Donderdag 11 september 2003

Hallo allemaal! We hebben een prachtige tijd in Malawi. Het weer is prachtig, de mensen vriendelijk en de prijzen vallen reuze mee. We staan nu aan het Lake Malawi en genieten van het uitzicht en het water. Maar, terug naar Blantyre want daar waren we gebleven.
In Blantyre waren ook Julia en Tim in Libby the Landrover. Met elkaar doen we nog boodschappen voordat we de stad uit gaan. Bier (550ml) Kuche Kuche kost slechts 27 Kwatcha, omgerekend nog geen 20 Eurocent. Frisdrank in flesjes is zelfs nog goedkoper. We kopen dan ook kratten tegelijk. Internetten gaat snel en goedkoop in Blantyre.
Dan vertrekken we naar Zomba, een plaatsje ongeveer 65 kilometer ten noorden van Blantyre. Daar gaan we van de weg af de bergen in. Helaas nemen we een verkeerde weg en rijden voor 7 kilometer over een hele slechte weg. Niet meer onderhouden (omdat er een nieuwe weg is!), smal en bochtig. En dan ook nog stijl omhoog en geen mogelijkheid om te keren. Gelukkig rijden we achter Julia en Tim en kunnen we aan hun zien wat voor hobbels en bobbels we krijgen.
Zomba plateauIn Chiwe vinden we snel de Forestry Campsite. Het stelt als camping niets voor, geen stromend water (de pomp is 50 meter verderop), geen warme douche (eigenlijk helemaal geen douche omdat er geen stromend water is), geen stroom of licht.
Echter, de plek is adembenemend. We staan op het gras, omringd door naaldbomen met uitzicht op de bergen. De mannen die hier werken zorgen voor emmers schoon water (die zeulen ze vanaf de waterpomp). Het kost ook niets, 50 Kwatcha per dag, omgerekend een halve Euro per persoon.
Henderson en Witness zijn onze verzorgers. Henderson noemen we onder ons Duckhead omdat hij een grote paarse plek op zijn voorhoofd heeft welke hij gekregen heeft (volgens eigen zeggen) na het eten van eend…! Wim geeft aan Henderson een katoenen jagerspet met muskietennet waar hij vol trots mee rondloopt. Ondanks dat al zijn vrienden de pet willen kopen, volgens Henderson verkoop je geen cadeau. Als hij een dag komt zonder pet legt hij uit dat zijn vrouw die dag naar een feest moet en dat zij de pet wilde dragen…..De volgende dag draagt Henderson de pet weer.
Hij zorgt voor brandhout, dat hebben we nodig want hier op 1500 meter hoogte koelt het enorm af als de zon om half 5 achter de bergen verdwijnt. Het koelt af tot ongeveer 4 graden, maar op de dag is het zonnig en stijgt de temperatuur tot bijna 30 graden. Ideaal dus.
’s Nachts is het doodstil en donker, de sterrenhemel is mooi. Ons ritme verandert hier; vroeg naar bed en vroeg eruit, gebruik maken van het daglicht en de warmte van de zon.
Henderson woont in het dorp Zomba, beneden in vallei. Hij neemt voor ons elke dag boodschappen mee; brood, eieren, bier (20 flesjes in een grote plastic zak) enz. En het mooiste ervan is dat hij de normale prijs in rekening brengt. Dus, 27 Kwatcha voor een biertje. Natuurlijk krijgt hij ruimschoots vergoeding voor de service. Dit is eigenlijk de eerste keer in Afrika dat we niet opgelicht worden, dat we geen poot uitgedraaid worden. En dat bevalt ons goed, het geeft een prettig gevoel.
Dan hebben we ook nog Maxwell, de groenteboer. Die zorgt voor aardbeien, frambozen, papaya, bananen, uien, tomaten, sla, aardappelen enz. De kwaliteit is heel goed en we eten er dan ook goed van.
Het weekje Zomba-plateau wordt een culinair hoogtepunt. Tim en Julia houden ook van koken en we hebben er genoeg tijd voor. We eten eland, blesbok (nog uit Zuid Afrika) op de grill, geflambeerde bananen met warme zelfgemaakte custard. Verse zelfgemaakte bramenjam. Mjummie.
In de bergen loop ik samen met Tim en Julia. Prachtig, rustig en in tegenstelling tot sommige reisboeken helemaal niet gevaarlijk. Er wordt in de boeken gesproken over overvallen enz. De mensen die wij tegenkomen (veelal houthakkers) zijn allemaal vriendelijk en willen helemaal niets van ons. We lopen een stuk van een natuurpad wat een rivier volgt en uitkomt bij een dam. De forel springt in het water, de varens zijn enorm. Een mystiek pad.
Terwijl we hier staan komen Spike en Joan ook nog 2 nachten. We hebben ze ontmoet in Nelspruit (ZA) en later in Mozambique. Ondertussen zijn ze al in Kenia geweest en nu weer op de terugweg. Altijd leuk, het is soms een hele kleine wereld.
Wim en ik moeten ons nieuwe carnet (tijdelijk in- en uitvoerdocument van de truck) ophalen in Blantyre, we moeten dus een stukje terug. Stom, we dachten dat het consulaat wel in de hoofdstad Lilongwe zou zijn, maar daar hebben we ons in vergist. Tim en Julia vertrekken een dag eerder, wij wachten op bevestiging van het consulaat dat het document is aangekomen.
Het consulaat (klein kantoortje) is snel te vinden. De consul is een vriendelijke man met wie we een kort praatje hebben. Helaas, slechts 1 Telegraaf van mei 2003! Maar daar zijn we al heel blij mee.
Weer enigszins opgelucht dat we de papieren hebben doen we nog boodschappen in Blantyre (bier, frisdrank en vlees). Dan gaan we weer terug richting Zomba. Niet dat we daar weer gaan staan, we rijden door naar het Lake Malawi. We hebben met Tim en Julia afgesproken dat we elkaar vanzelf weer zien want we gaan naar dezelfde plekken. De eerste plek die we afgesproken hebben kunnen Wim en ik niet vinden en we rijden door tot net voor Monkey Bay. Daar is de camping Venice Beach. En ja hoor, daar staan Tim en Julia ook al. Ook zij hebben de andere camping nooit kunnen vinden.
Showstelende kinderen aan Lake Malawi, Monkey BayDe camping ligt direct aan het meer, omringd door een dorp. De eerste indruk van de camping is goed, we zijn enthousiast. Maar, na dagen van slome Malawi muziek van de bar, rondhangende en bier drinkende Malawianen (waar je overigens helemaal geen last van hebt) ben je het wel zat. Het is een plek om hoogstens 3 nachten te staan, geen 6 zoals wij.
We helpen de manager, Captain Captain Captain Alex met een flyer voor de camping. Tim en Wim maken er iets moois van met de digitale camera, de computer en de printer. Hopen dat ze er dan ook echt iets mee doen.
De volgende stop is Cape Maclear, ook gelegen aan het Lake Malawi, op ongeveer 35 kilometer afstand van Monkey Bay. Eerst nog boodschappen (bier) bij de groothandel inslaan en dan op weg. De onverharde en niet al te beste weg is niet lang maar het duurt altijd langer dan je denkt. Weer hebben we problemen met de remmen en dat is vooral vervelend als je een stijl stuk hebt. Zelfs in 4X4 gaat het maar net. Vreemd genoeg houdt het even later op en kunnen we weer gewoon verder. In Lilongwe zullen we er wat aan moeten laten doen.
Maar eerst naar Fat Monkeys, een van de vele overnachtingsplekken in Cape Maclear. Nu moeten jullie niet denken dat dit een toeristenoord is zoals wij kennen met mooie hotels, allerlei faciliteiten enz. Nee, nog steeds een stoffige bende, hutjes en bedelende kinderen (ze zijn toeristen gewend!). Op de camping zijn we de enige gasten voor een paar dagen. Gelukkig geen muziek vanuit de bar.
Vissers in Lake MalawiWe staan vlak aan het water en kijken uit op een paar eilanden in het Lake Malawi. Visarenden vliegen af en aan, net als de ijsvogels en de aalscholvers met witte borst.
’s Morgens springen de visjes in en uit het water, de vogels gaan op jacht. De plek hier straalt rust uit, vakantie! De bevolking probeert hier van alles te verkopen, van souvenirs tot wandeltochten, van fruit tot snorkeltochten. We gaan er niet op in maar gaan zelf met kano’s naar een nabij gelegen eiland. Een leuke afstand, ongeveer 30 minuten peddelen. Brown is ons boegbeeld. Bij het eiland gaan we snorkelen en zien heeel veeel visjes in veel verschillende kleuren. Het water is rustig en het zicht is groots. De visarenden lijken een nest met jongen te hebben op het eiland. Ze vliegen op en aan, op zoek naar visjes. En die vangen ze ook, een prachtig gezicht. De roep van de visarenden is zo herkenbaar en duidelijk, je hoort het de hele tijd.
Gisterenavond zijn er andere reizigers aangekomen. Backpackers en een motorrijder, Erdric. Enerzijds is het prima om de enige gasten te zijn maar na enige tijd is het ook leuk om andere reizigers te zien en de verhalen te horen.
In de catamaranWim regelt nog een middagje varen; eerst met een motorbootje een rondje varen, gevolgd door een tochtje op een catamaran. Het tochtje met de catamaran is sloom; er staat amper wind en we komen vooruit met een motor. Afsluiter is het bekijken van de zonsondergang op de catamaran. Zelf ga ik niet mee; etenstijd voor Brown en ik heb het wel gezien. Wim, Tim en Julia vonden het wel aardig. Achteraf allemaal leuk op zowel de motorboot als de catamaran, maar niet iets waar je geld voor wilt betalen.
De pizza’s die vers gemaakt worden op de camping zijn een verrassende lekkernij, we genieten er 2 keer van.
Dan is het weer tijd om te vertrekken naar de volgende plek aan het Lake Malawi. We rijden via een slechte en onverharde weg (men is bezig om de weg te verbeteren) en later over mooi asfalt naar Senga Bay. De camping die we uitgezocht hebben om naar toe te gaan kunnen we niet vinden (lijkt vaker een probleem hier; borden verdwenen? Camping verdwenen?). We belanden bij Carolina’s, met een plek in het gras. Het is even lastig om onder de vele stroom- en telefoonlijnen, tussen de bomen en de bebouwing heen te komen. Twee nachten blijven we hier en we eten in het restaurant. Eerder had ik het over de pizza’s in Cape Maclear, maar het eten hier is het lekkerste wat we sinds maanden gehad hebben in een restaurant. Kipfilet met (verse) champignonsaus, krokante frietjes en knoflookboter! Nee, dat is geen Afrikaanse keuken. Ja, ook al maken we hier zelf goed en lekker eten, een etentje als dit is mjummie en vooral fijn omdat er geen afwas is.

Dinsdag 16 september 2003

We staan nu in Lilongwe, de hoofdstad van Malawi. Voor ons een tweede bezoek, ongeveer 15 maanden geleden waren we hier ook al. De Kiboko camping is nog steeds hetzelfde; niets aan. En nog steeds lopen er drie grote honden rond die een bedreiging voor Brown zijn. Dus, honden in de kennel opsluiten, wij Brown even uitlaten en terug de container in, grote honden weer los. Nee, Voor Brown is het helemaal niets. En ze is ook nog weer loops en zit daarom niet zo heel goed in haar vel.
Hier in Lilongwe moeten we een aantal dingen regelen; verzekering voor de truck (eentje geldig voor Oost Afrika en voor een jaartje ofzo), jaarlijkse cocktailshot voor Brown, boodschappen, internet enz. Tabletten tegen Bilharzia heb ik gisteren al gekocht. Bilharzia is een soort worm wat in je lichaam gaat zitten na het in contact komen met water waarin de slakken leven. Lake Malawi staat erom bekend. We wachten geen test af over een half jaar maar slikken als we straks Malawi uitgaan een setje tabletten. Voor het geld hoeven we het niet te laten; voor nog geen 5 Euro zijn we straks Bilharzia-vrij!

Zaterdag 27 september 2003

En zo gaat de tijd voort. In Lilongwe hebben we drie nachten op de camping gestaan. Drie nachten te lang want de camping Kiboko is niks. Maar we moesten wachten op het gratis visum voor Zambia. Als je namelijk contact hebt met een toeristische attractie in Zambia kun je op grond daarvan een gratis visum krijgen (toch 25 US $ p.p). We hebben contact gezocht met Flat Dogs, een camping gelegen aan de grens van het South Luangwa National Park. Vorig jaar juni zijn we daar ook geweest. Mooie camping, dicht bij de ingang van het park en dieren op de camping. Het is ons toen goed bevallen en we willen er nog eens naar toe. Misschien dat we hier eindelijk de luipaard kunnen scoren, de laatste van de Big Five.
Het duurde even voordat we bevestiging kregen over het visum omdat de mail eigenlijk de enige manier is om contact te leggen. En Flat Dogs heeft ongeveer 5 dagen nodig om te zorgen dat er een brief bij de grens is en een brief bij ons op de camping in Lilongwe.
Zodra de bevestiging er is vertrekken we gelijk. Eerst nog internetten. Helaas hier in Lilongwe moet je extra betalen als je jouw eigen floppy in het gleufje wilt stoppen. Volgens zeggen uit angst voor virussen, volgens mij geldklopperij. En omdat we 3 floppy’s hebben (verhaal en foto’s) doen we dat dus niet. Wel heb ik een kort berichtje in het gastenboek van de website gezet zodat jullie weten dat het nog steeds goed gaat.
Dan ook nog achter de cocktail-shot voor Brown aan. Toen we Lilongwe inkwamen zijn we al gestopt bij een veterinaire kliniek, maar volgens Wim, die er even is wezen kijken, breng je daar nog niet je dode hond. Via de camping hebben we het adres van een Belgische dierenarts. Met de fiets rijden we er naar toe. De praktijk is een gebouwtje achter het grote luxe huis. We staan even te wachten en dan komt er een kop om de deur en vraagt ze of we een afspraak hebben? Hoezo? Het is toch niet zo moeilijk voor een spuitje en we zijn helemaal uit Nederland gekomen. Dan draait ze bij maar vertelt dat er geen medicijnen zijn want de handel met Zimbabwe is bijna stilgelegd. Ze wacht nu op medicijnen uit Zuid Afrika. Achterlijk toch, dat zo’n blanke dierenarts daar niet eerder op had kunnen komen, er is tenslotte al lange tijd rommel in Zimbabwe. Misschien moeten we het laten overkomen uit Nederland. Stom wijf, ze is waarschijnlijk getrouwd met een diplomaat en als tijdverdrijf aait ze voor geld wat dieren.
Boodschappen in Lilongwe; drank en veel groente en fruit want op Flat Dogs kun je niets kopen behalve in het restaurant. Dan nog diesel tanken (de prijs is alweer omhoog gegaan, van 63 naar 67 Kwatcha, ongeveer een halve Euro per liter) en naar de grens rijden.
De grensovergang is prima. Aan Malawi kant gelukkig geen gezeur over de wegenbelasting alhoewel we onderweg aangehouden zijn voor de wegenbelasting. Daar weer bakkeleien over een verloopdatum (zou slechts twee weken zijn terwijl we al bijna 4 weken in Malawi zijn) en natuurlijk het betaalde bedrag (zou natuurlijk te weinig zijn). Maar we komen weg zonder te betalen.
Dan de grens met Zambia. Eigenlijk ook een eitje. Het visum is geregeld en het prachtige en nieuwe carnet wordt gestempeld zonder problemen. De eerder genoemde verzekering voor de truck was in Lilongwe moeilijk, bij de maatschappij waar ik navraag deed moest dan ook een andere verzekering lopen en die hebben we natuurlijk niet dus dat ging niet. Wim had vervolgens gehoord dat je de zgn. gele kaart verzekering bij de grens kunt afsluiten voor 180 $ per jaar. Dat gaat Wim regelen. Terwijl Tim, Julia en ik staan te wachten duurt het toch allemaal wel lang. Ik ga maar eens op zoek naar Wim, die moet ergens in het gebouwtje zijn. Al snel hoor ik gelach en geschreeuw en ik weet; daar is Wim. Hij is in een kamertje met daarin 3 mannen en de tranen staan in de ogen bij allen. Natuurlijk flauwe grapjes over en weer maar de lol zit er goed in. Ach, het is soms zo eenvoudig om mensen aan het lachen te krijgen, zeker voor Wim. Het gaat uiteindelijk om geld. Ja, volgens de mannen, is Wim rijk, he even smells nice. Vervolgens laat Wim een scheet en zegt; here you have another one. En allemaal weer dubbel liggen. Flauw? Misschien. Helpt het? Altijd, want in plaats van 180 betalen we 150 $ voor een jaar verzekering. Wel moeten we hier ook de wegenbelasting betalen, 30 US. Het is 20 US tot het eerste dorp en dat is ook het bedrag dat we betalen. Vreselijk, je betaalt omgerekend 1 dollar per kilometer over een asfaltweg met potholes. Die andere 10 US is voor een weg waar we gemiddeld 25 kilometer per uur rijden; potholes, gravel, gaten, wasbord. Ik ben blij dat we dat niet betaald hebben.
Opgelucht omdat we de verzekering hebben rijden we naar Chipata. Daar is een nieuw camping Ma marula. Erg goed, gras, schaduw en het mooiste sanitair sinds maanden. En Brown kan gewoon loslopen ondanks de 7 andere honden die er rondstruinen.
Dan de tocht van 120 kilometer naar Flat Dogs. We wisten van de vorige keer dat de weg slecht was maar nu is de weg vreselijk slecht. We doen er meer dan 5 uur over zonder dat we een langdurige stop hebben onderweg. Met een temperatuur van meer dan 35 graden is het weer echt Afrika. Gelukkig weten we waar we naar toe gaan en dat maakt het wat gemakkelijker.
De camping is nog steeds hetzelfde en we gaan op bijna dezelfde plek staan, aan de buitenrand van het niet ommuurde terrein. De rivier, welke de natuurlijke grens vormt met het park, kunnen we zien. Prima plek, grote bomen, water en electra bij de plaats en warme douches. Echter, die hebben we hier niet nodig want het is heet. Overdag bijna 40 graden en als we naar bed gaan is het nog 30 graden. Slechts in de vroege ochtend koelt het af tot 20 graden. Gelukkig hebben de ventilator en is er stroom; ’s nachts hangen we het ding in het muskietennet en samen met een natte sarong is het uit te houden.
Olifanten in camping Flat DogsHet wild loopt weer over de camping. Naast de bavianen en aapjes die elke dag een ronde maken zijn ook de nijlpaarden en olifanten van de partij. De nijlpaarden komen in de vroege avond als het donker is. Ze grazen dan met veel lawaai aan de buitenrand van de camping. Van de nijlpaarden heb je geen last, net als van de nachtelijke bezoeken van hyena’s. De olifanten echter, die moet je in de gaten houden. Die steken de rivier over en komen op de camping op het land. Er zijn twee groepen op dit moment, een van 7 en een van 9 olifanten. Er zitten jonge olifanten en grote moeders bij. Ook een stoute mannetjesolifant. Daar waren we al voor gewaarschuwd in Malawi. Het is nu de tijd van de olifantenbiscuitjes, zaadhuizen die van een bepaalde boom vallen. En daar zijn de olifanten, zoals de naam al zegt, dol op. Op de camping staan verspreid een aantal van die bomen. En volgen de olifanten een mooie route over de camping. Dat doen ze twee keer per dag, in de vroege ochtend om ongeveer 6 uur als het net licht is en in de nacht. Normaal gesproken is er niets aan de hand, maar als je gaat proberen moederolifant van route te laten veranderen heb je een probleem. Wim probeert dat en krijgt vervolgens een boze grote moeder achter zich aan. Hij kan nog net op tijd de container in komen en volgens ooggetuigen was de slurf van de woeste olifant slechts een halve meter van hem vandaan……
Ook hebben de olifanten geleerd dat daar waar mensen zijn, is eten. Vooral de afvalbakken is een voedselvoorraad voor hen. Sinaasappels is hier uit den boze, ze schijnen er dol op te zijn. Ook ander fruit of voedsel moet verborgen blijven want de olifanten hebben een heel goed reukvermogen. Zelf hebben we er geen last van maar we horen elke ochtend de verhalen. Een stel uit Frankrijk, backpackers, die hun kleine voedselvoorraad in de prullenbak verstopt hadden… De volgende dag was er niets meer, zelfs de hot chili saus was verdwenen. Ontbijtende Zuid Afrikanen die machteloos moeten toezien hoe de olifanten zich tegoed doen aan hun brood en biscuits.
Bij een overland-groep werd in de vroege ochtend de hele vaat weggeveegd omdat die boven de prullenbak opgestapeld stond waarin olifantenlekkernij zat.
En zo kunnen we doorgaan. Het is in alle gevallen de schuld van de mensen zelf, ze zijn hardleers of denken dat het wel mee valt. Wij zijn voorzichtig met het eten en kunnen voedsel goed wegbergen. Wij hebben nergens last van gehad, ze hebben ons niet lastig gevallen. Ons hebben ze juist plezier gebracht; ze lopen rond de container en eten de olifantenbiscuits. Ze staan bijna tegen de container aan, ze lopen eenmaal heel zachtjes tegen het wasrekje en weten het vervolgens te ontwijken. Met hun enorme, ogenschijnlijk logge lichamen kunnen ze door de smalste paadjes zonder iets te vernielen. En bijna zonder geluid, het meeste geluid geeft nog het knabbelen op de koekjes. Het is voor ons elke keer weer een feest om vanuit ons bed te kijken naar olifanten die zo rustig, zo stil en zo mooi om ons heen lopen.
En ze lopen veel bij ons want Wim doet dagelijks boodschappen; hij gaat met een rieten mand op zoek naar olifantenbiscuits en strooit die dan om de container. Geniepig strooit hij ze ook bij de buren; een overlandgroep met Nederlanders. En die hebben zelfs sinaasappelen meegenomen! Hoe stom ben je dan. Tot nu toe is er nog niets gebeurd maar ze zijn nog niet weg en het spektakel kan nog beginnen.
Samen met Tim en Julia hebben we een nachtrit gemaakt. Dat kan alleen via de camping en met de game-auto omdat het anders niet toegestaan is om in het donker door het park te rijden. De tocht duurt van 4 uur ’s middags tot 8 uur ’s avonds waarbij je ongeveer 2 uur in het donker rijdt. En we hebben geluk!!! Yes, we zien onze eerste luipaard. Op slechts 10 meter afstand in het gras. Het prachtige dier gaat er zelfs nog even voor zitten en laat ons in verbijstering achter. Ik kan jullie niet vertellen hoe dat is. Ik heb gesproken over de Big Five, olifant, neushoorn, buffel, leeuw en luipaard. Het is voor mij geen must om ze allemaal te zien, ik kan ook vol bewondering raken van een antilope, maar het doet je toch wel wat. Want alle dieren van de Big Five zijn indrukwekkend. Groot, snel, lelijk, lomp, mooi, snel, gevaarlijk. Ik ben er blij om dat ik deze dieren allemaal in het wild gezien heb, in hun natuurlijke omgeving. Voor mij geen dierentuin meer.
Maar het bleef niet bij een luipaard, later zagen we er nog een. En een enorme kudde buffels. In het pikkedonker, belicht met een zoeklicht zie je honderden van die grote, zwarte, gespierde dieren om je heen staan. En dat is dan het gevaarlijkste dier.
We zien een honingdas, cervet, olifanten, een grote krokodil met een halve staart en in de verte een grote leeuw. In tegenstelling tot de vorige keer was dit een prachtige nachtrit die we niet gauw zullen vergeten.
De volgende ochtend gaan we om 6 uur weer op pad. Tim en Wim gaan in de game-auto en Julia en ik gaan een wandeltocht maken door het park. We worden vergezeld van een gids en een ranger in uniform met geweer. Het eerste uur is het lekker, maar al snel wordt het erg heet en verlang ik enkel maar naar een echt koud drankje. Ook zien we niet zoveel nieuws, wel kan de gids van alles vertellen over bomen, uitwerpselen en voetafdrukken. Terwijl we een korte pauze houden zien we 5 giraffes die naar ons kijken. Ze zijn zo rank, zo slank en zo mooi getekend dat je ze zou willen aaien en meenemen. Na bijna 3,5 uur lopen komen we bij het ontmoetingspunt aan waar de game-auto ons weer oppikt. De jongens hebben een rit gehad waarbij ze pelikanen gezien hebben als extra.
Terwijl we terugrijden naar de uitgang van het park krijgen we als toetje nog een leeuw te zien die lekker in het gras ligt te sudderen. Het kost allemaal een paar centen maar het is de moeite waard.
Terug op de camping kunnen we genieten van het zwembad. Lezen is ook een geliefde bezigheid terwijl we ondertussen natuurlijk moeten opletten of er geen bavianen, aapjes of olifanten zijn.
We staan hier nu 8 nachten. Morgen rijden we terug over die hele slechte weg naar Chipata. De dag daarop de grens over, boodschappen doen in Lilongwe en door naar het Lake Malawi.

Zondag 12 oktober 2003, Lake Malawi

Nog steeds is het niet gelukt om te internetten. Het is afgelopen met de luxe in Zuid Afrika.
Nu staan we nog aan het Lake Malawi, morgen rijden we naar Mzuzu, een redelijke plaats op ongeveer 130 kilometer afstand. We hebben gehoord dat er een internetkantoor is. Afwachten; mogen we floppy’s gebruiken, gaat het een beetje snel en wat kost het?

We waren gebleven in Zambia, Flat Dogs. Bij de olifantenkoekjes en de rest van de wilde dieren. Na 8 nachten zijn we vertrokken, het was genoeg. Ook de hitte was genoeg, elke dag tussen de 35 en 40 graden en ’s nachts tussen de 22 en 28 graden. Maar, we hebben enorm genoten van ons verblijf in Zambia. South Luangwa National Park is een van de mooiere en rustigere parken waar je al het wild kunt zien, als je geluk hebt.
Na 8 dagen niet rijden moeten we weer terug over de rotweg. Slechts 120 kilometer maar we doen er wel meer dan 5 uur over. Dit komt eigenlijk vooral omdat Tim en Julia niet te hard willen rijden uit angst dat de Landrover problemen gaat geven. Maar, ook al kun je het sneller rijden naar Chipata, het blijft een hele slechte weg.

Dan weer 1 nachtje bij Mama Rula’s. De groene camping. Weer ontmoeten we Nederlanders, artsen die werken in Malawi. Het lijkt alsof we verhoudingsgewijs meer Nederlanders tegenkomen dan andere nationaliteiten.
Terug Malawi in. Nu geen probleem met de verzekering want die hebben we. We betalen een beetje road-tax, tot Lilongwe. We zullen wel zien waar het weer verkeerd gaat. In Lilongwe doen we snel boodschappen en tanken we vol voor groothandelsprijs. Dat is van toepassing als je meer dan 200 liter tankt. Het scheelt toch ongeveer 4 Eurocent per liter, de normale dieselprijs is bijna 55 Eurocent.
We blijven niet in Lilongwe. De Kiboko-camping is niet de moeite waard. Het is een staanplaats met ongeïnteresseerde managers. En dan niet te vergeten die drie veel te grote honden. Dus door naar het Lake Malawi, naar de plek waar de vorige keer vertrokken zijn. Toen gingen we vanaf Lake Malawi inlands naar Lilongwe, nu keren we terug. We rijden, nog steeds samen met Tim en Julia, naar Senga Bay. Nu gaan we staan bij Steps, een camping welke hoort bij een naastgelegen luxe hotel. Weer in het gras, electriciteit, vlak aan het meer, bavianen en visarenden. En weer weinig andere toeristen. Na 4 dagen zijn we het wel weer zat (het bier raakt op!) en rijden langs het Lake Malawi naar het noorden. Onderweg houden we een Coca Cola-vrachtwagen aan en kunnen de lege kratten met bier en frisdrank weer vullen.
We stoppen op een plek ten noorden van Nkothakota. Het wordt tijd om afscheid te nemen van Tim en Julia. Ze blijven nog een nacht bij ons en rijden dan door naar Kande Beach. Wim en ik hoeven daar niet meer naar toe, vorig jaar op onze weg naar het zuiden hebben we daar gestaan en dat vonden we maar niets. Het is een echte overland-truck-camping, dus veel vrachtwagens volgeladen met jongeren die niets anders willen dan feesten. Daar zijn Wim en ik (want we gaan ook naar de 40 toe) veel te oud voor.
Afscheid nemen is nooit leuk. Maar we nemen op het juiste moment afscheid. Misschien als we nog langer met elkaar optrekken gaat het niet zo leuk meer. Nu hebben we er enkel goede herinneringen aan. Dag Tim en Julia, tot elders in de wereld.
Wim en ik blijven nog twee nachten op dezelfde plek en rijden dan verder. Weer zoeken we naar een plek aan het meer. En die vinden we ook, Flame Tree Lodge. Tussen de oude bomen, met af en toe electriciteit (altijd handig voor het koffieapparaat en de magnetron/grill) en prachtig uitzicht op het meer. Jammer dan het water hier niet zo schoon is, het komt rechtstreeks uit het meer. Gelukkig zit onze eigen tank nog bijna vol en hebben we altijd schoon en goed drinkwater.
Het Lake Malawi is een groot meer, grenzend aan Mozambique, Tanzania en Malawi. Lekker helder water met een schone zandbodem. Af en toe hogere golven maar over het algemeen goed zwemwater. Het is ideaal hier, behalve die verrekte vliegjes. Honderden, duizenden, miljoenen zwermen er rond. Niet elk moment, waarschijnlijk afhankelijk van de temperatuur en de wind. Maar als ze er zijn dan is het een ellende. We zien het ’s morgens al als we wakker worden; de gaasjes voor de ramen zitten vol met die krengen. En dan de deur open; nog meer. Het zijn er zo veel en ze zitten overal, om eng van te worden. Het grote geluk is dat ze niet prikken. Ze plakken aan je lijf en zitten in je koffie. Binnen zitten is niets, dat is veel te benauwd. Buiten zitten gaat, zolang je maar op de wind zit. Al die duizenden vliegjes die binnenzitten gaan de Princess Shark in, mijn o zo handige stofzuigertje. Moet je natuurlijk wel stroom hebben (en dat hadden we vanmorgen even niet, algehele stroomstoring….).
Maar, nu staat er weer wind en is er stroom dus alles is weer in orde.
Morgen gaan we dus rijden naar Mzuzu, niet zo ver hier vandaan. Helaas niet meer aan het meer maar daar komen we nog voordat we Tanzania in rijden.

Op dierendag het leuke en fijne bericht gehad dat Herman weer komt. Hij vliegt op 3 december uit Nederland naar Mombassa, Kenia voor een strandvakantie op Tiwi Beach. Jippie de pippie, weer iemand uit Nederland. Hij heeft ondertussen al een boodschappenlijst ontvangen maar ik denk dat er nog wel een plekje is voor foto’s en brieven van jullie vanuit Nederland. Stuur ze op voor december naar Herman Schreurs, Ameland 2, 3621 VM Breukelen en dan kunnen Wim en ik weer genieten van post uit Nederland.

Nou, verder niets. Alles goed, ook met Brown die hier lekker in het meer kan zwemmen zonder al te hoge golven. Ik hoop nou dat het morgen eindelijk gaat lukken om jullie te mailen anders lopen jullie wel erg achter. Maar, geen bericht is goed bericht en ik verwacht niet dat het allemaal veel beter en sneller gaat in Tanzania.

Met ons gaat het goed, we zijn Hollands welvaren. Wel kijken we uit naar december in Kenia, Tiwi Beach. Hebben jullie ook al gepakt?
Heel veel liefs, dikke zoenen en tot de volgende mail.
XXXXXX Wim, Monique en Brown.