Vrijdag 31 januari 2003

We lopen achter met het verhaal, er is ondertussen al weer zoveel gebeurd en we hebben zo veel mooie en nieuwe dingen gezien. Snel beginnen. Het vorige verslag eindigde in Oudtshoorn, het struisvogeldorp van Zuid Afrika. We zijn daar nog naar het plaatselijke museum geweest wat toch de moeite waard was; natuurlijk veel dingen met struisvogelveren, wat over de lokale, blanke bevolking aan het begin van de vorige eeuw, hoe zag de apotheek eruit, wat voor kleren droeg men in die tijd, enz. Wel aardig om gezien te hebben. En lekker koel daar binnen want buiten loopt de temperatuur op tot 38 graden! Na enige rustige dagen gaan we weer rijden. Het weer is er ook naar; regen. We rijden naar en langs de kust in de regen. Het uitzicht is gelijk wat minder en de temperatuur ook. Weer eens een lange broek aan! We passeren Knysna (druk en toeristisch) en rijden over de tolweg bij het Tsitsikamma National Park. Prachtig, helaas van de regen, maar het is groen, heuvelachtig met grote bomen, net of je door een laan rijdt. Ook zien we enorme diepe kloven aan weerszijde van de weg. Het is zo’n andere omgeving dan wat we de afgelopen tijd gezien hebben. We overnachten in Cape St. Francis op een verlaten, aan de weg gelegen camping voor de idiote prijs van 11 Euro, want het is nog net hoogseizoen volgens de eigenaar……… Na dit dure nachtje rijden we naar Port Elizabeth (PieIe volgens kenners hier) en besluiten om in plaats van de kustroute verder te volgen, net na PE naar het noorden te rijden. Het landschap verandert van groen naar droog en dor. We rijden door de Little Karoo, een droge streek in de Eastern Cape Province. Het landschap is vrij saai ondanks de heuvels. Overnachten doen we in Cradock op de gemeentecamping (prachtig, groot, loslopende springbokjes, zwembad binnen en buiten, voor weinig) en in Gariep bij de dam op een vakantie-resort (luxe, groots, rustig, volle maan boven het water, voor nog minder). We tanken binnen 10 minuten en dan hoor ik wat…. Oh, oh, lekke band. Gelukkig een prima plek, nabij benzinepomp, harde ondergrond, nog niet te warm en geen pottenkijkers. De oude band wordt weer opgetakeld en meegenomen om te laten maken.
Dan komen we aan in Bloemfontein, de plaats voordat we de grens over willen naar Lesotho. De camping stelt niet veel voor maar er is gras en een waterkraan naast de truck. Met de slang eraan is het lekker om elke keer even te douchen want het is niet koud hier. Voor Brown moeten we de reispapieren (travel permit) regelen. Handig een mobiele telefoon en een beach buggy. Eerst even bellen. Langskomen met de papieren, de hond is niet nodig. Dan vroemmmmm met de buggy er naar toe en binnen 5 minuten staan we weer buiten. De toestemming is weer verlengd en kost niets. Tja, je blijft je af en toe verbazen, soms kan iets uren duren met veel moeite en gezeur en soms is het zo eenvoudig en vriendelijk. We blijven een nachtje langer op de camping, want we weten niet hoe het in Lesotho zal zijn en we moeten er toch blijven tot en met 30 januari. Het visum voor Zuid Afrika verloopt 30 januari dus als we 31 januari weer aan de grens van Zuid Afrika staan moet het goed komen, toch? En een visum voor Lesotho moet ook niet moeilijk zijn. En dat is het ook niet volgens Ed en Jaquelien. Die komen op de camping in Bloemfontein naast ons staan. Stel je weer even voor; redelijke camping, wij zijn de enige losse kampeerders, plek zat. Komt er zo’n VW-busje aanrijden en die zet die auto direct naast ons. Oh, je zou ons eens moeten horen; “wat zijn dat nou weer voor achterlijken, plek zat, laat ze oprotten, zeker weer van die lui uit Johannesburg, enz”. Echter, in dat busje zitten Ed en Jaquelien, twee Nederlanders die voor 3 maanden in zuidelijk Afrika rondtoeren. Hartstikke leuk dus. Weer even Nederlands praten, samen eten en verhalen vertellen. Zij komen net uit Lesotho en hebben het er goed gehad. Nu gaan ze naar Kaapstad, busje weer verkopen en dan terug naar Europa om 2 maanden te gaan skiën. Goh, wat kan het leven toch goed zijn.
Dan vertrekken we naar Lesotho. Het is woensdag 22 januari. De grensovergang is bij de hoofdstad van Lesotho, Maseru. Eerst de Zuid Afrikaanse kant. Dat is even iets anders dan de grensovergang vanuit Namibië. Het is druk, rommelig, er lopen kinderen rond die weer van alles willen hebben, het loket is onvindbaar. Als je dan uiteindelijk het douaneloket gevonden hebt staat er een lange rij. Je staat op rode plastic pallets die schots en scheef staan, als je even niet oplet lig je onderuit tussen de pallets. Het contact met de douaneman gaat via een raampje. Echter de man staat ongeveer een halve meter hoger dan ik en ik sta dus tegen zijn kruis aan te praten. Vandaar misschien ook die warrige antwoorden; een formulier invullen. Waarom? Daarom! Wat moet er ingevuld worden? Alles wat je meeneemt de grens over en wat van meer waarde is dan ongeveer 125 Euro! Dus ook de pannen, potten, tent, enz.enz.? Nou, nee niet allemaal! Wat dan wel? Eh, eh,…. Het kruis verdwijnt en komt even later weer terug. Eh, heeft u een camera bij u? Ja! Dat moet er op. We zetten dan op eigen initiatief de buggy er ook maar op en verder laten we het maar. Een carnet de passage heeft het kruis nog nooit gezien. Dan naar het loket voor de teruggave van omzetbelasting, voor het gehoorapparaat van Wim. De dame is even weg, een ijsje eten. We zien het vette mormel verderop rustig aan haar ijsje likken en ze komt niet eerder dan dat het ijsje op is. Oeps, we moeten met de bon eerst naar de douane. Weer tegen dat kruis aan lullen… Oh, dat is toch te moeilijk en we worden van achteren benaderd door een douaneman op gelijke hoogte (misschien 15 centimeter verschil omdat hij tussen twee pallets in staat). Eh, waar gaat het over? Wanneer gaan jullie terug naar Nederland? Wanneer gaat het vliegtuig dan? Oh, geen vliegtuig. Oh, eigen vervoer. Maar wanneer dan terug? Ik word er gek van, ze willen een datum weten wanneer we naar huis gaan, ze snappen niet hoe wij reizen, dat kunnen ze niet vatten. Uiteindelijk geeft de ambtenaar het op en zet een prachtige stempel op de rekening van het gehoorapparaat. Wim gaat ermee naar de dame (geen nieuw ijsje, ze zit achter het raampje) en na enige tijd (ik ben al moedeloos en zit bij Brown in de truck) komt hij terug. Het schijnt gelukt te zijn alhoewel ze het ook niet helemaal begreep. Want wanneer vliegen we nou naar Nederland? Gek word je er van. Maar, misschien lukt het en krijgen we de BTW terug (op een cheque die naar Nederland gestuurd wordt en dan geïnd moet worden door degene op wiens naam de cheque staat. Marleen, succes er mee!) Uiteindelijk duurt het anderhalf uur eer we de Zuid Afrikaanse grens over zijn. Nu nog die van Lesotho. Weer druk en kinderen rondom. Maar, de formaliteiten gaan snel. Even het visum in paspoort stempelen (2 weken, gratis) en weg kunnen we weer. De man van de douane loopt even mee want hij snapt het niet helemaal met die buggy maar hij zwaait ons binnen no time de grens over. Geen probleem. Wel 40 rand (ongeveer 4 Euro) betalen voor wegenbelasting.

Lesotho. We rijden langs Maseru, de hoofdstad. Die plek laten we links liggen want we hebben er weinig leuks over gelezen en gehoord. We willen een route rijden in Lesotho met een klein stukje gravelweg. Je kunt bijna geen rondje in dit landje maken zonder gravelweg, er zijn niet zo veel asfaltwegen. Voor ons is asfalt belangrijk omdat we die buggy achter ons hebben hangen. We rijden vanaf Maseru richting het oosten en overnachten bij een lodge. Dat staat op de kaart aangegeven (kaart duur gekocht en het is een flut kaart). De afslag van de lodge nemen we (groot bord) en we rijden de gravelweg op. Het lijkt weer nergens op. Blijkt de lodge aan de weg te liggen, we zijn er gewoon langs gereden terwijl ik het nog gevraagd heb aan (waarschijnlijk) de eigenaar van de lodge. Op de gravelweg keren gaat slecht, we draaien maar kunnen de bocht niet maken en staan 1 meter van een hutje af. De dame van het hutje komt angstig naar buiten en schrikt zich rot als ze de truck ziet en hoort. Dan, buggy loskoppelen en wegrijden, truck achteruit en weer draaien, buggy weer bij truck rijden en vastkoppelen. We overnachten bij een andere lodge aan de overkant van de weg. Een redelijke plek maar niet te vergelijken met Zuid Afrika. De volgende ochtend weer op pad. Het is prachtig. Groen, fluwelen bergen, watervallen, schapen, geiten, koeien en paarden op de bergen, herders te voet, te paard of te ezel. Hutjes op de bergen. We lijken terug te gaan in de tijd. Dan komen we bij de paarden. De Basotho-pony’s. De pony’s staan bekend om hun kunsten op de steile bergen, ze zijn erg voetvast en dus ideaal om mee in de bergen te rijden. We staan bij “The Basotho Pony Trekking centre”, een door de regering opgezette attractie. Het is niet druk, we zijn de enige gasten. Overnachten kan hier niet of je moet kamperen. Voor ons dus geen probleem, maar wel jammer voor andere toeristen want nu moeten die eerst van elders komen voor ze hier kunnen paardrijden. En je moet wel een stukje rijden want de lodge die op de kaart aangegeven staat op korte afstand van de paarden, is gesloten…… We ontmoeten hier nog 4 Nederlanders die een tocht maken met een huurauto. Tja, je komt ze overal tegen die Nederlanders.
We gaan paardrijden. Twee uurtjes, samen met een gids (35 Rand=3,5 Euro p.p). Het is weer adembenemend. De stilte, de schoonheid van het landschap, de uitzichten, de luchten, de bloemen, vlinders, vogels, het hoge gras, het vee nog hoger in de bergen, de watervallen…………..Het is om stil van te zijn.
Het weer is wat anders dan we gewend zijn. Als de zon schijnt is het gelijk warm, maar als er bewolking is, koelt het gelijk af. We blijven twee nachten en we hebben twee avonden en nachten het mooiste onweer wat ik tot nu toe meegemaakt heb in heel Afrika. Yes, enorme flitsen, constant en overal om ons heen. Harde knallen, flinke donders, achter elkaar. Mjummie, hier hou ik van. Jammer dat het er bij regent, de container moet weer hier en daar een beetje gekit worden……..

Na twee dagen bij de pony’s gaan we verder naar het oosten. Eerst komen we langs de Mohale-dam. Net als de Katse-dam die we later zullen zien, zijn het door buitenlanders aangelegde dammen die zorgen voor elektriciteit in Lesotho en voor water via een tunnel voor Johannesburg in Zuid Afrika. De projecten zijn nog niet helemaal afgerond en er wonen nog een groot aantal buitenlanders bij de dammen. Wat je dan ziet is weer vreemd; opeens een compleet dorp met mooie huizen, voortuinen, luxe auto’s en blanken. We zien het van veraf want als niet-bewoner kom je het terrein niet op. Wel kunnen we naar de supermarkt en smullen we van de Italiaanse kaas en worst.
Dan verder richting Thaba Tseka. Volgens de kaart is er asfalt, maar al snel na de supermarkt komen we op een gravelweg terecht. Tegenvaller, in plaats van 60 kolometer gravel wordt het nu 170 kilometer…. En dan ook nog in de bergen met de buggy achter ons. Het duurt dan ook niet lang of de buggy is onherkenbaar. Het lijkt wel zo’n terrein-race-wagentje. Maar dat maakt voor de bevolking niets uit. Natuurlijk kijken ze naar de truck maar de grootste verbazing is van gezichten af te lezen als ze de buggy er achter zien hangen. Ze vragen of je er mee kunt rijden en hoeveel versnellingen er zijn. Nee, zo iets hebben ze hier nog nooit gezien. Vooral kleine kinderen kunnen prachtig hun verbazing tot uiting laten komen; springen in de lucht, kreten van verbazing, open monden en grote ogen.
Onderweg zijn er veel passen. Niet allemaal even hoog of even lang, maar ze zijn er wel. Hierdoor is het uitzicht iedere keer anders maar elke keer prachtig. We komen 110 kilometer lang niets tegen wat lijkt op een overnachtingsplek. Achteraf hadden we voor Thaba Tseka in het wild kunnen kamperen, het enige levende wat je ziet zijn herders, vee en een paar andere weggebruikers. In Thaba Tseka kijken we niet eens naar een overnachtingsplek want volgens de gegevens die we hebben is er gewoon niets. Dus we rijden verder naar het noorden over gravelweg, richting Katse-dam. Het is een lange dag en we willen zo snel mogelijk een plek voor de nacht vinden. En dat lukt dan niet; te veel mensen, te veel hutjes. Uiteindelijk rijden we nog net voor Katse-dam (55 kilometer verder) en parkeren de truck met buggy langs de kant van de weg. Het regent vreselijk, het uitzicht reikt niet zo ver. Als de regen na een half uurtje op houdt zien we op wat voor mooie plek we staan. We kijken uit op een dal waarvan de grond bewerkt is (voornamelijk mais) en waar de hutjes op de hellingen staan. Het is geen diep dal en we staan redelijk dichtbij de bewoners. Maar, we worden niet lastig gevallen, het is verbazingwekkend. Als we ’s avonds net in bed liggen horen we zingen, het lijkt op een groep mannen die aan de wandel zijn. Ojee, het krijgslied van Lesotho. Maar er gebeurd niets. Er passeren heel wat mensen, vooral de volgende ochtend als we een paar uurtjes buiten zitten voordat we gaan rijden. Het is zondag en er komen gezinnen, kinderen, herders, meisjes, van alles komt er langs. En iedereen is even vriendelijk en aardig. Er zijn er maar weinig die om iets vragen, de meeste zijn benieuwd waar we vandaan komen en kijken vol bewondering naar de buggy en Brown. De mensen zien er netjes en verzorgd uit. Niet volgens de laatste mode maar er is wel aandacht aan besteed. Ze lopen allemaal naar de kerk. Kilometers lopen ze, berg op en berg af. En de een van links naar rechts en de ander van rechts naar links, je zou zeggen kies de kerk in je eigen dorp…
De huizen zijn niet allemaal hutjes. Er staan ronde hutjes, van steen en met ramen en rieten daken en gekleurde vensters. Er zijn ook veel huizen van grote bakstenen met daken van golfplaat. Lesotho is een arm land maar tijdens het reizen heb ik veel armoedigere woningen gezien dan we hier tegen komen. Natuurlijk heeft niet iedereen elektriciteit, veel dorpen vooral in de bergen moeten het zonder stellen. Maar, waar we elektriciteit zien, zien we ook antennes en zelfs schotels.
Vervoermiddelen zijn hier beperkt. Veel gaat nog op paard en soms op ezel. Er worden geen paarden of ezels gebruikt als trekdier voor karren. Heel af en toe zien we koeien als trekdier in het land om te ploegen. We zien vrachtwagens met hulpgoederen en af en toe wat privé auto’s. Het meeste dat je ziet zijn bussen. Grote stadsbussen en van die kleine Toyotabusjes die je door heel Afrika ziet. Allebei volgestouwd met mensen (er hangt zelfs een vrouw met haar enorme achterwerk uit het voorraam, dat kon er niet meer bij) en ze rijden met enorme snelheden. Je vraagt je af of het allemaal wel goed gaat.
We rijden de volgende dag naar Katse-dam. Groots om te zien met weer een afgesloten westers dorp. Nu begint ook het asfalt weer, natuurlijk aangelegd om de buitenlanders te behagen. We rijden een stukje langs het water en verdwijnen dan weer landinwaarts. We stijgen en dalen, het rijdt niet zo snel. Na 10 kilometer is er een view point en daar zetten we de truck neer voor de nacht. Iets meer bezoekers dan de vorige plek en ze willen ook eigenlijk allemaal wel wat hebben. Soms krijg je ook wat, zoals nu. Een viertal jonge Israëliërs uit Zuid Afrika die op de terugweg naar Johannesburg zijn. We krijgen flessen wijn, fetha en boter. Volgens zeggen mogen ze dat niet meenemen want het is niet kosher…. Voor het thuisfront geldt; wat niet weet wat niet deert.
Het uitzicht is prachtig op een dal. Het weer is nog steeds goed, zonnig en warm op de dag en ’s nachts koelt het lekker af tot ongeveer 15 graden. Na één nachtje vertrekken we weer en rijden tot het volgende view point. Dat ligt ongeveer 50 kilometer verderop. Daar rijden we wel een tijd over want we stijgen naar 3100 meter. De weg is steil en er zitten scherpe bochten in. Een waarschuwingsbord zien we pas als we de top bereikt hebben; steil en scherpe bochten. Boven hebben we een uitzicht van tientallen kilometers. Een dal, een bergketen en verderop het laagland. Het is onvoorstelbaar hoe ver je kunt kijken. Er komen hier meer blanken van het uitzicht genieten maar die zijn vaak snel weer weg. Vooral omdat het nogal fris hierboven is. Misschien dat er daardoor ook weinig mensen uit Lesotho langslopen, het ligt niet alleen heel hoog maar ook afgelegen. Af en toe zien we een paar herders en horen we de koeienbellen luid en duidelijk. Op dit uitzichtpunt blijven we twee nachten staan; het is mooi, rustig en ’s nachts lekker koel (ongeveer 7 graden). De eerste ochtend als ik Brown om 06.00 uur wil uitlaten schrik ik; er staat een auto met blauw zwaailicht achter de truck geparkeerd op ongeveer 1 meter afstand van de trap. Wat is dit nu weer? Een parkeerplek ter grootte van een half voetbalveld en dan moeten ze strak achter ons parkeren. Wim neemt mijn honneurs waar en gaat met Brown naar buiten. Het raampje van de auto gaat niet gelijk open, de twee mannen lijken bang te zijn. Maar, niets aan de hand en even later rijden ze weer weg. Waar ze nou van waren weten we niet, het blauwe zwaailicht boezemde geen angst in, ze zullen wel goed zijn. De tweede nacht als we net in bed liggen, komt er een auto. En die wordt weer pal naast de truck geparkeerd. Wat is dit nu weer? Wim steekt zijn kop door het raam naar buiten en het is dezelfde auto als vanmorgen. Even een kort praatje en als Wim vraagt waar ze van zijn, zeggen ze dat ze van de mountain police zijn. Nee, geen tekens op de auto maar om te laten zien dat ze echt zijn laten ze het zwaailicht even draaien. We vertellen maar niet dat je zo’n zwaailicht in Europa gewoon kunt kopen.
De laatste nacht is prachtig. Omdat we zo hoog zitten hebben we een mooi uitzicht. In het donker zien we het aan alle kanten lichten en horen we het onweren op kilometers afstand. Constant bliksemflitsen en het lichten van de hemel, gedonder aan alle kanten en dat terwijl boven ons hoofd het helder is en we de sterren kunnen tellen.
We hebben achteraf volgens zeggen geluk gehad deze twee dagen op deze plek. Het is hier volgens kenners altijd erg koud, het eerste is er bewolking en regen en de wind blaast je bijna uit de schoenen. Nou, voor ons niets van dit al. Zon, een beetje wind, een beetje bewolking en geen regen.
De volgende ochtend vertrekken we. Nog twee nachten moeten we in Lesotho blijven. We beginnen aan de afdaling en zullen op een afstand van 10 kilometer 1000 meter dalen. Het gaat beter dan het berg-op-rijden. Dat was veelal, ook bij andere passen hier in Lesotho, in 4X4 rijden. Of rijden, zeg maar kruipend de berg op. Tijdens de afdaling zien we watervallen en bij eentje kunnen we parkeren. Eerst de watertank vullen en de was doen, daarna komt de lol. Met elkaar zwemmen in de waterval. Het is helder water en helemaal niet koud. Dat is genieten, zo in het zoete water spartelen. En dat is wel het beste van de hele dag want we rijden verder en rijden ongeveer 50 kilometer verder dan waar we de grens over moeten om een plek te vinden om te overnachten. Het is overal druk, overal mensen en huizen, waar je ook kijkt. De mensen en vooral kinderen komen sneller naar je toe en willen ook allemaal wat, in tegenstelling tot de mensen in de bergen. We vinden geen plek om in het wild te kamperen en rijden maar door tot we een lodge vinden die op de kaart staat (nadat we er een gepasseerd zijn die als hoerentent dienst doet, zoals de meeste lodges hier). Helaas is deze ook al gesloten maar we kunnen toch in het gras achter het gebouw staan. Het is een crime om hier in Lesotho goede overnachtingsplekken te vinden. Misschien hebben we niet de route genomen die de meeste toeristen nemen en anderzijds rijden we natuurlijk nogal langzaam. Wat wij in 3 dagen rijden, kan een gewone snelle auto in 1 dag doen. Onderweg hebben we ook aan blanken gevraagd of dat ze een lodge of zo wisten en allemaal zeiden ze dat we dan de grens over moesten gaan. En dat kan nou net niet omdat we met het visum zitten! Achteraf hadden we langer in de bergen moeten blijven. Op de plekken met weinig maar vriendelijke mensen en prachtige uitzichten.
Twee nachten achter de gesloten lodge. En denk dan niet dat het rustig is, het is gelegen aan een sluiproute voor kinderen en volwassenen. De kinderen naar school en de volwassenen weet ik niet waar naar toe. Allemaal kijken, roepen en ze willen wat. “Give me money”, “give me that” (buggy), “give me food”. Om weer gek van te worden. En de manier van vragen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Als wij dan vragen om geld of eten kijken ze je aan of je niet van deze wereld bent! Nee, dit hebben we in Zuid Afrika niet gezien, daar zijn ze het afgeleerd.
Maar dan is het 31 januari en mogen we de grens over. Toch een beetje spannend of het allemaal gaat lukken. We zijn al vroeg op pad (07.30u) en bereiken om ongeveer half negen de grens. Het ziet er allemaal al anders uit dan waar we Lesotho binnen kwam, bij Maseru. We verlaten Lesotho via Caledonspoort, in het noorden van Lesotho. Ik kan hier kort over zijn, al met al duurt het slechts 20 minuten. De grenspost van Lesotho gaat in 2 minuten; bij het loket zit een dame met een stempel en die knalt er zonder te kijken eentje in het paspoort. Ik schrik als ik zie dat de datum van de stempel 30 januari is. Navraag leert dat de datumstempel nog niet verzet is. Douane zie ik niet en is er ook niet. De paal gaat omhoog en we rijden naar de Zuid Afrikaanse grenspost. Het ziet er netjes uit, geen onvindbare loketten en geen rode plastic pallets. Ik meld me bij het immigratieloket en zeg direct dat ons visum verlopen is. Oh, geen probleem. Hoe lang wil ik een nieuw visum? Hoe lang kan het? Waar gaan jullie naar toe? Weten we niet. Dan komt er een hogere blanke meneer bij. Oh, Nederland. Daar heeft mijn vrouw een jaar gewerkt en die vond het een prachtig land. En jullie? Oh, met die truck helemaal uit Nederland! Tjeetje. Een nieuw visum. Voor hoelang? Weten we niet, hoe lang kan het? Tja, als jullie echte toeristen zijn kan ik jullie een visum voor 6 maanden geven! Nou, wij zijn echte toeristen!
We krijgen dus, zonder problemen en na een vriendelijk en oprecht praatje met de immigratie-meneer een visum voor 6 maanden, gratis. Bij de aanvraag voor de verlenging in Malmesbury was het verkeerde plaats, verkeerde tijd en verkeerde persoon. Nu bij een nieuw visum is het tegenovergesteld. Soms zit het mee, soms zit het tegen.
En dan de douane nog. Als we maar geen problemen krijgen met dat formulier waar we van alles op hadden moeten zetten maar niet gedaan hebben. Ohoh, stoppen voor de paal. Ik stap uit en vraag aan de douane-mevrouw wat ze wil zien. Ze vraagt alleen of we wat aan te geven hebben. Na mijn ontkenning wenst ze me een voorspoedige reis en laat de paal omhoog gaan. Zo zie je, je kunt er echt geen pijl op trekken hoe het gaat bij een grensovergang. Enkel dat we nu een rustige grensovergang genomen hebben in tegenstelling tot de overgang bij Maseru. Een beetje onthutst rijden we weer Zuid Afrika binnen. Rombout we komen er aan!! Tja, het zou lullig zijn als hij op 4 februari in Durban aankomt en wij zitten nog vast in Lesotho. Het is nog vroeg maar we rijden niet veel verder. In Clarens (40 kilometer van de grens) gaan we naar een soort guestfarm, Bokpoort. Hier hebben we wat over gelezen en lijkt ons wel lekker. Het landschap is nog steeds bergachtig, fluwelen heuvels en weidse uitzichten. De farm is prima. We rijden paard met de eigenaar, Christo Roos. Hij doet me qua uiterlijk aan een oud collega denken! Alleen had Pol geen legeroutfit, mes op zak, cowboyhoed en was geen paardrijder. Toch?
We rijden drie uur door de bergen en zien blesbok, gnoe, springbokjes en secretarisvogels. We zwemmen in een waterval, drinken een biertje in de zon en genieten van deze prachtige ervaringen. ’s Avonds eten we Potjie Kos, ieder krijgt een mini heksenketeltje en vult dit naar eigen wens met vlees, groenten en aardappels. Lekker een soort pannetje roer, gourmetten in de buitenlucht. Een grote uil zit op de gravelweg en vliegt pas op nadat een grote hond in de aanval gaat.
De volgende dag doen we weinig. We kunnen in twee dagen naar Durban rijden en hebben dus nog even de tijd. We blijven nog maar een dagje op de farm. Brown heeft het goed en wij genieten van het uitzicht en de rust.

Dinsdag 4 februari 2003

Vandaag is het feest! Niet alleen omdat Myrthe jarig is, maar ook omdat Rombout aankomt met het vliegtuig hier in Durban. We staan sinds gisteren in de buurt van Durban. Het is hier afgrijselijk: de warmte en luchtvochtigheid is ondraaglijk. Het is slechts 26 graden (vannacht koelde het wel af tot 24) maar de luchtvochtigheid is 84%. Het houdt in dat je, zonder dat je een beweging maakt, uit alle poriën vocht verliest, constant. Voor ons valt het misschien nog mee omdat we de warmte een beetje gewend zijn, maar Rombout komt uit het koude en witte Nederland, na een skivakantie. Die warme natte zware deken zal hem in Zuid Afrika verwelkomen.

We staan nu op een camping ten zuiden van Durban. Het is niet veel soeps en we zullen nadat we Rombout hebben afgehaald op zoek gaan naar een andere, misschien iets dichter bij zee. Wat we komende twee weken gaan doen weten we nog niet. Het weer is de factor waar we rekening mee moeten houden, hier kunnen we niet blijven. Ja, ik ben wel een jaloers op die winterse dagen bij jullie. Nou, we gaan ons klaarmaken (weer een koude douche nemen) want het ontvangstcomité moet tenslotte op tijd zijn.

Heel veel liefs en zweetzoenen uit het te warme Durban. XXXXX Wim, Monique en Brown.