Ohoh, vrijdag de dertiende, wat zal er vandaag mis gaan? Tot nu toe nog niets,
de truck staat nog, de zon schijnt en Brown ligt tevreden te snurken. Jullie
allemaal de Sinterklaas overleefd? De pepernoten, amandelstaven en chocolademelk?
Nu op naar de Kerst.
Er is veel gebeurd afgelopen drie weken; Kaapstad, Herman op bezoek, de buggy,
de Kaap bereikt en Herman (nadat hij zijn rugzak geleegd heeft) weer naar huis.
We waren de vorige keer nog in Velddrif, bij Alastair en Theresa. Op dinsdagochtend
zijn we pas vertrokken want de werkzaamheden aan de beachbuggy namen meer tijd
in beslag dan we gehoopt hadden. En we moeten naar Kaapstad omdat we eindelijk
iemand vanuit Nederland ontvangen; Herman. Pas op dinsdagmiddag komen we in
Kaapstad aan. Even wennen met de buggy achter ons aan. Soms zie je het autootje
hangen, soms weer niet. Gelukkig waren we al eerder in Kaapstad geweest met
Alastair zodat we in 1 keer (weliswaar via een toeristische nauwe route, vol
met drempels en voetgangers omdat we 1 afslag te vroeg namen. En dat is niet
aan te raden met een truck met daarachter een buggy.) op de plek aankomen waar
we kunnen staan. Het is geen camping want die zijn er niet in Kaapstad zelf.
Het is een voormalig ziekenhuisterrein met verschillende panden. We staan bij
de Studentlodge at the Waterfront. Op het gras, met water en elektriciteit en
de mogelijkheid om te douchen. En dat voor slechts 230 Rand (25 Euro) per week!
Op loopafstand van het Victoria en Albert Waterfront; een vrij nieuw, toeristisch
en luxe winkelcentrum aan het water. Daarom, misschien is de plek niet zo mooi
maar we zitten wel midden in de stad en we kunnen de Tafelberg zien.
De Tafelberg, het beeld van Kaapstad. Een hoge, platte berg die van veraf te
zien is.
Woensdagochtend vroeg er uit! Oh, ik heb de kriebels in mijn buik, de spanning
wordt te groot: Herman vliegt in om half zeven in de ochtend en we moeten er
natuurlijk staan. Met de buggy naar het vliegveld; het is rustig op de weg want
de drukte komt de stad in en wij gaan de stad uit. Helaas zien we weinig door
de opkomende zon, je wordt gewoon verblind, je kunt amper de borden lezen. Maar
we halen het zonder problemen in 20 minuten. Het vliegtuig is al geland, een
half uurtje eerder dan verwacht. Ik snel naar binnen en wil naar de verschillende
aankomsthallen. Echter, het is een klein vliegveld en er is slechts 1 aankomsthal.
Sta ik daar voor lul, de glazen deuren gaan niet open en een bewakingsbeambte
staat me met grote ogen aan te kijken, net als alle andere wachtenden……………….
En dan komen de eerste passagiers. Oh, ik voel de kriebels steeds meer. Het
duurt even voordat Herman, voor zijn doen zwaar bepakt, verschijnt, gelukkig
is hij niet veel veranderd! Het is een prachtig moment voor mij. Hier heb ik
2 maanden naar uit gekeken en hier is hij dan.
Met de buggy de file in, het duurt bijna 3 kwartier eer we bij de truck zijn.
Ik zit achterin de buggy, het gaat, het is te doen maar het is geen plek waar
je honderden kilometers kunt zitten. Je verwaait, je haar gaat in een coupe
wildernis, je oren slaan dicht, maar het is beter dan lopen.
Eerst een glaasje champagne om mee te beginnen, ook al is het pas 08.00 uur
in de ochtend. Herman heeft er een lange nacht op zitten maar valt niet om van
de slaap. Rustig aan wordt die enorme rugzak uitgepakt. De schokbreker, mooi
verpakt in een handdoek (bedankt Thea) zodat het net lijkt of er een tent in
zit. De waterfilters, de oogwatjes, de zonnebrand, de medicijnen, de drop, de
scheerzeep en nog veel meer. Zelfs chocoladeletters en pepernoten. Dat wordt
weer een echte Sinterklaas. Ook een brief van Daniëlle en prachtige placemats
met foto’s van Robert en de familie.
Het is net of ik Herman net nog gezien heb, het voelt helemaal niet alsof Wim
en ik al 14 maanden onderweg zijn. Ouderwets gezellig. Na de bubbelwijn volgen
de rosé en de roddels. Ja, ik ben weer helemaal op de hoogte van alle
smeuïge verhalen en gebeurtenissen. Mjummie.
Dan de tent op zetten. Het gaat redelijk snel en in de komende week zullen we
veel leren en gaat het supersnel. We hangen en drinken wat en eten later op
de dag bij dat luxe winkelcentrum. Op een terras aan het water, met uitzicht
op de tafelberg. Het is redelijk warm, Herman lijkt er goed tegen te kunnen.
’s Avonds op tijd naar bed. De tent van Herman waait bijna weg, de wind
is enorm. Daar staat Kaapstad ook om bekend; de harde wind die kan waaien.
De volgende ochtend inpakken en wegwezen. We rijden naar Cape Peninsula, het
schiereiland waar Cape Point en Kaap de Goede Hoop liggen. Het is bergachtig
en het rijden met de buggy is nog even wennen. We zitten met elkaar voorin de
truck, dat gaat uitstekend, beter dan ik had gehoopt. De uitzichten zijn weer
prachtig; de bergen, de wolken en de zee. We willen via Chapmans Peak oversteken,
maar helaas zijn ze aan de weg bezig en is het afgesloten. De andere weg zit
dicht vanwege een ongeluk We besluiten om te wachten. We mogen zelfs overnachten
bij het politiebureau, maar gelukkig is de weg weer vrij en kunnen we verder
rijden. We gaan op een camping staan in Kommetjie, gelegen aan de westkust van
het schiereiland. Zoals we nog veel zullen zien zijn honden niet toegestaan
op campings, maar tot nu toe lukt het om een plek te krijgen. Want Brown is
ook zo lief en rustig!
Weer de tent op zetten en rosé drinken. Ook met Brown over het strand
gelopen. Het water is hier nog veel te koud om in te zwemmen, helaas de badkleding
moet nog even ingepakt blijven. ’s Avonds een braai en mooie verhalen.
Weer inpakken en wegwezen. Dat is even anders dan we gewend zijn. We willen
met Herman wat meer zien in korte tijd dan we normaal doen. Wim koopt op de
valreep nog 10 kreeften van een pond per stuk, voor de prijs van 20 Euro!!
Met de kreeften in een emmer in de douche (brr, die tentakels bewegen nog) rijden
we naar de oostkust van het schiereiland. Over de bergen, door de dalen, langs
de oceaan gaan we naar Simonstown, het laatste plaatsje voordat je de Kaap bereikt.
Natuurlijk ’s avonds ons volgegeten aan de kreeft (we hadden zelfs over!),
weggespoeld met rosé. Dat drinken houdt wel in dat we bijna elke dag
op zoek moeten naar een drankwinkel, ze verkopen het bijna nooit in de supermarkten.
Maar, er zijn ergere dingen.
De volgende dag in de buggy, zonder Brown, naar de Kaap. Brown nemen we niet
mee omdat het gebied een natuurgebied is en dan mag er geen hond meegenomen
worden. De toegang tot het park is slechts 2,5 Euro per persoon, dat zijn nog
eens leuke prijzen. En daar rijden we dan, richting Cape Point. Dit ligt iets
zuidelijker dan Kaap de Goede Hoop. Voor een mooi uitzicht gaan we met een treintje
het laatste stuk omhoog. We kunnen ook lopen, maar dat is iets te veel gevraagd
voor ons. Boven een prachtig uitzicht op de punt van het schiereiland en we
zien Kaap de Goede Hoop liggen. Herman en ik lopen vanaf Cape Point naar Kaap
de Goede Hoop terwijl Wim de buggy neemt. Een aardige wandeling, niet geschikt
voor rolstoelgangers of mensen met een stok. Het pad is ook niet overal even
duidelijk en we maken nog een klein extra rondje voordat we aankomen bij Kaap
de Goede Hoop.
Nadat we eerst een bus met Japanners hebben weggejaagd kunnen we een foto maken
van het bord waarop het bewijs staat dat we zover gekomen zijn. Het is toch
een soort overwinning, een doel wat bereikt is; Kruiningen-Kaap. Daar moet weer
op gedronken gaan worden, dus terug naar de camping. Helaas, de buggy vertoont
kuren. De koppeling doet het niet meer, er kan niet geschakeld worden. We lijken
wel een bobsleeteam; Wim voorin aan het stuur, Herman en ik duwen, meerennen
en inspringen als de auto rijdt. Als oude gebakjes rijden we terug. Gelukkig
hoeven we bij de uitgang niet te stoppen voor de slagboom, die gaat net op tijd
open. Nog geen bavianen gezien ondanks dat er veel voor gewaarschuwd wordt.
Het belangrijkste is dat ze niet gevoerd mogen worden en dat ze nogal agressief
zijn. Dus ramen dichthouden! Dan gebeurt het; er is een file want er moeten
zonodig bavianen gevoerd worden die nu rustig op de weg zitten te peuzelen.
En niet eentje, maar tientallen. Hoe langer je kijkt, hoe meer je er ziet. En
hoe langer je kijkt, hoe groter ze worden! Dan naderen we de bavianen en de
oetlul voor ons gaat even rustig stoppen om het allemaal nog eens beter te bekijken.
Met de ramen dicht natuurlijk. Maar wij, wij zitten in een open buggy en kenmerk
van zo’n autootje is dat er geen ramen (behalve de voorruit) zijn. Verstijft
zitten we in de auto, staan stil en blijven recht voor ons uit kijken. Herman
zit achterin en die heb ik nog nooit zo onbeweeglijk zien zitten. Oh, als die
enorme baviaan links van ons maar niet nog dichterbij komt dan die halve meter
welke hij nu van ons vandaan is. Die dieren zijn echt groot en hebben vreselijke
tanden. En dan zeggen ze ook nog dat deze hier agressief zijn…..
En ze zijn overal, links, rechts, achter en voor ons.Dan gaat de auto voor ons
weer rijden. Noch Herman noch ik stappen uit om de bobslee-act weer te doen.
Het lukt Wim om de buggy met horten en stoten te starten, zonder dat er ook
maar 1 baviaan reageert.
Veilig komen we weg, wel met het zweet onder de oksels (en niet van de warmte).
Herman heeft kennisgemaakt met het wildlife van Afrika. Zo te zien was dat voor
lange tijd genoeg.
Dan moeten we weer verder. We rijden langs de kust naar Hermanus, omdat we dat
zo leuk vinden klinken. Eerst hebben we de buggy afgezet bij een kennis van
Alastair die de buggy gaat nakijken. Hermanus staat bekend om de walvissen die
in het seizoen te zien zijn. Helaas is het seizoen net afgelopen en zullen de
walvissen voor ons niet te zien zijn. De kustroute is mooi, de wegen goed ondanks
dat ze niet breed zijn. In Hermanus is geen camping, we rijden iets terug naar
Onrus. Gelegen aan het water (dat nog steeds te koud is om in te zwemmen), met
grote rotsen en kleine poelen. We blijven hier twee nachten, het opzetten en
afbreken zijn we een beetje zat. We doen verder weinig, verhalen, rosé,
eten en rondkijken. Op de camping staan tegenover ons Zuid Afrikanen. Die komen
gelijk op de truck af en zijn nieuwsgierig. Ook aardig; we krijgen drankjes
en zelfs sigaren uit Nederland. Dat is toch wel het beeld wat we hebben van
blanke Zuid Afrikanen in het algemeen; hartelijk, open en gastvrij.
Na dagen van kust en oceaan gaan we ons richten op de wijn. Nee, niet de rosé
maar het wijngebied in de omgeving ten westen van Kaapstad; Stellenbosch, Paarl
en Franschenhoek.
Weer door de bergen, nu begroeid met wijnranken, rijden we via Franschenhoek
naar Paarl. We zien enorme wolken hangen op de bergen, die net als een onbeweeglijk
kleed over de bergen ligt. We zetten in op een wijnproeverij. Dat is niet zo
eenvoudig want we willen er ook nog wat bij eten. En dat is bijna niet mogelijk.
En als we er dan een gevonden hebben, hebben ze net vandaag geen lunch. Tja,
maar nu we er toch zijn gaan we toch maar proeven. Wim doet niet mee (hij moet
nog rijden) maar Herman en ik laten de wijnen van Môreson langskomen.
We komen niet ver, een bubbelwijntje en dan nog wat witte wijnen. De rode laten
we zitten, het valt allemaal nogal zwaar omdat we natuurlijk niets uitspugen.
Wel een flesje gekocht, want dat hoort, geloof ik.
Dan weer een camping. Een leuke, aan een riviertje onder de bomen. Eten, drinken
en zitten. Dat moet wel na zo’n vermoeiende dag; rijden in de truck en
hangen aan de bar bij de wijnproeverij.
Stellenbosch is de volgende plaats. Daar komen we in de ochtend aan, de afstanden
die we afleggen zijn niet zo ver. We kunnen de truck eenvoudig parkeren nabij
het informatiebureau. Plek genoeg, kost niets. Bij het info-buro zijn ze aardig,
ze bellen zelfs om de terugvlucht van Herman te bevestigen. Stellenbosch is
een oude stad, een gemoedelijke plaats. Je kunt er lekker rondslenteren en er
zijn terrasjes genoeg. Dat doen we dan ook eerst; een emmer café au lait
met taart. Kaastaart, appeltaart en chocoladetaart. We kunnen het bijna niet
op.
Het wordt een cultureel dagje; we gaan naar het museum. In Stellenbosch zijn
een aantal huizen uit vroeger tijden opengesteld. Je loopt van het ene huis
naar het andere, elkaar opvolgend in tijd. Dan weer op zoek naar huisvesting
van deze tijd; de camping. Nu eentje net buiten Stellenbosch, tussen de naaldbomen.
Het stikt er van de eekhoorns, die vriendelijker aandoen dan die bavianen. Hier
zien we voor het eerst weer een overlandtruck. De volgende ochtend is er de
zonsverduistering. Met twee zonnebrillen over elkaar zien we dat er een klein
hapje uit de zon is, maar het wordt niet donker.
Nu weer richting Kaapstad want Herman vliegt overmorgen al weer terug naar Nederland.
Eerst halen we nog de buggy weer op en rijden we weer met gevolg door Kaapstad.
Het is warm maar we slaan ons er met behulp van rosé doorheen. Het is
warm, maar de wind komt op. Zelfs zo erg dat ’s nachts de buitentent van
Herman losraakt.
De laatste dag in Kaapstad, Herman vliegt ’s avonds. We maken met de topless-bus
een rondrit door de stad die ons afzet bij de Tafelberg. Het is een dubbeldekker
zonder dak. Het is heet, zelfs als de bus de rondrit maakt. Bij de voet van
de Tafelberg nemen we de kabelbaan naar de top. Lopen is mogelijk, maar daar
moet je toch een beetje voor getraind zijn en met de temperatuur van vandaag
is het ongezond. De kabelbaan brengt ons in 3 minuten (zeggen ze) omhoog. Het
ding draait rond, dus je hebt uitzicht over alle kanten. Bovenop eten we wat
en lopen een klein rondje. Het totale uitzicht is adembenemend; Kaapstad is
net een miniatuurstadje, Robbeneiland ligt eenzaam in het water, Cape Point
is goed zichtbaar. We blijven niet lang want we willen de volgende bus terug
hebben. Het is ondertussen echt bloedheet geworden, meer dan 35 graden zonder
wind.
Dan inpakken en wegwezen. Nu met buggy en bagage naar het vliegveld. Weer in
de file, maar we zijn ruimschoots op tijd. Eten op het vliegveld, het lijkt
een soort galgenmaal. Weer die kriebels in mijn buik, maar nu liggen ze zwaarder
op mijn maag.
Als we afscheid genomen hebben van Herman (nadat hij beloofd heeft om volgend
jaar terug te komen, waar we dan ook zitten) rijden we samen terug naar de truck.
Het is net of we wat missen, er is een leeg gevoel. Uiteindelijk duurt het bij
mij een paar dagen om er gewoon mee om te gaan.
De week dat Herman bij ons was, is ontzettend leuk geweest. Het was zo vertrouwd,
zo makkelijk en zo gezellig dat ik moet afkicken. Gelukkig weet ik dat Rombout
over twee maanden naar Durban komt. (Even bedenken wat hij mee moet nemen!)
Zonder Herman blijven we nog een paar dagen in Kaapstad. We hebben alle soorten
weer; enorme hitte (meer dan 40 graden), wind, zon, bewolking en regenspatjes.
We ontvluchten de hitte in de bioscoop: Harry Potter and the chamber of secrets.
Dan rijden we samen terug naar Simonstown waar we de camping besproken hebben
voor 1 week. Even uitrusten, bijkomen en weer eens lekker lezen. We staan hier
nu al een paar dagen en het is best met uitzicht op de zee.
We hebben een mobiele telefoon gekocht. We hadden er eentje van Alastair in
bruikleen maar die heeft Wim de eerste dag al laten vallen. Jullie kunnen ons
bellen; 073-2586013, nog wel even de landcode er voor (zelf opzoeken, weet ik
niet). (Bij deze kan de webmaster melden dat de landcode 27 is en dus het
volledige gsm nummer: 0027732586013) Of het uberhaupt lukt weet ik niet.
De satelliettelefoon zijn we een aantal weken vergeten aan te zetten op zaterdagavond.
Vanaf nu gaan we het weer proberen. Helaas lijken sms’jes niet door te
komen, waar dat aan ligt is ons onduidelijk.
Dit weekend begint de drukte echt; de schoolvakanties zijn begonnen en ook het
bedrijfsleven heeft vakantie. Veel is al volgeboekt, maar we gaan terug naar
Velddrif. Alastair heeft geregeld dat wij bij de jachtclub in Port Owen (naast
Velddrif) kunnen staan. Ben benieuwd wat het is, volgens Wim een prima plek.
We zijn van plan om tot begin januari daar te blijven en als de drukte voorbij
is naar Durban af te reizen.
Met ons alles goed. Brown is loops dus ze is een beetje van slag, maar dat is
zo weer over.
Hoe is het in het koude Nederland. We hebben gehoord dat de eerste schaatsmarathon
op natuurijs al gereden is. Ja, dan ben ik een beetje jaloers op jullie. Misschien
krijgen jullie wel een witte kerst. Dat zit er voor ons niet in.
Heel veel liefs, dikke zoenen vanuit Zuid Afrika
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX Wim, Monique en Brown.