirella en ik gaan ook nog naar een traditionele dansavond; dat is voor mij helemaal niks. Maskers, getrommel en wat gestamp. Er vallen zelfs mensen bij in slaap. Dat is dus geen aanrader hier in Victoria Falls.
Dan vertrekken we richting Botswana. Met zijn vieren. Eerst nog geld opmaken want die Zimbabwaanse dollars moeten op. Diesel is niet te krijgen, dan nog maar wat bier, frisdrank en sigaretten. Wel wat verstoppen want we moeten zo de grens over. En wat voor een! Volgens verhalen wordt de auto helemaal doorzocht en mag je bepaalde produkten niet invoeren in Botswana, zoals vers vlees, melk en eieren. Net voor de grens dus alles uit de ijskast en vriezer en verstoppen. En dan ook maar hopen dat alles in orde is voor Brown.
De grensformaliteiten zowel in Zimbabwe als Botswana duren nog geen uur. Er wordt helemaal nergens naar gekeken, het papier voor Brown wordt huppetee afgestempeld. Het enige probleem is het carnet. Zowel ons als het carnet van Erik en Mirella loopt medio september af. We worden nu binnengestempeld in het douanegebied van Botswana, Namibië en Zuid Afrika. Dit houdt in dat pas als we dit gebied verlaten het carnet weer uitgestempeld wordt. Maar we willen nog wel even in dit gebied blijven en zullen dus pas na half september de grens van dit douanegebied over gaan. Maar dan is het carnet verlopen…….. We moeten nog maar even zien hoe we dit moeten doen; verlengen? Een nieuwe aanvragen gaat moeilijk want dan moet eerst de oude afgestempeld worden……Helaas kunnen we geen tijdelijk invoerdocument voor de auto’s krijgen, het moet op carnet. We zullen wel zien en informeren.
In Botswana rijden we naar het Chobe National park. Over een gravelroad en later een zandweg. We overnachten sinds lange tijd weer eens in de bush, midden op de weg. Gezellig een vuurtje, backgammon en in de nacht (volgens Erik) een bulderende leeuw. De volgend dag komen we bij de ingang van het park, Brown zit verstopt bij mijn voeten. We willen door het park heenrijden richting Maun. Daar komen we nooit; toegang per persoon voor het park is ongeveer 20 Euro, maar voor de vrachtwagen moet 250 Euro neergelegd worden. Voor een personenauto is het veel minder, nog geen 10 Euro. Dat is ons teveel, we gaan terug.
Binnen korte tijd staan we voor de grens met Namibië, daar gaan we dan ook maar naar toe. Weer een snelle grensovergang waar ze ons helaas niet kunnen helpen met het carnet. Binnen twee dagen van Zimbabwe via Botswana in Namibië. Misschien jammer van Botswana maar we weten dat het een duur land is voor toeristen. Ze willen graag de toeristen die in korte tijd veel geld uitgeven en dat zijn wij nou net niet.
In Namibië staan we nu op een camping in Katima Mulilo, op het gras en aan het water. Aapjes en veel vogels. Brown begint weer wat meer conditie te krijgen en is wat minder teruggetrokken. Komt natuurlijk ook door Erik en Mirella.
Het is hier wel bloedheet, ook ’s nachts koelt het niet of nauwelijks af. Morgen willen we naar een park in de buurt vertrekken, waarvan we gehoord hebben dat het heel rustig is, maar vol met wild.

Dinsdag 10 september 2002

Veel gebeurd, te weinig bijgehouden.
Na Katima Mulilo zijn we vertrokken naar een Nationaal Park Mamili. Een klein park waar we ons niet kunnen melden omdat er niemand is. Geen ranger te bekennen, niemand bij het museum. We laten een briefje achter en rijden het park in. Wat we tegenkomen is water; geen grote of diepe rivieren, maar stromen. Je kunt niet zien hoe diep of hoe het spoor loopt; we laten Eric en Mirella voorop gaan, soms vast aan onze lier voor de zekerheid. Alles gaat goed en we staan uiteindelijk op een mooi campingplekje (tenminste, we denken dat dit het is omdat we vuurplekken zien) nabij het water. Aan de overkant is Botswana, je kunt er bijna naar toe lopen. Hier zien we krokodillen liggen en horen we nijlpaarden. Het indrukwekkendste zijn de olifanten. Zo’n 50 stuks, groot en klein, gaan aan het eind van de middag badderen, drinken, zich onderstoffen en spelen. We kunnen het goed zien, die lieve vredige olifanten die zich en ons vermaken.
Na twee nachten, zonder ook maar iemand gezien te hebben, rijden we naar een andere plek. Weer zien we olifanten, deze keer helaas niet zo lief. E & M voorop in de Toyota, wij er achter. Staat daar zo’n olifant tussen de bomen en struiken die direct in de aanval overgaat. Omkeren dus en snel ook! Tja, dat maakt indruk; een grote olifant die wapperend met de oren, stampend met de poten en zwiepend met de slurf op je af gerend komt.
De nieuwe plek kunnen we niet zo gauw vinden. Er staat ook niets aangegeven. Dan een watertje door. Er liggen wel wat takken, maar dat deert ons niet, we steken er twee meter naast over. Het is zo smal. We kunnen er op flipflaps (slippers) overheen springen. Helaas zitten we verkeerd, we moeten weer terug. Weer over dat geultje. Daar staat een grote mannetjesolifant ons op te wachten. Ojee, wat gaat die nou weer doen. E & M eerst het geultje over. Ze moeten heen en terug, het gaat niet in een keer. Dan wij. Heen en weer, heen en weer. Het lukt niet, de wielen slippen vol modder. Het tussen de 50 en 80 centimeter diep, snelheid is geen optie want het gaat bonk, bonk. We moeten terug. Dan maar een paar meter verderop proberen waar het net zo smal is. We rijden er langzaam in en merken dat het dieper maar steviger is. Met de voorwielen er door, nu de achterwielen nog. Het is echter zo diep dat we op de achterkant van de truck blijven hangen. Het water stroomt er toch nog zo snel (zonder dat je het eigenlijk ziet) dat alles volslipt. Voor we het weten zitten we tot over de assen in de blubber. Een half uur graven Eric en Wim, bijgestaan door twee charmante assistentes, resulteert in enkel dieper vast komen te zitten. Geen boom in zicht voor de lier, de olifant is ondertussen verdwenen, de Toyota te licht om ons te trekken, wat nu!!
Weer graven. De mannen werken zich in het zweet, het is warm en het werk is zwaar. De zandplaten gaan eronder. Na diverse keren proberen lukt het om in zijn achteruit de achterwielen er uit te krijgen. Dan de platen onder de voorwielen en met veel geweld rijden we eruit. We hebben weer vaste grond onder de voeten, maar staan nog steeds niet aan de goede kant van de geul……. Nu weer terug naar de plek waar we als eerste overgestoken zijn, waar het iets minder diep was. Nu leggen we boomstammen, zand en platen en rijden we er in 2 seconden overheen. Gelukt, de blijdschap is enorm. Achteraf, als we de zandplaten gelijk neergelegd hadden, had het 3 uur werk gescheeld.
Dan naar de campingplek. Weer moeten we door water. Ik merk dat bij mij de schrik er goed in zit. Wim blijft rustig, alles gaat goed. Op de campingplek blijven we twee nachten, dan vertrekken we weer. Tijdens deze vier dagen in het park hebben we geen mensen gezien, wel veel olifanten, nijlpaarden, wrattenzwijntjes, hertjes en krokodillen. Als E & M ons afmelden bij de ranger (wij blijven op afstand want Brown mag nog steeds geen park in) horen ze dat de afwezigheid van de ranger bij aankomst veroorzaakt werd door de laatste betaaldag en het daarbij horende nuttigen van alcohol en dat we tijdens ons verblijf geen ranger gezien hebben te wijten was aan een kapotte auto.
Dan naar het volgende park. Het staan op geen enkele kaart, het is ook niet zo bekend. Gelegen aan de rivier Kwando in de Caprivi. We moeten ons melden, maar het kost niets. E & M zien hier in het kantoortje foto’s van boze olifanten die een auto omver geduwd hebben. We zijn gewaarschuwd.
In dit park zijn overblijfselen uit de oorlog tegen Angola. Hier hebben Zuid Afrikaanse legereenheden gezeten. De omgeving is prachtig; zandgele grassen, groene bomen, kale bomen, heuvels, zand, water, alles is er. De campingplek is op een heuvel, omringd door bomen, gelegen aan het water. We zien nu wel wat mensen en rangers, maar Brown blijft onopgemerkt. Dan stellen E & M voor om een tourtje te maken met de Toyota. Volgens het kaartje van het park is er een stuk waar veel wild komt drinken aan het eind van de middag.
De bewuste plek loopt langs de rivier die hier een bocht maakt. Op de heenweg zien we niets, geen enkel dier. Rustig aan verder, dan maken we weer kennis met een boze olifant die ons tot twee keer toe (we moeten weer terug) aanvalt. We rijden er enkel langs en dan begint de olifant zich weer agressief te gedragen. Oh, wat voel je je klein en kwetsbaar als er een tientonner op je af komt. De schrik zit er weer goed in, we moeten maar terug naar de camping waar Wim wacht op ons met een kampvuur en babi pangang. Echter we moeten nog langs de plek waar de rivier de bocht maakt. En nu zien we olifanten. Overal waar je kijkt zijn olifanten, grote en kleine, minimaal 60 stuks en dan nog degenen die nog moeten komen of tussen de struiken staan. Ze badderen, spelen, drinken en vechten met elkaar. Ze staan allemaal in de weg, we kunnen er met geen mogelijkheid langs. En we durven er ook niet langs want de vorige aanval van 1 olifant zit nog vers in het geheugen. We wachten, het is nog licht alhoewel het bijna 6 uur is. We durven niet terug via een andere route want dan moeten we weer langs die ene boze olifant. We wachten en zien dan opeens verderop onze route een game-auto aankomen. Ze rijden niet naar ons toe, maar zetten een tafeltje uit, halen koelboxen te voorschijn en gaan genieten van het mooie uitzicht op de olifanten. We zwaaien maar ze reageren niet. Tja, wat doen wij? We kunnen hier overnachten, maar Wim weet van niets en wordt natuurlijk ongerust. Uiteindelijk komt Eric op het briljante idee om een vuurpijl af te schieten, zo’n ding dat je in nood afsteekt. Het helpt, een paar olifanten trekken zich terug en de game-auto komt onze kant op. Verbazing; een open auto met bankjes. Achterop de bankjes zit een bejaard Duits echtpaar dat onverschrokken blijft zitten terwijl ze door de olifantenkudde naar ons toekomen. Als ze bij ons zijn, kunnen we alleen maar zeggen dat we bang zijn en niet door de kudde durven te rijden. Oh, wat voelen we ons stom, maar we durven echt niet. De game-auto voorop, met nog steeds het Duitse echtpaar in de open bak en wij er achter aan, de ramen en alles dicht. Heel rustig rijden we door de kudde heen, het lijkt een fluitje van een cent. Eenmaal veilig aangekomen bij de picknick tafel vertelt de ranger ons dat het komt door het lawaai dat de Toyota maakt. Omdat hier vroeger legereenheden gezeten hebben met zware wagens die behalve op Angolezen ook op olifanten jaagden, hebben die olifanten nog steeds agressief gedrag. Zelf heeft de game-auto een extra demper, waardoor ze bijna stil zijn. Weer wat geleerd. Dan in de schemer, bijna donker, terug naar de camping. Nog even komt Eric bijna in aanraking met een olifant die rustig in de bosjes staat. Oh, wat zijn we blij als we veilig bij Wim zijn. Die heeft ondertussen ook bezoek gehad van een kudde olifanten die over de camping liepen. Nou, met elkaar hebben we even genoeg van olifanten, we kunnen ze niet meer zien of horen.
Na dit park rijden we verder richting het westen. Door de saaie Caprivi. Nog een nachtje wild kamperen, dan naar een enorme Boabab-boom en weer op een boerencamping. Stoffig en zanderig, wel heel rustig en mooi. Na 2 nachten nemen we hier afscheid van E & M, die gaan naar Etosha National Park. Wij niet, ondanks het lieve voorstel van E & M dat wij een dagje met hun auto door het park mogen rijden terwijl zij op Brown en de truck passen. Wim en ik blijven nog een nachtje op de camping en vertrekken naar het noordwesten. Het is weer even anders om alleen te rijden, even wennen. Maar ook wel weer fijn en ik hoop dat Eric en Mirella dat ook zo ervaren. Zij zullen ook naar het noordwesten komen, dus misschien komen we ze weer tegen.
In Ondangwa, een grotere stad kunnen we geld pinnen. We staan op een prachtige parkeerplaats bij een winkelcentrum. Schoon en netjes. Veel mensen in de buurt, gewone nette mensen, niets aan de hand. Wim blijft in de cabine zitten terwijl ik achter een bankpasje zoek. Als ik het gevonden heb ga ik naar de bank. De deur van de cabine dicht met de hendel omhoog. Niet op slot en de trap nog naar beneden. Als ik binnen 30 seconden terug ben van de bank roept Wim dat ze achterin geweest zijn……..
En inderdaad, ze zijn met 5 grote kerels in de container geweest zonder dat er ook maar iemand om ons heen iets gedaan heeft. Niemand heeft geroepen of ingegrepen. Wim voelde opeens dat er wat in de container gebeurde en zag alleen nog maar de kerels wegrennen. We hebben nog geluk gehad; ze hebben enkel een doos meegenomen waarin software, hardware en kabels zaten. Het meest vervelende zijn de oplaadkabels voor de camera en de maglite en de kleine mobiele telefoon (niet de satelliet telefoon!). En het stomste is dat die lui er niets mee kunnen. Snel weg van deze plek, we kunnen toch niets doen.
In Oshakati doen we boodschappen en overnachten bij de Country Lodge. Nu lezen en horen we dat je hier in deze omgeving alles in de gaten moet houden. Helaas, te laat voor ons.
In de Country Lodge hebben we toch maar lekker gegeten en gedronken. Nu gaan we zo nog even internetten want het is al te lang geleden dat jullie wat van ons gehoord hebben en het ziet er naar uit dat het nog wel even kan duren.
Het carnet is geregeld; het nieuwe wordt opgestuurd door de ANWB naar de Nederlandse ambassade in Windhoek. Dat ging gemakkelijker dan verwacht.
Verder hier alles goed; warm weer (meer dan 30 graden) en volop zon. Brown vindt het nog steeds leuk, net als wij.
Nu gaan we eerst naar het noordwesten en dan zakken we af naar het zuiden richting Windhoek.
Veel liefs, kusjes en tot de volgende mail.

XXXXXXXXXXX Wim, Monique en Brown.