Ja, het is heel lang geleden dat we wat aan de computer toevertrouwd hebben.
Ondertussen zijn we wel een maandje in Mozambique geweest en de bekende kokosstranden
gezien. Maar, we waren gebleven in Nelspruit.
De plannen zijn even veranderd. Omdat hier de winterschoolvakantie begint, met
alle drukte van dien, besluiten we om eerst voor 1 maand naar Mozambique te
gaan, dan terug naar Zuid Afrika voor het Krugerpark en dan definitief weg uit
Zuid Afrika, wederom via Mozambique. Het visum voor Mozambique is slechts 1
maand geldig, dus zo kunnen we daar 2 keer een maand vertoeven.
In Nelspruit staan we op de camping, een prima plek met veel gras, bomen en
aapjes. We blijven hier zo een dag of 10 staan, we hebben het druk! Hier ontmoeten
we weer Jeff, Nicolien en hun katje XaiXai, we hebben ze al eerder gezien in
Badplaas. Samen doen we een braai; het is steenkoud en de koffie drinken we
dan maar in de container. Jeff is een goede regelaar; hij weet een monteur die
wel naar de truck wil kijken (niets aan de hand, kan helemaal niets vinden)
en met Jeff rijden we naar een lasser die de boiler zou kunnen maken. Helaas,
het lijkt allemaal voorspoedig te gaan maar die lekkende boiler is een tegenvaller.
Tot drie keer toe gaat dat ding terug en uiteindelijk maakt Wim de toegang voor
verwarming op 220 Volt definitief dicht. Resultaat; boiler lekt niet meer alleen
kunnen we nu geen warm water meer maken met stroom. Gelukkig nog wel via de
motor en de Webasto waterverwarmer. Dus die warme douche is er nog steeds!
We krijgen ook nog een dagje bezoek uit Witbank; de familie Serfontein. Dicky,
Linda en Werner komen ons een dagje meenemen. We hebben ze vorig jaar in december
ontmoet in Simonstown, aan de westkust bij de Kaap. Contact gehouden en nu komen
ze naar ons toe voor de zondag. Al heel vroeg zijn ze op de camping, om 07.00
uur. Dat houdt in dat ze toch om half 6 zijn gaan rijden. Zelfgebakken vers
brood, gekookte eieren, saucijzenbroodjes en worstjes met bacon zijn het ontbijt.
Gelukkig kunnen wij nog voor de koffie zorgen. Ook krijgen we cadeautjes; Wim
snoepgoed en ik lekker badschuim en bodylotion. Tjeetje, we voelen ons even
vereerd.
Dan gaan we een rondje maken in de buurt. We komen bij een mooie waterval, bezoeken
Pelgrims Rest (een voormalig gouddelversplaatsje) en rijden door de heuvelachtige
omgeving. Een leuke rit welke we met de truck nooit gedaan zouden hebben. De
hele dag zijn we onderweg, gelukkig kan Brown mee. ’s Avonds maken we
een braai op de camping. Afscheid moet er weer genomen worden, altijd rot. Het
maakt toch indruk; mensen die je ergens ontmoet, die contact onderhouden en
dan later nog eens kilometers rijden, cadeautjes kopen en ons een dag mee uit
nemen. Gastvrij Zuid Afrika!
Dan weer over tot de zakelijke dingen. In Nelspruit gaan we naar de ambassade
van Mozambique voor een visum. ‘s Morgens afleveren en ’s middags
ophalen. Dat afgeven gaat sneller dan het ophalen; een rij van meer dan 30 man.
Het visum voor 1 maand kost ons 85 Rand (ongeveer 20 gulden per persoon).
Dan de traveldoctor voor het muskietenspul. Helaas ze hebben het niet in voorraad
en het wordt besteld in Kaapstad en zal een paar dagen duren. Uiteindelijk vertrekken
we zonder dat impregneerspul (voor het muskietennet) omdat het nog niet aangekomen
is (Afrika!!)
Via Jeff komen we bij een soort landbouwcoöperatie, daar verkopen ze oplostabletten
die gebruikt worden voor dieren tegen teken, vlooien en ongedierte. Dit zou
ook helpen tegen muskieten. Dan kopen we die maar, in ieder geval voordeliger
dan het toeristenspul, nu slechts 3 gulden per tablet en daar kun je dan 1 keer
je net mee impregneren. Bij die coöperatie ook maar even diesel tanken
want het is goedkoper dan langs de weg. We betalen nu ongeveer 80 cent (ik weet
even niet hoeveel Eurocent dat is) per liter.
Dan nog de laatste boodschappen halen want Mozambique is toch echt een derde
wereldland. En waar zouden we zijn zonder koffie en lekker broodbeleg? En die
kokoskoekjes, chips en kaas? Amarula? Achteraf zal blijken dat we nog veel meer
hadden kunnen gebruiken.
Dan, eindelijk gaan we naar de grens met Mozambique, Komatiepoort. Het is snertweer,
het regent en is fris. Maar het geeft niet want we gaan naar het warme en tropische
Mozambique met die witte stranden en kokospalmen.
De grensovergang in Zuid Afrika gaat soepel. Ik krijg nog een prachtig kikkergroen
t-shirt omdat ik mee doe aan een snel interview over toerisme in Zuid Afrika.
In tussen staat Wim te praten met douane-beambten die de truck bewonderen. Oh,
even een onderbreking. Nog net op de valreep belt Pier vanuit Nederland. Ze
gaan niet naar Curacao want een kerstvakantie in Kenia vinden ze leuker…….
Nog steeds kijkt de douane enthousiast naar de truck. Ze zien Brown en vertellen
ons dan dat we Brown niet meer terug in kunnen voeren Zuid Afrika in als we
eenmaal in Mozambique zijn geweest, in verband met mond- en klauwzeer en rabiës.
Wim loopt nog met ze mee om het na te vragen. Bij invoer vanuit Mozambique moet
ze een maand in quarantaine in Johannesburg, waar ze dan naartoe gevlogen moet
worden. Of, ze moet afgemaakt worden. Ja, dat hebben ze ook al meegemaakt! Ze
geven nog wel de tip dat het eventueel via Swaziland te doen is, daar zouden
de controles misschien wat minder zijn. Nou, de stemming zit er bij ons goed
in. Een beetje beduusd rijden we Mozambique in. We denken nog eens aan Eric
en Mirella, de twee Nederlanders die we vorig jaar ontmoet hebben en die hun
hond Diesel naar huis gevlogen hebben omdat ze hadden gehoord dat er problemen
zijn met grensovergangen en een hond.
Bij de grens geen problemen, wel weer rommelig met mannetjes die zich opdringen
en je meeslepen naar loketjes. Het carnet werkt hier niet (Mozambique staat
er ook niet op vermeld) maar je krijgt vrij eenvoudig een tijdelijk invoerdocument,
geldig voor 90 dagen. We betalen wel wat, maar het is niet veel.
We wisselen langs de weg. De koers (die we wisten) is 2900 Meticais per Zuid
Afrikaanse Rand . Reken maar uit, je bent snel een miljonair hier. Wij maken
ook nog een rekenfoutje, oeps, een nulletje teveel in ons voordeel. De geldwisselaarster
is niet gek en blijft gelukkig lachen.
Dan richting Maputo, via een tolweg. Maputo rijden we niet in maar rijden door
naar het noorden. Het ziet er hier wel weer wat meer Afrikaans uit; stoffig,
vies, uitlaatgassen, straatverkoop, overal mensen en dieren en een drukte alom.
Overnachten doen we 30 km ten noorden van Maputo bij Casa Lisa. Ja, dat klinkt
Portugees en dat is het ook. Mozambique is een vroegere Portugese kolonie geweest.
Na deze overheersing is er een langdurige burgeroorlog geweest tussen de door
communisten gesteunde Frelimo en de door het westen (met name Zuid Afrika) gesteunde
Renamo. Het resultaat van die burgeroorlog is nog overal te zien. Huizen, gebouwd
in koloniale stijl, zijn helemaal kapotgeschoten. Soms staan er enkel nog de
muren. Zeker het stuk dat we rijden langs Maputo laat dat duidelijk zien. Nieuwbouw
zien we nog niet veel, het zal nog een lange tijd duren voordat dit land hersteld
is van de oorlog. En dit is dan nog hetgeen dat we zien, hoe is het met de slachtoffers
van al die mijnen die nog steeds overal liggen? Hoe is het ondertussen met het
onderwijs, de gezondheidszorg en de economie? Het vertrouwen van de mensen onderling?
Vanaf Casa Lisa rijden we over de hoofdweg (met heel veel gaten in de weg) naar
de badplaats XaiXai. Ook in dit kleine badplaatsje is het verval te zien; een
voormalig hotel ligt er haveloos bij. De camping is dan nog niet helemaal vervallen
maar het stelt ook nog niet veel voor. Aan zee, maar met lage bomen en een gesloten
hek. Even naar het strand toe betekent dat je eerst de wacht moet vinden die
het hek kan openen. Het sanitair heeft ook betere tijden gekend, maar er is
wel warm water via een zogenaamde donkey-boiler (een vat gevuld met water dat
middels een houtvuurtje opgestookt wordt. En elektriciteit, dus we kunnen nog
even lekker wat in de magnetron stoppen. Helaas werkt het weer ook niet mee,
het is bewolkt met af en toe een bui. Geen reden om nog langer aan dit stukje
strand te blijven, ook omdat we nog geen kokosnoten gezien hebben.
De reis naar Tofo, vlakbij Inhambane is een troosteloze bedoeling. Regen, regen
en nog eens regen. En dan niet een miezerregentje, nee, het komt met bakken
uit de lucht waardoor het zicht op de weg vermindert. De weg is niet zo goed,
smal met veel gaten. Het is redelijk druk, ook met Zuid Afrikaanse toeristen.
En die gaan met caravans en boten, soms zelfs met caravan en daarachter een
boot, op pad. En ze rijden ook nooit alleen, altijd in karavaan. Onderweg kopen
we, tussen de buien door, hele grote mandarijnen. We dachten eerst nog dat het
sinaasappelen waren. Het gaat niet per stuk of per kilo, nee het gaat in bulkpartijen.
We hebben uiteindelijk zo’n 20 kilo, voor omgerekend 2 Euro. Ook kopen
we nog een zak houtskool voor 2,5 Euro. En weer geen klein zakje maar een 50
kilo zak. Kost wat moeite om de zak op het dak te krijgen, maar dan heb je ook
wat. Kokosnoten worden geruild voor een paar snoepjes. Het valt op dat de mensen
hier spontaner zijn, veel glimlachen en vaak de duim opsteken. De fietsen voorop
trekken ook de aandacht, ze willen allemaal wel een fietsje. Over een prijs
wordt niet gepraat, ze willen zeker ook ruilen met kokosnoten.
Aan het eind van de middag komen we in Tofo aan. Het weer is een beetje opgeklaard
en het zonnetje is warm. Op de camping Bamboozi zien we Spike en Joan weer,
die hadden we al in Nelspruit gezien. Engelsen op reis met een Landrover, nog
5 maanden te gaan en nu al bijna overbelast met souvenirs.
De camping ligt achter 1 grote duin. Uitzicht op zee is er niet vanaf de camping,
wel horen we de zee. En, eindelijk, overal kokosbomen. Je kunt zover niet kijken
of je ziet die lange, hoge bomen en ook vaak hoor je een doffe “plop”
en dan ligt er weer een noot op de grond. Zo’n ding moet je niet op je
hoofd krijgen want dan is het afgelopen met je.
Bovenop de duin is de bar en van daar heb je een mooi uitzicht op het witte
strand. Inderdaad wit, maar geen kokosbomen want die staan allemaal achter de
lange duinenrij.
We staan tussen de kokosbomen in het zand (geen wit strandzand hier) met uitzicht
op hutjes en gebouwtjes. Alles is in stijl gemaakt en het ziet er prima uit.
Samen met Spike en Joan gaan we snorkelen. Pakken, flippers en brillen passen
bij de duikschool en dan zijn we er klaar voor. Echt mooi snorkelen kun je hier
niet, daarvoor is het te diep. Maar, er zijn dolfijnen en walvishaaien. Walvishaaien
zijn enorme gespikkelde vissen van wel 14 meter. Het zijn planktoneters en niet
gevaarlijk.
We gaan mee met een groepje duikers, die worden eerst uit de rubberboot gezet
en dan gaan wij verder. De zee is redelijk rustig en het zonnetje komt af en
toe door. Helaas, tijdens het wachten op het overboord gaan van de duikers wordt
Joan zeeziek met als resultaat dat ze de rest van de trip half overboord hangt
en niet het water ingaat.
De stuurman van de boot, eentje uit Mozambique, ziet al snel walvishaaien. Vlakbij
legt hij de boot stil en kunnen we het water in. Even slikken, want dit zijn
geen kleine visjes meer. Ook is het water niet zo helder (veel plankton en daarom
ook walvishaaien) en ik weet het allemaal even niet. Ik kan me niet oriënteren,
zie weinig en ben een beetje bang. Het enige wat ik zie is iets enorms met spikkels,
ik kan er geen voor of achterkant van maken.
Wim heeft veel plezier, hij zwemt zelfs een heel stuk (ongeveer 30 meter) met
een walvishaai mee op een afstand van 1 meter van de bek van de vis. Toen Wim
het water in ging en nadat vervolgens de belletjes waren verdwenen keek hij
recht tegen de enorme wijde bek van een walvishaai, het leek alsof hij de motorkap
van een VW Golf zag opengaan. Het dier kwam recht op hem af en draaide op tijd
van richting. Slechts een tipje van de staartvin raakte Wim.
Dan weer terug de boot in en op zoek naar nog meer walvishaaien. Ondertussen
zien we nog een school dolfijnen langs de boot gaan. Helaas zijn dolfijnen te
bang en kun je niet dichtbij zwemmen met ze. Bekijken van afstand, maar ik hoor
ze goed onder water. Dan weer walvishaaien, ik ben nog niet bijgekomen van de
eerste ervaring. Wim sleurt me mee het water in en onderwater neemt hij me aan
de hand mee. Het is indrukwekkend, adembenemend. Dat je zo dichtbij een enorm
dier in het water bent, de stilte en de rust welke van de walvishaai uitgaan.
Zo druk als dat wij bezig zijn met bewegen, zo rustig maakt de walvishaai zijn
bewegingen.
Het is dan wel geen snorkelen met mooie koraalriffen en gekleurde visjes, maar
dit was veel mooier om mee te maken. Ik ben er nog stil van.
Terug op de camping begint het te regenen, te storten. En dat zullen we voor
een tijdje houden. We hangen wat rond en doen verder weinig. Twee dagen later
gaan we weer snorkelen, nu met een andere duikschool. Terwijl we op het strand
staan om de boot te water te laten begint het te regenen. Enorme golven komen
er op. Als de bui bijna over is gaan we het proberen. Met ongeveer 14 personen
trekken we de boot het water in. De blanke stuurman springt er in, dan mogen
de vrouwen en dan…….. hele hoge golven. Ik zit al snel hoog, maar
niet droog. De golven slaan over de boot heen en het lukt niet om weg te komen.
De boot is na 3 grote golven volgelopen, de mannen hangen nog steeds langszij
en we lopen weer vast aan het strand. Een beetje verslagen staan we weer op
het strand. Ik vond het wel leuk en spannend want ik zat lekker in die boot
en zag het allemaal goed aankomen. Maar de stuurman vond het maar niets en er
wordt besloten om terug naar de camping te gaan. Niet alleen de golven maar
nu ook het tij werkt ons tegen.
En dan komt er regen. Regen en nog eens regen. Bijna twee weken hebben we tropische
stortbuien. Met bakken komt het uit de lucht, veel wind en geen zon. Dagen zien
we de zon niet, het is om ziek van te worden. We kunnen onze watertank vullen
met regenwater en de was er mee uitspoelen. De grote ramen lekken, er druppelt
water naar binnen. De zitkussens zijn ook al een keer zeiknat geweest omdat
er nog een raam openstond; je kon ze uitwringen.
Nu hebben wij nog geen klagen want we kunnen (met hier en daar een handdoekje)
droog binnen zitten, hebben eten en drinken, luisteren muziek en kunnen naar
de wc. De andere campinggasten zijn minder fortuinlijk. De tenten lekken, de
slaapzaaltjes zijn nat, overal is het koud en ook de bar bovenop de duin is
niet wind/waterdicht.
Het zijn natte en barre tijden. Veel mensen trekken verder maar wij willen niet
verder naar het noorden omdat we weer terug willen naar Zuid Afrika en elke
kilometer verder is ook weer een kilometer terug. En is het daar beter weer?
Ze spreken hier over het staartje van de orkaan welke Madagascar getroffen heeft.
In geen tien jaar hebben ze dit soort weer hier gehad in deze tijd. Nou, weg
mooie witte zandstranden met kokosnoten. Regen, regen en nog eens regen.
De laatste week klaart het wat op. Nog niet helemaal droog of een strak blauwe
lucht, maar in ieder geval kunnen we weer eens droog buiten zitten. We worden
een soort Zoete Inval; iedereen komt langs (is het de koffie?). Er zijn hier
veel backpackers met veel verschillende nationaliteiten. We ontmoeten Reiner,
een Duitse jongen op een motor. Handig, hij gaat de vis halen en wij maken de
braai. Kreeft als voorgerecht en marlijn als hoofdgerecht. Volgende keer King
Mackerel, ook vanaf het vuur. Mjummie. Helaas vallen de garnalen tegen, ze zijn
een beetje te klein en Wim krijgt ze niet gepeld.
Hier zijn ook veel Nederlandse backpackers. In maanden hebben we niet zoveel
Nederlanders tegelijk gezien. Bij lezen met 4 keer een Vrij Nederland en een
Flair.
Uiteindelijk hebben we nog een fijn weekje op Bamboozi in Tofo. Helaas wordt
Wim nog ziek, hoofdpijn en aan de diarree (dat andere woord mag ik niet gebruiken).
Het duurt een paar dagen.
Hier in Tofo van de drie weken hebben we misschien 2 echt mooie dagen gehad.
Niet echt wat we ons voorgesteld hebben van Mozambique.
Dan wordt het tijd om te vertrekken, terug naar Zuid Afrika. We zijn toch een
beetje zenuwachtig omdat we Brown heelhuids de grens over moeten krijgen. In
Tofo horen we nog dat er in het ziekenhuis in de buurt 7 patienten met rabies
liggen. En dat de controle verscherpt is, en dat ze loslopende honden zonder
halsband gaan afschieten. Klinkt niet best.
We overnachten eerst in XaiXai en de volgende nacht bij Casa Lisa. Altijd prettig
als je de plek vast weet. En dan is het dinsdag, de dag om de grens over te
gaan. We gaan via Swaziland, dat scheelt niet zoveel in kilometers en we hopen
dat de controle wat minder is.
Dan de grens van Mozambique. Brown ligt bij mijn voeten en ik heb mijn knie
in het verband gedaan, altijd een excuus om niet of niet zo snel uit de truck
te hoeven.
Het gaat in eerste instantie redelijk snel, de papieren zijn in orde. Maar we
moeten nog wel even 50 US dollar betalen voor wegenbelasting. Bij een kantoortje
waar ze verzekeringen regelen en het personeel niet geüniformeerd is. Het
zal de stress en spanning zijn maar Wim wordt heel boos. Roept dat het corruptie
is en rijdt weg. Helaas gaat het hek dicht en kunnen we niet verder. Nijdig
rijden we weer achteruit en uiteindelijk betalen we. Het schijnt dat het verschilt
per grenspost, waar we binnengekomen zijn is het bedrag veel minder. Vandaar
dat de meeste Zuid Afrikanen die grenspost nemen. Wij zullen het nog maar eens
navragen want het is veel geld en we weten niet goed waarom of waarvoor. Niemand
heeft het er ooit over gehad, ook geen andere toeristen. Maar wij kunnen nu
niet anders dan snel betalen want Brown ligt nog steeds bij mijn voeten en we
moeten nog wat grensovergangen vandaag.
Dan direct de grensovergang met Swaziland. Wim parkeert de truck recht voor
het waarschuwingsbord voor mond- en klauwzeer. Ook staat er dat er geen enkel
levend dier deze post mag verlaten……. (terwijl ik hier de geiten
voor de truck zie rondlopen en ook voorbij de slagboom) Voor ons zie ik dat
auto’s doorzocht worden, alles moet bekeken worden. De papieren zijn weer
snel geregeld, dan zijn wij aan de beurt voor controle.
Wim begeleidt de beambte direct naar achteren om te kijken in de container.
We hebben de ijskast helemaal schoongemaakt, die is leeg op wat frisdrank en
jam na. Alle kasten moeten open, alles wordt bekeken. Dat is klaar, dan komt
de man nog half de cabine in; de plastic bloemen trekken de aandacht. Gelukkig
blijft Brown stil liggen (ze ligt onder een laken en ik heb mijn gezonde voet
op haar, mijn ingebonden knie ligt pontificaal op het dashbord). Ik kan snel
de bloemen laten zien en de man is tevreden, we kunnen door. Oh, dit kost je
een paar dagen van je leven, dit is zenuwslopend.
We hebben gehoord dat er verderop nog een veterinaire controle zou zijn dus
Brown moet blijven liggen. Ze doet het prima. Eigenlijk denken we dat we het
wel gehad hebben want de controle bij de grens was toch een strenge controle.
Maar dan zien we weer de waarschuwingsborden en moeten we weer stoppen. Snel
springt Wim de truck uit en gaat joviaal met de man praten. Natuurlijk achterin
kijken en weer alle kasten open. De cabine laat hij ongemoeid. Gelukkig maar
dit heeft weer een paar dagen van je leven gekost.
Nu is het eerst goed, nu enkel nog even de grens met Zuid Afrika en dat mag
eigenlijk geen probleem zijn, of ze moeten goed de paspoorten bekijken en zien
dat we net uit Mozambique komen.
Voordat de weg zich splitst (verder Swaziland in of naar de grens met Zuid Afrika)
is er nog een controle! Een militaire controle. Nog eentje! Hetzelfde ritueel
vindt plaats. Wim springt snel de truck uit en praat met de militair. Ze controleren
onder andere op wapens, maar we weten niet wat ze doen als ze een hond zien.
We zien dat passagiers van taxibusjes gefouilleerd worden. Oh, ik hoop niet
dat ik er uit moet. Weer de container open en weer alle kasten open. Dat is
in orde maar mijn hart staat stil als de militair echt in de cabine komt. Hij
kijkt achter de stoel en kijkt nog eens goed rond. Het is gelukkig in orde en
hij vraagt nog naar mijn knie. Dit kost weer een paar dagen van ons leven……..
Dan op de weg naar de volgende grensovergang. Nu mag Brown er uit want nu kunnen
we gewoon door Swaziland aan het reizen zijn. Ook mag ze weer op haar eigen
plekje zitten. Bij de grensovergang gaat het allemaal snel en soepel, geen problemen
met de papieren en slechts een vluchtige controle van de container bij de Zuid
Afrikanen.
Als we dan eindelijk door de slagbomen zijn, zijn we blij, heel blij. Het is
gelukt maar dit doen we nooit meer. Het is het niet waard. Nu is alles nog gelukt
maar, en dat gevoel is vooral achteraf, wat als ze Brown gezien hadden? We hadden
ook eigenlijk niet verwacht dat de controle zo streng zou zijn, we dachten dat
het wel mee zou vallen. Nou, terwijl ik dit schrijf krijg ik weer een rotgevoel
in mijn buik. Nooit meer, zeker als het niet nodig is.
Zuid Afrika. Ach, wat is het weer lekker om terug te zijn. We gaan eerst nog
maar eens boodschappen doen bij een grote supermarkt. Verse melk, kaas, lekker
brood en beleg enz. We kunnen het weer waarderen. Eten maken we niet, we scoren
wat bij een hamburgertent. Als we op de camping aankomen is het bijna donker.
Maar dat geeft niet want we hebben hier al eerder gestaan. Helemaal afgepeigerd
gaan we vroeg naar bed. Oh, lekker fris hier weer, het koelt af tot 3 graden!
Dan moeten we de container leeghalen. Ik heb enge beestjes gezien. En we moeten
eens goed kijken wat we hebben en wat we nog aan boodschappen moeten halen.
Een maandje Mozambique was een goede les; het inkoopbeleid was niet helemaal
in orde.
Dus, alles de container uit. Het lijkt wel een uitdragerij. Spuiten in de container
ook al hebben we geen beest meer gezien. Dan opnieuw inpakken. We zijn er bijna
de hele dag mee bezig. Gelukkig is het prachtig weer, de temperatuur stijgt
tot zo’n 28 graden. Zulk mooi weer hebben we in Mozambique niet gehad.
Donderdag 17 juli 2003
Vandaag weer een druk dagje. We willen een nieuw visum voor Mozambique gaan
halen, boodschappen doen, naar de traveldoctor en internetten. Maar, dan op
naar Krugerpark op zoek naar het wild!
We zijn nu nog tot eind juli in Zuid Afrika, dan loopt ons visum hier af. We
kunnen nu nog gemakkelijk internetten, sms-jes versturen en ontvangen en kaarten
versturen. Helaas is dat straks weer afgelopen maar we maken er nu nog goed
gebruik van.
Via de radio horen we dat jullie het een beetje warm hebben in Nederland, zelfs
de afstanden voor de Nijmeegse Vierdaagse zijn aangepast. Geniet er maar van.
Morgen ben ik jarig. Iedereen is van harte welkom. Kun je even niet komen, neem
een borrel op mij. Cadeautjes kom ik nog wel eens halen!
Heel veel liefs, dikke zoenen en tot de volgende mail,
Wim, Monique en Brown.