Nog steeds in Namibië, we zijn hier niet vandaan te krijgen. Nu staan
we aan de Oranjerivier, de grens tussen Namibië en Zuid Afrika.
In het Diamond Recreation Area in Lüderitz hebben we nog een paar nachten
gestaan. Uiteindelijk hebben we er 8 nachten in rust gestaan. Echter op zondag
kwam er eerst een klein vliegtuigje over en een uurtje later stond er een man
in uniform naast de truck. Of we soms aan het kamperen waren. Nee, natuurlijk
niet, we picknicken hier en overnachten op de camping in de stad. Voor ons wel
de reden om geen nacht meer te blijven want we zijn toch ongerust dat ze gaan
controleren. In Lüderitz staan we de nacht in de stad bij de haven. Na
meer dan een week rust en enkel het geluid van de golven tegen de rotsen en
vogels is het weer even wennen. ’s Avonds scheuren ze met auto’s
door de verlaten straten en ’s morgens is het om 6 uur al druk met werkvolk.
Omdat we zondag 20 oktober een jaar onderweg zijn gaan we uit eten in Lüderitz.
Het Kappshotel lijkt wel wat. We bestellen 1 seafoodplatter en 1 porti calamiris.
Een hoofdgerecht en een voorgerecht delen met elkaar. Als het eten gebracht
wordt denk ik dat het verkeerd begrepen is; in plaats van 1 hoofdgerecht samen,
nu 2 hoofdgerechten samen op 1 schaal. Het is veel maar we laten het er maar
bij want het ziet er prachtig uit. Een zestal mosselen uit de oven met kaas
en knoflook, evenzoveel oesters uit de oven, inktvisringen, een viertal langoustes,
een viertal gamba’s en dan nog een portie gebakken vis. Dit alles omlijst
met patat en salade. We krijgen het niet op, de restanten gebakken vis krijgen
we in een doggiebag mee, Brown ook weer blij. Als dan de rekening komt blijkt
toch dat we slechts 1 hoofdgerecht gehad hebben. Veel voor weinig; eten voor
drie personen (we raken de patat niet aan) en de totale rekening komt is slechts
20 Euro.
Nog vol van het eten vertrekken we maandagochtend landinwaarts. De eerste stop
is al na 10 kilometer; Kolmanskop. Vroeger een plaats waar diamanten gevonden
zijn en waar rekeningen voldaan werden in diamanten, nu sinds de zestiger jaren
een verlaten spookstad. Er staan nog gebouwen en huizen, echter de meeste aangetast
door het oprukkende zand. Natuurlijk is de omgeving afgezet met hekwerk, het
is tenslotte hier allemaal “Sperrgebiet”, verboden terrein omdat
er nog steeds diamanten gevonden worden. Helaas is de neus van Brown niet getraind
op diamanten en hebben we het gebied met lege handen moeten verlaten.
Dan verder landinwaarts, de eerste 120 kilometer is dezelfde weg als we op de
heenweg genomen hebben, het is de enige verbinding. De temperatuur stijgt per
kilometer en het duurt nog geen 100 kilometer, dan is de temperatuur al gestegen
van 15 graden in Lüderitz naar 38 graden. We leggen het bijna af, het is
verschrikkelijk na meer dan 1 week de frisse lucht van de kust nu weer de droge,
hete lucht in het binnenland.
We stoppen net voor het plaatsje Aus (volgens verhalen hebben ze hier in de
jaren 80 eenmaal een witte kerst gehad, stel je voor, woestijngebied en zomer!).
Op de heenweg zijn we er voorbij gereden maar nu willen we bij de wilde paarden
gaan kijken. We verwachten er niet teveel van en tot onze verbazing zien we
bij de waterplaats meer dan 60 paarden. Ze zijn niet echt wild (geen geren en
zo, misschien ligt het aan de temperatuur) en zien er goed uit. Er zijn verschillende
verhalen in omloop hoe ze hier gekomen zijn, de meest logische lijkt er eentje
over verscheepte paarden vanuit Europa die losgebroken zijn. De dieren hebben
zich aangepast en kunnen wel 7 dagen zonder water.
Na Aus staat Keetmanshoop op het schema. Het is allemaal strak asfalt over heuvels
en over enorme vlakten. Je kunt tientallen kilometers ver kijken, het uitzicht
is soms adembenemend.
En langs de honderden kilometers weg zien we weer overal hekken, die lopen parallel
langs de weg. Het is ondanks het panorama een lange rit. Het is heet en er staat
bijna geen wind. We verwelkomen dan ook de bewolking die over het land trekt.
Helaas wordt het niet veel koeler.
Overnachting doen we net voorbij Keetmanshoop. Een camping gelegen nabij een
benzinestation. Ze hebben geprobeerd het wilde westen na te doen; galgen, saloon,
sheriff enz. Tja, het past niet zo erg hier.
De nacht is smerig warm. Dat waren we echt niet meer gewend. In de ochtend is
het nog steeds zwaar bewolkt met een lucht waarvan je zou denken dat er regen
valt. Helaas, het blijft beperkt tot een tiental druppels, niet eens genoeg
om het vocht te ruiken.
Na deze enerverende plek weer door naar het zuiden, richting de grens met Zuid
Afrika. We blijven hangen in het plaatsje Noordoewer, gelegen aan de Oranjerivier
welke de grens vormt tussen Namibië en Zuid Afrika. We staan nu op een
camping, Abiqua en staan op 3 meter van de rivier af. Groen gras, bomen en de
rivier. Een prima plek met goed sanitair. De eigenaars komen gewoon uit Namibië
en heten Thijs en Annette van der Hoven. Dat is wel even vreemd, zulke Nederlandse
namen en dan voor mensen die nog nooit in Nederland geweest zijn. De zoon heet
trouwens Driekus. We praten hier, naast Engels, ook Zuid Afrikaans. Het gaat
Wim beter af, waarschijnlijk omdat het Vlaams het meest overeenkomt met Zuid
Afrikaans. Ik probeer mezelf duidelijk te maken met een beetje plat praten.
Kano varen op de Oranjerivier, dat is een must. We gaan samen met Pete, een
Zuid Afrikaan die als vogelonderzoeker werkt op het eilandje Ichabou net voor
de kust bij Lüderitz. Hij zit dan 10 maanden op dat eiland en komt er voor
een vakantie van 2 maanden vanaf. Een rustig leven, weg van alle haast en samen
met vogels, pinguins en zeehonden.
Pete in een kano en Wim, Brown en ik in een croc. Dat is een rubberen raftboot,
echter op de rivier hier valt (na the mighty Zambezi) weinig te raften. We gaan
stroomafwaarts en laten ons door de stroom meevoeren. Lunch hebben we in Zuid
Afrika, aan de andere kant van de rivier. Lekker op het water, een beetje kletsen,
hangen, rondkijken en genieten.
We staan nu alweer een week op de camping en willen donderdag vertrekken naar
Zuid Afrika. We zijn in afwachting van de route die Pier, Martin en Steve rijden.
Het laatste bericht is dat ze net de Vic Falls gezien hebben en nu in Botswana
moeten rondrijden. Het is natuurlijk de bedoeling om elkaar te ontmoeten voordat
onze wegen weer scheiden; zij naar Durban en wij naar Kaapstad.
Nou, dit was het weer even in het kort. Niet veel gebeurd wel veel genoten. Tot de volgende mail. Heel veel liefs en veel kusjes XXXXXXX Wim, Brown en Monique