We zijn in Zuid Afrika! Nu nog naar Kaapstad en dan hebben we de trip Kruiningen-Kaapstad
gedaan. Wat dan? We weten het niet, maar we zijn het reizen nog lang niet moe
en er is nog zoveel te zien hier in Zuid Afrika en verder. Dus nee, we zullen
niet thuis zijn met Kerstmis. Vorige week zijn we vanuit Noordoewer, Namibië
de grens over gegaan met Zuid Afrika. Een vrij snelle en beleefde grensovergang,
heel wat anders dan dat urenlange gezeur en gemekker in het noorden van Afrika.
De eerste grote plaats die we op de route tegenkomen is Springbok. Inderdaad,
een grote plaats met supermarkten, ATM’s (automatic teller machine, een
pinautomaat), internetkantoor en camping. We vullen weer wat aan en verblijven
op de camping. Het is hier warm en zelfs ’s nachts blijft het warm. Weer
wat anders dan de koele nachten aan de Oranjerivier. De volgende ochtend laten
we de truck wassen bij een transportbedrijf welke beschikt over een wasstraat
voor trucks. Geen goedkoop grapje, 25 Euro, maar de truck glimt weer aan alle
kanten en het zout van de zee is er weer afgewassen. Want met al dat zoute water
zie je de roestplekken komen, dat gaat heel snel.
Toch gaan we maar weer naar de kust want dat is het mooiste en het klimaat het
aangenaamst. Helaas zullen we Pier, Martin en Steve niet zien want die zijn
vanuit Botswana direct naar Johannesburg gereden om een vlucht te regelen. Helaas
is de afstand naar Jo’burg te ver (1500 km enkele reis) voor ons. Daarnaast
willen ze dan snel doorreizen naar Durban om de truck af te leveren voor de
overtocht. Jammer, jammer, het had zo leuk kunnen zijn.
Nou, dus wij dan maar weer naar de kust. Het is hier niet veel anders dan in
Namibië, redelijk goede gravelwegen, goede borden langs de kant van de
weg en weinig verkeer. We stoppen voor een nacht in Strandfontein, een plaatsje
dat nu zo doods is al het maar kan zijn. Het bestaat bijna helemaal uit vakantiewoningen
die straks, vanaf medio december, bewoond zullen zijn. De camping is ook uitgestorven,
lekker makkelijk om een goede plek te vinden en we staan met onze kont naar
de zee toe, op het gras. Zelfs een eigen sanitairhok hoort erbij; douche, toilet
en afwasruimte. Natuurlijk ook elektriciteit.
Hier kunnen we zalig langs het strand lopen en Brown kan weer rennen als een
achterlijke achter een schoen. Jammer dat het zeewater te koud is anders hadden
we eens lekker kunnen zwemmen in de zee. Hier maken we onze eerste pojtie kos.
Tja, dat is weer iets echt Zuid Afrikaans. Het is een gietijzeren pot, Wim noemt
het een Eucalypta-pot, die hier Pojtie pot genoemd wordt. Dat gaat op kooltjes
en je maakt er een prutje in, vlees, groente en aardappelen. En dat pruttelt
dan een tijdje gezellig op het vuur en…klaar is je potje.
Na Strandfontein is Lamberts Bay de volgende stop. Weer een vakantiedorp, nu
wat groter en met wat meer gewone huizen. We staan weer op de camping aan de
zee. Eerst bellen we Alastair, een Zuid-Afrikaan die we in Tanzania ontmoet
hebben. Hij woont ongeveer 150 kilometer zuidwaarts en we willen bij hem langsgaan.
Enthousiast zegt hij dat we welkom zijn. Zitten Wim en ik de volgende ochtend
te genieten van koffie in de zon, komt er opeens een idioot aangescheurd, recht
op ons af! Het duurt even, maar dan zien we dat het Alastair is, samen met Theresa.
Komt even kijken hoe het is. Picknickmand mee met van alles, kip, avocado, bier,
wijn, sla, mayonaise, borden, brood, theedoek, noem het maar op of het is er.
Tja, dat maak je niet gauw mee. We hebben gezegd dat we komen en we zijn welkom,
maar toch, ach hij komt vast even kijken en kletsen. Met elkaar lekker eten
en dan het dorpje in. Het staat bekend om zijn “Bird Island” en
nadat de mannen in een restaurantje achterblijven loop ik met Theresa naar het
vogeleiland. Stinken!!! Al die guano meurt vreselijk. Maar als je dan al die
duizenden Jan van Genten ziet, dan vergeet je dat. Enorm indrukwekkend. Ook
zien we zeehonden, helaas wel dood. Er komt hier een soort alg voor die dodelijk
kan zijn, Red Tide, en naast de door vissers gedode dieren zorgt de Red Tide
ook voor veel dode zeehonden. Voor ons is dat een onwerkelijk gezicht; tientallen
dode zeehonden die aangespoeld zijn. En niet alleen hier, we hebben het al eerder
langs de kust gezien. Gelukkig worden ze bijna dagelijks begraven. Op het Bird
Island zien we ook nog Jackass-pinquins, van die kleintjes, en mantelmeeuwen
die op nesten zitten op een afstand van 2 meter. Helaas is het weer omgeslagen;
miezerregen (wel zo dat je binnen 2 minuten zeiknat bent) en wind. Langgeleden
dat ik een regenjasje aan gedaan heb, ik kan het me niet meer herinneren. Terug
naar de camping waar we in de container nog de vakantiefoto’s van Alastair
zien, (400 geloof ik….) We nemen afscheid en zullen elkaar snel weer ontmoeten.
Wim en ik blijven een paar nachten op deze plek. Maandag schijnt gewoon de zon
weer. We vieren de 38e verjaardag van Wim hier, in Lamberts Bay. We doen een
verjaardagsbrunch op het strand; roze bubbelchampagnewijn met knaldop, chips
en chocolade, meegenomen in onze mand met daaraan ballonnen (die helaas wegwaaien).
Helaas jullie waren er niet, maar neem maar van mij aan dat het een heel leuk
feestje was.
Dan op donderdag naar het volgende kustplaatsje, Elandsbay op ongeveer 50 kilometer
zuidwaarts. We nemen een tolroute, een gravelpad door een mooi duingebied. Helaas
zijn we te laat in het seizoen, maar in augustus/september, de lente, staat
hier alles in bloei. De bodem is bedekt met veel verschillende soorten struikjes,
bosjes en het moet zeker een pracht gezicht zijn als alles in bloei staat. Zelfs
nu vind ik het al mooi, niet meer zo groen maar in ieder geval begroeid. En
dan het uitzicht op de zee aan de linkerkant en de bergen aan de rechterkant,
het blijft boeien.
In Elandsbay staan we weer op de camping. Tja, het lijkt erop dat wildkamperen
in Zuid Afrika bijna niet mogelijk is. We worden door iedereen gewaarschuwd,
jong en oud, om het niet te doen in verband met berovingen enz. Daarnaast zien
we, net als in Namibië, overal hekken staan, je kunt gewoon niet van de
weg af. De campings zijn redelijk, wel een beetje slecht onderhouden. De prijzen
vallen mee, ongeveer 6 Euro per nacht. Maar straks in het hoogseizoen zullen
de prijzen omhoog gaan tot zelfs het dubbele. Ook honden zijn niet toegestaan,
dat staat overal groot op de borden. Nu is het nog geen probleem, we zijn toch
de enige gasten, maar dat wordt straks wel anders. We zullen zien, eerst naar
Alastair in Velddrif en dan door naar Kaapstad.
Woensdag 13 november 2002
We zijn sinds zaterdag in Velddrif bij Alastair en Theresa. De vrachtwagen
voor het huis geparkeerd, sleutel van het huis en toestemming om te pakken wat
we willen; de auto, bus of “toetiebike”, de scooter. Ze noemen het
ook wel een brompony…. De gastvrijheid is enorm. Zaterdagmiddag al met
elkaar een ritje gemaakt in de buurt. Omdat de plaats aan zee ligt waar de Bergrivier
uitmondt is de omgeving divers. Een rustig oord waar we volop genieten. Het
rondje omgeving leert ons dat 1-2-3-4-enz. Tineke hier woont. Nog niet in levende
lijve gespot, maar daar komen we ook niet voor. ’s Avonds gaan we eten
bij kennissen van A & T. Het is vooral leuk om de huizen te zien, ook van
binnen. Het huis van Alastair is nergens mee te vergelijken. Hij heeft een antiek/meukwinkel
maar het hele huis staat ermee vol. Van voor tot achter, van links naar rechts,
je raakt niet uitgekeken. Veel ruimte, veel kamers en aanbouwtjes. Voor onze
begrippen doet het rommelig aan, maar het is wel gezellig. Bijna alle woningen
zijn hier zonder verdieping. We kijken ook wat in huizenkrantjes, de prijzen
zijn voor onze begrippen heel laag. Voor de prijs van een garage in het midden
van Nederland koop je hier een aardig huisje met minimaal 2 badkamers. En weet
je, ze hebben hier ook 3,5 badkamers. Dat wil zeggen, 3 badkamers met bad en
toilet en 1 met enkel douche en toilet. Ondanks het watertekort dat hier vaak
in de zomer ontstaat hebben ze nog niet bezuinigd op watergebruik.
Zondag rijden we wat verder de kust langs, Alastair laat ons alles zien. We
zien hele lelijke dorpjes met superdeluxe bungalows, echte vakantiehuisdorpen
die gebouwd zijn ten koste van de oude vissershuisjes. De huizen staan wel dicht
op elkaar, dat zien we bijna overal. Gelukkig zien we ook nog wat oude huisjes,
arbeidershuizen en vissershuizen. Het is nog niet helemaal verdwenen. De route
die we gedaan hebben was leuk op deze manier, met de truck zou het de moeite
niet waard zijn. Te groot, te langzaam en te log.
’s Maandags gaan we naar Somerset West voor een antiek/meukveiling. Een
rit die al vroeg (06.30u) begint maar prachtig is. We rijden landinwaarts. Met
de opgaande zon, bergen, heuvels, graanvelden, wijngaarden, de dorpjes, de mensen
en dieren en uitzicht op de Tafelberg is het een feest. De veiling stelt niet
zo veel voor, de goederen zijn niet bijster interessant, de prijzen hoog volgens
Alastair en de hitte is ondraaglijk. We laten A&T daar achter en nemen de
VW-bus en gaan met Brown naar de kust. Het lijkt wel Spanje, allemaal veel te
gelikt. Dit is niet de kust die we zoeken, zeker niet met de truck. ’s
Avonds na de veiling en diverse 2e handswinkels gaan we eten aan de kust. Het
is uiteindelijk een lange dag, we zijn pas om 23.00 uur thuis. Dat was pas fijn,
dat Brown gewoon de hele dag meekon, dat we niet op de klok hoefden te kijken.
En gisteren en vandaag keuvelen we wat. Theresa heeft een winkel met zelfgemaakte
kleding en is aan het werk. Wel binnen loopafstand dus ze komt even koffiedrinken,
lunchen enz. Alastair bekijkt de spullen die hij op de veiling gekocht heeft
en wij lopen wat met Brown en Penny. Penny is de zwarte Deense dog die pas sinds
kort van Alastair is.
Hoe lang we hier nog zullen blijven weten we niet, we weten dat we 27 november
vroeg op het vliegveld van Kaapstad moeten staan om Herman op te halen. Waar
we gaan staan weten we nog niet. Van Eric en Mirella (die terug in Nederland
zijn) hebben we een adres. Even kijken of het wat is. We zijn, vooral Wim, op
zoek naar een beachbuggy. Kunnen we lekker mee rondtoeren en achter de truck
hangen als we weer verder rijden.
We hebben ondertussen ook bericht gehad dat Rombout begin februari voor 2 weken
komt, hij vliegt op Durban. Nou, wie volgt……………
Maandag 18 november 2002
Nog steeds in Velddrif. We hebben het druk, het is lang geleden dat we zo’n
druk programma gehad hebben. Bijna elke dag gaan we wel ergens naar toe, Alastair
is niet te stoppen. Oh, ik moet straks eerst uitrusten voordat Herman komt.
Maar, we zien en leren een heleboel over de omgeving hier, de mensen in Zuid
Afrika en de politiek in het algemeen.
We hebben een witte beachbuggy gekocht! Het is net een Donald Duck autootje,
erg leuk. Er moet nog wel wat aan veranderd worden (stoelen zijn voor dwergen,
versnelling moet afgesteld worden en we moeten een goed frame hebben om het
wagentje achter de truck te kunnen slepen enz.). Maar met behulp van Alastair
komen we een heel eind. Vanmorgen de auto al op naam gezet, de kentekenplaten
worden nu opgehaald enz.
We kijken er naar uit om straks met dat autootje rond te rijden. We merken nu
met de ritjes met Alastair dat we veel missen want met de truck ga je niet even
een rondje rijden. Met een buggy is dat veel gemakkelijker. Nu moet ik nog leren
om links te rijden en te schakelen.
Morgen is alweer gepland; we gaan de bergen in. Ik ben benieuwd. Al wel veel
gelezen over de omgeving in boeken van Alastair en Theresa. De plaatjes zijn
mooi, nu nog in het echt zien.
De luchten zijn hier prachtig. Je kunt ver, heel ver kijken en vooral met zonsondergang
is het adembenemend. Vormen van de bergen, kleuren van de omgeving en de wolken.
Nee, wat missen we veel in Nederland, zo’n vlak en drukbevolkt land.
We hebben nog een ochtendje op de Bergrivier getoerd, een treasure hunt georganiseerd
door de plaatselijke bootclub, afgesloten met een lunch van fish and chips.
Helaas was het niet zo zonnig en dan is het uitzicht minder en de temperatuur
brrrrrrr. Brown heeft er ook weer van genoten. Veel vogels hier; pelikanen,
flamingo’s, aalscholvers, sterns, meeuwen enz. Vooral de pelikanen zijn
prachtig met hun grote bek. Het verhaal gaat dat ze meer in hun bek kunnen nemen
dan dat ze in hun buik kunnen hebben.
Woensdag 20 november 2002
Een dagje getoerd door het binnenland. Het is groen, bergachtig en er zijn
enorme graanvelden die nu bewerkt worden. Overal zien we grote machines die
in de weer zijn met het graan. We zijn op de Piketberg geweest, een haarspeldbochtenweg
die met de truck niet te doen zou zijn. En wat hebben we daar op die berg? Kroketten!!!!!!!!!
Een Nederlandse vrouw maakt ze zelf en de kroketten lijken op die we van thuis
kennen. Nou het zijn voor mij de lekkerste kroketten die ik afgelopen jaar gegeten
heb. We halen bij een andere Nederlandse vrouw (goh, er zijn er hier toch meer
dan ik dacht) nog meer kroketten op voor in de diepvries zodat we volgende keer
patat met kroketten kunnen maken. Laatst hebben Wim en ik het er nog over gehad,
wat we nou het meeste missen. Eigenlijk is dat niet veel, maar voor mij waren
dat kroketten. Nu ik ze gehad heb is er niets meer. Of toch? Ik weet het niet,
we eten hier ook veel nieuwe dingen; tomatenjam, snoek (zoutwatersnoek) gefrituurd,
gegrild en gebakken, gefrituurde snoekkuit, zoete aardappelen, lemoncurd, waterlemoenconfeit,
mosbeskuit, bokkumbread, gebakken tongetjes van een vis, snoekpaté en
nog veel meer. Vanavond hebben we weer een braai met skildpaaitjies……
Geen echte natuurlijk, het lijkt een beetjes op slavinken maar dan platter en
rond van vorm. Ooit gehoord van surf and turf? Dat is vis en vlees samen, vaak
calamaris (die hier lekker zijn, geen smaakloze elastieken) met een steak. En
hier kennen ze ook een steak tartaar; een torentje rauw vlees met daarop een
rauw ei, alleen het eigeel. Dit wordt gemengd met fijngesneden kappertjes, ui,
tomaat, knoflook en gekookt ei. Op toast afgemaakt met zure room. Slagroom is
hier ook zo te bestellen, running cream, voor door de koffie, over toetjes enz.
Geklopt vind ik het toch lekkerder…
De Afrikaanse taal heeft zijn Nederlandse oorsprong, ondertussen beïnvloedt
door andere talen. Het spreken en verstaan gaat mij nog niet zo goed af, het
lezen des te beter. Wel moet ik veel hardop lezen om alles te begrijpen. Toebroodjies
(belegde broodjes), wegneemetes (afhaalmaaltijd) , moet dit niet misloop nie
(moet je niet mislopen), speurinspekteur van polisie, vonkprop (bougie), teaterzuster
(operatiezuster), uitveger (gummetje), krachtprop (stekker), krimpvarkie (egel),
broeikasbaba (couveusekindje) en ga zo maar door. Hele leuke woorden zitten
er tussen.
Het taalgebruik is hier onderling veelal Afrikaans, maar Engels is ook overal
te gebruiken. Al met al heel gemakkelijk, als we in het Engels niet verder komen
dan gaan we over in het Nederlands, een beetje plat en dan lukt het wel.
Wat is een Wendyhuise? Wij noemen het een houten tuinhuisje. Je moet het maar
weten als je de advertenties leest. Wim en ik hadden er eerst een andere gedachte
bij……..
Het blijft heel vermakelijk allemaal, elke dag kunnen we er weer om lachen.
De beachbuggy is bij de garage, de truck wordt aangepast voor de trekhaak, de was is weer gedaan (helaas nog niet opgehangen, er is hier nabij een visfabriek en als de wind verkeerd staat, dan is het hier niet om uit te houden) en we maken ons klaar voor Kaapstad.
Helaas door ons drukke programma hier in Velddrif hebben we de telefoon al 2 keer niet aangehad op zaterdagavond. Dus, degenen die geprobeerd hebben contact te zoeken, jammer.
Voor jullie, een spannende Sinterklaas en tot de volgende mail.
XXXXXXXXX Wim, Monique en Brown.