Een rustige zondagmorgen in Jinja. We staan op het groene gras, omgeven door
grote bomen en zelfs bamboe, horen de vroege vogels en zien de roofvogels landen
op het gras op minder dan 15 meter afstand. Niet op een camping maar bij het
huis aan de rand van Jinja van Leslie van Down Under die hier werkt, voorzien
van water en stroom.
We waren gebleven in Nairobi. Daarvandaan zijn we vertrokken richting Oeganda.
Via Nakuru en Eldoret zijn we de grens overgegaan. Niet alleen, we zijn samen
met de Engelsen Emma en Jasper gereisd. In Nakuru hebben we overnacht bij de
boer waar de zwart/witte koeien ons een goede herinnering aan Nederland gaven.
In Eldoret hebben we overnacht bij een overland-stop, Naiberie campsite. De
eigenaar, Raj heeft in de stad een groot bedrijf waar gebreide kleding en dekens
gemaakt worden. De camping is een soort hobby van hem. De camping is een vervallen
geheel maar er wordt verderop een nieuwe plek opgezet. Vol enthousiasme vertelt
Raj over alle ideeën die hij heeft. Het gaat niet om het grote geld, hij
heeft er gewoon veel plezier in en dat is te merken. Samen met Emma en Jasper
gaan we er een dagje op uit; eerst de nieuwe camping bekijken waar we een rondleiding
krijgen van de wazige Ash. Hij heeft misschien in zijn leven iets te veel geblowd
en praat nu met bomen en planten......
Dan naar de fabriek waar we een snelle rondleiding krijgen. Indrukwekkend.
Veel lawaai en stof. Ik heb altijd gezegd dat ik voor korte tijd overal wil
werken, maar dit gaat me toch te ver. De hele dag in de herrie van machines
die draaien, hitte van de stoom en stank van de verf.
Ondanks dat zien de werknemers er gezond en opgewekt uit. Ze zijn verzorgd
gekleed en zullen naar Afrikaanse maatstaven een goed leven hebben.
Dan naar de kaasfabriek want die kunnen we, als cheese-heads, niet overslaan.
Er kan geen rondleiding meer plaatsvinden want we zijn te laat op de dag, het
proces is al gestopt voor vandaag. Wat we wel zien stelt niet veel voor en
zal de Nederlandse Keuringsdienst van Waren doen opschrikken.
De kaasproeverij stelt ook niets voor maar we kopen wel lekker wat stukken
kaas. Ook het vruchtenijs is goed. En natuurlijk melk en karnemelk. En creamcheese.
Met een volle ijskast rijden we met elkaar naar Oeganda. De weg is goed en
we arriveren in de loop van de ochtend bij de grens. Eerst Kenia uit. Wij moeten
nog wel wat roadtax betalen, maar met 35 dollar komen we goed weg. We hadden
al 16 dollar bij binnenkomst betaald maar dat staat in totaal niet in verhouding
met het bedrag dat we in werkelijkheid verschuldigd zijn. Wat het precies is
weet ik niet, maar de Emma en Jasper moeten 120 dollar betalen aan roadtax,
40 dollar per maand! En dat voor een gewone personenauto! Daar worden ze niet
vrolijk van. De immigratie en douane geven verder geen problemen. Brown ligt
voorin de truck en daar wordt helemaal niet naar gekeken. Weer geen enkele
controle van de vrachtwagen. Dan wachten voor een hek om weg te kunnen. Het
is een drukte van belang met personenauto’s en vrachtwagens; van diverse
kanten komen ze aanrijden en willen allemaal tegelijk door de smalle doorgang.
Het wordt enigszins gereguleerd door een controle voor de roadtax maar het
duurt allemaal wel even.
En dan direct in Oeganda. Een groot verschil; op het douaneterrein zijn geen
lokalen te vinden die allerlei waar proberen te verkopen of diensten aan willen
bieden. Enkel mannetjes op fietsen waar je achterop een lift kunt krijgen,
tegen betaling natuurlijk. Eerst naar de douane. Het is een mooi en nieuw gebouw.
Terwijl ik bij de vrachtwagen en Brown blijf gaat Wim de formaliteiten regelen.
Bij de douane moet weer roadtax betaald worden, omgerekend 32 dollar per maand.
Maar dat kan niet daar, maar moet bij een bank verderop. Daar zijn dan dus
die fietstaxi’s, boda boda’s, voor. Achterop de fiets verdwijnt
Wim uit het zicht voor de bank. Zo’n grote vent, Hollands welvaren, achterop
een fiets met zo’n klein negertje......
Al met al duurt het een uurtje voordat we de grens over zijn. De eerste indruk
van Wim die contact heeft gehad met de officials is positief, ze zijn correct
en vriendelijk.
Dan naar Jinja, na de hoofdstad Kampala de tweede stad van Oeganda. De weg
is niet zo goed en het meest vervelende zijn de vele vrachtwagens met aanhangers
gevuld met brandstof. Ze rijden soms niet harder dan 20 kilometer per uur,
inhalen is moeilijk omdat het zicht beperkt is en de weg niet overal breed
genoeg is om veilig in te halen. We zien ook weer zo’n vrachtwagen gekanteld
liggen, omringd door honderden lokalen die proberen wat brandstof af te tappen.
Levensgevaarlijk en we proberen zo snel mogelijk van deze plek des onheil weg
te rijden.
Dan rijden we eerst naar de stad Jinja voor geld en boodschappen. De bank geeft
wat problemen, er is slechts één bank die een geldautomaat heeft. Enkel met
mijn visakaart kan ik geld opnemen, de kaart van de Rabobank, Maestro, is onbruikbaar
of je moet de creditkaart (Mastercard) gebruiken. Eerst neemt Jasper zonder
problemen geld op. Net als ik mijn kaart in de gleuf wil steken geeft de automaat
een foutmelding; tijdelijk buiten werking. Ondertussen is ook de deur naar
de bank zelf gesloten. Via het raam heb ik contact met de bankmedewerkers en
ze zijn bezig met geld tellen waarvoor de automaat even buiten werking is.
Tja, dat ze dan niet eerst even kijken of er geen mensen staan te wachten bij
de automaat is iets wat helaas nog niet in ze opgekomen is. Na 5 minuten kan
ik het weer gaan proberen. De transactie is bijna afgerond, ik wacht nog op
het geld dat uit de grote gleuf moet komen en dan springt de automaat weer
op hol. Weer wachten. Het duurt nu iets langer maar uiteindelijk verlaat ik
de bank met 400.000 Ugandan Shilling, wat volgens mij ongeveer 400 ouderwetse
Nederlandse guldens waard is. Of er nou 2 keer dat bedrag van mijn rekening
is afgeschreven is nog even de vraag.
Dan snel boodschappen doen. Er zijn veel kleine winkeltjes, veelal gerund door
Indiërs. De tijd van grote supermarkten ligt weer achter ons. Maar er
is wel genoeg te krijgen.
Dan rijden we naar de camping die ons door Colin in Nairobi is aangeraden;
Nile River Explorers.
Jinja is de stad die ligt aan de bron van de witte Nijl, die hier ontspringt
vanuit het Lake Victoria, het grootste meer in Afrika. Jinja staat bekend als
de plek voor white water rafting (in zo’n rubberboot over de rivier,
zoals Wim en ik gedaan hebben in Zimbabwe, Vic Falls). De camping ligt ongeveer
8 kilometer buiten de stad aan de Nijl, bij de Bujagali Falls.
Het uitzicht is adembenemend. Beneden de snelstromende Nijl, groene berghellingen
en een prachtige oranje ondergaande zon.
Op de camping ontmoeten we Kathy, ook eentje van Down Under. We hebben haar
1,5 jaar geleden ontmoet in Vic Falls waar ze werkte voor Dragoman, een overlandorganisatie.
Nu runt ze hier de camping. En dan komt Fiona, ook van Down Under. Zij hoorde
bij groep met wie we in 2001 in Niger Oud en Nieuw gevierd hebben. Een goed
weerzien. We horen van haar dat Colin ook weer op weg is vanuit Nairobi naar
Jinja voor een korte vakantie.
Het verbaast ons altijd weer, het gemakkelijke, het alsof je al jaren vrienden
bent terwijl we elkaar maar zo kort gezien hebben. Het is waarschijnlijk omdat
je dezelfde dingen doet in het leven. We ontmoeten Leslie (ook van Down Under),
bij wie we op dit moment in de grote tuin staan.
En dan zien we Jason weer, de jonge Amerikaan die al twee jaar rondreist als
backpacker. We hebben hem ontmoet in Mozambique en een goede tijd met hem gehad.
Helaas zit het er voor hem op, over twee weken vliegt hij terug naar huis.
Maar hij heeft ideeën genoeg: een soort Bonny & Clyde actie, uit te
voeren in Kenia of Tanzania. Overvallen plegen op overlandtrucks want die hebben
altijd veel geld bij zich. En dat hoeft dan slechts 1 keer per jaar om in onderhoud
te voorzien. Helaas ontbreekt Bonny nog in deze optie. Andere idee is dream-achiever.
Voor al die welgestelde Amerikanen de dromen verwezenlijken die ze zelf niet
kunnen doen omdat ze te druk zijn. Hij wil wel Mount Kilimanjaro voor ze beklimmen,
gewapend met video en camera. Of naar de gorilla’s in Rwanda. Of duiken
in de oceaan.
Voor deze optie ontbreken de opdrachten nog.
Terug naar de groep Down Under. De plannen voor de toekomst komen op tafel.
Aan de overkant van de camping zien we groene heuvels. Daar is grond, grenzend
aan de Nijl te koop voor een lage prijs. En er is goede medewerking van de
regering voor buitenlandse investeerders, met aan alle kanten adviezen en begeleiding.
En het allerbelangrijkste is de mentaliteit van de Oegandese bevolking. Na
de jaren schrikbewind van Obote en Amin zit het land in de lift en de bevolking
wil verder. Oeganda is in Afrika momenteel het meest stabiel ook al komen er
in 2006 nieuwe verkiezingen.
Wim en ik raken geïnteresseerd. We weten tenslotte niet wat we nou eigenlijk
verder willen doen. Terug naar Nederland is een tijdelijke optie. In Afrika
kijken we al langer rond voor iets, maar de prijzen en mentaliteit van zowel
lokalen als officials zijn een struikelblok. En hier in Oeganda lijkt dat dus
allemaal anders te zijn. Het idee is om wat grond te kopen, aangrenzend aan
Fiona, Colin, Leslie en Kathy. Dan is er nog een ander, Justin die ook een
aangrenzend stuk wil kopen. Het idee is dat ieder zelf een stuk land koopt
maar dat dan wel gezamenlijk de kosten gedragen voor de aankoop en bewerking
van de grond, de aanleg van een toegangsweg, de elektra en de watervoorziening
enz. En dan willen Wim en ik iets gaan doen met toeristen in Oeganda want er
is genoeg te zien en te doen; berggorilla’s en andere primaten, landschap
verschillend van sub sahara tot dicht regenwoud. Raften in de Nijl.
Ik hoor jullie denken. Waar gaan die twee idioten nou weer aan beginnen. Afrika,
en dan nog wel dat Oeganda van de kannibaal Amin. Geld investeren. Onzekerheid
en risico. Ver weg van het veilige Nederland.
Misschien hebben jullie gelijk maar zoals gezegd willen we wat doen. En hier
in Oeganda lijkt een mogelijkheid te liggen. Het voordeel is dat we inhaken
bij ontwikkelingen van anderen. Zij hebben al veel uitgezocht, weten wie waar
voor is, weten de formaliteiten en kennen de bevolking al langer. En natuurlijk
het delen van kosten.
En wat ons het meeste aantrekt is de bevolking. Het is zo anders dan verder
in Afrika. De mensen zijn vriendelijk en hartelijk. Niet alleen hier in Jinja.
Brown is heel erg ziek geweest, echt heel erg. In Kenia zijn we in Nakuru nog
naar een dierenarts geweest omdat ze veel bibberde met haar achterpoten, soms
moest overgeven en gewoon niet zichzelf was. Gedacht werd aan tekenkoorts maar
een test wees uit dat het dat niet is. Nog wel een vitamineshot gekregen en
afwachten.
Het wordt dan steeds erger. Ze is nog wel speels en enthousiast maar niet zoals
ze normaal gesproken is. En ook iedere keer kort na het eten (waar ze wel trek
in heeft) overgeven. Nee, het gaat niet goed. Gelukkig hebben ze hier in Jinja
ook allemaal honden dus die weten een dierenarts te vinden. Helaas, de arts
vanuit Kampala heeft spoedgevallen elders en moeten we het doen met een lokale
vee-arts. Die komt aan huis bij Leslie op zijn motor met een gereedschapskoffertje
achterop. Hij heeft het niet echt op honden, dat is duidelijk te zien.
Volgens hem zijn het wormen en hij geeft Brown een drietal spuiten waarvan
een in de kont (en die is pijnlijk, ze gilt het uit). Kosten van huisbezoek
en spuiten; 20 gulden.
Dan rijden we terug naar de camping want daar staan we op dat moment nog met
de truck. En nog geen 10 minuten later begint Brown op te zwellen, bobbels
overal. Een allergische reactie! Gelukkig is er een overlandtruck met daarop
een Canadese dierenarts. Ze onderzoekt Brown voor zover als mogelijk en zegt
dat ze als ze ons was, ze direct naar Kampala zou gaan. Terwijl ik spullen
bij elkaar raap voor een overnachting elders (het is ondertussen 17.00 uur,
Kampala ligt op 1,5 uur rijden) wordt er contact gezocht met de dierenarts
in Kampala. Zij heeft het te druk en we komen uit bij een professor van de
Universiteit. Hij is momenteel in Entebbe (ja, ook al zo’n naam met een
negatieve herinnering) maar zal vanavond omstreeks half 9 bij de faculteit
aanwezig zijn. Wij in de taxi met een doodzieke Brown. Onderweg denk ik steeds
dat ze het niet zal halen, ze ligt als een zoutzak naast me op de achterbank.
We rijden niet met de truck omdat het ondertussen al donker is en Kampala bekend
staat om verkeersopstoppingen tijdens de spits. Nou, gelukkig zitten we in
een taxi en komen we veilig omstreeks half negen bij de faculteit aan. Taxikosten
bedragen 60 gulden, zonder gezeik.
De professor is nog niet aanwezig maar we kunnen wachten in de hal. Vriendelijkheid
en interesse van de mensen die er nog rondlopen. Ondertussen lijkt Brown een
beetje op te knappen, de allergische reactie is over.
Een voor een verdwijnen de mensen en uiteindelijk zitten we alleen met Brown
in het gebouw met buiten wat vriendelijke bewakers. De professor verschijnt,
zichtbaar vermoeid, om 22.00 uur. Heel rustig gaat hij zitten op een bankje
in de hal en hoort het verhaal aan. Hij legt uit aan ons alsof we studenten
zijn, heel duidelijk en helder. Volgens hem is het of een ontstoken baarmoeder
(ze is tenslotte niet gesteriliseerd) of wormen. Enkel een bloedtest kan dat
uitwijzen. Op dit moment heeft Brown geen koorts, hij geeft haar twee spuiten
en zegt dat we morgen terug moeten komen voor een bloedtest. Tja, en dat is
een probleempje. We staan hier met een aantal plastic zakken (onder andere
eentje van Appie Hein) met kleding en spullen, hebben geen vervoer en om midden
in de nacht naar een hotel te gaan met een zieke hond is ook niet eenvoudig.
Hij reageert verbaasd op ons voorstel om hier in de hal te overnachten. Natuurlijk
mag dat, hij laat ons zelfs zien waar matrassen liggen die we kunnen gebruiken.
Er is een toilet met wastafel. Hij geeft ons zijn sleutel van het gebouw zodat
we naar buiten kunnen als dat nodig is! Als hij weg is zijn Wim en ik verbaasd.
De vriendelijkheid, het gemak en de goedkeuring om hier in dit gebouw te blijven
zijn voor ons vreemd in Afrika.
De nacht slapen we redelijk, Wim op matrassen en ik op de met een beetje skai
overtrokken bank. Brown slaapt ook goed. ’s Morgens worden we om 07.00
uur gewekt door het praten van de bewakers. Als we naar buiten stappen en vragen
waar we iets te eten en drinken kunnen krijgen wordt ons aangeboden om iets
te gaan halen. We geven de man geld en binnen 10 minuten is hij terug met frisdrank
en biscuits. Netjes geld terug en geen gezeur.
Dan komt het: dezelfde bewaker komt met een plastic bak en een beker water
aan. Het water om handen te spoelen want in de bak ligt de lekkerste papaja
die ik ooit gegeten heb, samen met een mes en servetjes. Eet smakelijk. Een
half uur later krijgen we koffie geserveerd; twee schone bekers op een bord,
met servetjes en een lepel en een ketel heet water.
En alles wordt gebracht met een oprechte glimlach, er wordt en zal niet gesproken
worden over geld. Deze vriendelijkheid en gastvrijheid is ongekend.
Dan komt de professor, uitgeslapen en wel. Brown heeft hoge koorts. Ze krijgt
een spuit om de koorts te verlagen en er wordt bloed afgenomen. Dan moeten
we wachten, we kunnen rustig buiten in het gras wachten. Het is een verdrietige
tijd, Brown die doodziek ligt en wij die ons een leven zonder Brown nog niet
kunnen voorstellen.
De uitslag van de bloedtest geeft aan dat het wormen zijn. Ondanks de middelen
die we gebruiken tegen wormen heeft ze toch wormen die nu de maag en darmen
geïnfecteerd hebben. Geen spuiten meer, de veearts in Jinja heeft haar
daarvoor al gespoten (alleen jammer dat die niet gezegd heeft dat een allergische
reactie tot de mogelijkheden behoorde), we krijgen 2 flesjes met spul mee om
te zorgen dat het aantal rode bloedlichaampjes verhoogd wordt en ze moet vooral
veel vlees en kip eten. Ga maar naar de take away en haal wat kip voor haar!
Ondertussen is de koorts verdwenen en lijkt ze het al iets beter te doen. Nu
dus gewoon goed eten geven en laten aansterken.
Dan ontstaat het probleem van de taxi, hoe kom ik hier op de campus aan een
taxi. Oh, geen probleem. De professor loopt de kamer uit, kijkt rond in de
wachtkamer en vraagt aan iemand wat voor auto hij heeft. Nou, dan kun jij hem
wel even naar de taxistandplaats brengen om een taxi te regelen. En dat gebeurt,
zonder vragen en zonder iets terug te verwachten.
Dan de rekening van de professor; 45 gulden! En de professor in de loop van
de week even bellen hoe het gaat. Volgende week nog een bloedtest komen doen
om te zien of het aantal rode bloedlichamen toegenomen is.
Terug in de taxi krijgen we nog een aanrijding met een vrachtwagen die ons
aan de zijkant zachtjes raakt. Er komt geen onvertogen woord, er wordt rustig
gestopt aan de kant van de weg. Er vindt overleg plaats waarna we achter de
vrachtwagen aanrijden naar de eigenaar van het bedrijf. De taxichauffeur verlaat
de taxi (nadat hij nog de radio uitgelegd heeft) en komt binnen 15 minuten
terug. Tevreden want er is wat geld betaald. De eenvoud en de rust.
Wim heeft ondertussen nog wat bananen gekocht van een aardige vrouw bij een
stalletje aan de weg voor 100 Ush (10 oude centen) per stuk. Als we later de
taxichauffeur vragen wat hij nou eigenlijk betaald voor bananen is zijn antwoord
100 shilling. Dat voelt goed, we zijn niet opgelicht of een poot uitgedraaid.
De taxi zet ons af op de camping na betaling van omgerekend 50 gulden. Goedkoop
in vergelijking met taxi’s in Kenia en Tanzania.
Ik geef Brown gelijk eten en tot de dag van vandaag heeft ze niet overgegeven.
Ze eet lekker en goed, is weer helemaal de oude. De enige zorgen die we hadden
was dat ze 3 dagen niet poepte. Na telefonisch overleg met de professor is
het allemaal weer in orde; even laten voelen in de anus of er geen hard stuk
zit en veel olie door het eten. Dat eerste hebben we ook maar zelf gedaan want
die veearts hier in Jinja is natuurlijk koeienkonten gewend en dat willen we
Brown niet aandoen.
Nou, Brown lijkt dus weer in orde te zijn. Met haar hebben we wat geleerd over
de lokale bevolking hier ten opzichte van wazungu (blanken).
Het stadje Jinja, ondanks dat het de tweede stad in Oeganda is, is klein, provinciaal
en gemoedelijk. We staan aan de rand van Jinja en de hoofdstraat met winkels
en banken is wel een stukje lopen. En dat is geen pretje met temperaturen boven
de 35 graden (de gemiddelde temperatuur is 25 graden, het blijkt nu uitzonderlijk
warm te zijn, hebben wij weer!).
Gelukkig hoeven we niet te lopen, op bijna elke hoek van de straat staan de
lokalen met fietsen, achterop een groot kussen. En voor omgerekend 50 oude
centen kun je een ritje naar het centrum krijgen. En de kratten bier/frisdrank
kunnen zo ook vervoerd worden.
In het centrum kun je ontspannen lopen, niemand die je vervelend aanspreekt,
geen gezeur of gezeik over geld. Nee, dit hadden we niet meer verwacht in Afrika.
Internetkantoortjes genoeg, winkeltjes overal. We kopen ook weer een telefoonkaart.
Het nummer is
00256-78-392347. Helaas doet ie het nog niet internationaal, dat moeten we
morgen even bekijken in de winkel. Oja, Mark en Ad, nog bedankt voor het sms-je.
Veel liefs en tot de borrel in Utrecht. Natuurlijk liggen onze eerdere plannen
helemaal overhoop. Maar mocht het zo zijn dat we hier verder gaan, dan zullen
we toch wel naar huis komen vliegen om zaken te regelen. Dus, niet getreurd
er is nog hoop!
Over de sms-jes. Het blijkt dat de satelliettelefoon geen sms-jes meer kan
ontvangen. Heeft iets te maken met overname door Fransen. Vervelend maar blijf
vooral af en toe proberen.
Hopelijk gaat binnenkort de gewone mobiele telefoon het doen en kunnen we meer
live contact onderhouden. En het lijkt erop dat we hier eenvoudig en goedkoop
kunnen internetten.
Nou, genoeg stof tot nadenken.
Met ons gaat verder alles goed. Emma en Jasper zijn verder gegaan richting
de gorilla’s. Dat is iets wat Wim en ik later zullen doen. Tijd genoeg
vooralsnog, we hebben een visum voor 3 maanden.
We zullen jullie op de hoogte houden van de ontwikkelingen hier en misschien
is jullie volgende vakantiebestemming wel Oeganda!
Dikke zoenen en veel liefs, Wim, Monique en Brown.