Voor het eerst in 2005 een mail. Het wordt de hoogste tijd om jullie weer op de hoogte te stellen van alle gebeurtenissen hier sinds afgelopen Kerst.
Het gaat allemaal goed hier. We wonen in ons huis, Pier en Jaquelien wonen ook in hun huis, het bouwen van allerlei voorzieningen gaat stevig door en de honden (nu vijf in totaal) genieten elke dag van de vrijheid en de ruimte. Maar het is wel druk en hectisch geweest die weken in januari. Het mooiste voor dit moment is, is dat we een internetverbinding in ons huis hebben. Hoef ik daarvoor niet meer naar de stad. Wat echter niet inhoudt dat ik nu elke dag achter de computer zit. Dus verwacht er niet te veel van.
Het vorige verslag is net voor de Kerst opgehouden. Kerst 2004. Een simpel kerstfeest, we hebben nog nooit zo karig gegeten want de weg was te slecht om nog de lekkere kerstinkopen te doen. Cornflakes voor lunch, oud brood als kerstdiner. En echt rust hebben we niet, de werkers gaan door tussen Kerst en Oud & Nieuw. Er moet nog zoveel gedaan worden want op 5 januari komen Pier en Jaquelien aan. En dan 2 dagen later Marco en Daniël. Het is vreselijk druk en uiteindelijk kan ik me erbij neerleggen dat dit hetgeen is wat we hebben kunnen doen ondanks dat we nog hadden willen doen.
Oud & Nieuw is een rustig gebeuren hier aan de Nijl. Vermoeid gaan we al om 8 uur naar bed en zetten de wekker. Als het dan middernacht is gebeurt er helemaal niets. Geen enkel vuurwerk, geen gejoel, geen getoeter. Ook niets te zien aan de overkant van de Nijl waar zich twee campings bevinden. Doodstil. Uiteindelijk zien we boven Jinja mooi vuurwerk zodat we er zeker van zijn dat we wel de goede datum en tijd hebben.... De champagne bewaren we maar tot Pier en Jaquelien komen, nog een paar nachtjes.
We slapen nog steeds in de wooncontainer; het huis is nog niet echt bewoonbaar. Tot het allerlaatste moment is Wim bezig. Als hij ’s middag’s opgehaald wordt door een taxi is hij nog bezig met de wateraanvoer in ons huis. Hij gaat Pier en Jaquelien ophalen die
’s avonds laat met de twee honden, Suus en Berber, op Entebbe aankomen. Ondertussen kan ik nog wat in huis doen zodat we er een beetje kunnen wonen. We hebben gas voor de kookplaat, koud water aanvoer in de douche en keuken (toilet moet nog met emmer) en waterafvoer in douche, wc en keuken. Verlichting via noodverlichtingslampen en natuurlijk de olielampen. In het huis van Pier en Jaquelien staan een bed en wat stoelen. Zij moeten helaas nog even echt kamperen.
’s Nachts om ongeveer half drie komt de Rosa-bus aan. Wow! Allemaal zijn ze er, de honden zijn ook goed aangekomen en konden zonder problemen het vliegveld verlaten. Voor Suus en Berber hadden we geruime tijd van te voren geïnformeerd over de papieren welke nodig zijn voor de invoer van honden. Uiteindelijk geen enkel probleem.
Vermoeid maar opgewonden zitten we ’s nachts in het licht van olielampen bij elkaar. Het is onwerkelijk, vreemd terwijl we er toch maanden naartoe geleefd hebben.
Pas de volgende ochtend zien Pier en Jaquelien hoe het er hier uitziet. Waar de Nijl stroomt, hoe de huizen er in het echt uitzien. Hoe het land ligt ten opzichte van de Nijl en de zon. Tja, wat anders dan Rilland in januari.
Van de rustperiode welke we ons voorgenomen hadden, komt niets terecht. De werkmannen hebben wel een paar dagen vrij zodat we ons met elkaar en alles wat er op het land gebeurd bezig kunnen houden. Dan komen vrijdagochtend Marco en Daniël aan. Twee jonge kerels, nog zo wit als sneeuw, die ons komende weken gaan bijstaan. Ze kunnen overnachten in de kamer naast de askari, de nachtwacht.
Van meer dan 3 jaar samen zijn Wim en ik opeens met 6 personen. Geen gemakkelijke opgaaf. Ons huis, wat nog niet echt ons huis is, is snel vol met zoveel mensen. Eten koken voor 6 man is ook niet iets waar ik goed in ben. Maar het duurt niet lang eer Pier en Jaquelien voor zichzelf kunnen zorgen zodat het iets rustiger wordt. Ook word ik bijgestaan door Fatuma. Een jonge vrouw uit de buurt die komt werken in huis. Dus, de was wordt door haar gedaan (gelukkig maar want Marco en Daniël hebben voor dit Afrikaanse avontuur vooral stralend witte shirts en sokken meegenomen en zijn nog niet gewend aan de gewoonte dat je niet elke dag je broek in de was gooit) en Fatuma zorgt ook voor het vegen, dweilen en de douche en wc. Ze is er niet de hele dag, vier uurtjes per dag zou genoeg moeten zijn voor Jaquelien en mij samen. Helaas lukt het haar niet altijd want ze is erg lang met die bergen wasgoed bezig. Maar, zo schoon als zij het krijgt is mij nog nooit gelukt. En dat voor 0,75 Eurocent per ochtend...........
Ondertussen gaan Wim en Pier aan de gang met werkzaamheden in de huizen om het woongenot iets te verbeteren. Nu, na 1,5 maand hebben we een hete douche (Pier en Jaquelien nog niet, voor de druk is een pompje nodig), de wc’s werken, er is zonne-energie stroom in de huizen, we hebben alletwee een ijskast, een provisorische keuken, een ventilator boven, internet, muziek enz. Er valt nog veel te doen maar het is voor Afrikaanse begrippen goede huisvesting.
Daniël en Marco maken twee bedden, bedden waarop ze zelf moeten slapen. Valt ze tegen; temperatuur, beschikbaarheid van gereedschap en materiaal, het vinden in de container van gereedschap. Het is allemaal zo anders dan in Nederland. Wij zijn ondertussen al lang gewend om te roeien met de riemen die je hebt. En wij vinden dat we hele goede riemen hebben. Maar voor Daniël en Marco is dit anders. Nee, geen Praxis of Gamma op de hoek. Nee, even snel hout halen?? Is het er wel? Wanneer komt het dan? Allemaal vragen waar we geen antwoord op hebben, we zijn er aan gewend. Schouders ophalen en gewoon iets anders gaan doen. Echt plannen maken lukt eenvoudigweg niet omdat je afhankelijk bent van mensen, materialen en beschikbaarheid.
Voor Marco en Daniël werkt dit frustrerend, ze kunnen niet echt iets maken wat ze willen of zouden kunnen. De container met de machines om meubels te maken is nog niet gearriveerd dus Daniël, die meubelmaker is, kan niet zijn eigen vak uitoefenen.
Gelukkig is er meer in Uganda. Alle mannen gaan een dagje raften op de Nijl. Jaquelien en ik zien ze in de verte voorbij komen, we horen ze schreeuwen. Ze passeren snel en zijn vervolgens uit het zicht verdwenen voor de rest van de dag. Aan het eind van de middag komen ze terug; stoere verhalen komen op tafel. Nee, ik ga niet de enge of akelige dingen vertellen, iedereen moet het zelf maar eens meemaken. Als we de volgende dag de DVD zien van het raften slikken Jaquelien en ik nog eens. Wij moeten het ook nog een keer doen!
Marco en Daniël gaan vervolgens nog een paar dagen naar een Nationaal Park; Murchison Falls, in het noordwesten van Uganda. Een mooie ervaring in Afrika, een belevenis waar ze later in Nederland nog vaak aan zullen terugdenken. En alsof het nog niet genoeg is, gaan ze ook nog een paar dagen naar een camping verderop, een eiland in de Nijl. Ze verrichten daar wat klussen en roken mee van de in ruime voorraad aanwezige wiet. Hier bij ons is geen wiet, we moeten het van het bier hebben.
Marco vertrekt na 1 maand, Daniël heeft een open ticket en kan tot zijn grote spijt niet tegelijk met Marco mee terug. Hij moet het nog even volhouden bij ons, geen gemakkelijke opgaaf. Gelukkig lukt het hem om 5 dagen later naar Nederland te vliegen.
Het is voor ons allemaal een ervaring geweest. Waar we ook van geleerd hebben. Helaas hadden we allen te hoge verwachtingen. Wat Marco en Daniël er van geleerd hebben weet ik (nog) niet. Wij hebben geleerd dat “verse mzungu’s” die geen ervaring hebben met Afrika of werken/verblijven in een andere omgeving dan Europa, zich niet zo eenvoudig of zo snel kunnen aanpassen aan wonen en werken hier bij ons. Dat er soms geen materiaal is, dat gereedschap er (nog) niet is, dat er niet altijd stroom genoeg is om muziek te luisteren (ijskast is het belangrijkste), dat het soms warm is, dat het soms vreselijk regent, dat de beste uren om te werken in de vroege ochtend zijn, dat plannen niet altijd uitgewerkt kunnen worden, enz.
Jinja, Vrijdag 15 april 2005
Gelet op de datum? Ja, een enorme sprong in de tijd. Nee, we zijn er nog steeds en door allerlei omstandigheden is het er niet van gekomen om in rust te werken aan het verslag.
Vandaag zit ik voor een dagje en nachtje weer in het huis van Helmut en Catherine. Ze zijn voor een weekje naar Duitsland en ik pas een nachtje op de honden, zorg dat er weer eten voor ze gemaakt is voor de komende dagen en ga straks lekker in bad. En, heb tijd en rust om nou eindelijk eens aan het verslag te beginnen. Want jullie moeten je wel afgevraagd hebben wat er nou aan de hand is. Eigenlijk niets, maar het lijkt er soms helemaal niet van te komen. En ik merk hoe langer je achter raakt, hoe moeilijker het is om te beginnen. Maar, ik ga de draad weer op pakken en mijn goede voornemen is om jullie weer regelmatig bericht en foto’s te sturen.
Tja, waarom komt het er niet van? Niet genoeg zonne-energie in de ochtend om te beginnen? En ’s middags is het te heet boven om daar te gaan zitten typen. Te druk? Iedere keer gestoord worden omdat Fatuma weer loopt te lanterfanten, of dat de generator gestart moet worden om cement te maken, of dat de honden weer iets te lang de hort op zijn, te kort tijd voordat ik moet koken? Allemaal excuses welke ik aangegrepen heb om maar niet te typen. Nu ik hier zo weer rustig zit, voel ik dat ik het gemist heb. Misschien toch vaker naar Helmut en Catherine........
En dan dat internet bij ons. Ja, het lijkt allemaal aardig en leuk, maar we hebben er veel problemen mee gehad. Voorop staat de stroomvoorziening via de zonne-energie. Dat is eigenlijk geen probleem. Waar we wel problemen mee gehad hebben is de apparatuur. Via een gekochte telefoon wordt de internetverbinding gelegd. Het leek erop dat de laptop iedere keer het probleem gaf, er kwam maar geen verbinding tot stand. Nu is de laptop (waar ik nu lekker op zit te typen) ook niet meer wat het geweest is en misschien is het ook een te oud model voor alle nieuwe fratsen. Dus, toch maar de computer uit Nederland (welke is aangekomen in de container, samen met het huishoudgoed van Pier en Jaquelien en machines, hierover later meer!!) geïnstalleerd. Enorm beeldscherm in vergelijking met dit dingetje! Helaas pindakaas, maar die computer was toch echt van voor de oorlog dus toch maar een nieuwe CPU gekocht (zo heet zo’n kast zeggen ze). Helaas paste daar het oude toestenbord niet op dus daar ook maar een nieuwe voor
(6 Euries..). Ondertussen zijn we dan al wat weken verder met onze internetaansluiting. En dan werkt het nog niet naar behoren; er is nog steeds iets mis want er komt geen verbinding tot stand. Hulp ingeroepen van MTN, de provider. Diverse keren komen ze langs en wordt het gemaakt voor dat moment, maar de volgende dag lukt het dan toch weer niet. Om gek van te worden; ik heb verschillende keren op het punt gestaan om die hele computer het raam uit te gooien. Gelukkig zijn de ramen in het dak te klein voor dat enorme beeldscherm.
Net voor Wim naar Nederland gaat (daarover later meer) lijkt het opgelost te zijn. Maar Wim zit nog niet in het vliegtuig en het is al weer mis. Om een heel lang verhaal kort te maken; nu lijkt alles het te doen. Het lag zowel aan de CPU als de telefoon. Misschien werkt het allemaal nog wel op dit laptopje......
Hoelang de internetverbinding het blijft doen is de grote vraag. Snelheid zit er niet in, dus even snel internetten is er niet bij. En dat Messenger moet ook nog geinstalleerd worden en dat lukt maar niet. Dus, jullie weten het. We hebben hier internet aan huis maar het is niet zoals bij jullie. Verwacht er dus niet te veel van want door alle problemen is het voor mij nog niet uitnodigend om achter die computer te gaan zitten; te veel verrassingen gehad. En het is echt niet leuk als je je voorneemt om eens lekker te gaan internetten (alles klaar, de honden slapen, eten is achter de rug, werkers zijn aan de gang, een koud biertje er bij enz), en het werkt !@%#%^&^*7! niet.......
Nou, nu maar een beetje de ontwikkelingen op het land. De huizen staan er nog steeds ondanks zware stormen welke we gehad hebben. Het regenseizoen is begonnen en zo af en toe is er veel, heel veel wind en regen. Gelukkig duren die stormen geen uren en komen ze veelal ’s nachts. Het heeft ons duidelijk gemaakt dat we toch echt overal glas voor de ramen moeten hebben want het regent met zo’n storm net zo hard binnen als buiten. Het gras, maar zeker ook het onkruid, tiert welig. Het is groen overal en alles groeit enorm. Struikjes welke we een paar maanden geplant hebben zijn al geen struiken meer. We zien nu beter wat we geplant hebben; er moeten al weer dingen verplaatst worden want dat zijn toch andere planten of struiken dan we dachten.
We zijn afgelopen weken druk bezig geweest met het bouwen van een workshop. En niet zo’n kleintje ook! Enorm, maar ondanks dat het nog niet af is, het ziet er verrekte goed uit. En ook geen shabby workshop. Een net dak erop, natuurstenen tegen de muren, een smeerput, een afgewerkte betonvloer enz. Tegen de workshop aan is een ruimte gebouwd welke we gaan gebruiken als washok en waar we kunnen koken voor de honden (want dat hondengehakt ruikt niet altijd even lekker. Voor het geld kun je het niet laten, 0,60 Eurocent per kilo) en de honden smullen er lekker van. Het is allemaal nog niet af maar de werkzaamheden gaan gestaag door. Ondertussen wordt er ook gewerkt aan diverse watergeulen op het land. Het terrein is redelijk vlak (behalve naar beneden naar de Nijl toe) maar ten opzichte van achtergelegen land liggen we een stukje lager. Daardoor is er bij hevige regenval een enorme aanvoer van water. En dat water moet geleid worden door geulen anders spoelen er stukken weg de Nijl in. Nu doen we het ook wel gelijk goed; geulen met cement en natuursteen zodat het voor een tijdje blijft liggen en er leuk uitziet. Het aantal meters? Honderd, tweehonderd tot nu toe? En we zijn nog lang niet klaar.
Het plan voor dit jaar is eigenlijk afmaken waar we mee bezig zijn, dus geen nieuwe projecten (huisjes en zo). Want soms heb ik het gevoel dat ik niet meer weet waar we nou mee bezig zijn, eerst moet er maar eens wat echt klaar zijn. Dus voor dit jaar (plannen kunnen veranderen); workshop en washok helemaal klaar, een mooie muur om de waterput, de geulen, paadjes over het land naar de watertank, waterput, workshop, trap naar de Nijl toe en een pad beneden, het gras wat er nu in staat onkruid vrij houden, beplanting, de bestaande huizen verbeteren (want die keuken is nog steeds goed doch eenvoudig) enz.
Wim en ik zijn nog steeds vol goede moed en blijven enthousiast. Natuurlijk moet er ook geld binnen gaan komen want al met al kost het allemaal wel een paar Euries. Het eerste plan om te beginnen met toeristen is al naar de achtergrond verdwenen. Zelf rondjes rijden met de truck, gevuld met toeristen is al helemaal uit het zicht. Toen we indertijd een bedrijfsplan opgesteld hebben, riep Wim op het laatste moment nog tegen de advocaat “eh, ook dat we goederen gaan importeren en verhandelen”. Dat gaan we nu dus doen. Volgens Wim en Pier is er genoeg aan machines in Nederland te verkrijgen welke voor een winstgevende prijs hier in Uganda verkocht kunnen worden. Zoals we de tractor eind vorig jaar al heel snel en goed konden verkopen. Het gaat niet om keukenmachines of andere Blokker-artikelen maar om het grotere werk: tractoren, generatoren, waterpompen enz. Natuurlijk ook wat kleiner spul zoals ijskastjes op 12 of 24 volt, waterpompjes, zonnepanelen en accu’s.
Wim is in april 2,5 week in Nederland geweest. Hebben jullie hem niet gezien? Hij was ook heel erg druk en is het hele land doorgereisd om een container met spullen te vullen.
Die container is nu onderweg en we wachten met smart. Want daarin zit spul waar we wat geld mee kunnen gaan maken. Natuurlijk zullen we niet alles direct verkopen maar dat hoeft ook niet. Als er eerst maar weer eens wat binnenkomt (want zo’n container kopen, vullen en verschepen kost ook al een paar Euries. Herman, je weet er alles van!).
Tja, dat wordt dan container nummer drie. De eerste container is vorig jaar gekomen met ons huishoudgoed en andere meuk. De tweede container is in februari op het land aangekomen. Daarin huishoudgoed van Pier en Jaquelien, rotzooi van ons en wat machines om te verkopen. Weken hebben we gewacht op die tweede container (bliebblieb zeiden we op een gegeven moment want het was iedere keer “dat zit in de container”, “dat gaat komen in de container). Het gaf nog wat problemen. Bij elke container zit een paklijst; wat zit er in. Nu wilde de douane een paar items zien. Niet echt handig. De container is door Pier en Jaquelien gevuld in Nederland en uiteindelijk gesloten met als laatste nog een paar schoenen van Pier er in gegooid. Overvol. En haal er dan maar een paar doosjes uit. Ze zijn begonnen met uitpakken op het douane terrein maar toen werd al snel duidelijk dat dat onmogelijk was. Je krijgt het er allemaal wel uit, maar er terug in is het probleem. Besloten om de container weer te verzegelen en naar het land over te brengen. En dan de volgende dag onder douanetoezicht openen. Goederen van de ene container naar de andere overbrengen, de douaneman houdt een lijstje bij. Uiteindelijk de bewuste goederen gezien (weet die man veel of het DAF of Toyota-onderdelen zijn!) en dan beide containers weer op slot. Want er moet eerst betaald worden voordat er wat meegenomen of gebruikt mag worden. Weet die douaneman veel; die ene container kan gewoon geopend worden zonder de verzegeling te verbreken. Ik zie Pier dan ook iedere keer naar die container lopen en weer terugkomen met een doos, een zak of ander spul. Hij kan niet wachten. Ik ook niet en al snel zijn we in het bezit van 23 kilo Haribo!!!! Net een Jaminwinkel! Mjummie, daar kunnen we een paar weken mee vooruit. En ook de knoflookmayonaise blijft niet lang in de container staan.
Al met al duurt het dan nog een paar dagen eer de container vrij gegeven wordt maar dan is er al heel veel uit. De kosten vallen mee, 800 Euries om het spul in te klaren en op het land te krijgen. Vorige keer was het dubbel, misschien net een verkeerde douane-man? Het geeft in ieder geval aan dat je geen calculatie kunt maken van die kosten. Het valt mee of het valt tegen.
En dan begint het echte uitpakken. Tjeetje, wat een zooi kan er in zo’n container. We hebben 2 containers, een huis en een kamer van het askarihuis nodig om het allemaal een beetje uit te kunnen zoeken. Als je dat zo ziet snap je niet dat het in een 20voet container paste. Maar, het is leuk. Het huis van Pier en Jaquelien wordt ingericht met eigen spullen, boeken en souvenirs. Het wordt een eigen plek, het wordt steeds luxer kamperen. En ook voor ons zitten er nog heel wat dingen bij (alsof we nog niet genoeg hebben!). En natuurlijk oude kranten waarin veel dingen verpakt zitten. Voor Wim en mij is het allemaal nieuws! Want dat missen we wel eens een beetje. We horen via de wereldomroep nog wel wat maar daar blijft het bij. Geen beelden of foto’s. Gelukkig hebben we dit jaar van Alice, Herman, Myrthe en Quinten weer een jaarboek ontvangen. Foto’s van de trouwerij van WA en Maxima (ik had nog geen plaatje gezien), De Tokkies? De begrafenis van André Hazes en Juliana? Allemaal nieuws.
Met de post gaat het goed. Tot nu toe is één pakket, van Pier en Jaquelien, nooit aangekomen. Brieven, kaarten en het jaarboek in een grote envelop zijn binnen 14 dagen bij ons. Dus, laat je niet weerhouden om eens iets Nederlands naar POBox 486 in Jinja te versturen. Deze oproep geldt niet voor Herman te B. De wc-deur hangt al helemaal vol met prachtige kaarten uit Nederland. Theo&Thea, Pippi, tulpen, Jip en Janneke, appeltaart, kaas, koeien, oud-Hollandsche meesters enz. Ik zit graag op de plee.
En dan nu onze familie in Naminya. Brown is weer erg ziek geweest. Toen Pier en Jaquelien aankwamen was ze echt doodziek. Wat het precies is weten we nog steeds niet. Dan eet ze slecht, heeft enorm veel slijm, geeft veel slijm over, ademt moeilijk enz. Een zielig hoopje hond. De dierenarts wilde haar al in laten slapen maar daar zijn we nog niet aan toe. Met een andere antibiotica kuur hebben we haar weer tot leven gebracht en daarop heeft ze het weer een paar weken heel goed gedaan. Dan is ze gewoon weer de Brown die enthousiast kan kwispelen en altijd bij de ijskastdeur klaar staat. Helaas toen Wim in Nederland zat is het weer slecht gegaan. Elke dag contact met Wim over haar maar er is geen duidelijkheid te krijgen. Hier zijn ze toch nog niet zover gevorderd als bij ons met de onderzoeksmogelijkheden van de dierenarts. Nu is ze weer redelijk alhoewel ze bij tijd en wijle blijft kwijlen en rochelen. Ze is nog te goed om haar in te laten slapen, het is ook niet dat ze constant last heeft, maar ze is een oude hond geworden. Nu is ze hier, bij mij, mee naar Helmut en Catherine, ze is graag bij me. Ze ligt lekker rustig luid te snurken in de slaapkamer. Te wachten tot de ijskastdeur opengaat....
Die twee monsters zijn in Naminya gebleven, bij Wim. Monsters, dat zijn het soms. Flink gegroeid natuurlijk. Eef is nu 14 maanden, Jill is 8 maanden. Twee gezusters in het kwaad, addergebroed. Maar wel lief.
We hebben een prachtig hondenhok voor ze gebouwd (met rieten dak) waar ze nog nooit in gezeten hebben. Maar dat gaat veranderen. Er wordt nu een kleine kennel bij gemaakt zodat ze daar kunnen bljven als we ze even niet nodig hebben. Als het geregend heeft en de grond nog zo baggerig is (het huis vol met klei, bagger en voetsporen, en dat binnen tien seconden). Of na hun dagelijkse zwempartij. Elke ochtend loopt Pita, onze waterdrager, met jerrycans naar beneden naar het water. (Waarom nog water uit de Nijl terwijl we een prachtige waterput hebben die meer dan voldoende water geeft? Zo blijft Pita nog even aan het werk en het water dat hij haalt wordt gebruikt voor de cement)
Maar, elke ochtend Pita met vier knalgele jerrycans naar beneden. En hij wordt voorafgegaan door Eef en Jill. Met z’n drieën, achter elkaar. Een prachtig gezicht dit dagelijkse ritueel. Dan blijven ze een tijdje uit het zicht maar als dan het speelkwartiertje voorbij is, dan komen de baggerhonden terug. En natuurlijk moeten ze dan heel enthousiast vertellen wat ze nu weer gedaan hebben. Stil zitten is er niet bij, rond rennen door het huis, uitschudden, tegen je aan duwen (zie je al die bagger al weer gaan?).
En dat is dan zo’n moment dat ze maar even in de kennel moeten.
En of het te maken heeft met loopsheid weten we niet, maar Jill laat tijdens haar slaap nog wel eens haar plas lopen. En Eef vindt het sinds kort leuk om midden in de nacht een reuzedrol te draaien in de kamer. Reden genoeg om ze ook ’s nachts in de kennel te stoppen. Kijken hoe dat gaat, of ze niet de hele nacht blaffen tegen de askari.
Over askari, de bewaker, gesproken. Onze askari Odjok is niet meer bij ons. We hadden voor hem een prachtig askari-onderkomen gebouwd (veel van onze werkers waren er jaloers op; een goed dak, gepleisterde muren, muskietengaas enz), zijn salaris was goed en we hadden hem toegezegd dat hij zijn vrouw over mocht laten komen om bij hem te komen wonen. Ondanks al deze voorzieningen en vooruitzichten sliep hij toch nog wel vaak gedurende werktijd. Maar we zijn de beroerdste niet; het valt ook niet mee om een hele nacht wakker te blijven als het pikkedonker is. Odjok had nog wat vakantiedagen te goed want sinds september heeft hij elke nacht gewaakt en geslapen. Hij is voor 2,5 week vertrokken naar het noorden om zijn familie te bezoeken en waarschijnlijk zijn vrouw op te halen. Of dat ze mee zou komen wist hij niet, hij heeft haar al 2 jaar of zo niet gezien. Misschien heeft ze wel een andere vent, want dat gaat nogal gemakkelijk hier.
We hadden hem gezegd dat als hij later terug zou komen, dat hij dan even moest bellen of ons op een andere manier moest informeren. Nou, na 6 weken kreeg Wim op een zaterdagmiddag een wazig telefoontje: “I’m coming, I’m coming” . Wim wist niet wie of wat het was, dacht aan een dronken lor, verkeerd nummer en antwoorde dat diegene binnen 15 minuten moest komen anders waren we er niet meer.
Volgende dag, zondagmiddag 1e paasdag, gaan we met ons vieren naar Jinja om iets te gaan drinken en eten. Rashid, de vervanger van Odjok, komt voor die gelegenheid een paar uurtjes eerder. Als we op de onverharde weg rijden passeren we twee taxibrommers. Ik herken Odjok, samen met een vrouw achterop de eerste brommer, een koffer en twee andere mannen achterop de tweede brommer. We rijden door. Nu wordt het Wim duidelijk van wie dat telefoontje van gisteren was. We gaan wat drinken aan de overkant van de Nijl. Van daar hebben we een uitzicht op onze plek, zien we het ook eens vanaf de andere kant. Erg mooi, al zeg ik het zelf. Heel in de verte zien we mensen op ons land lopen; Rashid heeft Odjok binnengelaten, terwijl deze niet eens in zijn huis kan omdat we er een ander slot op hebben gezet. Na zoveel weken wachten hadden we besloten dat Odjok verleden tijd is, we hebben Rashid aangenomen als onze askari. Onrust bij Wim; wat doen ze daar, wat gebeurd er daar? Wie waren die twee mannen op de tweede brommer? Gaan ze vechten (Odjok is tenslotte zijn baan kwijt), gaan ze wat zooi stelen? Dus Pier en Wim terug en Odjok (met vrouw!!!) weggestuurd. Hij heeft zijn spullen later opgehaald en is betaald. Wat er nou precies de reden van is geweest dat hij zo lang weggebleven is, weten we niet. Het zal wel zoals altijd zijn. “Problems, problems”. Maar voor ons is Odjok geen probleem meer.
Pier, Jaquelien, Suus en Berber. Allevier vers uit Nederland. Even wennen in het begin, zeker als je moet kamperen en geen eigen spullen hebt. Maar gelukkig komt in februari de container en kan er ingericht gaan worden. Er begint zich een beetje een normaal leven te vormen. Pier en Wim zijn aan het werk of doen aan public relations. Jaquelien en ik zijn huisvrouw, tuiniers, hondenbegeleiders enz. Als Wim vertrekt naar Nederland realiseer ik me hoe fijn het is dat Pier en Jaquelien hier zijn. Je bent niet alleen, als er iets niet doet is Pier er om te helpen, als ik het even niet zie zitten met Brown is Jaquelien er om bij te huilen. En ’s avonds zijn ze er samen om even mee te kletsen en wat te drinken.
Nadat Wim weer terug is uit Nederland vertrekken Pier en Jaquelien met de honden voor een dag of tien naar Tanzania, Arusha. Op verzoek van een in Uganda wonende Nederlander om eens te gaan kijken naar zijn overlandtruck welke in Arusha bij een bedrijf wordt omgebouwd. Wim en ik merken de verandering. Het is stil, geen Pier die ’s morgens met een bakje cornfalkes op hun terras zit, geen geluiden uit hun huis, geen drankje aan het eind van een werkdag, geen Suus, geen Berber, geen Jaquelien die even komt kletsen.
Het duurt niet lang eerdat Wim zich gaat afvragen wanneer ze nou maar weer terugkomen, want zo is het ook maar een beetje saai. Ik heb hetzelfde gevoel. Het is zo’n goede verandering voor ons. Wim en ik hebben natuurlijk jaren met elkaar gereisd, altijd samen en altijd goed. Geen verveling of op elkaar uitgekeken. Altijd onderweg veel contact met anderen (daar zorgt Wim wel voor). Maar nu wonen we hier op het land en zijn niet zo veel weg geweest omdat er altijd iemand moest zijn. Het sociale contact wordt anders, we zijn ook zelf heel erg druk. Nu dat Pier en Jaquelien er zijn merken we dat we het reuze gezellig vinden, maar ook dat het fijn is dat er anderen zijn om mee te overleggen, om beslissingen mee te nemen. Het neemt in dat opzicht ook een grote last van onze schouders af. Het draait hier nu ook allemaal wel als Wim en ik de hele dag in bed blijven liggen.
Ik zal eerlijk zijn, het is allemaal wel even wennen en aftasten. Opeens zijn ze er in levende lijve, niet enkel meer in de gedachte. Het is (zeker toen met Daniël en Marco) opeens drukker. Ander ritme. Andere gewoontes. Hoe goed kennen we elkaar? Wat verwachten we van elkaar? Wat verwachten we van Uganda? Wat verwachten we van de handel in goederen? Wim en ik moeten even wennen maar realiseren ons tijdens hun verblijf in Tanzania dat het allemaal goed gaat komen.
En dan zijn ze terug. Jaquelien heeft kennis gemaakt met malaria. Nog een beetje van slag, nog niet helemaal de oude. Gelukkig zijn ze weer terug, lekker gezellig!!!!!!
Maar nu komt het. Op het moment dat ik dit schrijf is het nog niet bij iedereen bekend.
Pier en Jaquelien komen terug naar Nederland!
De reden? Helaas slaan we niet elkaars hersenen in, dat zou het veel gemakkelijker maken. Het heeft te maken met rust en onrust. Pier heeft onrust. Hij voelt zich er hier niet goed bij. Zekerheid is hier niet, het is kijken wat de toekomst gaat bieden. (Pier & Jaquelien, als ik het niet goed verwoord, schrijf maar een aanvulling in het guestbook, of we hebben het er morgen bij een biertje nog wel over!).
Het is bij mij als een bom ingeslagen en ik weet het nu sinds een paar dagen maar ik kan het nog steeds niet geloven. Ik wil het ook niet geloven. Terwijl ik dit nu schrijf springen de tranen weer in mijn ogen. Verdriet, veel verdriet heb ik er van. En niet eens zo veel verdriet voor mezelf of voor Wim en mij. Maar vooral voor Pier en Jaquelien. Ze hebben er naar toe gewerkt en geleefd afgelopen jaar om naar Uganda te komen. Veel opgegeven en gedaan om hier een ander leven op te bouwen. En dan, binnen 3 maanden al moeten beslissen om terug te gaan. Wat moet dat een onrust zijn.
Maar, Wim en ik zijn blij dat ze de moeilijke beslissing genomen hebben. Uiteraard respecteren en steunen we dat en misschien wordt daardoor onze vriendschap wel hechter. Ik voel dat nu al met Jaquelien. Meid, ik ga je vreselijk missen.
De vertrekdatum staat op 4 mei as. Dodenherdenking. De aankomst in Nederland op 5 mei. Bevrijdingsdag. Ik hoop dat Pier en Jaquelien dat zo voelen.
Natuurlijk zijn er lezers die nu zo iets zeggen van “ik wist het wel”. Maar vergeet niet dat Pier en Jaquelien een droom hebben nageleefd. Het geprobeerd hebben met alles wat ze hebben. En dat het dan uiteindelijk niet is zoals gehoopt, ze hebben dit toch gedaan. Beter dan thuis zitten en blijven dromen. Of niet durven of kunnen toegeven dat de droom niet is zoals je gehoopt of gedacht hebt. Want het is niet niks. Ze hebben veel geïnvesteerd om naar ons toe te komen (en dan heb ik het niet over geld) en ik neem mijn petje voor ze af.
Neemt niet weg dat we er allemaal ziek van zijn.
Nou, de stemming is dus niet zo goed. We proberen er met elkaar zo goed mogelijk mee om te gaan. Naast het emotionele aspect is er natuurlijk ook het rationele. Er moet nogal wat geregeld worden. De visumaanvraag intrekken (en die 900 dollar terug!), de vlucht regelen, Suus en Berber moeten mee terug (papieren?), het thuisfront informeren. En dan de spullen! Er is een container vanuit Nederland gekomen maar die gaat niet terug. Het zal via luchtvracht gaan en dan is er een beperkte hoeveelheid kilo’s. Godsamme, waar moet je beginnen? Wat moet er mee terug? Wat kan er eventueel later komen als bagage van Wim en mij als we weer in Nederland komen? Wat kan er verkocht worden? Wat laten we achter? Al hun sentiment, souvenirs uit de hele wereld ,boeken, gereedschap, alles is net hier.
Dus, als jullie komen vanuit Nederland voor een vakantie; houd rekening met extra kilo’s welke mee terug moeten.
Goed, het is een drama. Maar zoals altijd, er zijn veel ergere dingen. Het is niet zo dat we de hele dag in mineurstemming zijn. We kunnen er ook (als een boer met kiespijn) grapjes over maken. “Nee, we hoeven geen banda’s (bungalows) te bouwen, we hebben nu een heel huis voor de verhuur.”
Tja, als einde van dit verslag moet er toch iets leukers zijn. Daar moet ik even over gaan nadenken (=biertje drinken).
Nou, net een biertje opengemaakt, sigaretje opgestoken en daar ga ik weer. Het “gestolen fiets”verhaal.
Het spannende gebeurde, zoals vaker, net op een moment dat zowel Pier als Wim er niet waren. De voorgeschiedenis. Er was op een gegeven moment nogal veel zooi. Van alles uit de ene container naar een andere, van het askarihuis naar een container en vice versa. Nog niet alles op zijn plek en achter slot en grendel. Mijn twee fietsen stonden in die tijd, op slot, bij de workshop tegen een watervat aan. Daar stonden ze al voor een week. Mijn oma-fiets met mand en mijn groene mountainbike.
Op een zondagavond, Wim was in Nederland, kwam onze nieuwe askari Rashid bij aanvang van zijn wacht naar me toe. Hij vroeg me waar mijn groene mountainbike was.
Nu had ik al ’s middags gezien dat mijn fietsmandje niet meer boven het watervat uitstak, maar ik dacht dat Pier mijn fietsen had binnengezet in verband met de regen. Niet meer aan gedacht maar nu dat Rashid mij erop attendeerde vroeg ik aan Pier of dat hij inderdaad mijn fietsen had binnengezet. Nee dus. Fiets pleite!
Het werd al schemerig (en hier is het dan heeeeeel snel donker) en gewapend met zaklantaarns zijn we gaan zoeken en kijken. Om het hek, kijken of het hek beschadigd was, of dat we de fiets ergens zagen liggen (ze stelen iets op de dag, gooien het over het hek en halen het in het donker weer op). Helaas. Ondertussen Pier met de auto naar een winkeltje in de buurt om melding te maken van de gestolen fiets. En een beloning van 60.000 Ush, ongeveer 25 Euro, voor als het ding teruggebracht wordt.
Voor de eerste keer sinds dat Wim en ik hier wonen is er iets echt gestolen. Zo maar, op klaarlichte dag, op een zondagochtend. Geen askari op dat moment, maar het hek zat op slot en er liepen 8, ja acht!!! honden op het land. (De drie honden van Helmut en Catherine te logeren voor een weekje). Even word je weer met je neus op de feiten gedrukt. Ondanks dat de fiets op slot stond, ondanks de honden, ondanks dat we gewoon thuis waren is er toch iets gestolen. Onrustig gaan we de nacht in.
De volgende ochtend gaat onze askari nog een rondje om het hek lopen. Hij vindt mijn fietsmandje terug en ziet sporen. Ach, die Rashid. Hij zal ze gaan volgen en dan op weg naar zijn huis ook de locale chief informeren (later zal blijken dat hij kilometers gelopen heeft om van het ene naar het andere politiebureau te gaan).
Verbazing bij onze werkers als die om acht uur komen. Alex vraagt zich af of dan toch niet op een van hun de verdenking rust. Eerlijk, maar op die gedachte waren wij nog niet gekomen. Pier gaat die maandagochtend naar Kampala en Jaquelien en ik beschermen het fort. Dan krijg ik tegen lunchtijd een telefoontje van de vice-chairman. Hij brabbelt iets over dat ik mijn fiets kan terug halen, die is gevonden. Terwijl ik met Jaquelien overleg en me gereed maak om te vertrekken, komt er een aantal mensen door de poort en naar ons huis toelopen. We zien bekende gezichten. Paolo, die bij ons werkt op contract en al naar huis was, en onbekende gezichten. In het midden loopt een jonge jongen, touw om zijn middel gebonden en vastgehouden door een oude man zwaaiend met een panga (zo’n gevaarlijk groot mes waar ze bomen mee kappen, fruit schillen, zich scheren en tijdens burgeroorlogen elkaar mee choppen). Veel lawaai en geschreeuw. Ondertussen wordt de groep groter en komt het uiteindelijk tot stilstand voor ons huis, in het grind. De jongen met touw om zijn middel wordt hardhandig op de grond geduwd. Hij huilt en is misschien 16 jaar. Het is even heel beangstigend. Gaan ze die jongen (ook al is hij de dader, hij heeft toegegeven) slaan, mishandelen, schoppen? Later, als Jaquelien en ik er over praten dan zijn we het erover eens dat er hier toch een andere mentaliteit is. Je moet er als blanke niet aan denken dat er een soort tweede Zimbabwe komt. Het is beangstigend; degene die altijd rustig is en vriendelijk, schreeuwt en zwaait en ziet er dreigend uit.
Het wordt ons duidelijk dat dit echt en de enige jongen is die de fiets heeft gestolen. Ondertussen gaat Paolo de fiets ophalen. De dader zit in het grind te huilen, mensen schreeuwen en de oude man zwaait gevaarlijk met de panga. Hebben wij weer, Jaquelien en ik! Dan is ook mijn fiets terug. Het slot is geprobeerd te forceren maar van een degelijk AXA-slot hebben ze hier niet van terug. Ik ben blij dat ik de fiets zie, het was het eerste (en laatste??) cadeautje wat ik van Wim gekregen heb.
Tja, en dan moeten we naar de politie. De vice chairman is meegekomen met de fiets. Wie gaan er allemaal in ons autootje? Natuurlijk de dader, de vice chairman, ik om te rijden en Paolo want die heeft de dader in zijn kraag gevat. Volgens de vice chairman, die maar zit te zeuren over de beloning want zijn zoon was er ook bij, moet ook de fiets mee. Als bewijsmateriaal. Gelukkig wijst Alex, een jonge werker bij ons, mij erop dat ik die fiets vooral niet mee moet nemen. Want dan wordt de fiets geconfisceerd en moet ik gaan betalen om mijn fiets terug te krijgen. Slimme jongen. Daardoor neem ik ook maar geen geld mee. Jaquelien blijft alleen achter met alle toeschouwers.
Wij naar het politiebureau. Nee, niet die van Naminya volgens de vice chairman, dat is niet goed genoeg. Njeru, that’s the place to be. Wij daar, ik loop achteraan naar binnen want ik weet niet hoe het gaat en ze spreken toch in hun eigen taaltje. Eigenlijk wil ik zo snel mogelijk weer weg wezen, ik heb tenslotte mijn fiets terug en nog niet zo veel vertrouwen in de lokale rechtsspraak. Ik moet toch een verklaring geven. Met een detective (!) in een hokje en ik mag vertellen wat er gebeurd is. Op het moment van vertellen schrijft hij niets op, hij luistert enkel en vraagt af en toe wat. Dan gaat hij schrijven. Tot mijn grote verbazing staat op papier precies (!) wat ik gezegd heb, zelfs de meest onbenullige dingen. (Jongens van de FIOD, hier kunnen ze het ook!)
Terwijl de detective zit te schrijven zit ik even buiten. Daar komen ze aan met de jonge dader. Hij huilt nog steeds en er wordt gewezen op zijn rug. Er staan inderdaad striemen op van die panga, platte klappen zijn er door die oude vent gegeven. Volgens de een is het erg en moet er naar gekeken worden maar de meerderheid van de aanwezigen is het erover eens dat het allemaal niets voorstelt en dat het zijn verdiende loon is.
En dan komt het. De dader is minderjarig en moet overgedragen worden aan een jeugdinrichting in Kampala. Maar helaas, op dit moment beschikt deze politiemacht even niet over een auto. Kan ik hem niet even naar Kampala rijden? Nee? Morgen dan? Of heb ik anders wat geld? Gelukkig heb ik geen geld bij me, kan ik zeggen dat mijn man er ook niet is en dat ik niet weg kan en kan ik zielige mzungu vrouw spelen. Op mijn voorstel om de dader maar op het dak van een taxibusje te binden wordt lachend gereageerd en is de zaak afgedaan. Ondertussen moeten de anderen ook een verklaring afgeven en duurt het een uurtje langer voordat ik de weg naar huis vind. Eenmaal thuis zie ik dat de meute is verdwenen en de rust is teruggekeerd. We betalen de jongens hun beloning, drinken een biertje en lachen om hetgeen gebeurd is.
Een ervaring rijker. Ondanks dat mijn slot naar de kloten is en ondanks dat er iets gestolen is, is het toch een positieve ervaring. Iedereen heeft zich ingezet om de dader te vinden. Onze Rashid heeft kilometers gelopen om te informeren, Paolo is gaan zoeken en heeft sporen gevonden. Aan betrokkenheid in mijn ogen geen gebrek.
Natuurlijk zijn er pessimisten die zeggen dat ik de fiets enkel terug heb omdat er geld aangeboden is als beloning. Maar diegenen hebben niet de ontzetting gezien op de gezichten van onze werkers toen bekend werd dat de fiets weg was, niet de vertwijfeling gehoord bij de werkers of dat niet een van hun de fiets gestolen had, niet de steun gevoeld van de mannen toen Jaquelien en ik daar een beetje verdwaasd stonden te kijken naar het hele schouwspel met de jonge dader in het grind.
De dader? Het neefje van de vice-chairman. Een zoon van zijn overleden broer en overleden schoonzus. Nu onder toezicht en bescherming van de vice chairman. Deugde al niet volgens de vice chairman. Weggestuurd door de vice chairman, moest maar voor zichzelf gaan zorgen..........
Nou, is dit geen leuk verhaaltje om dit verslag af te sluiten?
Iedereen een dikke zoen en tot de volgende mail. XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Wim, Monique, Brown en het addergebroed.