We zijn in Nairobi, na 10 weken Tiwi Beach. Iets heel anders. Geen zand en
zee, wel zon en stof. Geen drukkende warmte en zweetaanvallen, wel koele nachten
en dekbedje. Niks mis mee! We staan nu bij een workshop/camping, Rangi’s
site. Een Nieuw-Zeelander, Rangi en een Nederlandse, Annemiek.
Maar eerst nog Tiwi Beach, waar we in afwachting van Rombout stonden. Hij is ’s
nachts aangekomen en door Wim opgehaald vanaf het vliegveld met een taxi. Gelukkig
kwam de taxichauffeur Daniël veel te vroeg waardoor Wim nog wat boodschappen
kon doen in Mombasa. Ik had me voorgenomen om op te blijven maar dat lukte
slechts tot half tien. Dan is het al pikkedonker en de camping doodstil. Wel
een cd met foto’s bekeken die Herman meegekregen had vanuit Nederland.
Foto’s van de familie Albers. Daar word ik dan toch stil van en het is
goed om dat alleen te bekijken want Wim kent de familie eigenlijk nauwelijks.
Ik herken de plekken waar de foto’s genomen zijn (bij tante Cor in de
kamer, bij Herman & Alice in de tuin, ja Nard dat biertje ziet er goed
uit!) en ik zie de bekende gezichten weer. Dan overvalt toch het gevoel van
heimwee, gemis en ik ben dan ook blij dat Wim en ik besloten hebben om, al
is het maar voor even, terug te komen naar Nederland.
Rombout arriveert op tijd op het vliegveld en een uurtje later op de camping.
Met slaperige ogen drinken we dan een biertje. Tjeetje, het lijkt alsof hij
gisteren nog geweest is. De rugzak met kaas wordt geleegd, mjummie, kilo’s
Nederlandse kaas!!!
Het zijn twee goede weken met Rombout. We rijden niet met de truck maar Rombout
maakt leuke uitstapjes; Tsavo East National park voor 1 nacht, dan 2 nachten
Masai Mara (met vliegtuigje!!) en dan nog een dagje snorkelen. Zo ziet hij
tenminste nog wat van Kenia zonder dat wij met de truck moeten gaan rijden.
Voor ons zijn de parken ook duur, zeker als je met de truck gaat. En wij hebben
tenslotte de Big Five (olifant, leeuw, buffel, neushoorn en luipaard) al gezien.
Overnachten in de parken gaat niet vanwege Brown. Dus, op deze manier een goede
invulling gegeven aan de twee weken die Rombout in Kenia doorbrengt.
Het is gezellig, lekker biertje drinken, praten over de familie, over zijn
leven en werk. Zo zijn we weer snel op de hoogte. Naast de Nederlandse kaas
heeft Rombout nog meer meegenomen. Weer een cd met foto’s van de familie
Albers. Alice, je hebt het er maar druk mee! Kerstfoto’s met echte kerstbomen,
kerstontbijt van de kinderen (ja, we kunnen heeeel goed zien wat voor lekkers
er allemaal klaargemaakt is!) en de versierde kersttafel voor het kerstdiner.
En heel attent, Alice heeft het jaarboek 2003 meegegeven. Een hartstikke leuk
en welkom cadeau, ook voor andere landgenoten. Een jaaroverzicht, met foto’s.
Via de wereldomroep en kranten zijn we wel een beetje op de hoogte gebleven
van het gebeuren in 2003 maar we hebben bijna nooit foto’s gezien, geen
plaatjes bij de gezichten, geen beelden van de gebeurtenissen. Nu hebben we
een mooi boek, met foto’s en tekst. Lieve Alice en Herman, bedankt!
Van Ted krijg ik iets speciaals; een boekje “Sister”, met spreuken. “We
cannot destroy kindred: our chains stretch sometimes, but they never break”.
Héél speciaal voor me. Lieve zus, dikke zoenen. Natuurlijk ook
nog een brief, altijd leuk maar het leukste blijven de bijna dagelijkse sms-berichten
die ze me stuurt.
Tja, dit soort attenties laten me voelen dat ik jullie daar in Nederland toch
wel mis.
Gelukkig zijn er naast Rombout, hier nog meer Nederlanders. Daar is Redmer
weer, nu gelukkig samen met Francis die voor MSF (Artsen zonder grenzen) in
Soedan werkt en even vakantie heeft. Redmer hadden we hier al eerder gezien,
in afwachting op Francis. Een gezellig stel, altijd leuk en veel lachen.
Tijdens het verblijf van Rombout blijft het weer goed, het wordt echter wel
steeds een beetje warmer en de luchtvochtigheid neemt toe. Overdag is het niet
zo erg, er is water genoeg. Helaas worden de nachten ook steeds warmer. De
wind blijft, maar gelukkig niet meer zo erg dat het windscherm elke middag
op hoeft.
Gewoon, twee prachtige en leuke weken met Rombout. Helaas voor jullie thuis,
hij kan nog even geen foto’s laten zien want zijn camera heeft hij laten
liggen…… Dus dat verhaal over al die leeuwen, dat moeten we nog
zien. Over leeuwen gesproken. Rombout wilde wel een souvenir meenemen. Niet
te groot natuurlijk en wel iets toepasselijk. Nou, dat moet dan maar een houten
leeuw worden, zoveel gezien én volgens eigen zeggen is hij leeuw van
sterrenbeeld. Geslaagd, een leuk leeuwtje en na nog een biertje zegt Rombout
opeens “volgens mij ben ik geen leeuw, maar een stier”. Foutje,
maar wel een leuk souvenir met mooi verhaal. Maar, geen foto’s, zelfs
wij hebben niet één foto met Rombout. Oeps.
Dan wordt het tijd om in te pakken. Wim en ik hebben al wat gedaan terwijl
Rombout de parken onveilig maakte. Veel te doen, maar wat wil je ook na bijna
10 weken op dezelfde plek. Zaterdagmiddag om 06.00 uur moet Rombout op het
vliegveld van Mombasa zijn. Dus in de ochtend pakken we het laatste in, nog
even snel wassen, ontbijten, zwemmen en douchen. De tent hoeven we niet in
te pakken, die hebben we voor een goede prijs verkocht.
Veel komen er afscheid nemen en gedag zeggen. Behalve Rudi, de kleine man van
de mislukte houten sleutelhangers. Al de tijd die we hier gestaan hebben was
hij hier. Elke dag even gedag zeggen, grapjes maken, serieus praten (voor zover
als dat mogelijk is), af en toe een sigaretje en soms wat water. Aardige joch.
Hij maakt op ons verzoek een houten afbeelding van Afrika met daarin globaal
onze route en een tekst. Natuurlijk wel een voorbeeld getekend anders komt
er helemaal niets van terecht. Wonder boven wonder lukt het aardig. Voor de
prijs die we betalen wil Wim ook nog een stuk palmboom, formaat krukje, om
mee te nemen naar Nederland. Pole pole, rustig aan, dat komt wel, hakuna matata,
geen probleem, het komt voordat jullie weggaan. Nou, het moet nog nu komen.
En hetgeen me het kwaadst maakt is dat terwijl we afscheid van iedereen nemen,
Rudi verderop een soort verstopt tussen de palmbomen staat. Geen palmboomkruk,
maar ook geen normaal afscheid.
Dit soort gedrag staat me zo tegen. Het is altijd hetzelfde hier in Afrika.
Ze willen altijd wat van je, altijd staan ze met de hand op. Zolang ze denken
dat er wat te halen valt dan zijn ze aardig maar zodra ze weten dat er niets
is of komt, dan behandelen ze je als vuil, nog te beroerd om beleefd te blijven.
Altijd proberen ze je een poot uit te draaien. Het moet allemaal van onze kant
komen, wil je wat van hun (ook al is het vragen naar de juiste weg), dan moet
er wat tegenover staan. Nee, de zwarte Afrikanen hebben mijn hart niet gestolen.
Nu na meer dan 2 jaar Afrika hebben we genoeg van de mentaliteit van de mensen
hier. Ondanks dat blijft het continent prachtig. De landschappen zijn zo divers
dat je er volgens mij je hele leven zou kunnen rondreizen en elke keer weer
bevangen wordt door de indrukken.
Ik was gebleven bij ons afscheid van Tiwi Beach, Twiga Lodge. Samen met Rombout
rijden we eerst naar de supermarkt in Mombasa en eten wat in de stad. Dan naar
het vliegveld waar we ruim op tijd aankomen. De truck parkeren we mooi onder
wat grote bomen met de trap in het gras. Na nog een biertje wordt het tijd
om Rombout uit te zwaaien. Altijd moeilijk, zeker na een leuke tijd. Het idee
dat het niet zo lang meer duurt eer we elkaar zien doet me goed.
Dan zitten we weer met elkaar, Wim, Brown en ik. Maar niet voor lang, we krijgen
gezelschap van honderden grote kraaien die van zich laten horen. Het lijkt
wel de film “The Birds”, bijna net zo angstaanjagend. En die krengen
hebben maar een korte nachtrust nodig, ze zijn stil om 22.00 uur en beginnen
weer om 04.00 uur. Voor ons dus ook een korte nacht. Vreemd genoeg hebben we
geen last van vliegtuigen of verkeer. Het is raar dat we daar staan terwijl
we weten dat Rombout zich aan de andere kant van de muur bevindt. En dat ik
het vliegtuig zie opstijgen waar hij in zit, dag Rom!
Na dat korte nachtje rijden we richting Nairobi. We zullen het niet in 1 dag
doen want dat is voor ons met de truck te ver, ondanks dat op het vliegveld
we al een stukje op weg zijn in de goede richting, de ferry hebben we al gehad.
De weg is slecht, veel slechter dan we ons kunnen herinneren van 2 jaar geleden.
Ook moeten we een groot stuk van de weg af omdat er een nieuwe weg aangelegd
wordt. Niets is zo frustrerend om over een hobbelige, bobbelige gravelweg te
rijden terwijl er 20 meter naast je zwart, strak en glad asfalt ligt.
De route Mombasa-Nairobi is een gevaarlijk stuk om te rijden. De weg is smal,
met net genoeg ruimte voor 2 wagens. Het is een veel bereden vrachtwagenroute,
de route. Enkele vrachtwagens rijden 100 km per uur, andere halen nog geen
50 kilometer. Nou, dan weet je het wel. Inhalen en nog eens inhalen, gelukkig
doet Wim er niet aan mee. Het lijkt af en toe wel crosscountry met vrachtwagens;
van die enorme oude dingen waar alles aan rammelt, via de berm al hobbelend
en springend voorbij de ander met beangstigende snelheden. Soms denken we dat
de inhalende vrachtwagen omvalt, soms zijn we bang voor de mensen die in de
berm lopen. En maar toeteren, gek word je er van. We snappen dat sommige truck-overlandorganisaties
deze route mijden en de nachttrein nemen op dit traject.
We stoppen op ongeveer 160 kilometer voor Nairobi bij Hunter’s Lodge,
een plek waarover we gehoord hebben als goede overnachtingsplek tussen Mombasa
en Nairobi. En inderdaad we komen in een soort paradijs terecht. Na meer dan
10 weken zand en zee staan we nu in het groene gras tussen hoge en oude bomen.
Er is een riviertje, een vijver met vissen. Vogels overal, naast de aalscholver,
reiger, ral, ijsvogel zijn er veel gezellige gele vogeltjes. Ik weet de Nederlandse
naam niet, maar het is de “common weaver”. Gezellig met elkaar
de hele dag aan het kwetteren en van die nestbolletjes maken in takken en in
het riet. Een compleet andere omgeving dan waar we vandaan komen. We dachten
nog toen we van Tiwi Beach wegreden dat we het vreselijk zouden missen. Maar
nu we op deze plek staan vragen we ons af waarom we hier niet eerder gekomen
zijn. De nacht is koel, echt lekker koel. We besluiten nog een nacht te blijven
en rommelen de hele dag wat aan/in de truck. Lekker alles open zetten (luchtvochtigheid
is laag, zon schijnt en er is een verfrissend windje) en maar genieten van
de vogels en het gras. De omgeving hier doet me denken aan de parken in Nederland,
zoals de parken bij de kastelen van Haarzuilen en Oud Zuilen.
Dan rijden we door naar Nairobi, waar we wat aan de truck moeten doen. Eerst
naar de supermarkt voor lekkere dingen (lekker brood, melk, groente, chips
enz.) en de watertank leeg laten lopen. Door al die tijd staan is de tank vervuild
geraakt met aanslag, het water is nu na het rijden en schudden helemaal bruin.
Dan naar de camping, National Park Camp Services. We worden verwezen naar Rangi’s
site omdat die veel beter zou zijn, met een betere workshop. Gelukkig is het
eenvoudig te vinden, even verderop aan de andere kant van de weg.
We staan hier nu drie nachten en het is prima. De werkplaats is goed en groot
en er kan goed aan de truck gewerkt worden. De workshop wordt veel gebruikt
voor de overlandtrucks van organisaties. Men weet waarover men praat. En de
voorzieningen zijn uitstekend, ook de campingvoorzieningen. Schoon en netjes.
En je kunt er nog lekker eten ook. Zelfs eigengemaakte, Nederlandse bitterballen!!!!!!!!!!!
Nu kan ik nog wel weer even zonder kroketje want de bitterballen zijn mjummie.
En
Brown heeft een vriend, Axel! Het is een kruising tussen een Deense Dog (grootste
deel) en een Rigdeback. Een enorme hond van 3 jaar oud. Brown vindt het, zoals
altijd, eerst maar niets maar nu gaat het gemoedelijk. Natuurlijk is Axel vier
keer zo groot als Brown, maar hij blijft zachtaardig. Zit onderaan de trap
te wachten tot ze naar buiten komt en legt zijn rugbybal voor haar neer (en
dan kijkt Brown mij aan met een blik van “wat moet ik daar nou
mee?”). Het is de eerste hond die naar binnen kan kijken als hij met
zijn voorpoten op de trap staat. Toen het gisteren opeens begon te regenen
(met hagel!) kwam Axel de trap op en lag lekker een uurtje binnen. Brown vond
het allemaal goed. Gelukkig was het bezoek maar van korte duur want de loopruimte
in de container werd volledig in beslag genomen door een hond. Trap af was
moeilijker, Wim moest Axel naar beneden dragen.
We zien hier weer een oude bekende, Colin. Die hebben we meer dan twee jaar
geleden ontmoet op Oudejaarsdag in Niger, Zinder. Terwijl Wim toen oliebollen
aan het bakken was en weemoedig dacht aan een oudejaarsavond met ons tweeën,
kwam er een grote overlandtruck met een Toyota aan. Het waren allemaal ex-overlandchauffeurs
en gidsen van organisaties, van verschillende nationaliteiten op weg vanuit
Engeland naar Kaapstad. Helaas zijn ze met elkaar niet ver gekomen, onderlinge
verschillen en botsende ideeën over drank en blowen hebben er een vroegtijdig
einde aan gemaakt. Maar met de complete groep hebben we toen een prachtig en
nooit te vergeten Oud en Nieuw gevierd, uiteraard met veel drank en drugs.
En hier is Colin, de chauffeur/eigenaar van de truck, dan weer. Hij werkt nu
bij Rangi. We horen van hem dat de meiden van toen, Catherine, Faye en Froggie
in Oeganda zitten, in Jinja. Dat is weer goed nieuws voor ons. We willen naar
Oeganda om de gorilla’s te gaan bekijken en het is dan altijd fijn als
je er bekenden hebt die weten hoe en wat.
Ook zien we hier Michael en Nadia weer, een Duits stel met een Magirus. Van
hun hebben we onze terugreis optie; via Soedan en Saoudi Arabië. En dan
wordt het helemaal pret als we de Engelsen weer zien. Jasper, Emma, Justin
en Becky. Met hun Landrovers, 4X4 by far, zijn ze nog even niet veel verder
gekomen. Problemen met de versnellingsbak. Dus ook zij hebben reparaties.
Zondag 25 januari 2004
En zo zitten we gezellig hier in Nairobi, ver buiten de stad. We zien hier
ook nog wat Belgen en een Hollands stel die naar het noorden rijden. Een drukte
van belang hier op de camping/workshop die nergens adverteert en draait op
mond op mond reclame.
Vandaag gaan we niet veel doen, we houden een echte rustdag. We zijn zelfs,
voor het eerst sinds Zuid Afrika, weer “gekleed”. Een echte lange
broek aan met een net, bijna nog niet gedragen T-shirt. Het is voor ons vooral
bijzonder omdat we de broeken weer normaal aankunnen! Geen knellende broekranden
meer of knopen die niet dichtkunnen. We zijn afgevallen! Jippie mijn riem moet
nu slechts nog 1 gaatje verder dan vroeger. En Wim moet een riem om, om zijn
broek op te houden. Denk nu niet gelijk dat we broodmager zijn geworden, allesbehalve.
Maar de vette kilo’s zijn even verdwenen.
Het is te danken aan het gebrek aan die lekkere, extra dingen. Geen chips,
vette worst, veel snoep en te veel tussendoortjes. Nu Brown nog………
Het gaat ons dus goed, we hebben weer zin om te gaan rijden. Ik weet nog niet
wanneer we hiervandaan vertrekken maar ons visum voor Kenia is nog 2 weken
geldig. Dan naar Oeganda voor de gorilla’s en dan weer terug via Kenia
naar Ethiopië. Langzaamaan komen we dichterbij!
Heel veel liefs, zoenen en tot het volgende verhaal,
XXXXXXXX Wim, Brown en Monique