Hallo jullie daar in het herfstige Nederland! Hier weer een berichtje vanuit
het zonnige en warme Namibië. We staan nu ten zuidwesten van de hoofdstad
Windhoek. Het is hier warm, echt warm. In de schaduw nu zo’n 35 graden……….Ik
kan me niet voorstellen hoe het hier moet zijn als het hier zomer is, het is
hier nu een beetje winter/voorjaar. De omgeving is heuvelachtig met enorme vlaktes.
Bijna geen bomen, verdroogde grasjes bedekken de droge zanderige bodem. Het
is mooi, maar zal nog veel mooier zijn als het regenseizoen net geweest is;
groene vlaktes en heuvels. Misschien later nog eens terugkomen.
Het is hier niet alleen warm maar ook heel droog. De luchtvochtigheid weten
we niet, de meter slaat op hol als de luchtvochtigheid beneden de 20 procent
komt of zo. Dat het droog is merken we aan de statische elektriciteit; knetterend
fleece dekbed, vonken bij het aanraken van metaal, t-shirt dat blijft plakken
aan het lichaam en haren die overeind blijven staan. Zelfs het aanraken van
Brown moet voorzichtig gebeuren anders dan krijgt ze een opdonder.
Met Brown gaat het lekker. Ze is weer eens gewassen, dat was wel nodig. Met
Dettol en babyshampoo. Ze is weer (helaas voor korte duur) zo’n harig
en zacht bolletje. Dat blijft ze niet lang want ze speelt oh zo graag met haar
tennisballetje. Iedere keer weer opnieuw; weggooien en zij er achter aan. Ze
sprint achter het balletje aan, duikt in het stof en brengt het weer terug.
Maar we kunnen het niet te lang doen want het is hier echt te heet en zijn bang
dat ze er wat van krijgt. Waar ze wel wat van krijgt is billtong, het gedroogde
vlees van rund of kudu wat je hier overal kunt kopen. Ze weet het als we het
gekocht hebben, wordt zenuwachtig en alert. Wil ook en snel. Wij moeten minutenlang
kauwen op een stukje, zij slikt het hap-slik weg. We hebben het geprobeerd met
een touwtje er om heen, zodat ze er aan moet trekken en kauwen. Helemaal fanatiek,
schrap zetten en verwoed zwaaien met haar hoofd. Uiteindelijk rukt ze zowel
de billtong als het touwtje uit je handen en eet het binnen een poep en een
zucht op.
Nu weer terug naar waar we gebleven waren. Dat was het koele en vochtige Swakopmund
aan de Atlantische Oceaan. Na Swakopmund zijn we naar Walvisbaai gereden, een
havenstad met Duitse invloeden. Een net stadje, brave huizen, brede wegen, schone
straten en goede weggebruikers. Ze kennen hier nog de regel bij kruisingen;
wie het eerst bij de kruising is mag als eerste weer door. Nu kennen wij het
principe nog van gas geven, snel, snel, wij als eerste. Nee, hier rijden ze
allemaal heel rustig op de kruising af, stoppen werkelijk allemaal en echt,
en dan gaat degene die als eerste kwam rustig verder. Hier kan dat misschien
nog, er is hier weinig verkeer op prachtige wegen. We blijven niet in Walvisbaai
maar rijden naar
Dune 7, een duin gelegen op 7 kilometer inlands van Walvisbaai. Ach, een leuke
hoge duin, maar nou niet echt heel indrukwekkend. Wel kunnen we er bush campen,
aan de rand van de duin tussen geplante palmbomen, zonder andere mensen. Dan
terug richting Swakopmund, boodschappen doen en overnachten aan het strand.
Nu moeten maar eens richting Windhoek. We nemen de “grote” weg omdat
in andere wegen, volgens de kaart, grote passen zitten waardoor we misschien
problemen krijgen. En, deze “grote” weg leidt langs Spitzkoppe,
een berg die bekend is omdat hij vergeleken wordt met de Matterhorn. Niet vanwege
de hoogte als wel vanwege het model. We zien de berg al van verre liggen en
rijden van de geasfalteerde hoofdweg af richting de berg. Weer over op gravelweg
met wasbord. Dan naar de camping want ze zijn hier ook niet gek. De naaste omgeving
van de berg is een camping, om bij de berg te komen moet je of een dagkaartje
kopen of overnachten. We overnachten er voor 9 US dollar! En dan heb je niets,
helemaal niets. Een paar overnachtigsplekken, niet aangegeven, je moet maar
even zoeken. En dat is het; geen water, geen afvalbak, het is net een bushcamp.
Maar, het was zeker de moeite waard. Het bergketen, waarin de Spitzkoppe staat,
is heel anders dan anders; het zijn allemaal gladde stenen en rotsen die op
elkaar en tegen elkaar aanliggen. De kleuren veranderen constant naar gelang
de zon verder draait. Prachtig, echt een mooie bergketen met gekloven rotsen,
diameter ongeveer 4 meter, kleine stenen, grote stenen, heel indrukwekkend.
Zondag 13 oktober 2002
Tja, ik moest ophouden met het verhaal, het was gewoon veel te heet. Het enige
wat je dan kunt doen is zitten en zo weinig mogelijk bewegen. Nu staan we weer
aan de zee bij Lüderitz, zonnetje en een lekker fris windje. De plek om
weer te schrijven. Verder waar we gebleven waren; Spitzkoppe.
Na een nachtje omringd door de bergen gaan we naar Windhoek. Over asfaltweg,
mjummie.
In Windhoek is de camping net buiten de stad. Het maakt deel uit van een soort
vakantiepark met allemaal huisjes en bungalows, net Sporthuis Centrum. Faciliteiten
zijn goed, zelfs een lekker zwembad waarin ik Brown even stiekem laat spoelen.
Op de camping ontmoeten we Tom & Jerry, Tom een Duitser en Jerry een hond.
Tom rijdt rond met een Magirus met aanhanger en wacht op klanten. Helaas zijn
die er niet zo veel. Ook heeft Tom een gele Chevrolet uit de jaren ’50.
Daarmee rijdt hij ons de hele stad door. Handig, iemand die vervoer heeft en
weet waar we naar toe moeten; de Nederlandse ambassade voor het carnet de passage,
de douane om het weer af te laten stempelen, de dierenarts voor een nieuwe toestemming
voor Brown en natuurlijk de winkels en bedrijven. We laten de benzinetank (voor
de aggregaat) weer lassen en kunnen weer pizza maken. Samen met een andere Duitser
eten we bij Joe’s Beergarten, een toeristische attractie die voor een
keer de moeite waard is.We staan een kleine week op de camping, lang genoeg,
maar we hebben wel veel kunnen doen met behulp van Tom.
Windhoek is een redelijk rustige stad, grote en brede wegen, weinig verkeer
en schoon. Bijna alles kun je hier kopen en doen. Niet verkeerd voor een paar
dagen. Maar dan willen we toch weer verder. Vanuit Windhoek vertrekken we richting
het zuidwesten. Een route met 3 passen die eigenlijk niets voorstellen. Gravelroad,
bergen, vlaktes en weinig mensen. Het kamperen in de bush gaat moeilijker. Overal
staan hekken, kilometers lang. Je kunt slechts 4 meter van de weg af en dan
houdt het op. Die hekken, dat is wat. Degene die hier ijzerdraad en paaltjes
verkoopt moet multimultimiljonair zijn. We zien tientallen kilometers lang hekwerk,
alles goed onderhouden en netjes. Geen paaltje staat er scheef, geen ijzerdraad
is er gebroken. Helaas voor ons want we kunnen niet van de weg af. Zelf op de
bergen staan hekken, ongelooflijk. Uiteindelijk kunnen we in een rivierbedding
staan. Wel de banden af laten lopen en dan een kilometer de droge rivierbedding
inrijden zodat ze ons vanaf de weg niet meer zien. Op die plek, tussen de rotswanden,
blijven we drie nachten staan. We zien en horen niemand, weer een prachtige
plek gevonden om te staan.
Dan naar Solitaire, een plaatsje van niets, op een kruising gelegen. Het is
op weg naar Sossusvallei, de plek in Namibië. Eerst in Solitaire. Het is
niets meer dan een kruising met een benzinepomp, terrasje, winkeltje, restaurantje,
lodge en camping. Het is het leukste en gezelligste plekje tot nu toe. Lekker
vers brood, cake, appeltaart, een biertje op het terras, toeristen kijken. We
blijven 2 nachten op de camping staan, gewoon omdat het leuk is hier.
Dan naar Sossusvallei, een vallei gelegen tussen rode zandduinen. Ze zeggen
dat het daar het allermooist is met zonsopgang, maar dat houdt in dat we al
om half 5 bij de ingang moeten zijn. Nou, dat vinden we toch iets te vroeg en
uiteindelijk rijden we om ongeveer 09.30 uur het park binnen. Het is rustig
onderweg in het park, de duinen zijn prachtig. Roze-rood, glad, hoog en met
mooie modellen. Af en toe is er een wolkje voor de zon waardoor we een donkere
schaduw over de hellingen zien glijden. Om bij de Sossusvallei zelf te komen
moet je een stuk door het zand. Dus, banden af laten lopen. Een stukje rijden
en dan zien we de vallei. Helaas geen zogenaamde pannen (een eerste bodemlaag
die helemaal opgedroogd is en als grote plakken op de volgende bodemlaag ligt)
wel heel veel toeristen. En wij maar denken dat elke echte toerist ’s
morgens om 6 uur op een duin klimt en tegen deze tijd al weer rondrijdt op weg
naar de volgende attractie. Desalniettemin is het mooi om te zien deze roze-rode
duinen. Terug op de parkeerplaats voor de auto’s die geen 4x4 zijn moeten
we de banden weer vullen. Dat duurt een uurtje. Achteraf dan eigenlijk niet
de moeite waard die Sossusvallei. Misschien wel als je zorgt dat je er vroeg
bent, maar nu zijn het enkel die prachtige duinen (die je onderweg ook ziet),
toeristen en een brandende zon.
Na dit toeristische uitstapje rijden we verder naar het zuiden over gravelweg.
Een mooie route; bergen aan de ene kant en de duinen aan de andere kant. In
een klein plaatsje (3 huizen, 1 hotel en een benzinepomp) overnachten we bij
het hotel. Geen overnachtingskosten, wel lekker eten (lasagna) en koude biertjes.
Dan terug naar de kust; Lüderitz. De laatste 125 kilometer is asfalt. Het
is droog gebied met heuvels in de verte. Langs de kant van de weg staan waarschuwingsborden;
niet van de weg af, verboden gebied, vervolging zal plaatsvinden. We rijden
door het diamantengebied van Namibië. Verboden gebied (Sperrgebiet, Prohibited
Area) voor iedereen. Er wordt gezegd dat de troepen die controle uitvoeren geen
aardige jongens zijn, dat je bij voorbaat fout bent en dat je te allen tijde
vervolgd zult worden. Dan maar niet van de weg af. Dat gaat ook niet echt, het
is heel vlak en je kunt kilometers kijken, zo ook de controletroepen. Halverwege
de route komen we een Duits stel tegen, Helmut en Anna, die we al in Windhoek
gezien hebben op de camping. Ze rijden met ons mee terug naar Lüderitz
om met elkaar lekker gamba’s te gaan eten. We gaan op de camping staan,
prachtig gelegen op een soort eilandje, Shark Island, uitzicht over de zee en
Lüderitz, bootjes in het water enz. Een vakantieplekje, zeker nu er bijna
geen wind staat en de zon volop schijnt. Gamba’s op de grill, wijntje
er bij, hartstikke gezellig.
De volgende dag vertrekken ze, wij blijven nog hier in de omgeving van Lüderitz.
We blijven niet op de camping, is nogal kostbaar. Je betaalt per plek (9 US$),
per persoon (1US$) en per auto (1US$). Met Anne en Helmut stonden we op een
plek, dus dat scheelde weer.
Eerst weer de dingen doen die altijd moeten; boodschappen, bank en internet.
De boodschappen en bank gaan snel, net als thuis. Het internetten duurt weer
eeuwig; een enorme langzame verbinding. Het kost mij al weer een half uur eerdat
ik 108 onzinberichten heb verwijderd, dan nog een half uur om de leuke berichten
te lezen. Het is echt heel vervelend, even snel een berichtje terugsturen lukt
niet, het duurt iedere keer minuten voordat er een volgende stap gedaan is.
Nou, neem dan maar van mij aan dat je er snel mee ophoudt. We proberen het een
van de komende dagen wel weer.
Hierna rijden we Lüderitz uit en gaan naar een gebied ten zuiden van de
stad, gelegen aan de kust. Het is een recreatiegebied waar je overdag kunt rondrijden
en picknicken. Niet van de weg af (Sperrgebiet!!!). Het is hier lekker; zonnetje,
wind en weinig mensen. We hebben hier nu 1 nacht gestaan zonder dat we weggestuurd
zijn. Afwachten of het vannacht ook zo zal gaan. We kunnen hier lekker lopen
over de rotsen en door het zand. Om te zwemmen is het water te koud, je bevriest
gelijk. Brown heeft natuurlijk wel even gezwommen, net een zeehondje. Helaas
is ze haar tennisballetje kwijt (ergens in zee, meegenomen door de stroming)
en nu loopt ze een beetje verdwaasd rond en kijkt uit over de zee of ze haar
balletje ziet. Het is net Kniertje. Gelukkig een oude schoen gevonden, kan ze
ook mee spelen.
Woensdag 16 oktober 2002
En we staan nog steeds in het recreatiegebied. Het bevalt ons prima; we zien
bijna geen mens, de zon schijnt volop en de wind is niet te hard. De golven
slaan hier tegen de kust; grote rotsen. Af en toe dendert het en zien we enorme
witte wolken van achter rotsen komen. Er zijn kleine baaien met een piepklein
strandje. Het is een uitzicht waar je niet op uitgekeken raakt, elke golf geeft
een ander resultaat.
We zien hier ook flamingo’s, rustig aan het stampen en eten op het strand.
Sommige meer wit maar enkelen ook prachtig roze. Ook zien we de bekende meeuwen
weer en volgens mij ook een soort alk (zwart, met rode snavel en poten). Op
een ochtend zien we vlak langs de truck een jakhals lopen. Heel rustig kunnen
we het dier aanschouwen; net een hondje maar dan anders.
Nou, hier dus alles goed en best. We genieten volop en willen nog niet naar
huis. Zeker niet nu er Nederlanders komen. Pier is samen met Martin en Steve,
een Australiër, ingevlogen naar Nairobi en komt nu met de vrachtwagen naar
het zuiden. De bedoeling is om de truck te verschepen vanuit Durban, de oostkust
van Zuid Afrika. Wij zitten nu nog aan de westkust maar ik hoop dat we elkaar
halverwege nog kunnen zien. (De satésaus van Martin is niet te versmaden).
En dan natuurlijk Herman die eind november vliegt naar Kaapstad. Het boodschappenlijstje
heeft hij al gedeeltelijk afgewerkt, helaas voor hem komen er steeds nog weer
dingen bij (na de schokbreker en medicijnen, stoppen voor de omvormer, nu ook
nog waterfilters want die verkopen ze hier niet). Maar, ook al vergeet hij zijn
bagage op Schiphol, het is ontzettend leuk om te weten dat we hem binnenkort
zien, gewoon weer eens kletsen over thuis en alles. Jippie, hij komt (lijkt
Sinterklaas wel).
Nog even over Namibië. Het is voor mij het mooiste land tot nu toe. Het
heeft alles qua landschap (bergen, valleien, zand, zee, strand, rotsen, rivieren),
dieren (o.a. olifanten, giraffes, struisvogels, jakhals, gemsbok, springbok
en nog veel en veel meer), weer (koel aan de kust, warm in het binnenland),
reismogelijkheden (dagen off road rijden zonder een mens te zien, bushcamping,
redelijke wegen, goede campings, winkels met van alles) en de mensen zijn nog
vriendelijk ook. We horen veel goede berichten over Zuid Afrika, maar ook dat
je daar niet kunt bushcampen, dat het toch heel anders is. Hier in Namibië
is het enerzijds goed geregeld (douane, papieren, dierenarts enz) en anderzijds
waan je je af en toe in het niets, terug in de tijd. Namibië is een aanrader!
Komende zondag, 20 oktober 2002, zijn we een jaar onderweg. Het gaat snel zo’n jaar. We hebben nog geen dag spijt van onze beslissing. Wat wil je ook; elke dag de zon, elke dag uitdagingen, zo veel verschillende landen, mensen en dieren. Natuurlijk missen we af en toe wel het thuisfront maar gelukkig is er internet, sms en de telefoon. En anders is het: geen bericht is goed bericht. We hebben veel gezien en meegemaakt, veel leuke dingen maar natuurlijk ook het verdriet om Kim. Vol enthousiasme gaan we het tweede jaar in van onze reis.
Nou, dit is het weer voor zover. Tot het volgende bericht. XXXXXXX Wim, Monique en Brown (die wil de hele dag spelen met een oude gevonden schoen, ze piept om onze aandacht te trekken en is niet moe te krijgen. Helaas is ze de jongste niet meer en heeft ze 's morgens spierpijn en heeft een beetje zere voetkussentjes.)