Zaterdag 25 oktober 2003, Iringa, Tanzania

En daar zijn we weer in Tanzania. Als we nog eens op de grote landkaart kijken die in de container tegen de muur geplakt is, zien we dat we best een heel stuk naar het noorden gereden zijn. De evenaar komt dichterbij.
We waren gebleven in Malawi waar we een tijdje doorgebracht hebben aan het Lake Malawi.
Het vorige verhaal heb ik een beetje afgeraffeld, ik ben dingen vergeten. Druk, druk, druk!
We hebben Thomas en Lilly uit Duitsland ontmoet op een camping aan het meer. In plaats van te reizen met hun eigen vrachtwagen, rijden ze nu met een Toyota Landcruiser rond. Gekocht voor een goede prijs in Tanzania; de prijzen van tweedehands auto’s is blijkbaar aardig gezakt omdat er veel nieuwe auto’s geïmporteerd worden. Thomas is een “bekende”voor Wim uit Duitsland. Hij heeft hem twee keer ontmoet bij het, nu verkochte, bedrijf Alustar van Thomas. Thomas ontwierp en bouwde 4X4 trucks zoals onze truck. Maar dan werkelijk met alles erop en eraan. Dat doet hij nog steeds, echter niet meer vanuit een bedrijf maar vanuit zijn vrachtwagen die hij kan rijden naar de werkplekken.
Altijd leuk om met iemand te spreken die verstand en interesse heeft in vrachtwagens zoals de onze. Thomas is de eerste die alle maten opneemt van de truck en de container, van boven tot onder en van links naar rechts.
De camping, Flame Tree is niet onaardig. We staan op het gras op ongeveer 20 meter vanaf het water. Het zandstrand is wit, in het water liggen enkele grote rotsen. Het water is meestal rustig en we kunnen er dan ook heerlijk zwemmen in het zoete water. Natuurlijk zijn er campinghonden; een oude herdershond en eentje van onbekende oorsprong. En dan is er ook nog een zwervertje, een oude teef die elke ochtend en avond langskomt om aan te sterken middels goed hondevoer, melk en brood. We noemen de honden, in bovengenoemde volgorde, Stinkie 1, Stinkie 2 en Stinkie 3. Tja, je moet ze toch uit elkaar kunnen houden!
Als we iets gaan doen met Brown, of het nou lopen, spelen of zwemmen is, dan zijn ook Stinkie 1 en 2 van de partij. Er wordt leven geblazen in deze twee honden. Fanatiek mee rennen en zwemmen, helaas niet altijd tot tevredenheid van Brown. Want ondanks dat het rustige honden zijn, alhoewel Stinkie 2 nog jong is en af en toe enthousiast met Brown wil spelen, Brown moet er niets van hebben. Ze is echt een eenling, ze hoeft geen aandacht van andere honden (behalve als ze heeeeeel klein en onschuldig zijn), ze wil enkel aandacht van mensen en vooral veel eten. De aandacht van mensen is niet altijd wederzijds; veel zwarten zijn toch bang van honden. Dat weerhoudt Brown er echter niet van regelmatig met veel enthousiasme op mensen en kinderen af te rennen, niet blaffend maar wild zwaaiend met haar staart en kont. Gegil, geren en hele angstige gezichten zijn dan meestal het gevolg. Kun je nagaan wat een grote zwarte hond, die ook nog hard blaft, rent en af en toe tanden laat zien, voor mooie schouwspelen kan zorgen.
Na een week zonder winkel moeten we toch weer verder, we rijden naar Mzuzu. Daar zijn we al eerder geweest, op de heenweg. Dat zullen we nu vaker doen, terug naar plaatsen waar we eerder geweest zijn. Mzuzu is de grootste plaats in het noorden van Malawi, een stukje landinwaarts gelegen. Het meer laten we achter ons en we rijden een beetje de bergen in. Mzuzu ligt hoger dan het meer en de temperatuur is dan ook gelijk aangenamer. Voordat we naar de camping rijden gaan we boodschappen doen; goedkoop bier, brood, groenten en fruit. Ook kunnen we internetten, eindelijk en zonder gezeur over het gebruik van floppy’s. Het gaat redelijk snel ondanks dat er slechts 1 computer is. Binnen het uur hebben we alles verstuurd wat we wilden en betalen we omgerekend ongeveer 8 Euro. Zoals altijd zijn we weer blij en opgelucht dat het gelukt is om contact te krijgen en het verhaal met foto’s te versturen. Hopen dat jullie er van genieten.
In Mzuzu staan we op een overheidscamping. Stelt allemaal niets voor en kost eigenlijk wel weer veel; 5 dollar per persoon. Wim weet dat bedrag omlaag te brengen tot 1 dollar p.p.
De nacht hier is lekker koel, de waaier hoeft niet aan en het dekentje moet te voorschijn gehaald worden.
De volgende dag rijden we verder, we hebben hier in Mzuzu niets meer te zoeken. De route noordwaarts gaat door de bergen, we stijgen enorm. Helaas gaan we ook weer naar beneden en rijden we langs het Lake Malawi. Wel even genoten van de frisse berglucht en de uitzichten. We willen nog naar Livingstonia, een plaats waar Livingstone (“Livingstone, I presume?”) nooit geweest is maar welke wel naar hem vernoemd is. Voor Livingstonia moeten we van de geasfalteerde hoofdweg af. Volgens het bord is het dan nog 15 kilometer bergop naar de plaats. Nou, na twee kilometer houden we het voor gezien; het is een stenige, zanderige en steile weg met scherpe bochten. Over die twee kilometer doen we al een kwartier dus op het moment dat we kunnen keren doen we het gelijk. Dit willen we niet meer, voor de lol een hele slechte weg berijden, dan maar geen Livingstonia. We lezen er wel wat over in de reisboeken. Terug naar de hoofdweg en snel naar de camping, Dez’place. Ook een bekende plek met nog steeds die loeiharde generator die staat te dreunen. Een nacht hier is genoeg, als je hier niet moet zijn dan kun je het beter overslaan.
De volgende ochtend op tijd op weg. Na 5 kilometer zien we een bordje camping;
Mr. Modokéra’s camping. Het komt terug in de herinnering. Ongeveer 1,5 jaar geleden zijn we ook langs deze camping gekomen en ook toen kwam de Malawische eigenaar enthousiast naar de weg gerend. Toen hebben we gezegd dat we verderop moesten zijn, naar vrienden en zijn we niet gestopt. Nu passeren we de wederom zwaaiende Mr. Mdokéra en keren zo snel als dat het mogelijk is. Hartelijkheid alom op deze lokale camping. Geen douches (vernield tijdens de aanleg van de nieuwe weg) en geen water behalve het water van het Lake Malawi. De camping ligt aan de hoofdweg maar gelukkig is er weinig of geen gemotoriseerd verkeer. Behalve voor de dag dat deze nieuwe weg geopend wordt door de premier; de nieuwe Toyota Landcruisers scheuren af en aan. En veel vrachtwagens met open laadbakken, volgeladen met mensen die zingen en schreeuwen; het welkomstcomité voor de premier. De mensen, vooral de vrouwen zien er prachtig uit. De kleur van de partij van de premier is geel en de meeste kanga’s (wikkeldoeken) welke de vrouwen als rok dragen zijn dan ook in die kleur. Het is een mooi gezicht maar je moet er niet aan denken wat er gebeurd als zo’n vrachtwagen bij een ongeluk betrokken raakt; de passagiers zitten als haringen in een ton.
De camping is, ondanks de karige voorzieningen, een prima plek om te staan. Eindelijk eens een camping die gerund wordt door een Malawiër zonder blanke invloed. Er is ook geen bar maar wel een klein winkeltje. Bier en limonade zijn te koop (niet gekoeld want er is geen stroom en dus ook geen ijskast) voor de normale verkoopprijs. Brood alleen te verkrijgen als de broodwagen langskomt en stopt…. Wel heel veel stukken zeep, waspoeder en andere meuk. Voor ons weinig of niets van onze gading.
Mr. Mdokéra laat ons het gastenboek zien en een stapeltje foto’s. Altijd leuk om te lezen en te bekijken, kennen we mensen? Mijn verbazing is dan ook heel groot als ik een Polaroid foto bekijk en iets van herkenning voel. Die vrachtwagen? Die ene vent? Het duurt even maar dan realiseer ik me dat ik naar een foto kijk van de vrachtwagen van Pier. Martin staat voor de auto. Tjeetje, wat is dat een vreemde gewaarwording. Een jaartje geleden hebben ze hier gestaan tijdens hun reis van Nairobi naar Durban. Ook lezen we dan in het boek het berichtje van Pier; “Leuk plek voor een paar dagen maar niet voor ons. Helaas pindakaas, on the road again!” Wat is het toch een kleine wereld.
Na drie nachten van veel zweet rijden we verder naar het noorden. In Karonga, net voor de grens met Tanzania, blijven we nog een nacht. Geen prachtige plek maar wel kunnen we nog lekker wassen met leiding water. De kok komt zich voorstellen, met curriculum vitae, en met veel enthousiasme vertelt hij wat we allemaal kunnen eten. Voor het geld hoef je het niet te laten (2 Euro voor een kwart (wel een flinke) gegrilde kip met patat en wat salade en 4 Euro voor een halve kip). We vertellen dat we om 5 uur willen eten, dan is het nog licht en kun je beter zien wat je eet. Helaas, dat lukt niet helemaal. Na lang wachten eten we om kwart over zes bij het karige licht van een buitenlampje. In het restaurant willen we al helemaal niet eten; het lampje daar is net voldoende om niet tegen de tafels aan te lopen. We zitten dan ook buiten, onder 1 zielige lamp in het gezelschap van motten en hagedissen. Mayonaise heeft de kok vandaag net niet, hij wil anders wel graag onze mayonaise even lenen……..
Ach, we eten lekker (nadat we de kok een soort weggestuurd hebben, hij lijkt op ons bord te willen kijken tijdens het eten) en kunnen er om lachen. Afrekenen. Aldus de kok; 200 Kwatcha voor de kwart kip, 400 Kwatcha voor de halve kip en 100 Kwatcha voor de kok. De kok snapt het niet direct als ik hem die 700 Kwatcha (nog geen 7 Euro) geef. Hij is waarschijnlijk gewend om iets langer te moeten zeuren voor de fooi. Maar vandaag heeft hij geluk, we moeten ook van onze paar laatste Kwatcha’s af.
Dan nog even Martin bellen, vandaag 25 jaar getrouwd met Jeanet en die geeft een feestje in de loods bij Pier. Helaas kunnen we er niet bij zijn, Wim en ik hopen dat we ze volgend jaar zomer in Afrika zien.
Ja, want wat willen we nou eigenlijk? Wim en ik weten het niet zo. Het enige wat we nu weten is dat de december/januari in Kenia in Tiwi Beach willen doorbrengen. En daarna? Terug naar Nederland is eigenlijk geen optie. In Nederland hebben we even niet zo veel te zoeken, als we terug komen moeten we weer gaan werken en dat trekt ons niet zo op dit moment. En daarnaast is terugrijden met de truck een ander verhaal; er zijn hier en daar wat grenzen gesloten. De truck verschepen is veel te kostbaar, voor dat geld kunnen we maanden in Afrika rondhangen. Dus, het lijkt erop dat we hier nog wel even in Afrika blijven. Het bevalt ons nog steeds, er zijn nog steeds nieuwe plekken waar we nog naar toe moeten en oude plekken waar we naar terug willen. Het lijkt er dus niet op dat we vanaf Kenia direct naar huis komen. En ach, wat is eigenlijk thuis? We wonen deze reis nu al meer dan 2 jaar achtereenvolgens (20 oktober 2001) in de container en dat is nu ons huis.
Ik moet er ook eigenlijk niet aan denken, Nederland. Het is vooral de drukte en het gehaaste dat me tegenstaat. Misschien valt het allemaal wel mee, maar in mijn herinnering was het leven met de horloge, druk, sociale verplichtingen en nog meer moeten.
Nu leven we in Afrika zonder horloge, we hebben geen haast want we hebben alle tijd van de wereld. En we moeten al helemaal niets. Die vrijheid is een waardevol iets, iets wat we ons gelukkig vaak realiseren. Het is zo iets moois dat je ’s morgens wakker wordt, naar elkaar kijkt en dan besluiten of we nog maar een nachtje blijven of dat we gaan rijden.
Natuurlijk mis ik ook vrienden en familie. Ik zou wel eventjes terug willen, voor een uurtje of zo. Maar een korte vakantie in Nederland, voor een weekje of zo? Naast het ingewikkelde met Brown (we willen haar niet achterlaten en vliegen is een dure, maar ook voor haar een onaangename aangelegenheid) word ik al zenuwachtig bij het idee. Ik stel me dan zo voor dat ik in die week bij iedereen langs moet (ik wil iedereen even zien en ik wil niemand teleurstellen), iedere keer hetzelfde verhaal moet vertellen, van hot naar her rennen, geen eigen plek hebben en uiteindelijk doodmoe terugkeren naar Afrika met het gevoel dat je nog voor niemand de tijd hebt gehad.
Nee, we vinden het veel leuker als jullie naar Afrika komen. Natuurlijk weten we dat het niet voor iedereen te realiseren is, of dat iedereen dat ook wil. Gelukkig komt Herman begin december weer en ook komt Rombout in januari 2004 voor twee weken. Het fijne van deze bezoeken is dat we alle tijd voor ze hebben. Dus, vakantieplannen 2004? Denk eens aan Afrika!
Waar was ik gebleven in het reisverhaal? Nog even Malawi, Karonga. Dat ligt slechts 45 kilometer vanaf de grens met Tanzania. We zijn er dus vroeg, maar ondertussen gaat ook de klok een uurtje vooruit. We leven nu dus 1 uurtje vroeger dan jullie in Nederland, volgens mij straks met jullie wintertijd 2 uurtjes.
De Malawische grens geeft geen problemen. Even paspoort en carnet stempelen en klaar. We waren nog even gespannen voor de roadtax. Want daar hebben we wel voor betaald maar dat was de eerste keer toen we vanuit Mozambique kwamen en we weten niet of het nog geldig is. Maar, ze lijken vandaag helemaal niet geïnteresseerd voor deze wegenbelasting.
De Tanzaniaanse grenspost bestaat weer uit veel hokjes en kantoortjes. Daar gaan we weer. Ik vraag waar ik als eerst naar toe moet. Immigratie! Oh, een hele grote rij. Ga dan eerst maar naar de douane. Assante sana, dank u wel!
Het carnet wordt na enige tijd aangepakt door een ambtenaar en die neemt het document mee in een kantoortje. Ik moet buiten in de warmte (het kantoortje zelf heeft air conditioning!) blijven wachten. Het duurt zeker wel tien minuten voordat ik met harde klappen de stempels hoor zetten. Dan mag ik naar het kantoortje van de roadtax. Ik heb het verhaal dat we naar Mbeya rijden (de eerste grote plaats op ongeveer 120 kilometer) en dat we daar bij vrienden blijven en daarna weer terugkeren naar Malawi en dus maar een kort stukje rijden op de weg in Tanzania. De man fronst wat maar schrijft uiteindelijk een kwitantie uit voor 18 US Dollar, de roadtax voor 120 kilometer. Het is ieder keer weer een dure grap, die enkel voor een vrachtwagen geldt. Wim en ik zien later wel weer bij de grens naar Kenia hoe we ons er uit lullen. Het is ook vreemd, ze willen nu al weten hoe je gaat rijden terwijl je dat soms niet eens weet. We zullen het straks wel zien, tot nu toe lukt het wel aardig.
Dan voor de verzekering maar als ik zeg dat we (echt waar, eerlijk dit keer) een verzekering hebben dan is dat, zonder te controleren in orde. Het volgende kantoor is de politie. Mary, een oudere dame is van dit kantoortje. Ze moet gegevens overnemen van het carnet en de paspoorten. Helaas is haar gezichtsvermogen niet meer zo goed waardoor ik alles moet voorlezen. En dat duurt, dat duurt….., en het is warm, warm……
Dan als laatste naar de immigratie waar de rij volledig is opgelost. Oh, oh, foutje! Waarom ben ik niet als eerste naar de immigratie gekomen? Want nu is de rest wel allemaal in orde maar als we niet door de immigratie komen dan hebben we een probleem! Onderdanig, met veel excuses geef ik de paspoorten af. En gelijk betalen natuurlijk. Kan ik in Euro’s betalen? Nou, nu even niet want de koers is niet bekend. Heeft hij al eens een 50 Eurobiljet gezien? Nee. Nou, kijk eens hoe mooi dat is! Oh, prachtig, mag ik het hebben als een cadeautje? Daar gaan we weer. Gelukkig neemt hij genoegen met de 100 US dollar voor de visa en geeft het 50 Eurobiljet weer netjes terug.
En als laatste nog even naar het kantoortje aan de weg waar een oude man de gegevens van het carnet en de paspoorten overneemt. Werkverschaffing! Uiteindelijk duurt dit hier bijna 1,5 uur.
Dan zijn we weer terug in Tanzania. We rijden door de Zuidelijke hooglanden. De uitzichten zijn weer prachtig met de grasgroene theeplantages op de hellingen. Naarmate we stijgen, daalt de temperatuur. Zalig. In plaats van die beklemmende hitte is het nu die frisse en koele lucht. Wim vindt het maar niets die bergen, al dat langzame stijgen en dalen. Hij bekijkt het vanuit de chauffeursogen terwijl ik elk moment geniet van de uitzichten en de kleuren.
In Mbeya stoppen we voor de nacht. Ondanks dat het slechts 120 kilometer is doen we er toch weer lang over omdat we in de bergen rijden.
Bij de grens hebben we geen geld gewisseld, het was te druk, ze roepen allemaal, je wordt er gek van, en de koers was te laag. Het is zaterdag en de banken zijn dicht. Het geldwisselkantoor biedt ook een veel te lage koers, veel lager dan de officiële bankkoers. Dan maar met dollars betalen voor de overnachting. Deze plek (volgens mij de enige campingplek hier, Green View) is nog geen snars veranderd. Nog steeds niet goedkoop; 3$ US p.p. en dan ook nog 5$ US voor de truck. Zijn ze helemaal gek geworden? En weer weet Wim het bedrag te verlagen tot enkel de prijs voor onze overnachting, 6$ US.
Het weer is veranderd, bewolking en donder in de verte. Het duurt niet lang of het komt allemaal dichterbij, donder en bliksem en uiteindelijk een flinke regenbui. De geur die dan verspreidt is zalig en bekend; je ruikt de droogte, het zand maar ook de vochtigheid, het frisse.
Een nachtje hier is voldoende, op naar Kizolanza farm, 50 kilometer voor Iringa. Ook weer een bekende plek. En het is nog steeds zo mooi als ik in gedachten heb. Er zijn verschillende plekken waar je kunt staan, maar we staan weer aan de buitenkant met uitzicht op de vallei. Prachtig! Je kunt zo ver kijken, de wolken zijn zulke stillevens, de kleuren zo warm, het is net een goede documentaire op de tv. We blijven hier 4 nachten (2000 Tsh, ongeveer 2 US pppd) staan. ’s Morgens vroeg zijn de kleuren in de omgeving het mooist. De zon die opkomt, de rode gloed aan de horizon, de rood/roze wolken, de grauwe regenwolken die oplossen voordat ze ook maar in de buurt komen, het is een spel van kleuren.
En op deze plek zijn we als ik ’s morgens een sms-je lees van Ted, dat Yvonne bezig is met bevallen. Het eerste kindje voor Eric-Jan en Yvonne. Als ik ’s avonds bel, krijg ik te horen dat Yvonne net naar het ziekenhuis is want het lijkt niet helemaal te lukken. Later als ik buiten in het donker op de trap van de container zit en kijk naar de sterrenhemel, zie ik een vallende ster. De volgende dag hoor ik dat het op bijna de zelfde tijd is als dat Wessel geboren is. Ik heb er weer een neefje bij, geboren op 19 oktober 2003! De trotse vader doet uitgebeid verslag via de telefoon en verteld dat moeder en kind het goed maken.
Als we ooit terugkomen langs deze farm, dan is dit zeker weer een overnachtingsplek. En niet alleen vanwege het uitzicht maar ook voor de verse, witte bloemkool, de verse erwtjes en andere mooie groente.
Hier is het ook dat we ons feestje vieren, we zijn 2 jaar onderweg! Helaas geen champagne, bewaren we voor Oud en Nieuw, maar wel een klein feestje op 20 oktober 2003.
Dan moeten we toch maar naar de bank. Op de Kizolanza farm konden we wisselen (1000 Tanzaniaanse Shillingen voor 1 US) maar bij de bank zal de koers iets gunstiger zijn. Op naar Iringa, het plaatsje boven op een berg.. Via een steile en smalle weg komen we aan en stoppen gelijk bij de bank.
De koers voor buitenlandse valuta hangt af van het soort biljet. Voor biljetten van 100 of 50 US $ krijg je een veel betere koers dan de biljetten van 20 of 10 US $ . De biljetten van 1 US zijn bijna waardeloos, daar verlies je heel veel op. En dat zien we eigenlijk door heel Afrika, hoe groter de biljetten in waarde, hoe gunstiger de koers.
Ik kijk nog naar de koers voor de Euro. Helaas, voor de 50 Eurobiljetten krijg je een slechte koers, ten opzichte van de dollar verliezen we te veel. De beste koers krijg je voor 500 Eurobiljetten. Ik wist niet dat die ook bestonden. Als ik de loketbeamte (van een echt mooie, luxe bank) vraag of hij wel eens zo’n biljet gezien heeft, kijkt hij me vragend aan. Nee, jij wel? Maar goed, we wisselen voor 1034 Tsh voor 1 US $, met biljetten van 50 US $.
We kopen ook nog, zoals later zal blijken, heel smerig en oud brood.
Weer de berg af en verder rijden over de hoofdweg. We weten de volgende camping al; Riverside, gelegen op ongeveer 10 km van Iringa.
En daar staan we nu voor de derde nacht. Niet veel veranderd in 1,5 jaar tijd. Nog steeds gras om op te staan en elektriciteit voor de magnetron. Het is hier niet zo rustig als op de Kizolanza farm, daar stond je tussen de struiken en het droge gras en zag je af en toe iemand van het personeel. Hier is een moeder met een twee maanden oude baby die de dagelijkse zorg heeft over de camping. Ook heeft ze nog meer kinderen en die komen vandaag, zaterdag, ook allemaal gezellig mee. Nogal druk naar onze begrippen. Ook valt ons weer op dat de mensen hier zo enorm hard praten, ze lijken te schreeuwen naar elkaar. Nou verstaan we er helemaal niets van, maar dat maakt het allemaal niet minder vervelend.
Wel lekker vlees gekocht hier van de boerderij, netjes verpakt en diep ingevroren. De boter lijkt helaas een beetje ranzig en de kaas die vanmorgen gebracht werd is volgens ons geen schimmelkaas maar verschimmelde kaas. En de verse melk was lauw, in een open fles met een drijvend insect bovenop. Maar, al met al geen verkeerde plek om een paar nachten te staan. Morgen willen we rustig aan verder rijden.

Vrijdag 30 oktober 2003, Mombo, Tanzania

En we zijn verder gereden en staan nu in Mombo bij het Nederlandse houtbedrijf waar we vorig jaar 1 maand gestaan hebben. Het is de plek waar Pier gewerkt heeft.
Na de Riverside campsite zijn we rustig verder gereden en bij de eerstvolgende camping, Baobab, overnacht. Deze verlopen plek staat in een gebied van allemaal boabab-bomen, vandaar de naam natuurlijk. Duizenden, miljoenen zie je er onderweg op een stuk van ongeveer 100 kilometer, allemaal tegen de berghellingen. De meeste zijn nogal klein van stuk alhoewel er af en toe ook zo’n enorme knoeperd staat. We hebben geluk vandaag, we zien enkele bomen in bloei. Het is de tijd voor bloei, oktober is de maand. De bloemen zitten in een fluweelzachte, lichtgroene kelk die lijkt op een tulp. Daarin bevindt zich dan de witte bloem; een soort pompoentje op een steeltje. Het zijn aparte bloemen om te zien, zeker als je weet dat de boom slechts 1 dag per jaar in bloei staat.
Na 1 nachtje gaan we weer verder. We rijden door het Mikumi National Park. De doorgaande weg gaat dwars door het park heen. Ter bescherming van de dieren zijn er wel heel veel verkeersdrempels aangelegd maar dat heeft niet voorkomen dat we op de 50 kilometer welke door het park gaan veel platgereden kleine dieren zien. Over deze weg rijden ook enorm veel grote bussen die hier in Tanzania voor het lange-afstand-openbaar-vervoer zorgen. En die bussen rijden hard, heel hard, veel te hard. De maximumsnelheid is hier overdag 70 kilometer per uur, maar we worden constant ingehaald door die bussen. En die rijden zeker meer dan 100 kilometer per uur en denderen over de verkeersdrempels.
Ondanks die bussen is het een prachtig stuk om te rijden. De vorige keer hebben we hier onze eerste giraffe gescoord. Vandaag hebben we meer geluk; zebra, olifant, maraboe, gieren, giraffe, wrattenzwijn en buffel. En dat allemaal voor niets, je hoeft geen betaling te doen om over deze weg te rijden.
Net buiten het park gaan we weer op een camping staan. Deze camping, Melela Game Ranch, is helemaal vervallen. Er is eigenlijk niets maar het kost ook niet zo veel. Nog wel een buitendouche met rivierwater. Het is hier bloedheet en helaas koelt het ’s nachts ook niet zoveel af. Maar, het is wel stil en rustig. We staan tussen de kale en kleine bomen met een hele grote baobab-boom in de buurt. Het gras hier is dor en droog, het is een soort geel savanne-gras. De grond is rood, van dat hele fijne rode stof. Als je met slippers loopt heb je binnen 2 minuten rode voeten en het gaat ook allemaal zo tussen je nagels zitten. Ben je weer 10 minuten onder de douche bezig om je nagels te schrobben… Maar alles wordt ook rood; de vloer in de container, schoenen, stoelen en natuurlijk ook Brown. Je ziet het niet zo op haar bruine haar, maar het witte haar is in no time roze.
En dan, dan gaan we richting Mombo. Kijken wie er nog zijn bij Tembo Chipboards. Gizmo?
Want daar ga ik voor. Ik heb laatst nog weer foto’s gezien van dat ondeugende en aandoenlijke aapje. Hoe zal het met haar zijn? En is Wouter er nog? Draait de fabriek nog wel?
We komen in de loop van de middag aan, we zien de hoop zaagsel al vanuit de verte liggen. Wim maakt eerst kennis met Hans, de man die de taken van Piet heeft overgenomen. Even verbazing van zijn kant natuurlijk maar al snel kunnen we de truck parkeren bij het guesthouse waar we vorig jaar ook gestaan hebben.
En dan hoor ik al snel dat Gizmo er niet meer is. Afgemaakt omdat er niemand goed voor kon zorgen waardoor ze voor overlast zorgde. Het bericht maakt me boos en heel verdrietig. Maar, misschien (en dan wil ik niet denken aan de laatste minuten van haar leven) is het beter zo.
Het neemt niet weg dat ik er om gehuild heb. De herinneringen hier aan Gizmo zijn groot, in het zwembad zie ik haar nog op het luchtbed varen, ik zie haar nog springen en spelen in het gras. Ik weet nog van al het extra wasgoed omdat ze, gezeten achter in je nek, niet zindelijk was. Ik voel nog die kleine handjes om mijn vinger en die ondeugende blikken. Helaas, ik zal het met de goede herinneringen moeten doen.
Verder is het hier niet veel veranderd. Er zijn echter geen blanken meer van de vorige keer. Hans is er en we ontmoeten ook Hans Martin (om het gemakkelijk te houden). Hans Martin is de technische man die gemotiveerd en realistisch hier werkt. Daardoor bevalt het hem hier wel.
Oude bekenden zijn de bakkersvrouw, die ons herkent en zelfs de naam van Brown nog weet. Hassan, het huishoudelijke manusje van alles, loopt er ook nog. En weer kan hij zorgen voor vlees, helaas geen varkensvlees dus geen schnitzels.
Vandaag is Wim met de truck naar de werkplaats om banden te verwisselen en olie te verversen. Ik zit hier nu op de veranda van het guesthouse met uitzicht op het groene gras en het schone zwembad. Vanmorgen al een paar baantjes getrokken want het is hier niet koud.
Vanavond gaan Wim en ik koken, een Zuid Afrikaans potje. Gisteren een zalig visje bij Hans Martin gegeten, nu onze beurt. Want dat weet ik nog wel van de vorige keer, dat gezamenlijke eten. Gezellig en makkelijk want je hoeft niet elke dag te koken.

Donderdag 6 november 2003, in de buurt van Pangani aan de kust in Tanzania

Feest vandaag! Wim is jarig, hij is 39 geworden. De ballonnen hangen her en der nog in de kokosbomen maar het is niet veel meer. De meeste zijn al kapotgegaan, door de warmte of de slechte kwaliteit. We staan op de camping Peponi, wat paradijs betekent in het Swahili. Een prima plek om te staan, dicht bij het strand, op het gras met veel schaduw van kokosbomen. Helaas is het strand niet zo mooi, het is geen zandstrand, het lijkt meer op grauwe klei welke gelukkig niet blijft plakken. Het water is daardoor niet overal helder. Maar we kunnen, als het tij goed is, lekker zwemmen. En ook Brown kan enthousiast spelen met plastic slippers en stukken kokosnotenschil.
We waren gebleven in Mombo. Nadat we ’s avonds samen met Hans en Hans Martin gegeten hebben zijn we de volgende ochtend vertrokken. Tembo, bedankt voor de gastvrijheid en al het Nederlandse leesvoer (HP/De Tijd, Elsevier en Volkskrant).
Richting de kust rijden we, richting het noorden. Camping Peponi is de plek waar we naar toe willen. Nog maar even Tiwi beach uitstellen, nog niet de grens over naar Kenia. Helaas missen we een afslag (nooit gevonden) en rijden we tot Tanga over het asfalt. In Tanga willen we boodschappen doen en dan via de kustweg terug naar Peponi. We realiseren het ons niet, maar het is ramadan. En de kuststreken zijn meer islamitisch dan inlands. Sommige winkels zijn dicht, weinig mensen op straat en niet allemaal even vriendelijk.
We rijden zonder ook maar iets gekocht te hebben weg. Over een slechte onverharde weg naar de camping. Het duurt lang en het is warm. Maar dan vinden we de plek en staan we snel weer op een mooi plekje.
Tot onze verbazing staat er nog een overlandtruck. Het is de bekende, beruchte, geliefde of gehate Klaus Därr, een bekende in de overland-reis-scene. Mijn type is het niet en zal het nooit worden. Maar, het is wel aardig om een andere overlandtruck tegen te komen.
Verbazing alom als er dan een dag later nog een aan komt rijden. En dat zijn Nederlanders in een witte Magirus Duetz. Frank en Loes zijn bijna op dezelfde tijd als ons vertrokken uit Nederland, via een andere route. Turkije, Syrië, Jordanië, Egypte en zo naar beneden. Nog nooit elkaar gezien en dan nu op een afgelegen camping aan de kust in Tanzania.
Ervaringen uitwisselen, lachen om bekende gebeurtenissen, filterzakjes van de Aldi ruilen tegen impregneerspul voor een muskietennet enz.
Aan de oceaan is natuurlijk weer vis te krijgen waardoor we ondertussen alweer lekker kreeft, tonijn en grote garnalen gegeten hebben. Elke dag komt er een visverkoper met lekkers, de vriezer zit al helemaal vol.
Vandaag nog de verjaardag van Wim vieren en dan morgen naar……Tiwi Beach. Morgenochtend gaan we naar Tanga voor boodschappen (misschien dat het dan wel lukt omdat we vroeger zullen aankomen), dan de grens over met Kenia, internetten bij Dani Beach (vliegvakantieparadijs aan de Keniaanse kust met voorzieningen voor toeristen) en dan snel door naar Tiwi.
Daar willen we dus een hele tijd gaan staan. Wim roept er over sinds we vorig jaar daar vertrokken zijn. Maar misschien valt het wel enorm tegen. Op Frank en Loes heeft het geen goede indruk achtergelaten. We zullen zien.
We willen daar lekker langere tijd gaan staan en een soort vakantie houden. In de buurt is verder weinig of niets, voor het meeste zullen we naar Mombassa moeten. Misschien dat we een taxi kunnen regelen die ons 1 keer per 10 dagen of zo naar Mombassa brengt voor de boodschappen, internet en andere noodzakelijkheden.
Met ons verder alles goed, we gaan zo lekker de verjaardag van Wim verder vieren. We kunnen zelfs blokjes kaas eten; we hebben net via via 8 kilo kaas gekocht van een Zwitser die hier in de buurt een boerderij heeft. Nu alleen die kroketten en frikandellen nog!
Veel liefs, dikke zoenen en tot de volgende mail,
XXXXXXX Wim, Monique en Brown