Maandag 21 april 2003

We staan al weer een paar dagen in Jagersrust, een klein maar prachtig plekje tegen het Drakensgebergte aan. Terug naar Kimberley, waar we vorige keer gebleven zijn.
Oh, wat was het daar twee dagen snertweer! Regen, druilregen, grijze hemel en koud. De temperatuur kwam die twee dagen niet boven de 16 graden uit en geloof mij, dat is heel koud als je het niet meer zo gewend bent. Lange broeken, truien, sokken en warme choco waren de enige remedie tegen deze barre dagen. Tja, je kunt dan niet zo veel doen op die dagen. Het is echt te slecht om buiten te zitten en zo zijn we dan genoodzaakt om twee dagen binnen te zitten! En ook dat zijn we niet gewend. Maar, we rommelen wat in de container (kleine klusjes, een beetje opruimen), luisteren naar de radio (Bagdad in het nieuws) en lezen veel.
Tussen de buien door zijn we nog wel even snel gaan internetten, alhoewel het weer regende toen we terug fietsten. Maar, we zijn weer bij met verhaal en foto’s en dat is altijd een hele prestatie.
Gelukkig hebben we de derde dag in Kimberley een beetje mooi weer. Droog en een waterig zonnetje. Tijd om te wassen (er is tenslotte een wasmachine) en er nog eens op uit te gaan. Want er is genoeg te zien in Kimberley, de diamantenstad. We gaan naar het McGregormuseum. Vroeger een sanatorium en later een hotel. Nu vol met overblijfselen van de diamantenkoorts en andere leuke dingen (alles waarin Kimberley het eerste was bv. elektrische straatverlichting, vrouwelijke piloot, verpleegstersopleiding enz.). Het gebouw is in originele staat, imposant en groot. We zijn wel langer dan een half uurtje zoet in dit museum. Helaas staat ook hier niet “Long Cecil”, het kanon dat gemaakt is tijdens de belegering van Kimberley tijdens de boerenoorlog, omstreeks het begin van de vorige eeuw. Het is bijzonder omdat het gemaakt is in de diamantmijnen onder primitieve omstandigheden. We moeten er een stukje voor fietsen maar dan zien we het kanon staan bij een monument. Tja, wel aardig…
Na 3 dagen Kimberley gaan we weer rijden. Richting Bloemfontein, 160 kilometer naar het oosten. We gaan direct naar de staatsdierenarts voor een verlenging van de reispapieren voor Brown. We weten het nog van de vorige keer, snel en gratis. Ze waarschuwen ons voor Mocambique; hartworm bij de hond. Hier in Zuid Afrika hebben ze geen preventieve medicijnen tegen hartworm, alleen behandelingsmedicijnen. Gelukkig heeft Herman een pakje vanuit Nederland opgestuurd (het is heel aangekomen in Durban, we moeten het nog ophalen) met daarin preventieve medicijnen tegen hartworm. Oh, wat is de telefoon, sms, post enz. toch handig.
We blijven niet in Bloemfontein maar rijden door want het is pas eind van de ochtend. En het wordt weer zo’n dag dat we de hele dag aan het rijden zijn. De volgende grote plaats, Winburg, ligt van de weg af en we weten niet of er een overnachtingsplek is. En het ziet er ook niet echt aantrekkelijk uit. Senekal klinkt leuk, maar er is niets. Bethlehem (nee, we zijn niet uit de richting, en nee, we zien geen ezel met Jozef en Maria, inderdaad je schrijft het iets anders) is de volgende plek. We worden al gewaarschuwd door de dame van het informatiecentrum; de camping is vergane glorie. Ze zegt het niet direct maar het is volgens haar de schuld van die, en dan plukt ze aan de huid van haar arm, van die zwarten……Maar, het is de enige plek, het is aan het eind van de middag en we zijn het zat. Ze heeft gelijk, we kunnen zien aan de plek, Loch Atlone Ressort, dat het betere tijden gekend heeft. De huisjes zien er redelijk uit en dat zal hetgeen zijn waar het op draait. De campingplek an sich is prima; gras, schaduw, elektra, water en een prachtig meer. Echter het sanitair is vreselijk. Ik moet zelfs van Wim meekomen naar het mannengedeelte en inderdaad dat is ronduit smerig. En daar moeten we dan nog 10 Euro voor betalen. Dus jammer van de plek, hier blijven we maar 1 nachtje. ’s Avonds uit eten in een restaurant dat van buiten lijkt op een boot. Binnen een prachtig uitzicht op het meer waar de volle maan net op komt.
Na Bethlehem rijden we de Vrijstaat uit en komen in Kwazulu-Natal. Niet dat het erg anders is, maar het Drakensgebergte ligt grotendeels in Kwazulu-Natal. We nemen een binnenweg en rijden langs een enorme dam, Sterkfonteindam. Volgens zeggen duurt het 3 jaar voordat al het water weggelopen is, op natuurlijke wijze.
In de bergen rijden geeft weer prachtige uitzichten; dalen, bergen, bomen, water, groen, landbouwgrond. We rijden tot Drakensville, daar is een ressort waar we willen staan voor de paasdagen. Helaas, het is allemaal volgeboekt. Maar, de zoon van de eigenaar heeft een nieuwe plek gecreëerd waar we kunnen staan. Een stukje rijden, richting Jagerslust en dan zien we, tussen de bergen een mooi gazon en huisjes met rieten daken. De stilte overvalt je gelijk. En Wim en ik weten gelijk, dit is ideaal voor ons, dit is wat we zoeken voor de Paasdagen. Het gras is groen, de vogels fluiten en de zon schijnt! Het is sinds kort operationeel en misschien nog niet helemaal klaar volgens de eigenaar, maar er is prima sanitair. Je kunt hier in tenthuisjes, met of zonder eigen sanitair, er is ruimte voor een grote groep mensen, zoals nu dat er met de paasdagen een familie (4 auto’s) hier verblijft, en je kunt kamperen.
Jabulani heet de plek, een Zulu-woord voor vreugde, plezier volgens de eigenaar M.P. Badenhorst. En de plek geeft ons inderdaad plezier. Achteraf beter dan het drukke ressort waar we voor gingen, zo zie je, de ene keer moet je de hele dag rijden voor een rotplek en soms heb je een hele mooie plek welke zo maar op je bord komt vallen.
Eerste paasdag gaan we paardrijden, dat behoort hier naast wandelen, tot de mogelijkheden. De wandelpaden zijn nog niet helemaal duidelijk, ik ging met Brown een stukje lopen en bleef 1,5 uur weg omdat ik een beetje het pad kwijt was, tijdelijk zoek. Ik was niet verdwaald want ik zag iedere keer weer herkenningspunten, maar het kan nooit de goede route geweest zijn. Ik moest door het borsthoge gras met koeien die me iets al te enthousiast aan het loeien waren en ik heb getijgerd onder een hek door. Wim ondertussen natuurlijk hartstikke ongerust en was al van plan een reddingsteam op te roepen.
Maar, paardrijden op de zonnige ochtend van eerste paasdag. Weer eens iets anders dan eieren zoeken……. Samen met M.P., zijn vrouw Michelle en een viertal familieleden en twee begeleiders (slaafjes die het hek opendoen). Een prachtige rit, door de bergen en door het dal. En weer eens wat anders dan netjes achter elkaar rijden. Op een gegeven moment is iedereen uit elkaar, de een hier, de ander 20 meter naar links, weer een ander 100 meter achter enz. Lekker, je merkt dat de paarden het ook leuk vinden. Enthousiast in galop, het ene paard wil natuurlijk wat sneller dan de ander en dat is niet zo leuk voor het meisje dat voor het eerst op een paard zit! Maar ze blijft zitten (en zal wel een zere kont hebben).
Na de rit krijgen we een ontbijt; koffie met beskuit, chocolademuffins en bananencake.
Ze vragen ons of we de beskuit kennen. Wij wel, ook al is het niet onze gewone beschuit. Dit is kanonharde theebeschuit in grote brokken die je in de koffie of thee sopt. Michelle vertelt ons dat ze gasten gehad heeft die dit niet kenden en die braken hun tanden op de harde lekkernij. Net als die gasten die nog nooit kennisgemaakt hadden met Weetabix. Tja, met boter erop en dan opeten is niet het lekkerste wat ik me kan voorstellen. Het is een koek van granen welke je in de melk laat weken en dan heb je een ontbijt, een soort Brinta. Niet gemaakt als zoet koekje.
M.P. vertelt ons op de middag dat we aankomen, nadat Petrus het slaafje ons een fles rode wijn met echte glazen heeft gebracht, het een en ander over de omgeving, het water en de mensen. Petrus is natuurlijk geen slaafje, maar in onze ogen lijkt het er verdacht veel op. Ook zien we bij de paasfamilie twee vrouwelijke slaafjes rondlopen, compleet in Saartje-uniform. Wij zouden in Nederland tegen onze hulp zeggen dat ze ook vakantie heeft, maar dat is hier toch anders. M.P. vertelt ons dat er sinds er minimumlonen zijn ingesteld (600 Rand per maand, ongeveer 65 Euro!) er veel meer werkeloosheid is. Hij zegt dat hij zich vroeger 3 slaafjes kon veroorloven, maar dat nu niet meer kan. Dus in plaats van 3 man te werk voor 400 rand per persoon, is er nu slechts ruimte voor 2 man. En dat die twee, na veel aanmoedigingen ook het werk kunnen doen van 3 man is dan meegenomen. De productiviteit ligt niet zo hoog, maar dat hoefde dan ook niet voor dat geld. Nu is dat anders, de blanken kunnen het zich niet meer veroorloven. Dat is de andere kant van de medaille. Ik weet niet wat nou goed of fout is, werk voor velen voor weinig geld, of werk voor weinig voor meer geld.

Donderdag 1 mei 2003

Dag van de Arbeid! Nou, hier in Durban ligt alles weer plat. Hadden we eerst afgelopen maandag al een nationale feestdag (Freedom’s day viel op zondag waardoor maandag een vrije dag wordt) en nu weer die onzin. Het is echt onzin hier in Zuid Afrika. Veel mensen weten helemaal niet waarom er een vrije dag is. En dan zijn er nog zo veel vrije dagen, je wordt er gek van. Wij natuurlijk helemaal want we staan weer bij de garage van Kenny in Amanzimtoti, 20 km ten zuiden van Durban voor onderhoud. Tja, en vandaag wordt er weer niet gewerkt……..
We waren gebleven in Jagersrust, op die prachtige plek tussen de bergen. Vandaar vertrokken richting Durban, via Estcourt, de watervallen van Howick en vervolgens naar de goede camping in Scottsburgh. We merken dat hier de temperatuur en luchtvochtigheid gelijk een stukje hoger liggen. Toch is het niet onaangenaam, het mag van ons een beetje koeler maar dit is prima vergeleken met de situatie hier in februari jl. Voordat we naar de camping rijden gaan we bij Kenny langs om onze komst weer te bevestigen. En natuurlijk om het pakketje in ontvangst te nemen. We wisten al dat het goed aangekomen was, ondanks de meegezonden medicijnen tegen hartworm voor Brown. Het mag schijnbaar niet om medicijnen te versturen maar het gaf geen problemen.
Yeah, en dan het spannende moment van uitpakken. We gaan eerst naar de camping, installeren en dan er voor gaan zitten (uitstel, spannend maken…). Het zit goed dichtgeplakt en Wim mag het op zich nemen om uit te pakken. De oh’s en ah’s en mjummie’s zijn niet te tellen. Het is net Sinterklaas; woonbotendrop, borrelnoten, provenciale, de juiste smaak en merk (die heb ik echt gemist), kaaskoekjes, King, Werther’s Echte, Spekkies (Wim gaat al kwijlen), een pak echte DE-koffie (nog lang houdbaar, kunnen we bewaren), Engelse drop, Ohhhhh kleintjes van De Ruyter, een puzzelboekje, de Privé en de Nieuwe Revu, foto’s, brieven, een kaart en….een CD. Daar hadden we om gevraagd, een CD met Nederlandstallige liedjes. Ik ben benieuwd of Herman die zonder schaamte en zonder vermomming gekocht heeft. Te erg om te vertellen maar voor ons heeeel erg gemist. En het zijn erge nummers; Manuela, Waarheen waarvoor, Ik verscheurde je foto, De clown, Ik lig op mijn kussen enz. Helaas, ook het afgrijselijke Meisjes met rode… van A.J. is er ook op te beluisteren. Als A.J. nog niet dood is dan bega ik nog eens een moord.
En dan ook nog de medicijnen voor Brown, waar het allemaal om ging. Het is voor ons echt een succes zo’n pakketje. Dit keer wisten we een adres waar het naar toegestuurd kon worden want dat is eigenlijk altijd het probleem. Of je moet ergens voor langere tijd zitten of je moet ergens terugkomen. En dan moet je het ook nog vertrouwen om een pakketje naar dat adres te sturen. Wie weet, maar voor ons is het voor herhaling vatbaar.
De dagen welke we op de camping hebben doorgebracht waren gevuld met snoepen, smullen, lezen en luisteren. Goh, de Privé. We herkennen niet alle gezichten meer. Mensen van wie we nog nooit gehoord hebben. Wel hadden we over de wereldomroep indertijd iets gehoord over Jamial ofzo. Nu zien we een blote billengezicht bij de naam. Ook in de Nieuwe Revu staat er een artikel over het zangertje. He, we zijn weer een beetje bij. Veel koppen die we herkennen zijn een stuk ouder geworden (zal dat bij jullie en ons ook zo zijn?).
En dan de CD. Het pronkstuk van de verzameling. We hopen binnen enkele dagen alle liedjes mee te kunnen zingen (behalve die ene dan). De meegestuurde zakdoekjes voor de tranentrekkers zijn al doorweekt, maar ik laat ze iedere keer weer drogen zodat ze vaker gebruikt kunnen worden.
En, we hebben er een huisdier bij; Hermanus de goudvis. Een prachtig plekje voor hem gevonden in de container, zichtbaar vanaf elke plek. Wel gemakkelijk, geen eten of schoon water nodig.
Deze “Nederlandse”dagen op de camping werden nog Nederlandser doordat er een Nederlandse vrouw was. Anneke, samen met haar Zuid Afrikaanse man Nico op de camping verblijft. Ze woont al sinds de vijftiger jaren in Zuid Afrika maar spreekt nog steeds heel netjes en goed Nederlands. Gezellig een bakkie doen( ja, Perla koffie uit Nederland!), warme appeltaart met slagroom, mjummie. Echt een lieverd die van vertroetelen en trutten houdt. Maar geen tuthola, helemaal niet. Ze waarschuwt me voor het woord wat je in Nederland gebruikt als je de kat roept. Ik zeg netjes dat ik begrepen heb dat een vies woord is. Nou, het is gewoon kut zegt ze. Sta ik daar met een bek vol tanden.
Ook zij is blij met de Privé en de Nieuwe Revu en twee pakjes hageltjes.
Op de camping staan we 5 nachten. Druk! Heel druk omdat het weer een lang weekend is. De eerste 3 nachten staan we niet aan het strand maar dan kunnen we de truck verplaatsen en hebben we weer het weidse uitzicht op de zee.
Dan weer naar de garage in Amanzimtoti. Dezelfde plek, onder de boom. Je merkt wel dat het hier herfst is, de bladeren vallen al, de kleuren zijn hetzelfde als bij ons in de herfst.
Het gaat weer beginnen. De lagers van de remmen worden vervangen, beugels voor de spiegels worden vernieuwd, enz.
Gisteren was het Koninginnedag. Helaas, geen aubade en rommelmarkt, oranjegebak en oranjebitter. We hebben nog wel even zachtjes gezongen. Via de radio heb ik begrepen dat het een regenachtige dag geweest is in Nederland. Jammer.
Wim is nu, ja voor hem geen vrije dag op 1 mei, bezig met de dakrand. Af en toe, als het echt hard regent, lekt het via de grote ramen naar binnen. Na veel kitten lijkt het via de dakrand te lekken. Dus, alle pompnagels eruit en maar opnieuw bevestigen. Ik moest net even weg want de herrie werd te erg. Na een nacht van boink boink boink muziek tot 05.00 uur (we staan weer bij de disco) kon ik even niet meer tegen het boink boink boink van het eruit slaan van de pompnagels. Maar, ik kan hier met Brown vrij snel even naar het strand, even lekker met het balletje spelen. Nu weer stoppen, we gaan lekker vers brood eten. Met hageltjes!

Maandag 5 mei 2003, Amanzimtoti

Zijn we weer. En we staan weer bij de garage! Gelukkig hebben we het weekend op de camping in Scottsburgh gestaan, bijna op dezelfde plek als met Rombout.
Het was zaterdag prachtig weer, zondag veel, heel veel wind en bewolking. En als er dan heel veel wind staat, dan waait er nog al eens wat rond. Niet van ons, maar er staan daar op de camping caravans met voortent, voorluifel, zijtenten, achterluifel voor de auto enz. Enorme oppervlakten die windgevoelig zijn. Voor ons altijd leuk om naar te kijken, vooral ook omdat we hoog zitten en alles van bovenaf kunnen zien.
Nu dus weer bij de garage. Het moet gebeuren (zegt Wim) en ik leg me er bij neer. Ik doe niet veel hier behalve verhaaltje maken, kranten lezen, boodschappen doen en met Brown langs het strand lopen.
De krant. Ja, wat staat er zoal in de krant. We kopen meestal een Engelse krant. In van die kleine dorpjes in de Vrijstaat hebben ze die niet en moeten we Zuid Afrikaanse kranten lezen.
Het liefst hebben we natuurlijk Engels. We lezen veel, heel veel over geweld. Echt zwaar geweld, men wordt doodgeschoten voor een appel. Natuurlijk is Zuid Afrika groot, maar het komt hier toch veel vaker voor dan we gewend zijn. En verkrachtingen van kleine, hele kleine kinderen. Hijacking, het overvallen van een automobilist komt hier elke dag voor. En vaak kost het levens.. Nee, het leven hier is niet zo veel waard.
Ook busongelukken komen veel voor. Van die kleine taxibusjes (Toyotabusjes voornamelijk) die volgepakt zitten met mensen en kinderen, vaak wel meer dan 15 personen. Niet goed onderhouden, te zwaar beladen en roekeloos rijgedrag (wedstrijdje met een andere taxi, even snel inhalen) zorgen voor veel dodelijke slachtoffers in het verkeer. Vorige week ook dat ongeluk met een bus waarbij meer dan 50 mensen zijn verdronken. In een dam gereden via de glijbaan waar ze boten te water laten met een karretje. Remmen niet goed? Chauffeur niet capabel? Noodruiten konden niet kapotgeslagen worden (geen speciale ruiten, slechts een sticker erop met de vermelding dat het een noodruit is welke in geval van nood ingeslagen moet worden….). Nee, als een van jullie nog eens naar Zuid Afrika komt, vermijdt taxi’s en goedkope bussen.
Mugabe is ook dagelijks nieuws. Het schijnt dat Mbeki, de president van Zuid Afrika goede vriendjes met Mugabe is. Hij heeft hem in ieder geval niet laten vallen toen de landhervorming aan de gang was in Zimbabwe. De informatie die je krijgt over Mugabe is afgezwakt, het valt allemaal wel mee daar in Zimbabwe.
En die Mbeki heeft lang volgehouden dat Aids in Zuid Afrika niet voorkomt. Uiteindelijk een gek gemaakt van zichzelf maar daar zitten ze niet mee. Net als die Winnie Mandela (ondanks dat ze gescheiden is van Nelson houdt ze nog de naam). Ze noemen haar ook Gucci Winnie. Indertijd heeft ze niet gezeten voor haar aandeel in de dood van de bekende Stompie maar nu lijkt ze toch verloren te hebben. Ze heeft gefraudeerd en moet zitten, 5 jaar. Afgelopen weken hebben we het een beetje gevolgd over Winnie, maar dat is echt een takkewijf. Ze is lid van het parlement, en wordt daar goed voor betaald, maar is afgelopen jaar slechts 2 keer in het parlement verschenen. Wel heeft ze het grootste kantoor. Voor haar afwezigheid in het parlement werd ze op het matje geroepen. Altijd een excuus om niet op dat matje te komen. Ze doet net of ze gek is. En nou zal ze niet gek zijn, het gekke is dat het allemaal gepikt wordt door de mensen hier. Ze wordt nog steeds door zwarte jonge mensen op handen gedragen. Onbegrijpelijk.
Het laatste leuke verhaal was over Manto Tshabalamsimang, de vrouwelijke, zwarte minister van gezondheidszorg. Ze ligt (terecht) onder vuur omdat de medicijnen tegen aids nog steeds niet beschikbaar gesteld worden. Het verhaal is dat ze terug vanuit Duitsland in het vliegtuig naast een Duitse man kwam te zitten. De man is directeur van een hogere school in de buurt van Kaapstad en woont al zo’n tien jaar in Zuid Afrika. Het duurde even maar de man dacht haar te herkennen en toen hij bevestiging kreeg van de stewardess sprak hij haar aan. Hij zei onomwonden dat hij haar beleid inzake Aids afkeurde en dat hij niet naast haar wilde zitten. Hij kreeg een andere plek toegewezen. Haar manier van reageren zegt genoeg over de ministers hier. Ze zei dat hij op moest rotten (fuck off) en dat zij hem wel eens even zou slaan met haar schoen. Later kwam zij nog een keer naar hem toe om hem te bedreigen. Professionele reactie van een politicus, niet waar. En later als reactie in de krant: Ach, die Duitser, kolonisten. En in de tijd van apartheid (voor 1994) hadden ze geen commentaar op de moorddadige blanke regering…….
Het is allemaal net een soapserie hier. Weten jullie trouwens dat SARS hier niet voorkomt? De man die drie weken geleden is opgenomen met verschijnselen van SARS is weliswaar overleden, maar dat komt niet van de SARS……Het wordt gewoon ontkend hier.
Heel veel gejuich is er (geweest) over de waardestijging van de Zuid Afrikaanse Rand. Oh, een enorm succes voor Zuid Afrika, oh, wat zijn we goed. Nu na een paar weken komen er voorzichtig andere berichten; de export komt onder vuur te liggen. Dat had elk nadenkend mens al direct kunnen vertellen.
De krant lezen hier geeft elke dag weer redenen genoeg om te lachen. Alhoewel het eigenlijk om te huilen is natuurlijk.

Ik sluit hier het verhaal maar even af. Jullie hebben weer genoeg om te lezen. Heel veel liefs vanuit het zonnige Zuid Afrika.
Dikke zoenen voor allemaal. XXX Wim, Monique, Brown en Hermanus de goudvis.