Hallo vanuit Kaapstad, we zijn weer terug in de moederstad van Zuid Afrika.
We waren gebleven aan de kust in Jeffrey’s Bay. Vandaar zouden we gaan
proberen te internetten. Helaas is dat niet gelukt; 2 kantoren hadden geen verbinding,
eentje konden we echt niet vinden en bij de vierde mochten we niet met floppys
werken waardoor we het verslag niet konden versturen. Tja, het lijkt zo eenvoudig;
even internetten en klaar. Het heeft ons uiteindelijk anderhalf uur gekost met
zoeken, parkeren en wachten om nog niets te versturen. Soms zit het mee, soms
zit het tegen.
We zijn vanaf Jeffrey’s Bay gereden naar het westen, richting Kaapstad.
Gehoord over diverse mooie campings en daar gaan we naar op zoek. En ook dat
loopt niet altijd zoals je denkt. In Stormsrivier mogen er geen honden (nationaal
park), een plek in Plettenberg Bay is onvindbaar en in Mosselbaai en Groot-Jongensfontein
mogen nog steeds geen honden op de gemeentecamping. Het heeft dus helemaal geen
zin om een route of tijdsspan te bedenken. Het beste is toch gewoon elke dag
opnieuw bekijken. Hoe is het weer? Hoe is de plek waar we nu staan? Hebben we
wat nodig? Wat kost het? Wat is er in de buurt? En vooral niet af gaan op de
goede adviezen van anderen: ze vergeten de hond en de grootte van de truck.
Maar, ondanks wat tegenvallers hebben we natuurlijk wel weer op prachtige plekken
gestaan. Knysna, The Heads. Tussen de bomen op het gras. Helaas wel wat muskieten…
Knysna is een bekende toeristenplaats in Zuid Afrika. Het zal wel zo zijn maar
het kon ons niet echt bekoren. De nationale weg, de N2, loopt dwars door de
plaats (hetgeen je wel vaker ziet hier). Dus door de dorpsstraat rijden dag
en nacht enorme vrachtwagens en vele auto’s, allemaal in transit. En dan
zijn de winkels en terrasjes ook allemaal gelegen aan die dorpsstraat. Nou,
dan kun je je voorstellen wat een zielige bedoeling het is. Druk met auto’s,
vrachtwagens, mensen, getver.
Na het drukke Knysna staan we weer op een prachtige plek aan de oceaan. Victoria
Bay. We staan hoog boven de zee en hebben een fantastisch uitzicht. Beneden,
in het water zijn veel surfboarders en zwemmers. Leuk, al die kleuren en figuurtjes.
Helaas mag Brown niet het strand op (ze mocht nog wel op de camping omdat het
niet zo druk is) en blijven we er maar 1 dag. Dan verder naar Still Bay West.
Een enorme camping, 100 meter vanaf de zee (helaas niet het uitzicht want de
duinen zitten er voor) en geen kip te bekennen. Hier blijven we weer een paar
nachten en rijden dan naar Swellendam. Daar waren we al eerder geweest. Het
ligt niet aan zee maar wel bergen en mooi groen. We blijven er slechts 1 nachtje
en vertrekken na een regenachtige nacht. Verderop gaan we weer staan bij Hermanus.
Daar zijn we ook al eerder geweest, samen met Herman. (Oh, oh, het lijkt alsof
het gisteren was). Eerst internetten en dan naar de camping. We staan bijna
op dezelfde plek, dicht aan zee. Lekker met Brown aan het water, Wim probeert
nog te snorkelen in de tidal pool maar het zicht is beperkt. We ontmoeten er
Willem en Valerie Vermeer. Willem komt oorspronkelijk (35 jaar geleden of zo)
uit Nederland, Utrecht. Het accent heeft hij nog niet verloren. Ze wonen in
de buurt en we gaan er op een regenachtig middagje langs voor koffie en een
wijntje. Lieve mensen die nu van hun pensioen genieten. Drie volwassen kinderen
waarvan er 2 in het buitenland wonen. Tja, dat hoor je veel. Goed opgeleide
mensen vertrekken naar het buitenland omdat de kansen daar groter zijn en de
verdiensten beter. Zonde.
Ook ontmoeten we Hannes en Babsie. Ze nemen ons mee op een toeristische trip
rond Hermanus. Luxe! Een prachtig uitkijkpunt (camera vergeten!) en alle plekken
waar je in het seizoen de walvissen kunt zien. Ze zijn alle twee de zeventig
al gepasseerd maar je zou ze nog lang geen 65 geven. Misschien toch het weer
hier in Zuid Afrika. Als ik denk aan Nederland in de winter en de oudere mensen
die weken geen stap buiten de deur zetten vanwege het weer. Hier is bijna elke
dag de zon en hoeft het nooit kouder te worden dan 20 graden op sommige plekken.
Een dochter van Hannes en Babsie heeft een lodge in Mozambique, nabij Maputo.
Misschien kunnen we daar nog een langs.
Vier nachten blijven we in Onrus en gaan dan naar de moederstad, Kaapstad. We
zien de Tafelberg al op 50 kilometer afstand. Zoiets kun je je in het vlakke
Nederland niet voorstellen. In Kaapstad staan we weer op dezelfde plek, dicht
bij de Waterfront.
We vinden dat we een ander vervoermiddel nodig hebben en kopen fietsen uit de
krant. Eerst zijn we nog naar twee fietsenwinkels gegaan maar het aanbod van
tweedehands fietsen is heel klein en de fietsen die ze hebben zijn heeeeeel
duur. Uiteindelijk kopen we fietsen uit de krant. Het zijn er vier voor de prijs
van 700 rand (ongeveer 175 gulden en dat zal ongeveer 60 Euro zijn toch?) Er
zitten twee mountain bikes tussen die geschikt zijn voor ons, en de andere proberen
we te verkopen.
We hebben al een stukje gefietst hier in Kaapstad. Wel uitkijken want ze zijn
hier niet zo fietsvriendelijk en fietsgewend als in Nederland. Wim werd binnen
1 kilometer al bijna dood gereden (ja, echt waar!) toen er een auto knalhard
door rood licht kwam rijden en nog net met gierende remmen tot stilstand kwam.
En ik had na 5 kilometer een lekke band door een grote doorn. Snel terug rijden
en plakken. Tja, het is allemaal niet zo eenvoudig dat fietsen……
De volgende dag werd ik bijna weer weduwe; een vrouw in een dure en luxe auto
ging een beetje achteruit rijden bij een stoplicht terwijl ze aan het bellen
was….
Zondag 13 april 2003
Oh,oh, wel erg lang geleden dat we een bericht gestuurd hebben. Ik dacht dat
we vanuit Kaapstad nog bericht gestuurd hadden, maar dat lijkt niet zo te zijn.
Ondertussen niet zo heel veel gebeurd, geen heel spectaculaire dingen, maar
toch de moeite waard om op te schrijven.
In Kaapstad hebben we een paar dagen gestaan. Genoten van de Waterfront, het
luxe winkel- en uitgaanscentrum aan het water. Naar de film hoort er ook bij.
We gaan niet naar de gewone bioscoop (welke film er draait kunnen we lezen,
maar ik weet niet zo goed waar de films over gaan, recensies hebben we niet
gelezen) dus gaan we naar het Imax-theater.
Drie-dimensionale films vertonen ze er. Lion King, Beauty and the Beast en Coral
world zijn te zien.We kiezen voor Coral world, onderwaterbeelden met prachtige
kleuren.
Na de geneugten van de grote stad gaan we weer terug naar Velddrift, ongeveer
150 kilometer noordelijker aan de Westkust van Zuid Afrika. Alastair weer lastig
vallen. Het regent als we Kaapstad verlaten. Een lekkere bende; twee fietsen
op het dak en twee fietsen binnen in de container. Het is even behelpen als
we onderweg binnen willen eten, kastdeuren gaan niet zo makkelijk open en we
moeten tussen de fietsen door stappen.
Als we Velddrift binnenrijden is het net of we weer thuis zijn, het is een plek
waar we ons goed voelen, waar we al zo’n tijd hebben doorgebracht. We
parkeren de truck voor het huis van Alastair. De plek bij de yachtclub zijn
ze aan het renoveren en de camping is toch niet wat het lijkt. En, we zullen
hier toch maar een paar dagen blijven.
Nou, dan weet je het wel weer, uiteindelijk blijven we bijna twee weken staan.
Twee weken vol met klusjes. Voor de fietsen een rek voorop de truck. De tafel
in de container (die elke dag naar beneden zakt om er op te slapen) moet gelast
worden. De generator wordt nagekeken, de stof en het zand van 1,5 jaar worden
verwijderd en het werkt allemaal weer. De beugels van de turbo-schildjes (??)
waren afgebroken en moeten gelast worden.
Wim laat nieuwe businesskaartjes drukken en op een t-shirt laat hij “Truck
Adventure” naaien. Wie weet wat het oplevert. Hij gaat er naar toe op
de fiets. Als hij terugkomt bij zijn fiets blijkt dat er een andere mountainbike
staat. Ze hebben geruild. Misschien was de eigenaar niet helemaal sober meer,
de fietsen stonden voor de drankenwinkel. Hij laat een briefje achter en neemt
de andere fiets mee. Die is van betere kwaliteit en er zitten zelfs massieve
banden (van een soort hard foam) onder. Alhoewel het zwaarder rijdt, is het
hier ideaal. Als ik een ritje maak van nog geen 2 kilometer op mijn fiets met
normale banden heb ik twee lekke banden. Er liggen hier zoveel van die doornen
die dwars door alles heen gaan, niet alleen banden maar ook slippers.
Die massieve banden zijn hier in Velddrift niet te krijgen, Alastair neemt ze
voor me mee uit Kaapstad. Het is dan nog niet zo een, twee, drie gebeurd om
ze er om te leggen. We nemen contact op met een fietsenmaker in een plaats 20
kilometer verderop. Misschien is er een bepaalde techniek voor. Ja, geduld,
kracht en tijd!! Wim probeert het samen met Peewee, het manusje van alles van
Alastair maar het lukt niet. We kunnen de fiets brengen naar de autogarage,
die gaat het voor ons doen voor 40 Rand (en dan last hij voor dat geld ook nog
de beugeltjes van de turboschildjes en krijgen we ook nog een grote vrachtwagenbinnenband
voor straks aan de kust). Nou, voor dat geld kan Wim het niet zelf doen. Nu
hebben we dus alletwee een fiets, met massieve banden en kunnen we korte stukjes
op de fiets doen.
We laten de gastank vullen in Vredenburg bij een vulstation voor auto’s.
We hebben onder de truck een gastank hangen die we gebruiken om op te koken.
En die is sinds Nederland niet meer gevuld omdat er geen mogelijkheden waren
om te vullen. Hier in Zuid Afrika moeten we wel een nieuwe aansluiting laten
maken. Uiteindelijk kunnen we de tank laten vullen voor ongeveer 25 Euro. Misschien
kunnen we hier weer 17 maanden op koken………..
We gaan nog even bij Aad en Joop langs (van de oliebollen). Altijd leuk om weer
“bekende”gezichten te zien. Helaas geen erwtensoep.
Twee dagen gaan we ook met de truck aan het strand staan. Lekker rustig, mooie
kalme zee en veel zon. Nee, Velddrift is geen verkeerde plek om te staan. Vooral
de rivier vind ik mooi. Elke keer als ik Brown uit laat zie ik veel vogels;
witborst-aalscholvers, pelikanen, flamingo’s, ijsvogels en sternen.
Helaas is er in Velddrift een visfabriek die regelmatig stankwalmen door het
dorp laat gaan dat je er misselijk van wordt. Het ligt er aan of de fabriek
een bepaald proces doet en hoe de wind staat. Afgrijselijk is het, hoe leuk
en rustig het dorp ook is, ik zou er nooit willen wonen. Die walmen (echte vette
dikke rook die overal in blijft hangen) gaan soms uren door, er lijkt dan mist
in de straten te hangen. Ondanks protesten van de bewoners gebeurt er nog niet
veel. Dit zou bij ons in Nederland nooit kunnen, de overlast is veel te groot.
We hebben een leuke tijd in Velddrift, doen veel klusjes en gaan met een beetje
pijn in ons hart weer weg. We gaan richting Durban maar niet meer via de kustroute.
Ik wil graag via de Karoo, een droge streek in het noorden van Zuid Afrika,
tegen de Kalahari woestijn aan.
De eerste nachten staan we in Clanwilliam, bij een dam. Het is warm, heel warm.
We zwemmen niet omdat je moeilijk normaal het water in kunt komen, maar het
zicht op het water doet ons een beetje afkoelen. Op deze camping lopen een paar
katten rond. Een stuk of 20, eigenlijk allemaal goed gevoed en gezond. Mooie
glimmende vachten en dikke buiken. Maar, ze willen wel graag wat eten. En daar
zorg ik dan ook maar voor. Het is niet eenvoudig om 20 van die schreeuwlelijkerds
eten te geven. Ze rennen als een gek op het eerste bakje af en helaas, dat is
te klein voor 20 kattekoppies. Dan moet ik er weer een paar lokken naar het
volgende bakje en ga zo door tot er vijf etensbakjes staan en ze allemaal in
rust kunnen smullen. Waar doe ik het voor? Ach, katten die na het eten zichzelf
gaan wassen, uitbuiken in het gras en zelfs gaan snorren, dat is mijn vreugde.
Na Clanwilliam rijden we via een stuk onverharde weg het binnenland in. Dat
gevoel waren we een beetje vergeten; wasbord. Helaas in Calvinia is een uitgestorven
camping en moeten we verder rijden. Ook de camping in Williston is niets en
we rijden tot aan Carnarvon voor we een camping hebben.
De omgeving is droog, dor, heuvelachtig en verlaten. Het is niet het landschap
waar je dagen door heen kunt rijden met verbazing, het wordt saai. Bij de een
wat eerder dan de ander, ik kan er nog wel van genieten; die enorme uitgestrektheid,
de weg die je kilometers ver voor je uit ziet gaan (doet me denken aan de Verenigde
Staten) , de rust en stilte. Af en toe zie je wat bomen staan en dan weet je
dat er een boerderij is. Overal zie je windmolens om water op te pompen, niet
alleen bij de boerderijen maar ook bij drinkplaatsen voor schapen.
Zelfs in het dorp Carnarvon staan windmolens, elk huis lijkt er wel een te hebben.
Het dorp zelf is verlaten, brede straten, oude huizen, weinig mensen (behalve
voor de supermarkt en drankenwinkel) en weinig verkeer. De voorgaande dorpen
waren hetzelfde, er lijkt geen leven in de brouwerij te zijn. Blanken zien we
weinig, veelal zijn het kleurlingen. En veel van die kleurlingen hangen wat
op straat rond (volgens een blanke is dat goed; zo kunnen ze niet stelen en
kunnen ze geen kinderen maken..!). Veel kleurlingen hebben het slechter gekregen
sinds de afschaffing van de Apartheid. Voor die tijd stonden de blanken nummer
1, de kleurlingen 2 en de zwarten 3. Nu is dat veranderd en staan de zwarten
nummer 1, blanken 2 en de kleurlingen onderaan. En wilde de blanke vroeger nog
wel eens wat Randen geven aan bedelende mensen, nu gebeurd dat niet meer.
In Carnarvon staan we op de gemeentecamping. Gras, bomen, prima sanitair. Geen
lawaai (behalve ’s nachts ezels en hanen) en geen vreemde snuiters op
de camping. We zijn de enige gasten. En dat voor 12,50 Rand per nacht (1,5 Euro)!
We blijven hier 4 nachten staan. Wim speelt nog een spelletje Jukskei met de
gebochelde man van de camping. Het spel is het werpen met een kegel over een
afstand van 16 meter naar een stokje dat in het zand gestoken staat.
Hier elke dag even met het fietsje boodschappen doen bij de lokale Spar. Krant?
Nee, misschien nog eentje van vorige week. Melk? Twee keer in de week komt er
verse melk, op is op. Dit is echt nog achter gebleven gebied; de krant moet
vanuit Kaapstad komen en als je geluk hebt heb je er eentje van gisteren.
We bezoeken het museum van Carnarvon. Helaas zijn ze het aan het renoveren en
is het een rommeltje. Alles ligt voor het grijpen, er loopt een tiental kleurlingen
rond te klussen, alles ligt door elkaar. Misschien dat het na de renovatie weer
beter is. Die kleine musea in de dorpjes zijn over het algemeen een bezoekje
waard. Hooguit een half uurtje kun je er doorbrengen maar het is wel leuk om
allerlei overblijfselen te zien van de afgelopen 100 jaar. Nee, echt oud is
het allemaal niet, je ziet zelfs dingen die nu nog gebruikt worden.
Het is een droge omgeving hier, je merkt het aan je keel en lippen. Overdag
is het lekker, zo’n 25 graden en ’s nachts koelt het goed af, zelfs
een nacht tot 6 graden….. ’s Morgens wel even het elektrische kacheltje
aan.
Na Carnarvon rijden we via een gedeeltelijk onverharde weg naar Britstown, waar
we aansluiting met de nationale weg naar Kimberley krijgen. In tegenstelling
tot de vorige keer onverharde weg is dit weer een lekkere weg, soms zelfs prettiger
dan een asfaltweg. De omgeving lijkt iets minder dor en droog te worden, langzaamaan
zien we weer wat boompjes en lijkt de bodembedekker iets groener.
In Britstown krijgen we weer de ervaring (na maanden) met bedelende kinderen
die direct bij de camping rondhangen. We besluiten om door te rijden, dit is
niets. Zie je jezelf al buiten zitten met om je heen kinderen die fluiten, roepen
en je constant in de gaten houden? Nee, dat is geen pretje. Twintig kilometer
buiten Britstown is een padstal (een boerenwinkeltje waar ze produkten uit de
omgeving en van het land verkopen. Veelal zelfgemaakte jam, gedroogde vruchten,
hartige pasteitjes, vruchtensappen enz.). Bij deze padstal kunnen we ook kamperen.
Niet goedkoop (11 Euro) maar beter dan de camping in Britstown.
Dan door naar Kimberley, de stad van de diamanten. Aan het einde van de 19e
eeuw zijn hier diamanten gevonden waardoor er een diamant-rush ontstond. Velen
hebben hier gegraven, er is een “Big Hole”. Dit gat is het grootste
gat ter wereld dat door mensenhanden gegraven is. We bezoeken het museum en
het grote gat. Lekker dichtbij, naast de camping.
Het grote gat is groot, maar we hebben wel grotere gezien. Wat wel verbazingwekkend
is, is dat het met mensenhanden gemaakt is. Als je je dat realiseert, dan is
het een enorm gat, gedeeltelijk gevuld met water. We zien hier 3 karretjes zoals
die in de mijnen gebruikt worden, gevuld met glas. Dat zou de hoeveelheid aan
diamanten zijn welke hier gevonden zijn. Dat lijkt ons maar weinig, we kunnen
ons er niet veel bij voorstellen.
Het museum is een verzameling van gebouwen en huisjes uit Kimberley en omgeving
uit de tijd van de diamant-rush. De panden zijn verplaatst en ingericht zoals
het geweest zou zijn. Leuk om te zien, ook al is het allemaal niet zo heel erg
oud. Zo kun je een uurtje door een stadje lopen, een kijkje nemen in de bar,
de balzaal en winkeltjes.
Wat opvalt is dat er (behalve de huisjes van de arme sloebers die hun geluk
kwamen beproeven in Kimberley) veel luxe was. Want er was geld genoeg hier,
er werden sigaren aangestoken met biljetten van 5 Pond! Er is veel geld gemaakt
en ook veel verloren.
Vandaag is het zondag. En vannacht hebben we al wat onweer en regen gehad.
Meestal klaart het snel op, maar nu, 11 uur in de ochtend is het nog steeds
zwaar bewolkt, het regent en de temperatuur is 13 graden! Tijd voor sokken en
warme chocolade. Volgens het laatste sms-je vanuit Nederland is het bij jullie
aardig lenteweer! We kunnen niet alles hebben.
Vanmorgen een ontbijtje op bed genuttigd. Radio aan (satellietradio, goed ontvangst
en veel zenders), koffie en broodjes van onder de grill. Helaas geen croissantjes,
vergeten te kopen.
Vanmiddag zullen we maar eens gaan kijken bij een winkelcentrum in de buurt (op fietsafstand) om te kijken of we kunnen internetten.
Na Kimberley gaan we naar Bloemfontein. Daar kunnen we de travel-permit voor Brown regelen. Die zullen we nodig hebben als we Swaziland in gaan. Maar eerst naar Durban voor nog meer onderhoud aan de truck en het pakje wat vanuit Nederland gezonden is……..
Heel veel liefs vanuit een regenachtig en somber Zuid Afrika. Eet voor volgende
week niet te veel chocolade eieren! XXXXXXX Wim, Monique en Brown.