Zondag 15 februari 2004
Oeganda, Jinja

Een rustige zondagmorgen in Jinja. We staan op het groene gras, omgeven door grote bomen en zelfs bamboe, horen de vroege vogels en zien de roofvogels landen op het gras op minder dan 15 meter afstand. Niet op een camping maar bij het huis aan de rand van Jinja van Leslie van Down Under die hier werkt, voorzien van water en stroom.
We waren gebleven in Nairobi. Daarvandaan zijn we vertrokken richting Oeganda. Via Nakuru en Eldoret zijn we de grens overgegaan. Niet alleen, we zijn samen met de Engelsen Emma en Jasper gereisd. In Nakuru hebben we overnacht bij de boer waar de zwart/witte koeien ons een goede herinnering aan Nederland gaven. In Eldoret hebben we overnacht bij een overland-stop, Naiberie campsite. De eigenaar, Raj heeft in de stad een groot bedrijf waar gebreide kleding en dekens gemaakt worden. De camping is een soort hobby van hem. De camping is een vervallen geheel maar er wordt verderop een nieuwe plek opgezet. Vol enthousiasme vertelt Raj over alle ideeën die hij heeft. Het gaat niet om het grote geld, hij heeft er gewoon veel plezier in en dat is te merken. Samen met Emma en Jasper gaan we er een dagje op uit; eerst de nieuwe camping bekijken waar we een rondleiding krijgen van de wazige Ash. Hij heeft misschien in zijn leven iets te veel geblowd en praat nu met bomen en planten......
Dan naar de fabriek waar we een snelle rondleiding krijgen. Indrukwekkend. Veel lawaai en stof. Ik heb altijd gezegd dat ik voor korte tijd overal wil werken, maar dit gaat me toch te ver. De hele dag in de herrie van machines die draaien, hitte van de stoom en stank van de verf.
Ondanks dat zien de werknemers er gezond en opgewekt uit. Ze zijn verzorgd gekleed en zullen naar Afrikaanse maatstaven een goed leven hebben.
Dan naar de kaasfabriek want die kunnen we, als cheese-heads, niet overslaan. Er kan geen rondleiding meer plaatsvinden want we zijn te laat op de dag, het proces is al gestopt voor vandaag. Wat we wel zien stelt niet veel voor en zal de Nederlandse Keuringsdienst van Waren doen opschrikken.
De kaasproeverij stelt ook niets voor maar we kopen wel lekker wat stukken kaas. Ook het vruchtenijs is goed. En natuurlijk melk en karnemelk. En creamcheese.
Met een volle ijskast rijden we met elkaar naar Oeganda. De weg is goed en we arriveren in de loop van de ochtend bij de grens. Eerst Kenia uit. Wij moeten nog wel wat roadtax betalen, maar met 35 dollar komen we goed weg. We hadden al 16 dollar bij binnenkomst betaald maar dat staat in totaal niet in verhouding met het bedrag dat we in werkelijkheid verschuldigd zijn. Wat het precies is weet ik niet, maar de Emma en Jasper moeten 120 dollar betalen aan roadtax, 40 dollar per maand! En dat voor een gewone personenauto! Daar worden ze niet vrolijk van. De immigratie en douane geven verder geen problemen. Brown ligt voorin de truck en daar wordt helemaal niet naar gekeken. Weer geen enkele controle van de vrachtwagen. Dan wachten voor een hek om weg te kunnen. Het is een drukte van belang met personenauto’s en vrachtwagens; van diverse kanten komen ze aanrijden en willen allemaal tegelijk door de smalle doorgang. Het wordt enigszins gereguleerd door een controle voor de roadtax maar het duurt allemaal wel even.
Wim op de gemotoriseerde Boda boda.En dan direct in Oeganda. Een groot verschil; op het douaneterrein zijn geen lokalen te vinden die allerlei waar proberen te verkopen of diensten aan willen bieden. Enkel mannetjes op fietsen waar je achterop een lift kunt krijgen, tegen betaling natuurlijk. Eerst naar de douane. Het is een mooi en nieuw gebouw. Terwijl ik bij de vrachtwagen en Brown blijf gaat Wim de formaliteiten regelen. Bij de douane moet weer roadtax betaald worden, omgerekend 32 dollar per maand. Maar dat kan niet daar, maar moet bij een bank verderop. Daar zijn dan dus die fietstaxi’s, boda boda’s, voor. Achterop de fiets verdwijnt Wim uit het zicht voor de bank. Zo’n grote vent, Hollands welvaren, achterop een fiets met zo’n klein negertje......
Al met al duurt het een uurtje voordat we de grens over zijn. De eerste indruk van Wim die contact heeft gehad met de officials is positief, ze zijn correct en vriendelijk.
Dan naar Jinja, na de hoofdstad Kampala de tweede stad van Oeganda. De weg is niet zo goed en het meest vervelende zijn de vele vrachtwagens met aanhangers gevuld met brandstof. Ze rijden soms niet harder dan 20 kilometer per uur, inhalen is moeilijk omdat het zicht beperkt is en de weg niet overal breed genoeg is om veilig in te halen. We zien ook weer zo’n vrachtwagen gekanteld liggen, omringd door honderden lokalen die proberen wat brandstof af te tappen. Levensgevaarlijk en we proberen zo snel mogelijk van deze plek des onheil weg te rijden.
Dan rijden we eerst naar de stad Jinja voor geld en boodschappen. De bank geeft wat problemen, er is slechts één bank die een geldautomaat heeft. Enkel met mijn visakaart kan ik geld opnemen, de kaart van de Rabobank, Maestro, is onbruikbaar of je moet de creditkaart (Mastercard) gebruiken. Eerst neemt Jasper zonder problemen geld op. Net als ik mijn kaart in de gleuf wil steken geeft de automaat een foutmelding; tijdelijk buiten werking. Ondertussen is ook de deur naar de bank zelf gesloten. Via het raam heb ik contact met de bankmedewerkers en ze zijn bezig met geld tellen waarvoor de automaat even buiten werking is. Tja, dat ze dan niet eerst even kijken of er geen mensen staan te wachten bij de automaat is iets wat helaas nog niet in ze opgekomen is. Na 5 minuten kan ik het weer gaan proberen. De transactie is bijna afgerond, ik wacht nog op het geld dat uit de grote gleuf moet komen en dan springt de automaat weer op hol. Weer wachten. Het duurt nu iets langer maar uiteindelijk verlaat ik de bank met 400.000 Ugandan Shilling, wat volgens mij ongeveer 400 ouderwetse Nederlandse guldens waard is. Of er nou 2 keer dat bedrag van mijn rekening is afgeschreven is nog even de vraag.
Dan snel boodschappen doen. Er zijn veel kleine winkeltjes, veelal gerund door Indiërs. De tijd van grote supermarkten ligt weer achter ons. Maar er is wel genoeg te krijgen.
Dan rijden we naar de camping die ons door Colin in Nairobi is aangeraden; Nile River Explorers.
Jinja is de stad die ligt aan de bron van de witte Nijl, die hier ontspringt vanuit het Lake Victoria, het grootste meer in Afrika. Raften op de Witte Nijl in Jinja, de bron van de Nijl.Jinja staat bekend als de plek voor white water rafting (in zo’n rubberboot over de rivier, zoals Wim en ik gedaan hebben in Zimbabwe, Vic Falls). De camping ligt ongeveer 8 kilometer buiten de stad aan de Nijl, bij de Bujagali Falls.
Het uitzicht is adembenemend. Beneden de snelstromende Nijl, groene berghellingen en een prachtige oranje ondergaande zon.
Op de camping ontmoeten we Kathy, ook eentje van Down Under. We hebben haar 1,5 jaar geleden ontmoet in Vic Falls waar ze werkte voor Dragoman, een overlandorganisatie. Nu runt ze hier de camping. En dan komt Fiona, ook van Down Under. Zij hoorde bij groep met wie we in 2001 in Niger Oud en Nieuw gevierd hebben. Een goed weerzien. We horen van haar dat Colin ook weer op weg is vanuit Nairobi naar Jinja voor een korte vakantie.
Het verbaast ons altijd weer, het gemakkelijke, het alsof je al jaren vrienden bent terwijl we elkaar maar zo kort gezien hebben. Het is waarschijnlijk omdat je dezelfde dingen doet in het leven. We ontmoeten Leslie (ook van Down Under), bij wie we op dit moment in de grote tuin staan.
En dan zien we Jason weer, de jonge Amerikaan die al twee jaar rondreist als backpacker. We hebben hem ontmoet in Mozambique en een goede tijd met hem gehad. Helaas zit het er voor hem op, over twee weken vliegt hij terug naar huis. Maar hij heeft ideeën genoeg: een soort Bonny & Clyde actie, uit te voeren in Kenia of Tanzania. Overvallen plegen op overlandtrucks want die hebben altijd veel geld bij zich. En dat hoeft dan slechts 1 keer per jaar om in onderhoud te voorzien. Helaas ontbreekt Bonny nog in deze optie. Andere idee is dream-achiever. Voor al die welgestelde Amerikanen de dromen verwezenlijken die ze zelf niet kunnen doen omdat ze te druk zijn. Hij wil wel Mount Kilimanjaro voor ze beklimmen, gewapend met video en camera. Of naar de gorilla’s in Rwanda. Of duiken in de oceaan. Voor deze optie ontbreken de opdrachten nog.
Terug naar de groep Down Under. De plannen voor de toekomst komen op tafel. Aan de overkant van de camping zien we groene heuvels. Daar is grond, grenzend aan de Nijl te koop voor een lage prijs. En er is goede medewerking van de regering voor buitenlandse investeerders, met aan alle kanten adviezen en begeleiding. En het allerbelangrijkste is de mentaliteit van de Oegandese bevolking. Na de jaren schrikbewind van Obote en Amin zit het land in de lift en de bevolking wil verder. Oeganda is in Afrika momenteel het meest stabiel ook al komen er in 2006 nieuwe verkiezingen.
Wim en ik raken geïnteresseerd. We weten tenslotte niet wat we nou eigenlijk verder willen doen. Terug naar Nederland is een tijdelijke optie. In Afrika kijken we al langer rond voor iets, maar de prijzen en mentaliteit van zowel lokalen als officials zijn een struikelblok. En hier in Oeganda lijkt dat dus allemaal anders te zijn. Het idee is om wat grond te kopen, aangrenzend aan Fiona, Colin, Leslie en Kathy. Dan is er nog een ander, Justin die ook een aangrenzend stuk wil kopen. Het idee is dat ieder zelf een stuk land koopt maar dat dan wel gezamenlijk de kosten gedragen voor de aankoop en bewerking van de grond, de aanleg van een toegangsweg, de elektra en de watervoorziening enz. En dan willen Wim en ik iets gaan doen met toeristen in Oeganda want er is genoeg te zien en te doen; berggorilla’s en andere primaten, landschap verschillend van sub sahara tot dicht regenwoud. Raften in de Nijl.
Ik hoor jullie denken. Waar gaan die twee idioten nou weer aan beginnen. Afrika, en dan nog wel dat Oeganda van de kannibaal Amin. Geld investeren. Onzekerheid en risico. Ver weg van het veilige Nederland.
Misschien hebben jullie gelijk maar zoals gezegd willen we wat doen. En hier in Oeganda lijkt een mogelijkheid te liggen. Het voordeel is dat we inhaken bij ontwikkelingen van anderen. Zij hebben al veel uitgezocht, weten wie waar voor is, weten de formaliteiten en kennen de bevolking al langer. En natuurlijk het delen van kosten.
En wat ons het meeste aantrekt is de bevolking. Het is zo anders dan verder in Afrika. De mensen zijn vriendelijk en hartelijk. Niet alleen hier in Jinja.
Brown 10 jaar, helaas nog dezelfde dag naar de dierenarts.Brown is heel erg ziek geweest, echt heel erg. In Kenia zijn we in Nakuru nog naar een dierenarts geweest omdat ze veel bibberde met haar achterpoten, soms moest overgeven en gewoon niet zichzelf was. Gedacht werd aan tekenkoorts maar een test wees uit dat het dat niet is. Nog wel een vitamineshot gekregen en afwachten.
Het wordt dan steeds erger. Ze is nog wel speels en enthousiast maar niet zoals ze normaal gesproken is. En ook iedere keer kort na het eten (waar ze wel trek in heeft) overgeven. Nee, het gaat niet goed. Gelukkig hebben ze hier in Jinja ook allemaal honden dus die weten een dierenarts te vinden. Helaas, de arts vanuit Kampala heeft spoedgevallen elders en moeten we het doen met een lokale vee-arts. Die komt aan huis bij Leslie op zijn motor met een gereedschapskoffertje achterop. Hij heeft het niet echt op honden, dat is duidelijk te zien.
Volgens hem zijn het wormen en hij geeft Brown een drietal spuiten waarvan een in de kont (en die is pijnlijk, ze gilt het uit). Kosten van huisbezoek en spuiten; 20 gulden.
Dan rijden we terug naar de camping want daar staan we op dat moment nog met de truck. En nog geen 10 minuten later begint Brown op te zwellen, bobbels overal. Een allergische reactie! Gelukkig is er een overlandtruck met daarop een Canadese dierenarts. Ze onderzoekt Brown voor zover als mogelijk en zegt dat ze als ze ons was, ze direct naar Kampala zou gaan. Terwijl ik spullen bij elkaar raap voor een overnachting elders (het is ondertussen 17.00 uur, Kampala ligt op 1,5 uur rijden) wordt er contact gezocht met de dierenarts in Kampala. Zij heeft het te druk en we komen uit bij een professor van de Universiteit. Hij is momenteel in Entebbe (ja, ook al zo’n naam met een negatieve herinnering) maar zal vanavond omstreeks half 9 bij de faculteit aanwezig zijn. Wij in de taxi met een doodzieke Brown. Onderweg denk ik steeds dat ze het niet zal halen, ze ligt als een zoutzak naast me op de achterbank. We rijden niet met de truck omdat het ondertussen al donker is en Kampala bekend staat om verkeersopstoppingen tijdens de spits. Nou, gelukkig zitten we in een taxi en komen we veilig omstreeks half negen bij de faculteit aan. Taxikosten bedragen 60 gulden, zonder gezeik.
De professor is nog niet aanwezig maar we kunnen wachten in de hal. Vriendelijkheid en interesse van de mensen die er nog rondlopen. Ondertussen lijkt Brown een beetje op te knappen, de allergische reactie is over.
Een voor een verdwijnen de mensen en uiteindelijk zitten we alleen met Brown in het gebouw met buiten wat vriendelijke bewakers. De professor verschijnt, zichtbaar vermoeid, om 22.00 uur. Heel rustig gaat hij zitten op een bankje in de hal en hoort het verhaal aan. Hij legt uit aan ons alsof we studenten zijn, heel duidelijk en helder. Volgens hem is het of een ontstoken baarmoeder (ze is tenslotte niet gesteriliseerd) of wormen. Enkel een bloedtest kan dat uitwijzen. Op dit moment heeft Brown geen koorts, hij geeft haar twee spuiten en zegt dat we morgen terug moeten komen voor een bloedtest. Tja, en dat is een probleempje. We staan hier met een aantal plastic zakken (onder andere eentje van Appie Hein) met kleding en spullen, hebben geen vervoer en om midden in de nacht naar een hotel te gaan met een zieke hond is ook niet eenvoudig.
Hij reageert verbaasd op ons voorstel om hier in de hal te overnachten. Natuurlijk mag dat, hij laat ons zelfs zien waar matrassen liggen die we kunnen gebruiken. Er is een toilet met wastafel. Hij geeft ons zijn sleutel van het gebouw zodat we naar buiten kunnen als dat nodig is! Als hij weg is zijn Wim en ik verbaasd. De vriendelijkheid, het gemak en de goedkeuring om hier in dit gebouw te blijven zijn voor ons vreemd in Afrika.
De nacht slapen we redelijk, Wim op matrassen en ik op de met een beetje skai overtrokken bank. Brown slaapt ook goed. ’s Morgens worden we om 07.00 uur gewekt door het praten van de bewakers. Als we naar buiten stappen en vragen waar we iets te eten en drinken kunnen krijgen wordt ons aangeboden om iets te gaan halen. We geven de man geld en binnen 10 minuten is hij terug met frisdrank en biscuits. Netjes geld terug en geen gezeur.
Dan komt het: dezelfde bewaker komt met een plastic bak en een beker water aan. Het water om handen te spoelen want in de bak ligt de lekkerste papaja die ik ooit gegeten heb, samen met een mes en servetjes. Eet smakelijk. Een half uur later krijgen we koffie geserveerd; twee schone bekers op een bord, met servetjes en een lepel en een ketel heet water.
En alles wordt gebracht met een oprechte glimlach, er wordt en zal niet gesproken worden over geld. Deze vriendelijkheid en gastvrijheid is ongekend.
Dan komt de professor, uitgeslapen en wel. Brown heeft hoge koorts. Ze krijgt een spuit om de koorts te verlagen en er wordt bloed afgenomen. Dan moeten we wachten, we kunnen rustig buiten in het gras wachten. Het is een verdrietige tijd, Brown die doodziek ligt en wij die ons een leven zonder Brown nog niet kunnen voorstellen.
De uitslag van de bloedtest geeft aan dat het wormen zijn. Ondanks de middelen die we gebruiken tegen wormen heeft ze toch wormen die nu de maag en darmen geïnfecteerd hebben. Geen spuiten meer, de veearts in Jinja heeft haar daarvoor al gespoten (alleen jammer dat die niet gezegd heeft dat een allergische reactie tot de mogelijkheden behoorde), we krijgen 2 flesjes met spul mee om te zorgen dat het aantal rode bloedlichaampjes verhoogd wordt en ze moet vooral veel vlees en kip eten. Ga maar naar de take away en haal wat kip voor haar! Ondertussen is de koorts verdwenen en lijkt ze het al iets beter te doen. Nu dus gewoon goed eten geven en laten aansterken.
Dan ontstaat het probleem van de taxi, hoe kom ik hier op de campus aan een taxi. Oh, geen probleem. De professor loopt de kamer uit, kijkt rond in de wachtkamer en vraagt aan iemand wat voor auto hij heeft. Nou, dan kun jij hem wel even naar de taxistandplaats brengen om een taxi te regelen. En dat gebeurt, zonder vragen en zonder iets terug te verwachten.
Dan de rekening van de professor; 45 gulden! En de professor in de loop van de week even bellen hoe het gaat. Volgende week nog een bloedtest komen doen om te zien of het aantal rode bloedlichamen toegenomen is.
Terug in de taxi krijgen we nog een aanrijding met een vrachtwagen die ons aan de zijkant zachtjes raakt. Er komt geen onvertogen woord, er wordt rustig gestopt aan de kant van de weg. Er vindt overleg plaats waarna we achter de vrachtwagen aanrijden naar de eigenaar van het bedrijf. De taxichauffeur verlaat de taxi (nadat hij nog de radio uitgelegd heeft) en komt binnen 15 minuten terug. Tevreden want er is wat geld betaald. De eenvoud en de rust.
Wim heeft ondertussen nog wat bananen gekocht van een aardige vrouw bij een stalletje aan de weg voor 100 Ush (10 oude centen) per stuk. Als we later de taxichauffeur vragen wat hij nou eigenlijk betaald voor bananen is zijn antwoord 100 shilling. Dat voelt goed, we zijn niet opgelicht of een poot uitgedraaid.
De taxi zet ons af op de camping na betaling van omgerekend 50 gulden. Goedkoop in vergelijking met taxi’s in Kenia en Tanzania.
Ik geef Brown gelijk eten en tot de dag van vandaag heeft ze niet overgegeven. Ze eet lekker en goed, is weer helemaal de oude. De enige zorgen die we hadden was dat ze 3 dagen niet poepte. Na telefonisch overleg met de professor is het allemaal weer in orde; even laten voelen in de anus of er geen hard stuk zit en veel olie door het eten. Dat eerste hebben we ook maar zelf gedaan want die veearts hier in Jinja is natuurlijk koeienkonten gewend en dat willen we Brown niet aandoen.
Nou, Brown lijkt dus weer in orde te zijn. Met haar hebben we wat geleerd over de lokale bevolking hier ten opzichte van wazungu (blanken).
Het stadje Jinja, ondanks dat het de tweede stad in Oeganda is, is klein, provinciaal en gemoedelijk. We staan aan de rand van Jinja en de hoofdstraat met winkels en banken is wel een stukje lopen. En dat is geen pretje met temperaturen boven de 35 graden (de gemiddelde temperatuur is 25 graden, het blijkt nu uitzonderlijk warm te zijn, hebben wij weer!).
Gelukkig hoeven we niet te lopen, op bijna elke hoek van de straat staan de lokalen met fietsen, achterop een groot kussen. En voor omgerekend 50 oude centen kun je een ritje naar het centrum krijgen. En de kratten bier/frisdrank kunnen zo ook vervoerd worden.
In het centrum kun je ontspannen lopen, niemand die je vervelend aanspreekt, geen gezeur of gezeik over geld. Nee, dit hadden we niet meer verwacht in Afrika. Internetkantoortjes genoeg, winkeltjes overal. We kopen ook weer een telefoonkaart. Het nummer is 00256-78-392347. Helaas doet ie het nog niet internationaal, dat moeten we morgen even bekijken in de winkel. Oja, Mark en Ad, nog bedankt voor het sms-je. Veel liefs en tot de borrel in Utrecht. Natuurlijk liggen onze eerdere plannen helemaal overhoop. Maar mocht het zo zijn dat we hier verder gaan, dan zullen we toch wel naar huis komen vliegen om zaken te regelen. Dus, niet getreurd er is nog hoop!
Over de sms-jes. Het blijkt dat de satelliettelefoon geen sms-jes meer kan ontvangen. Heeft iets te maken met overname door Fransen. Vervelend maar blijf vooral af en toe proberen.
Hopelijk gaat binnenkort de gewone mobiele telefoon het doen en kunnen we meer live contact onderhouden. En het lijkt erop dat we hier eenvoudig en goedkoop kunnen internetten.

Nou, genoeg stof tot nadenken.
Met ons gaat verder alles goed. Emma en Jasper zijn verder gegaan richting de gorilla’s. Dat is iets wat Wim en ik later zullen doen. Tijd genoeg vooralsnog, we hebben een visum voor 3 maanden.
We zullen jullie op de hoogte houden van de ontwikkelingen hier en misschien is jullie volgende vakantiebestemming wel Oeganda!
Dikke zoenen en veel liefs, Wim, Monique en Brown.