En daar staan we weer bij de garage van Kenny in Amanzimtoti! Na 10 dagen op
de camping in Scottsburgh nog maar even langs de garage. Morgen, hoop ik, rijden
we verder naar het noorden. In ieder geval voorbij Durban.
We hebben lang op de camping gestaan. Eerst een weekend tussen het werk in de
garage door en nadat we helemaal klaar waren nog eens 10 dagen. Niet op dezelfde
plek, we moesten 1 keertje tussentijds verhuizen omdat de plek al geboekt was.
Maar wel altijd aan de zee gestaan met prachtig uitzicht en mooie zonsopkomsten
in de zee. Het weer was echter niet zo heel erg mooi, dagen met heel veel wind,
nachten met onweer, bliksem (mjummie) en regen. Ook wel een paar mooie dagen
natuurlijk.
Op de camping zien we Anneke en Nico weer. Anneke de Nederlandse die al heel
lang hier in Zuid Afrika woont en getrouwd is met de Zuid Afrikaanse Nico. Ouderwets
beppen, kletsen en gezellig samenzijn. Wim en ik vinden het heel leuk en fijn
dat ze er zijn. We spreken Nederlands met elkaar. Nico spreekt stadig Zuid Afrikaans
en verstaat ons Nederlands dus er is geen enkele taalbarriere. Het is knus,
vooral Wim kan Anneke een beetje op de kast jagen, iets wat ze alle twee leuk
vinden. Al hoewel het niet altijd lukt want ze is soms heel snel. We spreken
over Nederland en Zuid Afrika, gewoonten, politiek, gebeurtenissen, trutdingen,
recepten en roddelen ook een beetje. Echt Nederlands, niet waar! Ik krijg wat
recepten van haar voor in de magnetron. Volkorenbrood en 30 dae muffins. Nee,
dat zijn geen muffins die je 30 dagen kunt bewaren maar het beslag kun je 30
dagen in de ijskast bewaren. Elke keer een paar klodders in de magnetron en
je hebt verse, warme muffins. Volgens Wim ruikt het naar oude vieze sokken…….
Als we afscheid nemen krijgen we ’s morgens vroeg nog een paar verse sokken
mee.
Op de camping zien we ook Carlos en Trisia weer. Die hadden we in februari hier
ook al ontmoet. Carlos is een Portugees die in Mozambique geboren is en daar
tot 20 jaar terug gewoond heeft. Hij vertelt enthousiast over het land, ook
al is het niet meer zoals toen. Carlos is ook de man die hier elke dag mosselen
raapt en het duurt niet lang of we zitten bij hen mosselen te eten. Mjummie.
Bij Anneke en Nico eten we ook een keer. Een pojtie uit de snelkookpan. Echt
weer Nederlands zo’n pan. Lekker een potje met veel groenten en kalkoen
dit keer. Het is altijd leuk (en gemakkelijk) om eens bij een ander te eten.
We hoeven niet eens af te wassen…..
Bij Anneke en Nico maken we kennis met een echtpaar uit Hazyview. Dat zegt jullie
niets maar dat is een plaatsje wat vlakbij een ingang van het Krugerpark ligt.
Bij hun kunnen we eventueel Brown stallen voor een dagje als we het park in
willen. Het aanbod is prachtig, want we rijden straks vlak langs het Krugerpark
en daar moet je toch eigenlijk wel geweest zijn. Maar we zullen nog wel zien
of we straks van het aanbod gebruik maken want om Brown een dagje elders onder
te brengen vinden we heel moeilijk.
Uiteindelijk krijg ik een beetje genoeg van de camping. Het is te vaak dat er
weer iemand bij de truck komt kijken en het verhaal wil horen. Af en toe spreken
we meer met anderen dan met elkaar, en elke keer weer hetzelfde verhaal. Op
de camping staan veel gepensioneerden voor langere tijd en die mensen hebben
alle tijd en voor hun zijn we weer eens iets anders. Ik kan het van hun wel
begrijpen, maar ik word het zat. Tijd om te vertrekken.
En dan is het afscheid nemen niet leuk. Het contact met Anneke en Nico is speciaal
geweest. Anneke als mijn campingmoeder (neem nog wat, er is genoeg, vind je
het lekker, gaat het, ik maak dit zo, ik gebruik dat, enz) en Nico als de zorgzame
(zit je wel goed, zit je niet in de wind, heb je het niet koud enz.). Met tranen
in mijn ogen nemen we afscheid op maandagmorgen.
We rijden naar de garage van Kenny, nog even een dagje klussen…. De voorbanden
worden verwisseld voor nieuwe omdat het allemaal te veel trilt. En Wim voorziet
de laatste dakrand nog van nieuwe pompnagels. Kenny moet nog wat afleveren ergens
in Durban en vraagt of we nog wat nodig hebben. Ja, een koffiemolen, daar zoeken
we al een tijdje naar. Gemalen koffie is hier niet goedkoop en ook niet altijd
even lekker. De houdbaarheid is te kort om veel in te slaan voor later. We willen
dus aan de koffiebonen want die kun je, zeker in de andere landen gemakkelijker
kopen. Kenny is de eigenaar van een Lotus 7, een laagbijdegrondse open sportauto.
En deze keer mag ik mee. Ondanks een temperatuur van 25 graden toch maar een
mutsje opgezet. Niet zozeer voor de kou, als wel voor bescherming van je kapsel.
Oef, dat is nog eens wat anders dan de vrachtwagen. De stoelen (waarin ik lig)
liggen zo dicht bij het asfalt dat ik het gevoel heb dat ik met mijn kont over
de grond ga. De wind zorgt er voor dat mijn gezicht in allerlei modellen gewrongen
wordt. Nee, die mooie pitspoezen zonder veel kleren, daar blijft niet veel van
over als ze een stukje in een Lotus 7 gereden hebben.
We vinden bij de Makro een koffiemaler. Nu nog de koffiebonen. En die kunnen
we nu nergens vinden. Overal waar ik dacht koffiebonen gezien te hebben, daar
zijn geen koffiebonen. Ook een veelvoorkomende grootverpakking met hele bonen
blijkt geen bonen te bevatten, het is oploskoffie… Zul je zien, hebben
we eindelijk een koffiemaler, kunnen we geen bonen vinden.
De werkzaamheden aan de truck duurt toch weer een hele dag en pas de volgende
ochtend rijden we weg. Eerst even boodschappen doen in de buurt. Op de parkeerplaats
ziet Wim dat er wat lekt. Weer terug naar Kenny; een lekkende pakking van de
turbo. Gelukkig duurt het nu niet de hele dag en kunnen we tegen het middaguur
voor de duizendste keer vertrekken uit Amanzimtoti.
Wat hebben we allemaal aan onderhoud gedaan; dieseltank schoongemaakt, compressor
nagekeken, wiellagers voor vernieuwd (waarschijnlijk beschadigd door het lange
staan van de truck in het museum), wiellagers achter schoongemaakt, vet vernieuwd
in wiellagers, pinnen voorste bladveer vernieuwd, versnellingsbak-, differentieels
en tussenbak- olie vernieuwd. En verder de pompnagels van de dakranden vernieuwd,
nieuwe spiegels, nieuwe beugels voor de spiegels en van alles nagekeken en gesmeerd.
We zijn weer als nieuw, we hebben in ieder geval geprobeerd om met goed materiaal
weer op pad te gaan.
We rijden naar het noorden langs de kust. De camping in Ballito ligt niet aan
zee waardoor we een stukje verder rijden naar Salt Rock, slechts 30 kilometer
ten noorden van Durban.
Zondag 25 mei 2003 Salt Rock
En nu staan we al weer bijna 1 week in Salt Rock. Uitzicht op zee, de hele
week prachtig zonnig weer en weinig wind. De camping is rustig, behalve in het
weekend. Dat zie je hier veel, mensen die een weekendje kamperen. De invasie
begint vrijdagmiddag en het vertrek al weer op zondagochtend. Oh, wat een werkmieren
allemaal. En complete keukenuitrustingen, televisies met schotels, ijskasten
en nog veel meer rotzooi wordt er allemaal meegenomen voor 2 dagen. En altijd
de braai natuurlijk. De een nog groter dan de ander. Het zijn hele volksverhuizingen.
En niets is zo leuk om vanuit je luie stoel alles te bekijken want er gaat nog
wel eens wat mis. Net als gisteren. De camping is gebouwd met terrassen. Blijkbaar
een auto niet op de handrem en boink tegen een lager geparkeerde auto aangeknald.
Altijd leuk om naar de reactie van mensen te kijken; eigenaar gespannen, echtgenote
geschrokken, andere campinggasten nieuwsgierig enz. Gelukkig waren er even geen
kinderen of honden in de buurt en is de auto niet op een caravan of tent gegleden.
Tja, jullie hebben de televisie (songfestival) voor vermaak, wij hebben dit
soort gebeurtenissen. Leedvermaak? Ja, eigenlijk wel. Maar wel leuk.
Op de camping staat ook een Duits stel, samen met Tyson. Tyson is een Amerikaanse
Staffordterrier, een hond van de verboden lijst. Ik ben altijd bang van dit
soort honden, ook al zie je hier heel veel Staffies. De Staffies die je hier
ziet zijn kleiner en zien er minder gevaarlijk uit. Tyson is een bonk spier,
een krachtige hond. Maar, nog nooit heb ik zo’n hond zo goed getraind
gezien. En hij kan ook echte kunstjes; aanwijzen in welke hand het koekje zit,
boksen (natuurlijk, met zo’n naam moet je wel kunnen boksen) en voor dood
liggen als de baas met zijn hand een pistool nadoet. Prachtig, ik heb wat meer
vertrouwen in dit soort honden gekregen; het zijn vaak de eigenaren die zo’n
hond agressief maken.
En Wim denkt dat hij Brown dat ook nog wel kan leren; dood liggen nadat ze neergeschoten
is (met pistoolhand). Echter, Brown wil enkel maar het koekje en ligt op haar
rug te wiebelen en met haar staart te kwispelen.
Morgen gaan we maar weer eens rijden, anders komen we nooit in Swaziland.
Woensdag 28 mei 2003
En ja hoor, we staan weer bij Kenny in de garage in Amanzimtoti.
Afgelopen maandag zijn we vertrokken uit Salt Rock, richting het noorden. Onderweg
horen we wat aan de motor, het klinkt niet helemaal lekker. In Richards Bay
gaan we op de camping staan waar Wim de cabine maar weer eens kantelt. Hij kan
het niet vinden en we besluiten om weer 180 km. terug te rijden naar Amanzimtoti.
De camping is prima. Veel bomen (mooi, want het is weer zo’n dag met heel
veel wind), gras en toch bij zee. Aapjes zijn er ook, altijd leuk om naar te
kijken. Het is mooi weer, wel wat frisser. Er is een koufront!!!!voorspelt voor
de kust. En het is koud! De zon gaat al vroeg onder, nu is het al om half 6
bijna donker (tja, ik mis die lange zomeravonden die jullie weer krijgen, geniet
er maar van). En dan koelt het snel af. Als het 20 graden is ga ik al op zoek
naar mijn fleece trui; we zijn het niet meer gewend. Afgelopen nacht was het
slechts 7 graden, nou dan liggen we bijna te klappertanden. Dat is voor hier
echt heel koud, echt winterse temperaturen. Je ziet ook winteradvertenties in
de kranten: elektrische dekens, straalkacheltjes en kruiken. De mensen maken
zich hier klaar voor de winter.
Maar, nu staan we dus weer in Amanzimtoti. Wim had Kenny al gebeld dat we kwamen,
maar de anderen wisten van niets en keken weer heel verbaasd.
Nou, het kleppenhuis schijnt te lekken. (Dit is me ingefluisterd) Volgens Wim
kunnen we morgen weer weg zijn. Ik kruis mijn vingers en blijf hopen.
Woensdag 4 juni 2003, Nsoko,Swasiland
Ja, jullie lezen het goed, we zijn in Swaziland. Het heeft al met al wat langer
geduurd dan dat we in eerste instantie gedacht hadden.
We waren in Amanzimtoti, terug voor de zoveelste keer bij de garage. Gelukkig
heeft het slechts 1,5 dag geduurd. Met vernieuwde moed gaan we op weg naar het
noorden. We overnachten op een camping aan de kust in Zinkwazi, zo’n 100
km ten noorden van Durban. En weer zit het niet mee; de motor loopt niet goed,
hij lijkt in stationaire toestand bijna stil te vallen en als Wim de rem in
trapt hoor ik een “plop”. Oh, moeten we nou weer terug naar Amanzimtoti?
Ik wil niet meer!
Gelukkig biedt Kenny aan om naar ons te rijden. Voor hem, in de Lotus 7, is
het een dagje uit en rijdt het goedkoper en sneller. Kenny is er vrijdagochtend
om ongeveer half negen en na 2 uurtjes is het allemaal weer goed. Er zat een
miniscuul gaatje in de toevoerslang naar de pomp waardoor er lucht bij kwam
en de motor niet goed liep. Met de rem viel het ook mee; de lastafhankelijke
remregeling (opgezocht, voor de kenners) was niet in orde, het rubber was kapot.
Gerepareerd en weer prima in orde!
Kenny blijft de hele dag gezellig plakken; light biertje, hapje eten en lekker
kletsen.
Wij wachten nog 1 dag met wegrijden en rijden op zondag naar Empangeni, vlakbij
Richards Bay. We moeten op zoek naar een arts want ik heb last van mijn schouder.
Het lijkt een peesontsteking zoals ik die al vaker gehad heb en met pilletjes
moet dat toch overgaan.
Helaas, in Empangeni geen camping en vandaag geen arts dus we moeten naar Richards
Bay, waar we een paar dagen eerder al gestaan hebben.
Maandagochtend boodschappen doen en naar de dokter. Gewoon, in het rijtje van
de winkels zit naast de dierenarts een dokter. Je stapt gelijk de wachtruimte
binnen, behalve twee dames achter de balie is er niemand. Hallo! Ik wil graag
een dokter zien. Kan! Verzekering of contant? Naam en geboortedatum (wel zelf
opschrijven, Van de Meent is te moeilijk, oh, het is ven de mient!). En gelijk
betalen, 100 Rand zeg maar 12 Euro. Dan staat een van de twee dames op en die
mag ik volgen; ze is de arts. Het gaat wat minder formeel dan vroeger bij onze
huisarts in Vinkeveen.
Nou, natuurlijk een heleboel vragen en antwoorden. Dat ze me ontstekingsremmers
gaat geven, eerst een spuit (zit bij het consult in begrepen, zegt ze!) en ook
nog een portie pillen (is ook inbegrepen). Ze pakt uit een kastje, waarin ik
wat zakjes en potjes zie staan, een drietal plastic zakjes. Nou, dat moet ik
maar slikken en als het niet overgaat, tja dan moet ik geopereerd worden. Nou,
dan weet ik het wel, pillen slikken en het is over! De pillen zijn die knalroze
Ibuprofen, 3 per dag en ik krijg er 90 mee. Kan ik even mee vooruit. Dan krijg
ik ook nog een smeerseltje mee (soort dampo) wat, ja, ook bij het consult inbegrepen
is.
Al met al duurt het slechts 15 minuten en sta ik weer buiten. De zeurende pijn
lijkt al over te zijn, zonder 1 pil geslikt te hebben. Zal wel van de spuit
komen.
Toch is het een vreemde ervaring, een huisarts die een soort winkeltje heeft.
Gewoon de hele dag open, je hoeft geen afspraak te maken en je krijgt gelijk
je pillen mee. Echter weet ik niet de zwaarte van de pillen (staat er niet op)
en ook de houdbaarheid is niet vermeld, iets wat in Nederland niet voorkomt.
Je krijgt altijd een bijsluiter en meestal de originele verpakking of een sticker
van de apotheek. Maar, gelukkig kan ik Rombout sms-en om te weten of dat ik
alcohol mag gebruiken en voor hoelang ik zou moeten slikken want de hoeveelheid
die ik meegekregen heb is voor 3 maanden en dat is me toch een beetje te idioot.
Dan rijden we verder naar de grens met Swaziland. Ongeveer 15 kilometer voor
de grens zien we een game lodge. Daar gaan we maar naar toe voor 1 nachtje.
Mooie plek, alhoewel geen camping. We staan op de verlaten parkeerplaats tussen
de acaciabomen. ’s Avonds wel een leuk avondje in de bar met een biertje
(en dat mag in combinatie met de pillen volgens mijn eigen dokter Rom). Bij
daglicht is het uitzicht prachtig; een groot dal met een dam. Helaas duren de
dagen steeds korter, het is al om half 6 pikkedonker.
En dan naar Swaziland! Zal het eindelijk gaan lukken? We zien vanaf de overnachtingsplek
de grensovergang al liggen.
De grensovergang is prima. Niet overal de normale beleefdheid zoals we die thuis
kennen, maar het gaat redelijk. Het stukje niemandsland is slechts 1 meter,
je rijdt direct Swaziland in. En ook die grensovergang is prima. Geen visum,
geen kosten, enkel 15 Rand (2 Euro) voor een wegenbelasting in Swaziland. Je
kunt hier met Zuid Afrikaans geld betalen, de munteenheid hier is gelijkwaardig
aan de Rand. Lekker eenvoudig, net als in Leshoto.
Het douanepersoneel is niet allemaal te herkennen, net als eigenlijk overal
in Afrika. Sommigen in een mooi, schoon en herkenbaar uniform, anderen in soms
slordige vrije tijdskleding. De man van de paal is er weer zo een; met een jasje
en een Mickey Mouse stropdas. Hij vraagt vriendelijk waar we vandaan komen.
Ik laat hem raden, maar hij komt niet verder dan Noord Afrika. Weer zo’n
stommerd denk ik dan. Als ik hem vertel dat we uit Nederland komen laat hij
zijn grootste glimlach zien en noemt achterelkaar de plaatsen Amsterdam, Rotterdam,
Utrecht, Maastricht, Eindhoven, en Groningen op. Stomverbaasd rijden Wim en
ik Swaziland in, want weten jullie waar Swaziland ligt, wat de hoofdstad is
en noem dan nog eens een plaats op?
We rijden naar het noorden, over de asfaltweg. De route die we precies willen
doen weten we niet, we zullen wel zien. Het ligt aan de mogelijkheden om te
overnachten, het weer, de mensen en onze zin. Vijfendertig kilometer voorbij
de grens zien we “Nisela Safaris”. Ziet er goed uit, het is een
mooie tijd (11 uur of zo) en het lijkt privé te zijn. Dat laatste is
belangrijk omdat Brown nog wel eens de beperking oplegt; geen honden toegelaten.
Wim houdt er zijn introductiepraatje en al snel staan we op de camping. Omringd
door hekken die onder stroom staan; leeuwen! Er zijn er maar weinig, maar genoeg
om indruk te maken. Drie mannetjes leeuwen en een jonge leeuwin. De jonge leeuwin
zit apart, dit om incest te voorkomen. De mannetjes zijn ook verdeeld, Lucky
heeft een stuk land voor zichzelf. Gisteren hebben ze net hun wekelijkse eten
gehad; Lucky een ezel. Je ziet wel wat in het gedroogde gras liggen, iets zwarts
met hoeven, maar daar kun je geen ezel uit halen. Dat zie je pas als Lucky er
aan gaat peuzelen; de poten van de onfortuinlijke ezel gaan op en neer.
Lucky, en ook de andere leeuwen zijn deze dagen heel erg agressief. Dit, omdat
ze hun prooi beschermen. Dus, als je langs de dubbele hekken loopt, houdt hij
je goed in de gaten. De ezel ligt ongeveer 50 meter verder. Lucky ligt lekker
te soezen bij de prooi, het is een eigenlijk een sloom gezicht. Totdat hij reageert;
gelijk op vier poten en rennen naar het hek. Nou weet je met gezond verstand
dat die hekken en het stroom genoeg zijn om een leeuw tegen te houden. Maar,
je eigen instinct reageert ook; snel rennen! En daar reageert Lucky ook weer
op; weer in de aanval. Nee, zelfs met die hekken en het stroom; voor een leeuw
met bloed aan zijn bek ben ik toch een beetje bang. Brown vindt het allemaal
wel interessant ook al gaat ze niet te dichtbij het hek staan. Als ze dat wel
doet gilt ze moord en brand, stroom!
Ook zijn er nog een viertal krokodillen maar daar is niets aan. Ze houden een
winterslaap; ze eten niets voor een paar maanden en doen daardoor of daarom
ook niets. Hooguit een knipoog. Maar, ze zien er eng genoeg uit om indruk te
maken.
’s Avonds hebben we een kampvuurtje; koffie met amarula in een echt Afrikaans
landschap. Ja, het landschap wat we hier gezien hebben is het landschap waarvan
wij denken dat het Afrika is; verdroogde grassen, lage acaciabomen, bergen in
de verte en de zon.
De camping ligt vlak aan de weg en daar rijdt nogal wat zwaar grens-vrachtverkeer
(vervoer van voornamelijk hout en suikerriet) over. ’s Nachts hebben we
daar geen last van omdat de grenspost gesloten is en omdat er hier leeuwen in
de buurt zijn. En die kunnen lawaai maken! Een paar keer zijn we vannacht wakker
gebruld door leeuwen. Het lijkt als of ze naast de container staan maar in werkelijkheid
zijn ze meer dan 100 meter van ons vandaan. En het is een angstaanjagend gebrul.
Ze hebben me verteld dat je in het wild kunt kamperen met een tentje, zelfs
met leeuwen in de buurt. Die doen niets zolang je maar in je tent blijft en
je maar geen bloederige dingen bij je hebt. Niks voor mij, zelfs in de container
met hekken en stroom tussen ons en de leeuwen ben ik een beetje bang. Geen rationele
angst, maar instinctmatige angst; het klinkt niet goed.
De volgende ochtend, vandaag, hebben we om 07.00 uur een twee uur durende game
safari. Eerst kijken we hoe de jonge leeuwin haar eten krijgt. Gewoon, uit een
plastic zakje in een bak….
Dan de safari. We zitten nog geen 1 minuut in de overdekte auto en het begint
te regenen. De eerste regen hier sinds januari. De mensen en dieren hier zullen
er blij mee zijn, wij vinden het jammer; het licht is anders, het is koud (15
graden) en de dieren verstoppen zich voor de regen. De game drive is niet spectaculair.
Er loopt geen gevaarlijk wild rond. Wel zien we giraffes waar we (doordat er
geen gevaarlijk wild rondloopt) naar toe kunnen lopen. Helaas zijn ze nog niet
handtam, maar we kunnen ze wel goed bekijken. Die leuke hoorntjes op hun kop
met haartjes, die prachtige lange wimpers. We zien het zwarte wildebeest (gnoe),
een zebra in de verte, kudu’s, nyala’s en een heleboel wrattenzwijnen.
En die blijven heel leuk, vooral als ze gaan rennen; hup, staartje recht omhoog
en rennen maar. Blijft een koddig gezicht.
Helemaal verkleumd terug bij de container warmen we ons met koffie en amarula,
en tosti’s van onder de grill. Ja, we hebben hier zelfs stroom! De hele
dag blijft het wisselvallig weer; het ene moment is het zonnig en dan is het
gelijk meer dan 25 graden en het volgende moment (binnen 10 minuten) is het
weer zwaar bewolkt, dondert het in de verte en regent het zachtjes. Echt zo’n
trui uit, trui aan weertje.
We krijgen ook nog een tripje naar een verderop gelegen kampeerplek. Gewoon
om even te kijken. De chauffeur is een 29-jarige Swazie die redelijk goed Engels
spreekt. We leren nog wat van hem: hij heeft nog nooit gehoord van de eerste
zwarte Afrikaan die drie dagen geleden op de Mount Everest gestaan heeft, ondanks
dat het een Swazie is. Getrouwd is hij niet, het is niet goedkoop een bruidje;
toch zeker wel 12 koeien. En dan maar hopen dat het een aardige en leuke vrouw
is anders zit je toch echt in de problemen.l
Na nog een nachtje met leeuwengebrul en regen trekken we verder. Het was wel
een vreemde nacht; de stroom was uitgevallen. En dan is het echt donker, zelfs
zo donker dat het zelfs zeer aan je ogen doet. En wat vervelender was, Brown
moest nog uitgelaten worden. En hoe zit dat dan met de stroom op de hekken?
Weet die leeuw dat? Gelukkig zijn Wim en Brown heldhaftig genoeg om het uit
te proberen en het is met goed gevolg gelukt. Zelfs de volgende ochtend heb
ik het er niet zo erg op; het stroomhek knettert! Waarschijnlijk gewoon van
de regen maar werkt het nog wel? Mijn koffie, met uitzicht op Lucky, drink ik
dichtbij de truck op in geval van…. Lucky de leeuw is nu een stuk slomer,
de prooi is op en hij lijkt nu rustig te wachten op de volgende ezel. Wel kun
je nu rustig kijken naar het dier; het is net een uit de kluiten gegroeide kat.
En hij lijkt aaibaar maar ik weet wel beter.
We vertrekken naar Mbabane, de hoofdstad van Swaziland. Het laagland uit en
de hooglanden in. Het weer is redelijk als we wegrijden, een beetje lichte bewolking.
Maar al snel verandert het omdat we stijgen. Meer en zwaardere bewolking, het
wordt er niet mooier op. Dat is altijd jammer, het maakt allemaal een wat somberdere
en saaiere indruk.
Swaziland is een koninkrijk, zonder democratie geregeerd door koning Mswatti
III. Hij is een lid van de Dlamini-stam. Volgens de boeken vind je door het
hele land mensen met dezelfde achternaam, het kan zijn dat de pompbediende een
prins is of de dame achter de kassa een prinses. De koning heeft nu 9 vrouwen
en is op zoek naar de 10e. Een vreemde vogel, we lezen af en toe wat in de krant
over de koning. Het laatste was dat hij de onrust, al het slechte in de wereld
toeschrijft aan vrouwen met lange broeken! Nou, dan weet je het wel.
Ondanks een leiperd als koning, getooid met veren en een leeuwenvel, is het
land niet echt arm. Er is geen crisis en de economie is redelijk gezond. Dat
kun je ook wel zien als we het vergelijken met Lesotho.
We rijden naar de vallei van de hemel, volgens de boeken het mooiste stuk van
Swaziland. Het weer zal wel meegespeeld hebben, maar ik vond het tegenvallen.
Misschien ook omdat we geen goede overnachtingsplek konden vinden want we staan
uiteindelijk in een privé natuurpark, niet echt privé maar van
een stichting. Geen blanken die de boel runnen, nee wat van die Swazie’s
die nog niet genoeg Engels kennen om zich met toeristen bezig te houden. Kamperen
kan, naast het primitieve nagemaakte Swazidorp (trekpleister voor toeristen).
Het is een dure grap met smerig sanitair, schreeuwende en nieuwsgierige Swazie’s
die te dicht bij de container staan, geen Engels kunnen spreken en de hele tijd
giechelen. Van privacy hebben ze nog nooit gehoord.
Het weer verslechterd en we krijgen onweer en veel regen. Helaas wordt het dan
altijd zo’n smerige bende, alles is baggerig en je krijgt dubbele zolen
van het lopen in de blubber.
De volgende dag op naar Mbabane. In de regen en zware bewolking, en koud (13
graden) gaan we rijden. We stijgen en stijgen (1800 meter) en al snel rijden
we in de bewolking; zicht van nog geen 50 meter. Dan wordt je wereld wel heel
klein, zeker op een kronkelige weg, bergachtig met medeweggebruikers variërend
van koeien tot wandelaars en auto’s zonder verlichting! We besluiten dan
ook om zo snel mogelijk de grens over te gaan, 25 kilometer verderop. De route
die we wilden nemen ligt nog hoger en is nog kronkeliger. We nemen geen risico
en verlaten Swaziland eigenlijk eerder dan we zouden willen. Van Mbabane zien
we niets; het is te mistig. Maar al snel dalen we en bij de grens zien we weer
genoeg van de omgeving. De grensovergang is een eitje, 10 minuten en we zitten
weer in Zuid Afrika. En dat voelt gelijk anders, bekender! We rijden tenslotte
al 7 maanden door Zuid Afrika.
We rijden het mooie weer tegemoet; na een uurtje schijnt de zon weer regelmatig.
Dat blijf ik nog steeds magnifiek vinden; zo rijd je in de regen en kou en nog
geen 50 kilometer verderop is het zonnig en lekker. Dat is wel Zuid Afrika;
je kunt altijd het goede weer snel opzoeken.
Zondag 8 juni 2003 Badplaas
We belanden in Badplaas, ja zonder t. En het is geen badplaats zoals wij die kennen aan de kust want het ligt inland. De naam wordt ontleent aan een bron. Hier staan we nu voor 3 nachten op de camping met uitzicht op een wildreservaatje. We doen een safariritje en zien diverse dieren van heel dichtbij. De gnoe met witte staart (erg sierlijk en klein), de kudu, de imposante eland, springbokjes en impala’s. Het reservaat heeft niet de big five, daarvoor is het veel te klein en is het klimaat niet geschikt voor alles. Maar er is er wel een van de big five; de witte neushoorn. Vijf stuks die we van heel dichtbij vanuit een open Landrover zien tijdens onze privé rondrit. We hebben de tijd om ze eens goed te bekijken; de enorme langwerpige koppen, de dubbele hoorns, de dikke grijze huid. Nee, ze zijn niet wit. En de zwart neushoorn is niet zwart. Het verschil zit hem onder andere in de lippen, de bek. Door een verkeerde uitleg van “wide lipped” is dat ontstaan. De witte (wide-lipped) neushoorn heeft een brede bek, de zwarte neushoorn meer een pruillip. De witte neushoorn is groter en minder agressief. En dat merken we nu ook, ze liggen lekker in het zonnetje met van die kleine oogjes (slecht zicht) en draaiende oren. Geen moment neigen ze naar aanval of verandering van gedrag. Nee, weer een prachtige ervaring hier in Badplaas, eentje om goed te onthouden.
Nou, verder gaat alles goed. De zeurende pijn in mijn schouder is bijna over.
Met Brown alles prima, rent nog steeds als een gek achter slof en tennisbal
aan.
Morgen gaan we naar Nelspruit, toch nog even naar de truck laten kijken want
Wim hoort nog wat en de papieren regelen voor Mozambique. En naar de “travel
doctor”, een groep artsen die gespecialiseerd zijn voor reizigers en die
door heel Zuid Afrika zitten. Misschien dat we daar impregneerspul voor het
muskietennet kunnen krijgen. Vreemd, dat kennen ze bijna niet en tot nu toe
hebben we het nergens kunnen kopen. Wel geimpregneerde netten maar niet het
spul zelf zodat je het net opnieuw na het wassen kunt impregneren (koop je toch
een nieuw net, zeggen ze dan!)
Dan naar Krugerpark en uit Zuid Afrika op naar Mozambique. Helaas is het dan
ook afgelopen met de mobiele telefoon waarmee ik sms-jes kan versturen naar
Nederland en waarmee ik ook kan ontvangen. Heel erg leuk, net of ik zit te kletsen
met Herman. Het kan echt heel snel gaan, binnen 2 minuten antwoord. Dus, als
je nog wat wilt laten weten op een eenvoudige manier (via de satelliettelefoon
kan het nog wel maar via de computer), stuur een berichtje. Het nummer is 0027
73 258 6013. Het zal waarschijnlijk eind juni zijn als het niet meer kan. Doe
het en maak ons blij. Antwoord verzekerd!
Heel veel liefs en tot het volgende verhaal.
Dikke zoenen en veel liefs Wim, Monique, Brown en Hermanus.