En we zijn weer in Mozambique. En het regent weer! Wat we met regen en Mozambique
hebben weten we niet. Dit is de vierde dag in Mozambique en dit is de tweede
dag met regen. Ik word er gek van. Op de camping in Xai Xai, waar we de eerste
keer ook gestaan hebben, zeiden ze dat het net een week heel warm en erg mooi
geweest is. Nemen wij slecht weer mee naar Mozambique?
Maar, we hebben nog meer dan 3 weken hier, dus er is nog hoop op zonnige dagen
die we doorbrengen op witte kokosstranden…….
We waren gebleven in Nelspruit, enkele dagen voordat ons visum voor Zuid Afrika
afliep. Wim was ziek en het was prachtig weer.
We hebben onze laatste boodschappen gedaan (wijn, bier, kaas, melk, vlees enz.),
het verhaal met foto’s naar jullie gestuurd en Wim heeft zich nog eens
laten onderzoeken bij een kliniek. Nou is niet elke kliniek een soort ziekenhuis,
dit was er eentje die in een nieuwe apotheek gehuisvest is. Er is geen arts,
wel een verpleegkundige. Weer een malariatest voor Wim (ongeveer 10 gulden),
gelukkig negatief. Wel is zijn bloeddruk veel te hoog (150/120). De verpleegkundige
kan verder even niets doen, de bloeddruk moet over 1 week of zo nog maar eens
opgemeten worden. Medicijnen voor de verkoudheid krijgen we nog mee. Al met
al kost het bijna niets, ik had een anti-bioticakuur (voor de voorraaddoos)
en die kostte nog geen 10 gulden!
Terug met een zieke Wim naar de camping. De volgende dag moeten we Zuid Afrika
uit omdat ons visum verloopt. We laten het maar over ons heen komen, morgen
weer een dag. De volgende ochtend komt Jeff, die we de vorige keer ontmoet hebben
in Nelspruit, ons uitzwaaien en laat weten dat als we problemen krijgen in Mozambique
dat we hem kunnen bellen. Wim is nog steeds niet in orde, hij heeft nog lichte
koorts. Maar, we moeten Zuid Afrika uit en rijden naar de grens met Mozambique,
ongeveer 100 kilometer naar het westen.
Ons probleem is dat, als het echt niet gaat met Wim, dat we als we eenmaal in
Mozambique zijn, niet meer terug kunnen naar Zuid Afrika. Het smokkelen van
Brown hebben we een keer gedaan en dat doen we niet meer. Maar, de medische
voorzieningen in Zuid Afrika zijn prima, in tegenstelling tot Mozambique. Daar
zit onze angst, als het niet beter gaat met Wim en we zitten in Mozambique,
wat dan??? Ik roep maar dat het een zware griep is, maar Wim heeft het er allemaal
niet zo op. Halverwege de rit naar de grens is de afslag naar Swaziland, Jeppe’s
Reef. We besluiten om toch nog maar niet naar Mozambique te rijden, maar naar
Swaziland. Dan zijn we in ieder geval Zuid Afrika uit en kunnen we zonder problemen
Zuid Afrika weer in op een nieuw visum. Het visum om Mozambique binnen te komen
is 2 maanden geldig dus daar hebben we ook geen problemen mee.
Bij de Zuid Afrikaanse grens leggen we ons probleem nog voor, misschien kunnen
ze het visum verlengen in verband met zieke Wim. Helaas, er zijn enkel zwarte
medewerkers en die begrijpen het niet of willen het niet begrijpen. Dus, gewoon
de grens over naar Swaziland. Op zich allemaal geen probleem, de enige kosten
zijn die voor wegenbelasting in Swaziland, ongeveer 4 gulden. We rijden het
heuvelachtige Swaziland in en na 30 kilometer zien we een veel-sterrenhotel
nabij Piggs Peak. Daar gaan we maar proberen om te staan. Uiteindelijk staan
we twee nachten bij het hotel. Niet dat we er veel van zien want we parkeren
tussen de bomen op een heuvel. Een stille plek, in de verte horen we een waterval.
Helaas, de douche in de squashhal is koud.
Wim knapt rustig op. De koorts verdwijnt helemaal en het gaat iedere dag wat
beter. Na 2 dagen gaan we terug naar Zuid Afrika. Aan de grens geen problemen,
we krijgen een nieuw visum voor 10 dagen (daar vragen we om, misschien als we
weer 3 maanden gevraagd hadden, zouden we dat ook gekregen hebben).
Het voelt gelijk weer lekker om in Zuid Afrika te zijn. Kunnen we weer boodschappen
doen! We rijden naar de grens met Mozambique, Komatiepoort. Het is niet ver
rijden, maar voor Wim weer genoeg. In Komatiepoort zien we de weg naar de grens,
op de heuvelachtige route staat een enorme file. Als we boodschappen doen en
het navragen blijkt er een vrachtwagen op zijn kant te liggen. We besluiten
om dan deze dag de grens nog maar niet over te gaan en te overnachten op de
camping in Komatiepoort, Zuid Afrika.
’s Avonds maken we nog maar gebruik van de telefoon, er staat nog wat
op. Er zijn problemen met het netwerk, maar we kunnen nog Alastair en Anneke
& Nico bellen. Tot onze verbazing kost het helemaal niets. Helaas, Nederland
kunnen we niet bereiken, dat is iets teveel gevraagd. We sturen nog wat sms-jes
naar Nederland en bellen nog wat in Zuid Afrika.
Het saldo staat nog steeds op de telefoon…..
Dan op zondagochtend vroeg de grens over met Mozambique. We zijn er snel, de
camping ligt op 5 kilometer afstand en de file van de vorige dag is opgelost.
Geen problemen met Zuid Afrika, dan Mozambique. Het gaat goed, we sluiten ook
nog maar een autoverzekering af, ongeveer 11 Euro voor 1 maand. Ze schijnen
vaak te controleren, ook al hebben we dat de vorige keer in Mozambique niet
meegemaakt. Maar nu doen we het toch maar omdat je anders misschien weer problemen
en gezeur krijgt als je het land uit wilt. En dan kost het altijd veel meer.
Dan nog een douanecontrole. Vandaag wil de man naar binnen en de deurtjes moeten
open. Dat is in orde (wel veel voedsel!!, je mag maar voor 3 weken boodschappen
meenemen). We denken klaar te zijn maar dan wil de douanebeambte weten wat er
in de kisten op de cabine zit. Dit is voor het eerst sinds we vertrokken zijn
uit Nederland dat er iemand in de kisten wil kijken. Wim laat hem het meeste
zien (natuurlijk niet alle pakken wijn) en al snel kunnen we wegrijden. De tijd
die we kwijt zijn met alle formaliteiten, in Zuid Afrika als Mozambique samen,
is kort, binnen 1 uurtje zijn we in Mozambique.
Het voelt wel vreemd, nu zijn we echt uit Zuid Afrika en we kunnen niet meer
terug. Met een beetje weemoed denk ik aan alle goede mensen en dingen en weet
dat ik het zal missen.
We rijden, in de regen, naar Xai Xai beach. Op die camping hebben we al eerder
gestaan en het is eigenlijk de enige onderweg op de route. Twee nachten blijven
we hier. De tweede dag hier is het prachtig weer. Hier ontmoeten we Timothy
en Julia, Australiërs met een landrover die een jaar hebben om te reizen.
We wisselen verhalen uit, eten samen en rijden de volgende dag bijna tegelijkertijd
weg. Alleen
gaan zij naar Tofo, Bamboozi campsite terwijl wij dat links laten liggen en
naar Maxime (spreek uit als masjeesh) rijden. Daar staan we nu op de camping,
in de regen! Heel af en toe komt de zon door en de regen valt ook wel een beetje
mee. Maar de fleece deken droogt niet erg! Zal vannacht wel een laken met dekbed
worden.
De camping is niet slecht. We kijken uit op de baai, aan de overkant zien we
Inhambane liggen, vlakbij is Tofo. In de baai varen kleine bootjes, sommige
met motortjes en andere met zeiltjes. De beroemde dhows met veelal kapotte zeilen.
De meeste bootjes dienen als veerboot. Net als de taxibusjes (chapa’s)
zijn ze over beladen en lijkt het alsof ze nooit door een keuring zouden komen.
Ook vissersbootjes, mannen lopen met een groot net door het lage water. Veel
kabaal maken ze erbij, om de vis op te jagen. Ouderwets vissen, lijkt het.
Zonet zijn we even naar de bakker gelopen. Omdat het net nog regende is alles
vies, zanderig en nat. Tijdens buien staat iedereen onder de afdakken van de
winkels. Wat al die mensen op straat doen is mij een raadsel. De bevolking is
vriendelijk, aardig. Ze vallen je niet lastig, behalve die paar verkopers van
houten muziekinstrumenten.
Nu maar weer op de camping, lekker broodje gegeten en nu maar hopen op meer
zon.
Dinsdag 19 augustus 2003
En meer zon hebben we gehad! Het is drie dagen druilerig geweest maar nu hebben
we al bijna 10 dagen prachtig weer. Natuurlijk niet zo heet als het bij jullie
geweest is, maar dat was ook overdreven.
We staan nu in Inhasorro, nog steeds aan de oceaan. We willen nog zo lang mogelijk
genieten van de zee want straks gaan we landinwaarts richting Malawi en dan
is het afgelopen met de witte stranden.
Na Maxime zijn we gereden naar Vilanculos, een plaatsje aan de kust. Het is
een redelijk plaatsje wat waarschijnlijk in het Zuid-Afrikaanse toeristenseizoen
overspoelt wordt met vakantiegangers. We gaan staan op een camping, genaamd
Boabab. Zo genoemd omdat er een enorme baobab op het terrein staat. Dat is de
enige die we in de omgeving zien, er zijn nog steeds meer palmbomen. Onderweg
naar Vilanculos zagen we wel de palmbomen gedeeltelijk verdwijnen en boababbomen
verrijzen. En ze blijven prachtig die grillige spookbomen.
De Boabab-camping ligt aan de oceaan. Helaas zie je vanaf de campingplek de
zee niet, je moet even langs de bar en tussen wat bomen door. Maar, gelukkig
geen metershoge duin waar je overheen moet klimmen. Vanaf het strand zien we
de Bazaruto eilanden liggen. Een eilandengroep waar je naar toe kunt met een
dhow om te snorkelen, te duiken en te overnachten. Voor ons geen optie; het
is waarschijnlijk niet toegestaan om een hond mee te nemen. Het strand hier
bij de camping is wit, echt mooi wit zand (staat zo mooi op je bruine voeten!).
En de palmbomen staan langs de kustlijn. Met een strak-blauwe lucht, een stralende
zon en een rustige zee in verschillende mooie kleuren blauw/groen is het een
paradijs. Als het laag water is zie je overal zandbanken liggen. Je kunt er
dan naar toe zwemmen of lopen (getsie, sommige stukken bodem zijn bedekt met
zeewier). Maar als je dan eenmaal op je onbewoonde eiland staat dan is het om
stil van te worden. Dagelijks maken we het tripje naar een zandbank. De zee
is kalm, Brown kan dan prachtig dobberen in het water en rennen op de zandbank.
Wim ligt in het water te snorkelen en ik loop, zwem en geniet. Het water is
helder, de zandbodem schoon (behalve af en toe die duidelijk donkerdere stukken
waar wat wier groeit) en er is bijna geen wind.
We staan 10 dagen op deze camping en we genieten. Het is een vakantie op een
prachtige plek. Het is altijd moeilijk om zo’n mooie plek te verlaten
want je weet nooit wat de volgende bestemming zal brengen.
Hier
op de camping staan ook Tim en Julia, de Australiërs die we in Xai Xai
ontmoet hebben. Nog meer verhalen, foto’s, barbecues, vis, garnalen, bier
en gezelligheid. Ze vertrekken een paar dagen eerder, maar we zullen ze nog
wel weer tegenkomen. Net voordat wij vertrekken komen Saskia en Arnout in een
Landrover. Ze komen uit Nederland en gaan 1 jaartje in Afrika rijden. Nou, dan
blijven we nog maar een dagje. Altijd leuk.
Ook zien we op ochtend een auto aankomen met daarin 3 mannen, dagtoeristen.
Wim signaleert gelijk een AH-tas (ze zijn oranje tegenwoordig?). We maken kennis,
hij werkt voor 5 weken in de buurt, het heeft te maken met gasboringen. Yes,
ik mag de tas hebben (sentiment?). Als hij zijn spullen overgooit in een saaie
witte Zuid Afrikaanse zak, zien we Sultana’s, appel, van Verkade!!!!!!
Hij laat twee pakjes achter en ’s avonds smullen we van die lekkere, voor
jullie zo gewone maar voor ons zulke zeldzame versnaperingen.
Ja, altijd leuk om Nederlanders te ontmoeten.
Nu staan we in Inhasorro, 80 kilometer van Vilanculos. Vanmorgen vandaar vertrokken
en slechts dit korte ritje gemaakt. Maar nu kan het nog; hierna is het afgelopen
met de oceaan. Het zal dan pas weer in Kenia zijn voordat we er van kunnen genieten.
Nou,
hier dus alles goed, we hebben een prachtige tijd hier in Mozambique met de
zon en de zee. Brown is enthousiast en nog steeds te dik (net als wij). De truck
rijdt nog lekker. Wat willen we nog meer?
Nou, dat weten we wel. We willen in december/januari aan de kust staan in Kenia.
In Tiwi Beach, op Twiga lodge. Het is een camping annex lodge gelegen net onder
Mombassa.
We hebben daar 1,5 jaar geleden gestaan en gaan daar weer naar terug want tot
nu toe, ja zelfs Vilanculos kan daar niet aan tippen, is het de mooiste plek
aan zee welke we tot nu toe gehad hebben. Dat wij daar gaan staan is leuk, maar
het is nog leuker als jullie er ook zijn. Dus, invliegen op Mombassa (of via
Nairobi) en dan komen wij jullie wel halen. Er zijn huisjes, we hebben een tent
en er is altijd wel wat te regelen. Dus, wie er tijd en zin heeft, kom,kom,kom!
Er is 1 grote maar. We hebben gehoord dat een retourtje 1500 Euro (ja Euro,
geen gulden!) kost. Dit is veel, heel veel, te veel geld. Maar misschien is
er iemand die dit leest en zin en tijd heeft om eens rond te informeren of er
geen goedkopere vluchten zijn richting Mombassa.
Als je iets weet, zet het in het gastenboek zodat iedereen het snel kan lezen.
Ook als je gezocht hebt en er is niets, zet dat er ook maar in voordat iedereen
gaat zoeken en niemand iets kan vinden. Wim en ik hopen dat de prijs wat kan
zakken zodat jullie allemaal naar Kenia kunnen komen. Wij zorgen voor de barbecue
en de rest……
Heel veel liefs, dikke zoenen en tot ziens in Kenia….XXXXX Wim. Monique
en Brown
Zaterdag 23 augustus 2003
Helaas, waar we dachten te kunnen internetten, daar kon het helaas niet. Dus,
gewoon maar weer verder met het verhaal.
We waren voor de laatste keer voor lange tijd aan de Indische Oceaan en nemen
afscheid van de golven, het strand en de zeelucht. De route gaat nu landinwaarts,
het eerste echte zwemwater wordt Lake Malawi.
Het eerste stuk is van Inhasorro naar Chimoio, een stuk van ongeveer 400 kilometer.
Van andere overlanders hebben we gehoord dat de weg boven de Save rivier heel
slecht is. We zijn voorbereid en vertrekken vroeg. Uiteindelijk valt de weg
wel mee, het is een stuk van 50 kilometer (begint 140 km. boven de Save rivier)
wat beroerd is, heel veel potholes. Dat vertraagt enorm en is vermoeiend rijden.
Het wordt warm deze dag. De lucht is vreemd, er hangt een soort smog voor de
zon. Al snel komen we erachter dat het deze dag nationale branddag is (of zo
lijkt het voor ons); voor ongeveer 100 kilometer rijden we langs gras, struiken
en bomen die in de brand staan. Het lijkt erop alsof het geen plotseling ontstane
brand is, het is gecoördineerd. Maar ondertussen rijden we op de smalle
weg waar de vlammen aan de vrachtwagen likken. Het geknetter van het gras en
de enorme hitte van het vuur is beangstigend. De wind zorgt ervoor dat het vuur
zich snel verspreid, het is eng.
Wat het meeste indruk maakt is de vrachtwagens met benzine die ons tegemoet
komen, de vrachtwagens ruiken naar benzine. Rijdende brandbommen op deze weg.
We komen redelijk op tijd in Chimoio aan, maar wel reuze vermoeid, door de potholes,
de warmte en het vuur. In deze redelijk grote plaats (voor Mozambiquaanse begrippen)
gaan we naar de Shoprite, een grote Zuid Afrikaanse supermarkt. Maar we schrikken
van de prijzen. Enorm duur in vergelijking met Zuid Afrika. Gelukkig hebben
we maar weinig nodig.
Internetten lukt hier niet (omdat ik geen diskette mag gebruiken, gewoon mailen
is geen probleem). Nog maar even snel een hapje eten, want het wordt al laat
en de lunch hebben we overgeslagen. Hungry Lion is de hamburgertent in de buurt,
het ziet eruit als KFC en Mac Donalds. Je kunt kiezen uit 30 soorten hamburgers
en 1 soort kipmenu. Helaas hebben ze even geen vlees, dus het wordt het kipmenu.
Een kippepoot en een kippeborst met koude patat, eten met je handen zonder servetten.
Een fiasco natuurlijk. We leren het nooit.
In Chimoio staan we bij Munio motel, herkenbaar aan de molen zonder wieken.
Een shit-plek voor 240.000 Meticais, ongeveer 10 Euro voor een parkeerplek.
Maar je moet wat.
Dan de volgende dag naar Tete, eerst nog wat tanken voor een goedkope prijs
in Mozambique. Hier is het wat goedkoper omdat het dichter bij de havenstad
Beira ligt.
Die weg naar Tete, ongeveer 370 kilometer zou goed zijn, maar die is echt slecht.
Heel veel omleidingen omdat ze aan de weg bezig zijn. En als je dat gehad hebt
krijg je nog weer potholes. En niet van die leuke waar je omheen kunt slalommen,
nee het zijn potholes zo breed als de weg, je kunt ze niet ontwijken. Dus, iedere
keer remmen, heeeeeeel langzaam dat gat in en er weer rustig aan uitkruipen.
En dan is het weer 1 kilometer goed en dan komt er weer een. Weer een tegenvaller,
je moet niet altijd de verhalen van anderen geloven. En dan willen ze ook nog
een tolheffing hebben voor de weg in aanbouw. Of we even 150 US dollar willen
betalen. Wim weet er onderuit te komen, we zullen het aan de grens betalen.
En dat zal dan ook wel moeten, zo werkt dat hier. Als je het land uitgaat kijken
ze of je wel alles betaald hebt.
Dan in Tete, gelegen aan de Zambezi. Het is een grauwe dag, weinig zon maar
gelukkig niet zo warm. In Tete staan we bij Piscina. En dat is pas echt shit.
Deze plek, je kunt het geen camping noemen, staat bij ons in de top 3 van slechte
plekken (Nouackchott was slecht en die andere weet ik even niet). Je betaalt
ongeveer 10 Euro voor een parkeerplek, beton, de meest smerige toiletten en
koude douches die ik in lange tijd gezien heb, geuniformeerde wachten die een
biertje van ons willen, blaffende en vechtende honden die de hele nacht doorgaan,
hard pratende wachten die je ’s morgens om half zes wakker maken. Nee,
als je deze plek kunt vermijden, doe het! Wat zijn we dan toch weer blij met
onze truck; eigen toilet en een warme schone douche.
De truck geeft wat problemen met de remmen, het lijkt of ze vast blijven zitten.
Dat moet eerst bekeken worden. Gelukkig duurt het niet lang (W40 is een wondermiddel)
en kunnen we toch wegrijden uit Tete. De diesel is hier al weer wat duurder,
maar we maken de meeste Meticais op want de diesel zou hier toch nog goedkoper
zijn dan in Malawi.
Uiteindelijk blijven we 3 weken in Mozambique, in plaats van 1 maand. En weer
beseffen we dat, zodra je een leuke plek hebt en mooi weer, blijf daar dan toch
maar wat langer. We hadden best nog 1 week langer in Vilanculos kunnen blijven,
maar we dachten dat we verderop in Mozambique nog wel wat leuks zouden zien.
Helaas, het weer wordt minder, de overnachtingsplekken zijn shit en dan is reizen
de beste optie.
De weg naar de grens met Malawi is prima. Het is grijs en even later gaat het
een beetje regenen. Nooit leuk een grensovergang in de regen. We zijn een beetje
zenuwachtig, we weten niet hoe het zit met Brown en de toegang tot Malawi. Uiteindelijk
geen enkel probleem, we zien geen waarschuwingsborden of wat dan ook.
De Mozambiqaanse kant gaat redelijk snel. Wim handelt het af omdat ik bij Brown
blijf. Alles gestempeld en klaar, nu nog door het hek. En dan begint het; de
tol. Waar is het bewijs dat we tol betaald hebben. Wim is weer voorbereid; op
een van de vele kaarten die we hebben heeft hij een alternatieve route ingekleurd,
compleet met overnachtingsplekken. We hebben dus volgens Wim geen gebruik gemaakt
van de tolsweg. En het lukt hem weer; het duurt even maar dan geven ze hem gelijk;
met die route zijn we geen tol verschuldigd. Scheelt toch weer 150 US dollar!!!!!
Dan de Malawi-grens. Eerst registreren, dan verzekering regelen. Dat is verplicht
hier en ze zijn er streng in. In Malawi is het zo dat zolang al je papieren
in orde zijn, zul je geen problemen hebben. En je wordt onderweg gecontroleerd
dus het is nodig dat je papieren in orde zijn. Verzekering voor 1 maand afgesloten,
gedeeltelijk betaald met Meticais met een gunstige koers voor ons (Wim rekent
het wel even voor). Dan immigratie. Snel, gratis visum voor 1 maand (maximum
wat ze geven aan de grens, verlengen kan volgens de man heel eenvoudig in het
land). Dan naar de douane. We willen het carnet voor de vrachtwagen niet gebruiken
omdat die in 3 weken afloopt. Dus een T.I.P., temporary import permit. Het duurt
even, maar dan hebben we voor ongeveer 5 Euro het document, geldig voor 1 maand.
Dan nog even tol betalen, voor ons 88 US dollar. Het is in dit geval altijd
nadelig dat we met een truck rijden, dat is altijd duurder.
Ook wisselen we geld. De beste koers op dit moment is 120 Kwatcha voor 1 US
dollar. Toen we de vorige keer in Malawi waren, ongeveer 1,5 jaar geleden was
de koers nog 78.
Uiteindelijk duurt het allemaal twee uur, maar dan zijn we ook weer met alle
juiste papieren en geld in Malawi.
Op naar Blantyre, naar de camping Doogles. Het duurt even voordat we het gevonden
hebben, maar dan zijn we er. En, wie zijn er ook? Julia en Tim, de Aussies die
ons verlaten hebben in Vilanculos. Ook zij zouden langer in Mozambique blijven
maar het weer was niet goed meer.
De camping stelt niet veel voor, het is overwegend een lodge met kamers. Wel
zijn er goede, schone en hete douches, stroom en een gezellige bar. Kuche Kuche
is hier het nationale bier, en voor Wim hebben ze de Cherry Plumb. De prijzen
vallen reuze mee, daar kun je zelf bijna geen bier voor kopen.
Nu zo nog proberen of we hier kunnen internetten. Het zou moeten kunnen, er
staan hier twee computers met internetverbinding.
Vanaf Blantyre gaan we richting het zuiden van het Lake Malawi, dan naar Lilongwe.
Tot dan!
Vanuit een grijs maar droog Blantyre, veel liefs en zoenen. XXX Wim, Monique
en Brown.